Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2011-09-11 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Josia viert het Pascha

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
2Kro 35:11 2Kro 35:1-6 2Kro 35:11-12 2Kro 35:15-19 2011-09-11_1000.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 62.1Mb)
Opwekking onder koning Josia

Edit| EditReeks
Samenvatting:
1 Het Paaslam geslacht
2 het bloed gesprenkt
3 de huid afgestroopt

Een drieluik over koning Josia, vorige week zijn bekering, nu het middenpaneel. En vanavond het donkerste.
Acht jaar werd hij koning over Juda, 16 jaar toen hij God begon te zoeken, 20 jaar – een reformatie in Juda. In de eindtijd van Juda. God gaf nog een opwekking. 1) besef van Gods heiligheid – reiniging in zijn hart, in Israël, 2) eenheid van het volk. Ook voor alle twaalf stammen, 3) het huis van de Heer krijg je lief. 4) Het woord van de Heere maakt een geweldige indruk.

Nu is hij 26 en hij gaat voor het eerst aan het Avondmaal... Het Pascha wordt gevierd. Zo Bijbels en indrukwekkend, als eeuwenlang niet is gevierd. Mag het zo Avondmaal voor u zijn. De Heere Jezus vierde Pesach en stelde daarmee het Avondmaal in.

Als de Heere een opwekking geeft komt de verlossing door het Avondmaal weer inzicht. De bevrijding van Gods volk uit de macht van de slavernij. Gebracht in de vrijheid van de kinderen van God. Vertrekken uit Egypteland. Zo mogen wij de daden van de Heere herdenken, uit de macht van de wereld, de zonde, de dood bevrijd. Avondmaal vieren, niet bedienen, maar vieren, je weer bewust worden van die heerlijke verlossing. Mijn Jezus, Gods lam voor mij geslacht. Goede Vrijdag, Golgotha. Daar gaan we met onze harten vandaag naar toe terug. Gedenk en geloof. Niet alleen – o ja ooit is er wat gebeurd. Maar gedenken is herbeleven. Alsof je er zelf onder staat, onder het kruis. Je ziet de gaten in zijn handen en voeten, bloed drupt op je zondige ziel, hoogst persoonlijk. Mijn Jezus. Dat is gedenken.

Kinderen, wat is Avondmaal: in Duitsland staat een gebeeldhouwd Lam op een tafel. Als je goed kijkt zie je dat hij een halskerf heeft. Geen litteken, maar vers. Dan zie je daaruit bloed stromen en daaronder staat een Avondmaalsbeker. Als de zon schijnt door het kerkraam en het licht door het glas in lood op het beeld valt: Dan wordt dat rode bloed een goudkleur. Als er licht op valt vanmorgen wordt het kostbaar bloed. Puur goud, Gij hebt mij verlost door Uw dierbaar bloed.
God ziet op de eerste plaats. Als Ik het bloed zie, ga Ik sparend voorbij. Wij zien ook wat. Allereerst kijk je naar binnen, je verootmoedigt je voor God. Dat deed Josia ook. Hij werd klein voor God, hoe dieper verootmoedigd, hoe harder je gaat zingen. Een ieder beproeve zichzelf en ete alzo. Het is Heilig, dat besef mag je niet kwijtraken. Een geliefde die gestorven is. Ik gedenk, herbeleef, en geloof dat het dierbare bloed gestort is op die heuvel. Zijn plaatsvervangend sterven voor mij. Ik gedenk.
Maar er is nog een blikrichting: harten omhoog. We vieren het altijd op een zondag - we denken aan de levende Heere, we verkondigen Zijn dood maar Hij leeft! En hij is aanwezig met zijn Geest. Op de Troon van God zit Hij, Hij is de Heer van mijn leven. Ik denk ook aan de broeder en zusters die naast me zitten. Alle wedergeboren kinderen van God.
Dat komt bij ons weinig tot uitdrukking. We zouden elkaar minstens eens kunnen aankijken. Vele korrels een brood. Leden van het lichaam van Christus. Josia had er oog voor - het hele volk niet alleen de twee stammen. Naast wie heb je gezeten?

Nieuw voor mij was dit: je kijkt om je heen, maar er kijken er meer mee – ook geestelijke vijanden. Gij richt mij een dis aan, voor de ogen van wie mijn haten. De engelen maar ook de gevallen engelen kijken mee. Daarom is er ook zoveel strijd om het avondmaal geweest. De dood des Heeren wordt verkondigd. Zij laten zien dat in die dood van het Lam de draak overwonnen is, en dat in dat bloed van dat Lam ik de satan ook zal overwinnen. We verkondigen de dood van de Heere van alle legermachten. De duivel wil dat je blijft zitten. Maar ik hoor bij die Heere en niet bij jou satan! Hoe meer er verkondigen dat daar het heil in ligt ...
Ik kijk naar binnen, naar achteren, naar boven en om me heen, en ik kijk ook vooruit. “Totdat Ik kom” als Ik terugkom dan zal er opnieuw een Maaltijd worden aangericht vol reine wijnen, de volkeren zullen genodigd worden. Totdat Hij komt. Daar zien we naar uit.

Straks , spoedig komt Hij terug. Een heerlijk regenboog vanaf het kruis naar de wolk waarop Hij terugkomt.

In de tijd van Josia was het een chaos. Vers 3: zet de ark in de tempel – die stond er kennelijk niet meer! Weg uit de tempel. Hij moet weer in het Heilige der Heilige. De ark is ook een prachtig beeld van Christus. Hout en Goud. De Heere Jezus' goddelijk en menselijke natuur. Hij droeg de Wet in Zijn binnenste ingewand, de bloeiende staf van Aäron, nieuwe opstandingsleven. Het verzoendeksel op de ark. Wat een mooi beeld van de Heere Jezus.
Als de Heere Jezus Zich weer thuis kan voelen in Zijn Eigen Gemeente en Hij Zijn plaats weer mag innemen. Hij in het midden. Hij staat aan de deur en klopt, en heeft brood en beker, maar Hij staat buiten! Als Hij Zijn plek mag innemen, komt er zegen.

Paasoffers en aan de anderen kant runderen – brandoffers. De huden waren bestemd voor de priesters, daar mochten ze kleren van maken. Het paasoffer is eigenlijk negatief; verlost uit de zondenmacht. Maar het brandoffer is iets positiefs alles wat de Heere Jezus meer gedaan heeft dan verlossen en bevrijden. Het brandoffer brengt het paasoffer op een hoger niveau.
Sparende genade zien we bij het Pascha, maar het brandoffer schenkt daar in zoveel meer. Die waarde van het offer gaat door de handoplegging op jou over. God ziet mij in Christus altijd genadig aan. Als u dat echt mag pakken – twee aspecten. Heil is niet allen verlossing en vergeven, maar ook vreugde, vrede, volheid, geluk, sjalom, welvaart. Niet alleen bevrijding van maar ook brengen naar. Niet blijven staan bij de Rode Zee, we gaan naar Kanaän. Gemaakt tot Zijn uniek kind. Niet het zoveelste exemplaar van een bepaald soort, nummer A uit regiment B. Bij God ben je nooit een serienummer. Dat is het brandoffer.

Maar ach, hoe houd ik mij gereed?
'k Heb halssieraad noch statiekleed!
[..]
In Zijne mantel ingehuld
Heb ik een deksel voor mijn schuld.
En 't kleed van Zijne heiligheid
Is mij tot sieraad toebereid.

Ach, niets van ons, maar 't al van Hem!
Zo komt men in Jeruzalem.
[..] (“Niets van ons” (fragment), Hiëronymus vanAlphen)

Hij heeft mij bekleed. In de mantel der gerechtigheid. Verlossings-vreugde, niet alleen ellende-nood. Mercy en Grace. Mercy – niet krijgen wat je wel verdiend. Sparende genade. Maar Grace wil zeggen, dat je wel krijgt wat je niet verdiend! Zo overstelpend – het gaat de perken te buiten. Mercy – ik kom als een berouwvolle zondaar en Hij bezegeld de vergeving met een kus. Door het geloof in mijn hart verkregen.
Maar de Vader zegt: Ik neem je me naar binnen, het gemeste kalf, een ring aan je hand, het beste kleed, en we gaan feest vieren om vrolijk te zijn.
Vers 15: de zangers,
Zing o zing van mijn Verlosser.
Met Zijn bloed kocht Hij ook mij
Aan het kruis schonk Hij genade
Droeg mijn schuld en ik was vrij.

Edit