Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2011-08-14 17:00:00 ds. J. Plomp (Putten)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Han 12:5 Han 12:1-19 2011-08-14_1700.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 62.7Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
De geschiedenis van de wereld is tegenovergesteld aan die van de kerk. De wereld: opgaan, blinken en verzinken. Denk aan de banken, een gebouwen neergezet, en nu... Er is iets nieuws, dat valt goed. Iedereen gaat ervoor, tien jaar later is er niets meer van over. In de kerk is er eerst de strijd, dan de zegen, eerst de diepte, daarna de hoogte. Zo komt het over op ons - in werkelijkheid gaat de Heere van de ene overwinning naar de ander. Als wij denken: nu is het verloren, zegt God, nu is het Mijn tijd. Hij brengt Zijn raad in uitvoering. De duivel heeft de Heere vanaf het begin tegengestaan. Hij houdt niet op, ondanks al zijn nederlagen. Daarmee komt hij juist met zijn felste tegenoffensief. Christus redt duizenden uit de klauwen van de satan en hij gaat dan nog feller te keer als tevoren.
De duivel gebuikt in ons vers Herodes. Een Edomiet, een nazaat van Esau, Herodes de Grote was zijn opa. De kindermoordernaar. Deze Herodes doet voor hem niet onder. In Rome was hij opgegroeid. Aan het hof van keizer Tiberius. Door intriges kun je machtig worden, had hij geleerd. Hij was de Joden een Jood geworden, toen hij terug kwam uit Rome. Aan het hof zette hij zijn liederlijke leven voort. Maar openbaar vriend van de strenge orthodoxie. Een mens kans wonderlijk in elkaar zitten.

Hij slaat de hand aan sommigen van de gemeente. Met je handen voer je je gedachten uit. Je kunt met je handen vloeken en zegenen. Hoe gebruik je ze, sommigen steken ze hun zak, andere grijpen naar wat de Heere verboden heeft.
Om te heersen en geprezen te worden, grijpt hij in, de meerderheid van het volk is tegen Jezus van Nazareth, dus hij ook. Hij heeft de handen niet vrij maar is gebonden aan allerlei machten. Slaaf van de Boze. Jacobus is zijn eerste slachtoffer. Het volk is er blij mee. Dan gaat hij door. Wie volgt?

Petrus. De voornaamste van de gemeente van Christus daar in Jeruzalem. Zijn terechtstelling zal niet zo geruisloos verlopen als die van Jacobus. Achter de handen die uitgestrekt worden, de klauwen van satan. Simon, zie de satan wil u ziften als tarwe maar Ik heb voor u gebeden.

In de dagen van de ongezuurde broden, de dagen voor het Pascha, dat moet voor Petrus een eer zijn. Toen was Zijn Meester ook gevangen genomen. Nu: 'wel op het feest', want dan hebben we meer belangstelling.

Hij zit geketend aan alle kanten, met zestien soldaten, die met hun leven borg staan. Morgen wordt hij voorgeleid en gedood, de schijn van het Romeinse recht.
Hoe heeft hij het in de laatste nacht? Hij slaapt. Bijna laconiek staat het daar. In Gethsemane sliep hij ook, maar hier niet uit droefheid, maar uit heilige onbezorgdheid. Hoe het ook gaat, God zal zorgen voor zijn leven. De soldaten slapen niet, het zou hun leven kunnen kosten.

Zou u dat kunnen, slapen als je de doodstraf gaat krijgen? Nou, kleinere zorgen houden mij al wakker... Ongelovigen krijgen te horen, dat de dokter niets meer kan doen...nou is het genoeg geweest.. Heel rustig slapen, alsof er geen vuiltje aan de lucht is. Als iemand die de Heere vreest dat hoort, dan is ie wel wakker: zou God zijn belofte vergeten? Ik moet voor God verschijnen hoe dan? Maar als we ons geborgen weten bij de Heere, mogen we toch gaan slapen?

Petrus slaapt. De gemeente zet de tegenaanval in. Niet door kracht of geweld maar door Mijn Geest. De gevangenis wordt niet bestormd, maar de hemel. Alle deuren zitten op slot, maar die ene Deur is open. Doet u dat ook? Bidden voor een ander? Heere, houdt U Uw werk in leven... De gemeente van Jeruzalem bidt. Petrus zit daar zwaar bewaakt – je denkt toch niet dat bidden helpt? Zo redeneert het ongeloof.

Wat verwacht u op uw gebed? Het is Zijn Zaak nu. Hij zal het doen! Of verwachten we weinig? “Nu kunnen we alleen nog maar bidden”... die gemeente zet ons beschaamd, ze hanteert het krachtigste wapen, het krachtige gebed van een rechtvaardige brengt veel tot stand. Het maakt het onmogelijke mogelijk. Een bidder ziet op de hand van God, niet die van de soldaten of Herodes. De God die gevangenen vrijheid schenkt en aan hun ellende denkt.

Ze baden voortdurend, volhardend. De Heere wordt niet gedwongen, maar er wordt wel bij Hem op aangedrongen. Ze laten Hem 'niet met rust'. Thuis en in de samenkomsten, dag en nacht. Naarmate de verhoring uitblijft wordt het gebed vuriger. Heere ik laat U niet los, tenzij U mij zegent. Of zegt u: ik heb er al zo dikwijls om gevraagd en Hij hoort niet. Paulus had die doorn waar de Heere over zei: nu niet meer, mijn genade is u genoeg. Ik lees het niet, als het gaat over het bidden voor anderen.

Wij stoppen zo snel met bidden... De Heere laat ons wel eens wachten: Hij wil ons ootmoed leren, Hij is niets aan ons verplicht, het is en blijft genade en hij beproeft ons geloof ook wel eens.
Jeruzalem weet: wie Hem verwachten zullen niet beschaamd worden. Ze zijn het ook eens, dragen elkaar lasten. We mogen elkaar opdragen in het gebed. Zieken zeggen: ik heb ervaren dat er voor mij gebeden is. Bid voor elkaar – de gemeenschap der heiligen. Paulus roept ook op om voor hem te bidden. Voor vrijmoedigheid om het evangelie bekend te maken.

Bidt u wel eens zo, thuis, samen met uw man of vrouw? Wat een gemis als we dat niet kennen. Op een bezoek zei een vrouw, u begint toch op donderdag met de preek – dan bid ik altijd, op dat moment. Als de dienaren van het woord volgebeden worden, dan kom je anders naar de kerk – niet: benieuwd wat ie er vandaag van maakt. Maar vol verwachting. Het gebed doet wonderen. Nee niet wij, maar de Hoorder der gebeden doet wonderen.

Kijk:
Een engel staat daar op eens, “en zie” – geen alledaags gebeuren. Petrus ziet hem nu ook. Alles gaat snel. Hij krijgt een por, opstaan, schoenen aan, meekomen. Daar vallen de ketenen. Petrus hoeft er niets voor te doen. Het lot van Petrus ligt niet in de handen van Herodes of van de engel, maar van de Heere. Als Hij komt, dan hoeft een mens niets meer te doen, alleen: volgen.
Heeft u dat al geleerd? Alleen al maar volgen.

Wat moeten we doen? Wij hoeven niets te doen. Bent u wel eens zo uitgewerkt geraakt? Laat de Heere het dan maar doen. Hij heeft niemand nodig, Hij kan het alleen.

De Engel is weg – Petrus vindt zijn weg alleen, de Heere geeft niet meer dan we nodig hebben. Hij staat voor het huis van Maria. De gevangenisdeuren gaan voor hem open, maar deze huisdeur niet. Ze geloven nog eerder dat er een engel is dan Petrus. Daar bidden ze om, dag en nacht. Hadden ze het niet meer verwacht? Stefanus en Jakobus waren ook gedood. Hadden ze daar ook voor gebeden?
We moeten verder doordringen. Ze hebben hoge verwachting van de Heere, dat Hij Kan en Wil verlossen. Als ze letten op henzelf en hun gebed dan hebben ze geen verwachting. Ze twijfelen niet aan de Heere, maar zichzelf. Ze kunnen niet geloven dat Petrus voor de deur staat. Naar zulke gebeden luistert de Heere ook? Sommigen zeggen: de Heere verhoort mij altijd, en ik ga ook om het minste geringste in gebed. Maar toen Israël uit Babel terugkwam,wreven ze hun ogen uit. Dit kan niet.... ik kan het niet verwerken, zo hier in Jeruzalem. We hebben een wonderen doende God. Het woord van God is niet gebonden. Wij mogen er nog onder zitten. Dat is het grootste wonder. Petrus moest nog in leven blijven om de grote daden van God te verkondigen.

Je wilt dat graag doen, maar het lukt niet - hoe kom ik hier van verlost. Hoor dan wat de Heere zegt via Jesaja, ja de gevangen van een machtig man zullen hem ontnomen worden, want met uw twisters zal Ik twisten.

Nooit zal Hij Zijn gevangen begeven. De satan kan niet een uit Zijn handen rukken. Hij beveelt Zijn engel om de Zijnen te bewaren, zo wordt nu de kerk bewaard voor de zaligheid en andersom.
En dan alleen dit nog: Heere, ik ben uw dienaar. Een zoon van uw dienares. U hebt mijn banden losgemaakt. (Psa 116:16)

Edit