Edit|
EditReeks Samenvatting:
1 de nood, 2 de man, 3 de redding
1 de nood
Het is de Richtertijd. Het begint met het refrein uit dit boek. H5 – het land was stil 40 jaren, maar de kinderen Israëls deden wat kwaad was in de ogen des Heeren. Stil, d.w.z. rust en vrede, omdat de Heere redding geschonken had. Door Deborah, bevrijd van de vijanden. Zo mochten ze de Heere dienen. Zal het wel goed gaan, na zo'n uitredding door de hand van de Heere. Zal dat stempel niet slijten en uitgewist worden? Een vraag, dicht bij ons eigen hart ook. Wie weet van de uitreddingen des Heeren? In zijn eigen leven? Dan kan de dankbaarheid groot zijn. Hij kan wegen openen die wij niet zagen. In onze nood en onze strijd was er geen weg, maar Hij opent een weg.
Aan de oever van de Rode Zee was er geen weg terug. Toch schonk God die, dwars door de zee. De Heere kan ons ook door-leiden. Opdat wij Hem zouden dienen gehoorzamen en loven. Hij kent me en bestuurt mijn gang. Maar we weten hoe het verder gegaan is, veel gemopper in de woestijn. Het zit diep van binnen. Ervoer u dit ook in uw eigen leven? Hoe snel wij vinden dat het anders en dus beter moet – dat het onbegrijpelijk is dat God daar niet allang voor heeft gezorgd. Daar tarten wij de Heere mee en het blijft niet zonder gevolgen, maar Hij blijft trouw aan Zichzelf, aan Zijn woord. Het land vloeiend van melk en honing schenkt God toch.
Maar de kinderen Israëls deden wat kwaad was in de ogen des Heeren. Het doet zoals de vaderen deden en ze vergeten de Heere. Zijn er onder ons ook die de Heere vergeten? Niemand is daar te goed voor. Laten we oog op elkaar slaan en elkaar vast houden. “Het maakt niet uit of ik naar de kerk ga of niet, niemand mist me...” Maar niet alleen de teleurgestelden, ook de verwonden en verbitterden; zij die gemakkelijk te verleiden zijn – daar moeten we het oog op slaan. De wereld trekt. Laten we maar niet te snel afstand nemen van de kinderen Israëls. Wat een oordeel – ze deden wat kwaad was in de ogen des Heeren.
Is dat ons al tot nood geworden? Het volgen van ons eigen hart – de Heere komt er niet in mee. Hij gaf hen in de hand van de Mideanieten. De Heere steunt de zonde niet. Hij zegent de ongerechtigheid niet. Het geeft hen over. Als je dat met je eigen ogen ziet. Heeft u die opmerkingsgave voor wat de Heere doet in het leven van mensen? Is de Heere nog met ons?
Ik kom mensen tegen die willens en wetens negeren wat de Heere van hen vraagt. Spanningen in relaties, het gaat er heftig aan toe. Denken we dan echt dat de Heere aan onze zijde is? Heeft u nooit gemerkt, dat de Heere er niet in mee komt? Ik denk aan het huwelijk, waar de man faalt in zijn liefde tot zijn vrouw daar zal God zijn gebeden verhinderen. God luistert niet meer, dat moet je merken. Maar het zo begrijpen is nog iets anders.
Na Deborah is er 40 jaar stilte, alles herstelt zich. Ik hoef dat toch niet uit te leggen – economische crisis, een opluchting als het even voorbij gaat. Maar de ondergrond is niet veranderd, van werkelijke bekering is geen sprake. Ze keren weer tot de afgoden van de omringende volken.
Maar God houdt zich stil. “Het kerkelijk leven kalft af, de moderniteit rukt op binnen gezinnen en de kerk” 1859-2009: van 56% tot 12% Hervormd in dit land. “Nergens aan doen” van 0 tot 44%. En niemand roept om terug te keren tot de Heere. We hoeven onze eigen omgeving niet uit. Er is veel onderlinge verdeeldheid – wie verstaat het als een oordeel van God? De Heere geeft hen over in de hand van de Mideanieten. De Heere roept een profeet.
Gideon zal Israël verlossen, hij moet een oorlog beginnen tegen 3 gevaarlijke vijanden. De Mideanieten zijn het talrijkst. Amelekieten – de erfvijand van Israël. Zo diep zit de haat tegen Israël erin. Hij kan niet nalaten Israël dwars te zitten. Haman was een amalekiet. En nomaden die in de woestijn van Syrië wonen, ze leven van de buit van hun plunderingen. Geen genade. Mideanieten. De zoon van Abraham en Ketura. Het is nog familie... Ze zijn Israël niet welgezind. Zij gingen naar Bileam om Israël te vervloeken . Verleiding en vermenging was de volgende stap. Israël zondigt...
Amelek, het volk van de haat, de nomaden, het volk van het geweld, Mideam, het volk van del ist. Daar moet Gideon tegen strijden.
2
Ga heen in deze uw kracht. Omdat Ik met je zal zijn. Geen geringe opdracht. Gideon woont in Manasse; Hij dorst bij een wijnpers onder een ijk, aan het oog van de mensen onttrokken. Een verbogen plaats. Hij is bang voor de vijand. Weer een tijd van schaarste en moeite. Dat wil hij voorkomen en zijn werk onopgemerkt doen. Niemand moet weten waar hij is. De triestheid en hopeloosheid van die dagen. Is dat de man van Gods keus? God zoekt geen kwaliteiten in een mens. Maar geloof en gehoorzaamheid.
Een engel komt en Gideon weet niet met wie hij te doen heeft. Gij strijdbare held... Daar zal Gideon van opgekeken hebben. In deze uw kracht? Hij vindt zichzelf het noemen niet waard. Hij maakt hoge bezwaren tegen zijn opdracht. Gideon lijkt op Mozes. In Gods ogen ziet Hij hem hoe Hij hem maken zal. Het gaat niet om wat Gideon in huis heeft. God weet wat Hij hem zal schenken tot die taak. Dat moet ie nog leren. Gideon heeft niet zo'n hoog geestelijk niveau. Hij maakt twee geestelijke fouten – we zien niet op hem neer, maar we staan ernaast. Hoe ligt dat bij ons?
Gideon zet zijn eigen verdriet in het middelpunt. Daar draait het om. Niet het hele volk of Gods verdriet over het volk! Een groot gevaar voor het geestelijke leven. Belast door onze eigen zorg. Zo gefocust zijn je zelf. Niets meer naast. Je wordt in de engte gedreven. Redding en uitkomst. Een wijde blik met vertrouwen op de Heere, de weg tot de naaste is dan dicht. Je blijft in je eigen nood. De Heere heeft dan nog werk om zo'n mensen uit de doodlopende weg terug te halen.
Het andere is dat Gideon moet handelen in de lijn van zijn eigen verwachting. Als de Heere met ons is – waarom is ons dat allemaal overkomen dan? Waarom ik? Hij zoekt het dicht bij God en is blind voor de eigenlijke oorzaak van alle ellende. Wij hebben God mishaagt.
Dan ontstaat er een strijd, niet eenswillend met God. God plaatsen we tegenover, als Dader. De vrouw die Gij mij gegeven hebt.... het zijn allemaal variaties daarop. Waarom doet U mij dit aan. Maar in de ontdekkende zin – Heere zijn wij nu zo ver van U afgedwaald? Roep ons terug en breng ons terug! Niet een verwijt aan God maar het ligt bij ons eigen hart. We horen de roepstem van de Heere die ons zoekend maakt.
De Heere is met u. Waar blijkt dat dan uit? Alles wijst erop dat de Heere ons juist verlaten heeft. Waar zijn de wonderen van vroeger tijd? Laten we naast Gideon staan – als de Heere spreekt worden wij klein. Als Hij vraagt weten wij ons onbekwaam. Ook degene die wel de Heere dienen hebben in zo'n tijd last van ingezonkenheid. Alles komt op een lager peil. We zijn toch kinderen van onze eigen tijd. We profiteren van de voorrechten, maar het legt ook beslag op het geestelijke leven. In tijden van moeten en schaarste is het noodzakelijk om meer op de Heere aan te lopen. Aan te roepen, te smeken om hulp en bijstand. Geestelijke lauwheid is een groot gevaar.
Gideon is geen ongelovige, maar zijn geloof is klein en ingezakt. Een klein geloof let meer op de bezwaren dan op de beloften. Klein geloof moet gecorrigeerd worden, maar niemand minder dan God kan dat doen. Waarmee zal IK Israël verlossen? Ga heen in deze uw kracht. Moet ik gaan met wat ik in huis heb? God heeft voldoende kracht om Israël te verlossen. De redding ligt bij de Heere alleen. Alles wat Gideon nodig heeft, mag hij van de Heere verwachten.
3
Als de Heere van u vraagt, sta maar niet stil bij wat je in huis hebt. Maar overdenk wat God je schenkt. Ik wil dat je leeft voor Mijn aangezicht, gehoorzaamt naar Mijn stem, en leeft met Mijn belofte. We worden opgeroepen om te zien op de Heere Jezus. Hij volbrengt wat wij niet kunnen. Hij maakt waar wat ons bij de handen afbreekt. Dan kunnen we het verwachten van Hem. Ga in deze uw kracht. Want God is een toevlucht voor de Zijnen.
Hier is genade rijk en vrijheid. Ga heen in deze uw kracht, de Heere is tot hulp gereed. Zie daarom niet op uw omstandigheden, maar zie op de Heere alleen.