Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2011-07-31 10:00:00
ds. E.F. Vergunst (em. te Ridderkerk)
Omdat Hij altijd leeft om voor hen te bidden/pleiten

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Heb 7:25 Joh 17:13-26 Heb 7:11-28 2011-07-31_1000.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 63.2Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Een indrukwekkend woord, we bidden toch ook voor elkaar, we vragen dat toch ook aan elkaar? Ambtelijk, persoonlijk, ook in het gezin, we bidden voor elkaar. Bidden – als er iets niet egoïstisch is... Het is echter niet te vergelijken met de voorbede van Christus. Heere wilt U voor mij bidden... daar hoef je niet oud voor te zijn, kleine kinderen kunnen dat vragen.
Dit is wat de apostel schrijft aan christenen uit de Joden, zij wisten van priesters, van offers. En daarmee maakt hij de vergelijking. Wij hebben ook een Hogepriester, u ziet Hem niet naar binnen gegaan, niet in het aardse heidendom – Hij was uit de stam van Juda. Maar Hij is de echte Tempel binnengegaan. Geen tijdelijke verblijfplaats van God, de ware Tabernakel. Hij bad, net als de priester in de aardse tabernakel. Het hogepriesterschap naar de ordening van Melchizedek. Uit het niets duikt hij op, die Oudtestamentische figuur, en verdwenen is hij weer, levend in de tijd van Abraham. Priester-koning. Die meerdere heerlijkheid van Christus stijgt zo hoog uit boven die van Aäron, hij was priester niet als mens maar als Zoon van God. Niet omdat Hij van iemand afstamde, maar op grond van Zijn eeuwig leven. God had het Hem bezworen. Gij zijt priester in eeuwigheid. De order van Aäron werd beheerst door de wet van het bloed. De zoon nam de plaats van zijn vader in. En dus de wet van de dood. Het bracht geen duurzame verlossing te weeg.
Christus' sterven op Golgotha maakt geen einde aan Zijn dienst maar behoorde er toe. Hij is priesterlijk, ambtelijk gestorven. Zijn priesterschap houdt dus ook niet op met de dood, maar Hij zet die voort in de hemel. En daarom: kan Hij volkomen zalig maken, degenen die door hen tot God gaan. Uitermate troostrijk, een woord dat je doet volharden. De Hebreeën konden ook een hart onder riem gebruiken. Hebben wij dat ook niet nodig? Niet afhaken. Volhouden dwars tegen de stroom in. “Ik zie het niet meer zitten”, zeggen mensen wel. Het is ook belangrijker dat u HEM ziet zitten... De apostel werpt de Hebreeën terug op Hem, niet op hen zelf.

Leeft u daar nu bij? Of moeten we bekennen dat we er weinig rekening mee houden? Die voorbidding van Christus staat niet zo centraal in ons geloofsleven als bijv. Zijn bloedstorting op Golgotha. En we vergeten dat Zijn gebed net zo noodzakelijk is als Zijn offer. Eens en voor altijd heeft Hij het offer gebracht. Dat is tot in eeuwigheid volmaakt. Hij was klaar op aarde, maar nog niet in de hemel Zijn werk is nog niet af. Golgotha is de grond van wat Hij nu doet in de hemel. Jezus zit niet 'met Zijn armen over elkaar', te wachten op: nu kun Je gaan”, Hij pleit voor al de Zijnen, Hij slaat geen dag over.

Aäron en zijn zonen moesten dat ook – bidden in de tempel en als vrucht daarvan: het zegenen. Die Joodse christenen hebben dat natuurlijk goed begrepen. De priester nam een zeer centrale plaats in. De priester ging niet met lege handen- hij had het bloed van het offerdier bij zich. Zo ging de deur naar God open. De sleutel tot God.

Maar Hij heeft een eeuwige verlossing te weeg gebracht met Zijn eigen bloed. Daar moet u eens over na denken. De deur van de hemel kon niet dicht blijven.
Je zag de Hogepriester niet, maar ze wisten het wel en ze wachten tot Hij weer te voorschijn zou komen – Christus zie je ook niet nu, maar straks komt Hij te voorschijn, als Hij daar klaar is. Omdat Hij leeft om altijd te bidden. Rom 8: die aan de rechterhand van God is, die ook voor ons bidt.... Johannes: indien wij gezondigd hebben – wij hebben een voorspraak in de hemel. Hij is een verzoening voor onze zonden. Daar word je toch stil van in verwondering en verwachting.

De Hebreeën moeten er door versterkt zijn, – ja dat is het. Dat geeft kracht om door te gaan. De bedroefden hebben het als balsem voor hun wonden ervaren. En u, als wij Gods weg niet berijpen en wordt bestreden, en niet meer weet te bidden. Laat staan zoals het behoort. Als die weg van het gebed afgesloten is en de hemel zit dicht – van koper, zeiden ze vroeger, dan wordt ons verkondigd: Jezus leeft altijd om te bidden, Zijn gebed stopt nooit.

Als mensen op aarde bidden is dat al een wonder. Wij kunnen altijd bij Hem aankloppen, ook midden in de nacht. Maar hoe is dat mogelijk? Omdat er aan de andere kant van de hemeldeur gebeden wordt. Alleen omdat de Hogepriester bidt, naar de ordening van Melchizedek. Volmaakt en altijd.

De priester ging naar het reukoffer, het eerste offer was van de verzoening. Daarna ging dat vuur van het brandofferaltaar mee – de wierook der gebeden werd daarmee ontstoken. Hier hebt u een Borg van het betere verbond.
Het altaar staat bij de troon van God, Johannes zag het – door een kiertje, kijk eens goed naar binnen, en ik zag, zie: het Lam staand als geslacht, in de troon van God. Daar zag hoe de gebeden der heiligen opstegen voor God troon, daarvoor moest dat reukwerk branden. Die namen de gebeden als het ware mee.

Wat bidt Hij dan? Lees het hogepriesterlijk gebed nog eens. Joh 17! Vader bewaar ze in Uw naam, die Gij Mij gegeven hebt... Hij die de weg van het geloof is gegaan, Zijn handen biddend naar Zijn vader opgeheven, Hij stierf biddend. Bidden geleefd en gestorven, en Hij leeft biddend boven. Hij is een Voorbidder. En niet alleen als de nood aan de man kwam – nood leert bidden. Stel dat Jezus er ook zo over gedacht had – nee, zijn leven was bidden. En deed het voor al de Zijnen al voor de nood aan de man kwam. Voor dat Petrus op de zeef van de duivel lag.
Heeft u wel eens bij een sterfbed gestaan van een biddende vader of moeder. Ik moet ze los laten maar u kunt ze bewaren. Onvergetelijk... lees het nog eens na, het gebed dat Hij bad in die boze wereld. Toen bad Hij voor de Zijnen. Hij gaf ze aan God over. Dacht u dat Hij nu iets anders bidt? Heilig ze in Uw waarheid, want Uw woord is de waarheid. Vader Ik wil, dat waar Ik ben ook zij zijn. De liefde waarmee u Mij hebt liefgehad ook in hen zal zijn.

Voor wie doet Hij dat? Voor iedereen? Nee, niet voor de wereld, zegt Hij. Maar voor diegenen die Gij Mij gegeven het. Hoe kan ik weten door de vader aan Christus gegeven te zijn? Die door Jezus tot God gaan. Die in Hem de weg hebben ontdekt, gezocht gevonden, om op de hemeldeur te kloppen. Wat een machtige verkondiging, zoals de priester dat in het Oude Testament deed, wat droeg hij – de borstlap, edelstenen, 2x 12 namen. Als de namen van de stammen van Israël, ook in Openbaring. Zo ging Hij naar God, heel het volk op zijn hart.
In Zijn hart besloten, val je er nooit uit, de wereld de duivel en jijzelf kunnen daar niets in veranderen, de dood ook niet, God dank!

Zo staat Hij bij het reukaltaar en Hij slaat niemand over. Ik vergeet wel eens iemand, wilt u voorbede doen,dominee? – dat ik later dacht -- ik heb iemand vergeten, maar bij Jezus niet – Hij slaat niemand over. Mensen die je het aankijken niet waard vindt, ik heb er geen liefde voor maar Hij wel. En Hij belooft het doen, hij bidt onveranderlijk en ook onophoudelijk.
We zeggen wel eens: 'ik heb het te druk om te bidden' – maar het is net zo. Als ik het druk heb, bid ik nog veel meer - zei Luther – of we bidden als de storm opsteekt., maar als ie gaat liggen zeilen we rustig verder. Maar Hij bidt altijd.

Bidden, echt bidden, bij God op de deur kloppen, op Zijn hart. Als de zaligheid van mij en mijn kinderen van mijn bidden zou afhangen was het een verloren zaak. Maar gelukkig niet, het hangt van Zijn bidden af. Hij bidt voor mensen, die niet willen en miet meer kunnen. Voor haar, die haar eigen kinderen niet meer kent. Hoeveel situaties kunnen er niet zijn. Zijn gebed vindt altijd gehoor. Lazarus kwam uit het graf. Hij kwam niet met lege handen, maar met doorboorde handen. Nu kan God Zijn gebed geen gehoor ontzeggen. Zo bidt Hij, altijd.

Om zalig te maken. Niet dat u het naar uw zin hebt en voorspoed hebt. Ook niet dat u niet te veel pijn zult hebben, of ongeneeslijke ziekten bespaar zult blijven, maar Hij wil u bij Zich hebben. Hij is de Weg tot het eeuwig zalig leven en die hogepriester hebt u. Daar wij vrijmoedigheid hebben – zoals een kind tot zijn vader spreekt, open rustig, niet bang. Door het bloed van Jezus, op die weg.

Laten we dan toch toegaan, onwankelbaar de belijdenis van die hoop vast houden. Hij is genadig, wie Zijn hulp verlangen.

Edit