Edit|
EditReeks Samenvatting:
1 De vrouw, groot is uw geloof
2 Jezus, die haar aanvankelijk afwijst
Jezus heeft een heftige confrontatie met de Schriftgeleerden. Je moet je handen eerst wassen. Hun gedachte is: Het kwade komt van buiten, als je je daar maar ver van houdt kun je je zelf daarvoor bewaren. Jezus maakt het omgekeerde duidelijk.., het zit al in ons hart - of je nu afgezonderd of in de wereld leeft. Daar komt al die ellende vandaan. Tot woorden en daden komt het. De gedachten die van binnen komen, die zijn zondig.
De spanning loopt op en de discipelen baart dat zorgen. Het botst, maar Jezus doet niets van de waarheid af, maar Hij gaat wel bij hen weg. Een zegen dat wij zondag aan zondag in de kerk mogen zitten. Maar als het woord geen wortel schiet en het vruchten draagt, kan het zijn dat de Heere Jezus gaat vertrekken.
Naar Tyrus en Sidon. Ook daar woonden Joden, sinds mensen heugenis. Hij was gezonden voor de verloren schapen van het Huis van Israel.
Dan komt er een vrouw van het land. Afstammeling van Cham. Een vervloekte en zo werd zij ook gezien. 'De honden'. Ze hadden geen enkel kontakt. Ze groeten die zelfs niet. Negeren, ook dat doet Jezus aanvankelijk.
Zo gaat Jezus het gebied door. Mattheüs schrijft het op – er gaat iets bijzonders gebeuren. Na het conflict met de Farizeeërs, kennelijk heeft de Heere Jezus als mens behoefte aan rust.
En zie – m.a.w. let even op, er gebeurt iets niet alledaags. Jezus gaat ontdekken dat Hij deze vrouw toch maar niet moet afwijzen. En zelfs haar geloof prijst tov het ongeloof van de Farizeeërs
Heere, Zoon van David, ontferm U. Hij daalt af naar de zee, en er is toch iemand die Hem zoekt. Dat doen we zelf niet snel. Er is nog nood en tegenslag voor nodig. Dan nog moet de Vader dat doen, want we kunnen ook afhaken, in een gevoel van onrecht. Niemand komt tot Mij tenzij de Vader Hem trekt.
Toen Hij Twaalf was werd Hij zoon van de wet. De Schriftgeleerde stonden versteld over de kennis die Hij had gekregen, maar Hij is als mens gekomen. Hij had zo ook kennis te verzamelen. Hebr 5 'hij leert van de tegenslagen'. Hij moest gewoon op tijd naar school, als mens groeide Jezus in kennis en wijsheid en inzicht. God is gekomen voor het beloofde volk, dat was voor de Joden duidelijk. Dat was dan ook Zijn bediening. Ik ben niet voor jou gekomen. Hij begint haar te negeren. Jezus voegde zich daar in, dat deed je niet als Jood.
De vrouw was bezig met het uiten van haar geloof. Het is niet alleen het uiten van die dingen waar je overtuigd bent geworden, wat een plaatsje heeft gekregen in haar hert – nee, zij heeft een grote nood en ze roept naar Hem. Ontferm U.
Met de nood van haar en haar dochter komt ze Hem toe. Ze heeft van de nood van haar dochter haar eigen nood gemaakt. Bijzonder dat ze Hem roept. Bidden om het heil van onze kinderen en klein kinderen. Het is een machtig wapen. Augustinus heeft zo'n biddende moeder gehad. Kun je wel naar Jezus? Het zal wel voor jou niet zijn. Zij breekt er dwars doorheen. Ze roept en ze laat niet los. Hij doet eerst alsof Hij het niet hoort. En ze blijft maar roepen. Het geeft ergernis bij de discipelen.
Ik ben alleen gezonden naar de verloren schapen van het huis Israel. Geen woord, zelfs geen afwijzing. Misschien heeft ze dat gehoord en het antwoord is niet aan haar gericht. Daar zou je toch moedeloos van worden, je hoort er niet bij, zie je wel. Maar de nood en de pijn van haar dochter voelt ze zelf ook. Ze krijst. Het ging door merg en been...
In het ziekenhuis willen we allemaal onze handen wel vouwen – maar Jezus noemt het toch een groot geloof. De tegenslagen, ook voor deze vrouw, worden te haren beste gekeerd. Ga maar krijsen aan de troon van Gods genade, dan is zelfs Jezus om te krijgen. Zal ik al roepen, kan dat wel. Is mijn geloof wel oprecht genoeg, ze gaat geen reden bij zich zelf zoeken. Misschien is dat het geheim wel van haar geloof. Alleen op Jezus gericht. Dwars door elke tegenwerping heen, elk taboe doorbrekend, als vrouw ging ze naar. Ik laat het los, tenzij Gij mij zegent. Niet alleen getuigen, maar ook als je blijft vol houden, al heb je niets. Toch blijven gaan, Jezus schreeuwen, terwijl Hij niet een woord zegt.
Ze komt dichterbij en knielt Hem, ze blokkert Jezus. Ik laat u niet langer lopen. Ik kunt wel zeggen, dat u niet voor mij gekomen bent, maar ik heb zo'n nood, dat ik zonder u niet kan. De leegheid van het grote geloof van de Schriftgeleerden. En die heidin, die geen enkel geloof heeft, en van Jezus niets af weet, dan alleen: Hij kan redden. Zij laat niet gaan. Natuurlijk moeten we veel weten van de Heere Jezus. Maar ook al weten we niet veel van de Heere Jezus. Zij blokkeert de doorgang. Hij moet of struikelen of om er heen gaan.
Ze blokkeert Hem nog meer door Hem te aanbidden. Het moet voor Hem heel bijzonder zijn geweest. Hij moest tot inzicht gekomen zijn, Hij moest leren dat het heil niet alleen voor Israel is. Dat had Hij in zijn Joodse opvoeding meekregen. Zoon van David – de langverwachte... de wereld op zijn kop. In Israel wordt het niet gevonden, maar daar waar het niet is, wordt het gevonden. Groot zelfs. De nood leert kort bidden. Heere, help mij. Ze noemt niets van zichzelf, ze pleit alleen op Hem. Je hoeft niet met iets van jezelf te komen.
Je hoort er niet bij, je hoort bij de gene die geneert moet worden, en je blijft roepen en Jezus gaat om en spreekt wel tot haar. De inhoud houdt Hij nog even vast - Hij begint te spreken. Dat is het begin van de verandering – net als je met de duivel gaat praten. Het is niet voor jou, het is voor de kinderen, voor Israel, niet voor de heidenen. Pas na Pinksteren.
Ze houdt weer vol: ja, Heere, maar de hondjes eten wel van de kruimels. Ik ben ook een van de honden. Als ik maar zo'n kruimeltje mag hebben, dan is mijn dochter genezen. Wie zou bestaan voor God – maar er is toch vergeving? U bent toch gekomen om te zoeken wat verloren is? Is het dan niet genoeg om zondaar te zijn, om genade te ontvangen? Zij zet Hem schaak-maat zodat Hij Zich bekeert.... Zijn hemelse vader brengt Hem tot ommekeer, dat het ook voor de heidenen is. Dat God zelf de regie over als de geschiedenis heeft, ook voor u en mijn leven. Wat een zegen als we zo mogen gaan en roepen.
Dat we hondjes willen zijn in het koninkrijk van God. U bent toch juist gekomen voor zondaars? Hier is een verlorene. Wat is dat een groot geloof en het zal gebeuren zoals u wilt. Gij zijt almachtig – de enige pleitgrond. Die U bent. Een vervloekte nakomeling van Cham. Die gaat hier roepen. Hoe zit het dan met onze systemen en dogma's, laat het maar even los en roep maar.
Hij is juist gekomen om die vloek van Cham te dragen. Waarom Hebt Gij mij verlaten? Waarom negeert U Mij compleet, terwijl Ik roep en strijd en roep tot U Mijn God.... Gij antwoord niet....
Wie je ook bent, hoe je leven ook is geweest, waar je ook vandaan komt. Hoe vaak God je ook negeert en je afwijst. Breek er maar dwars doorheen, blijf maar roepen. Want die volhoudt vind Zijn gunst oneindig groot. Dan kan zelfs Jezus zich niet meer inhouden.
Hij ziet zoiets moois gebeuren, dat Hij alles wat Hij van huis uit heeft geleerd, allemaal loslaat, en zegt: hoe wonderlijk zijn de wegen van God. Ik laat u niet gaan, tenzij u mij zegent.
Al ben je dan soms omringt door tegenspoed, wie roept mag horen, de Heer schenkt leven. Blijf roepen, Zijn hand zal redding geven. Jezus zegt niet, nou ja goed, voor deze keer, dan, maar: vrouw, wat een groot geloof, het zal geschieden zoals je wilt. Dat zei Hij toen en dat zegt Hij nu.