Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2011-07-24 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Het amen van het geloof

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Deu. 27:14-26 Zondag 52 :129 2011-07-24_1700.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 62.8Mb)
Catechismus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
In de Echo op Katendrecht wordt de dienst altijd besloten met het gezamenlijk zingen van ‘Amen, amen, amen, dat wij niet beschamen.’
Wat een kracht zit er in het woordje ‘amen’! Jezus heeft vaak genoeg aan één woord, bijvoorbeeld om mensen te genezen. Één woord kan veel in zich hebben, dat geldt ook voor het woordje ‘amen’.

1. Betekenis van het woordje ‘amen’
2. Beëindiging van het gebed
3. Besluit van het leerboek

1. Betekenis van het woordje ‘amen’

Letterlijke betekenis: het zal waar en zeker zijn. De Heidelberger Catechismus is opgesteld door Ursinus en Olevianus als troostboek en leerboek. Olevianus was nog maar 26 jaar toen hij dit schreef, en stierf toen hij vijftig was. Op zijn sterfbed, in 1587, vroeg een collega hem: ‘Lieve broeder, ben je zonder twijfel zeker aan je zaligheid in Christus, zoals je aan anderen hebt geleerd?’ Zijn antwoord was: ‘Certissimus’, ‘Zeker’. Zo is hij ingegaan in de vreugde van zijn Heer.
Wat een verschil met de wereld als je zo mag sterven. Vanmorgen hoorde ik op het nieuws dat de bekende popidool Amy Winehouse op haar 27e is overleden, kapotgegaan aan drank en drugs. En hier ligt iemand op zijn sterfbed die zegt: ‘Ik weet zeker dat ik naar de Heere Jezus ga’. Ik weet wel wat ik zou kiezen.

Er staat in het antwoord op de catechismusvraag: ‘veel zekerder dan ik in mijn hart gevoel.’ Gevoel is wisselvallig: vandaag heb je het, morgen ben je het kwijt. Alexander Komrie schreef ABC van het geloof, waarin het gaat om diverse omschrijvingen van het geloof. Daarin omschrijft hij het geloof onder meer als een ‘zielsamen’, waarbij je je volledig toevertrouwt aan God, van harte ‘amen’ zegt op wat God in Christus aan ons belooft. Dat gaat soms tegen de schijn in van wat je in je hart gevoelt. Uw wil geschiede, maar je ziet dat Zijn wil wordt weerstaan. Uw koninkrijk kome, maar het lijkt of Zijn koninkrijk verschrompelt.

Dit woordje klinkt vaak in de kerkdienst: na de zegen, na het gebed, na de preek… Als kind zie je soms uit naar het amen op de preek: dan is het tenminste voorbij. Andere keren ben je teleurgesteld als het amen klinkt: is het nu al voorbij? Maar het ‘amen’ betekent niet: het is voorbij, maar bij gebed betekent het: mijn gebed is verhoord. Ik weet niet hoe en wanneer ik er iets van zie, maar ik weet dat God het heeft verhoord. Het uitroepteken van het geloof. Het is niet ‘so be it’, een wens, maar een zekerheid.

De eerste keer dat het woordje ‘amen’ voorkomt is bij Abraham: En Abraham geloofde God, hij vertrouwde erop (‘amen’ in het Hebreeuws) dat God zijn beloften zou nakomen. Bij het Hebreeuwse woord ‘amen’ moet ik denken aan een bolder; een gietijzeren klink waar de matrozen de trossen van een schip omheen werpen, waardoor het vast ligt. Zo ligt mijn levensschip vast en zeker aan de beloften van God, die Hij in Christus geeft.

Een vrouw in Indonesië wist eigenlijk niets over christelijk geloof, maar kwam in aanraking met zending en raakte onder de indruk van God. Maar ze wist niet hoe ze moest bidden. Toen ze dreigde te bezwijken onder haar leed, keek ze naar de sterren en hield ze haar schortje op om de zegen van de God van de christenen te kunnen ontvangen. Voor haar was bidden niet alleen vragen en smeken, maar een ontvangende houding. Ik denk dat zij beter dan veel kerkmensen begreep wat bidden is. Bidden is uitzien naar verhoring: je schortje ophouden. Dat moeten we, moet ik echt nog leren. We storten ons hart uit voor de Heere, zeggen ‘amen’ en wachten het dan maar af. En als God verhoring geeft, moeten we er soms door Hem met de haren bijgesleept worden om het te zien.

In het OT zie je dat het woord ‘amen’ vaak een antwoord is van de luisteraar op de spreker, bijvoorbeeld in de Psalmen of bij een profeet of priester. Kleine kinderen zeggen dat nu soms aan tafel na het gebed, maar het gebeurt ook in veel evangelische gemeentes en in het NT zien we dat de gemeente na een preek ‘amen’ zegt. Dat is dus een bijbelse gewoonte.

Als Jezus zegt ‘Voorwaar, voorwaar’, zegt Hij eigenlijk ook ‘amen, amen’: het is zeker dat wat ik nu zeg, waar is. Het is dus een bekrachtiging. Ook op de vloeken en bedreigingen die God gaf in Deut. 27 moest het volk ‘Amen’ zeggen, of op lofprijzingen.

Het is voor ons vaak moeilijk om een geloofsamen op ons gebed te zeggen. Zo was er een man die tot bekering kwam, maar zijn vrouw wilde er niets van weten. Hij ging toen voor haar bidden dat ze ook tot geloof zou komen. Hij kocht alvast een kerkbijbeltje voor haar, want wanneer het dan zou gebeuren, had hij dat vast bij de hand. Hij twijfelde er niet aan dat zijn vrouw ook zou gaan geloven, want hij had het met zijn hele hart aan de Here gevraagd en was er klaar voor wanneer het zou gebeuren.

Een zendeling riep in een droge tijd zijn kleine gemeente samen om om regen te smeken. De hele gemeente kwam op, en één klein meisje nam haar paraplu mee naar de gebedsdienst. Die paraplu was haar ‘amen’ op het gebed; ze verwachtte de verhoring.

In de Tweede Wereldoorlog was er vaak armoede en geen eten. Ook toen gaf God werkelijk uitkomst, al was het soms op het nippertje. Zo was er een arme weduwe met kinderen die bad om aardappels, omdat er niets meer te eten was. Toen ze opstond van haar knieën zette haar oudste zoon vast een pan met water op de kachel, voor de aardappels. En ze kwamen ook!

Maar God verhoort toch niet elk gebed? Nee, dat is waar. Soms zegt de Heere ‘ja’ en dan merk je dat ook. Je weet dat God erop terug zal komen. Soms zegt God ook ‘nee’ of ‘wacht, nog niet’. Dat is moeilijk te onderscheiden, omdat het soms ‘nee’ lijkt, terwijl Hij zegt ‘nog niet’.
Jezus zegt: ‘Alles wat u de Vader zult bidden in Mijn naam, zal Hij u geven’. Maar dan moet je wel weten dat je iets namens Jezus mag vragen. Ook moet je ‘in Zijn wegen wandelen’.

Soms weet je dat ergens geen belofte voor is, maar dan mag je daar toch om bidden. Ook om mooi weer op je vakantie. Maar soms zijn er voor bepaalde dingen beloften in de Bijbel waar je je als aan een bolder aan vast kunt klemmen. Soms ook zijn er dingen waarvan je weet dat je ze niet aan God hoeft te vragen, omdat ze niet stroken met Zijn wil. Dan heeft het ook geen zin om ze Hem te vragen.

God is nog veel gewilliger om te horen en te verhoren dan ik begerig ben om verhoord te worden. Het hangt niet van mijn gevoel of verlangen of begeerte af, maar van Gods trouw en beloften. God vraagt van ons niets dan dat wij het met Hem eens zijn en van harte ‘ja’ en ‘amen’ zeggen op zijn boodschap. Als God Zijn veroordeling laat uitgaan over mijn staat als zondaar, moet ik mijn hoofd buigen en zeggen: ‘Ja, het is zo.’ Daar hoef je niets bij te voelen, dat hoef je alleen van harte te erkennen. Dat de vloek van de wet op mij rust en dat ik een overtreder ben, dat ik mijzelf niet kan verlossen en geen engel of medemens dat kan: ‘Heere, U hebt gelijk. Amen.’ Maar ook ‘amen’ leren zeggen op dat goddelijke evangelie, dat de Heere Jezus mijn vrijspraak is. Ik zeg ‘amen’ op Zijn nodigende woorden en Zijn heerlijke beloften. Ik zeg ‘amen’ op zijn waarschuwingen en zijn vertroostingen.

Horatius Bonar was een ruime Puritein. Hij zei: ‘Geloven is van harte ‘amen zeggen’ op het getuigenis dat God geeft van zijn Zoon.’ Niet alleen op Gods beloften, maar ook op Gods aanwijzingen voor ons leven.

2. Beëindiging van het gebed.

Als je de Heere Jezus lief hebt gekregen, kun je niet zonder gebed. Je bespreekt dan alles, van de kleinste tot de grootste dingen, met Hem. Soms is het een kort, soms een lang gesprek, maar je staat met elkaar in verbinding. Als het gebedsleven functioneert, is je geestelijk leven goed. Maar als je gebedsleven kwijnt, verpulvert je geloof. Als ik één dag niet bid, merk ik dat. Als ik twee dagen niet bid, merken mijn vrouw en kinderen dat. Als ik drie dagen niet bid, merkt u dat aan mij vanaf de kansel. Je moet gebedsoefeningen blijven doen, en als je God liefhebt, is dat geen opgave.

Gebed vermag zo veel bij God; daarmee zet je God in beweging. Het gaat daarbij niet om een toverformule waarbij je de juiste woorden moet gebruiken. Maar op het gebed splijt de Rode Zee, komt er manna uit de hemel en doet God de zon stilstaan. Al lijkt het vanuit menselijk oogpunt onmogelijk, een besliste zaak, er staat er Één boven.
Op het gebed werd Augustinus bekeerd. Misschien heb je een kind dat helemaal de verkeerde kant op gaat. Soms zie ik tranen in de ogen van een vader of moeder, zo’n last ligt er op hun ziel. Maar op het gebed werd het oordeel over Sodom tegengehouden. Het oordeel kwam over Sodom toen Abraham ophield met bidden; tot die tijd bleef God genade geven.

Wij moeten een keer ophouden met bidden, we moeten een keer ‘amen’ zeggen. Soms duurt het drie minuten, of een kwartier, of zelfs een half uur. Maar er komt een moment dat je ‘amen’ moet zeggen. Maar dan gaat de Heere Jezus door. Een van de langste gebeden die van Jezus zijn opgetekend is het hogepriesterlijk gebed, en dat gebed eindigt niet met ‘amen’. Tot op de dag van vandaag gaat Hij door met bidden voor zijn volk. ‘Daar Gij altijd leeft om voor hen te bidden.’

3. Besluit van de Catechismus

Op 25 september 2005 ben ik begonnen met Heidelbergse Catechismus vraag en antwoord 1, over de enige troost. De jaren door hebben we vervolgens de weg gezien waarin we de eeuwige troost ontvangen. Die weg bestaat uit drie stukken: ellende, verlossing en dankbaarheid. Die drie horen bij elkaar. Het eerste, de ellende, is het kortste stuk: dat ik schuldig ben en doemstrafwaardig. ‘Amen’ zeg ik dan. Dat is heel wat, dat je de straf leert billijken: ‘Heere, U hebt gelijk. Al zou U me voor eeuwig buiten laten staan, dan bent U rechtvaardig. Ik heb geen genade verdiend.’
En dan volgt de verlossing, de hoofdzaak. We mochten er de afgelopen jaren bij stilstaan wie de Heere Jezus is in zijn ambten, weldaden, staten, namen enzovoort. Ten slotte kwam het stuk der dankbaarheid. Dat is niet alleen dat we een liedje zingen, de lofprijzing, maar ook dat je leert wandelen naar Gods goede geboden en dat je een biddend leven krijgt. Niet als knecht, maar als kind.

We hebben ons zes jaar vastgehouden aan deze ijsberg, maar nu laten we hem even los. We gaan na de vakantie niet opnieuw beginnen. De Catechismus is de gezond reformatorische theologie, heel bijbels, in vraag- en antwoordvorm. Heel mooi, ik heb ervan genoten en veel van geleerd. Maar ik ga het niet herhalen, want het is een leerboek voor de jeugd. Persoonlijk vind ik dat er ook een vervolg op moet zijn. Als je in de brugklas hebt gezeten, lever je aan het eind van het jaar je boeken in en in klas 2 krijg je weer andere boeken: wat breder, uitgebreider. Als je bedenkt dat de Heidelberger Catechismus een leerboek voor de jeugd is, is het goed om daarna een ander boek te bespreken over onderwerpen die in de Catechismus niet worden besproken. Bijvoorbeeld de vervulling met de Heilige Geest, de verwachting van de wederkomst, Israël en de beloften van God. Daarover lees ik wel in de Nederlandse Geloofsbelijdenis, dus daarover gaan we na de vakantie nadenken. In de Nederlandse Geloofsbelijdenis gaat het ook over getuige zijn, discipelschap, geestelijke groei, hoe lees ik mijn Bijbel, de uitverkiezing, voorbede van de Heere Jezus: allemaal belangrijke onderwerpen die in de Catechismus niet of nauwelijks aan bod komen.

Ik heb het fijn gevonden dat ik het bij u kwijt kon dat we geen letterknechten zijn van Ursinus en Olevianus. We zijn leerlingen van de Schrift. Er was ruimte voor om soms ter overweging neer te leggen dat in de catechismus dingen soms anders staan dan in de Bijbel.

In de hemel zal het woordje ‘amen’ ook nog klinken. Het is het laatste woordje van Openbaring 22. De laatste belofte in de Bijbel is: ‘Zie, Ik kom haastig’ en Johannes antwoordt met: ‘Amen, ja, kom Heere Jezus.’ Ziet u er ook zo naar uit dat Jezus terugkomt? De eerste menselijke persoon in de Bijbel is Adam, die vlucht bij God vandaan. De laatste is de verloste Johannes, die smeekt om de komst van de Heere Jezus.

Ik sluit af met een gedichtje dat ik eens kreeg van een vrouw.

Amen, Vader, op Uw paden,
Amen, ook in tegenspoed;
Amen, schoon met zorg beladen,
Amen, alles wat gij doet.

Amen op uw tuchtigingen,
Amen op uw majesteit,
Amen op uw zegeningen,
Amen tot in eeuwigheid.

Edit