Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2011-09-25 17:00:00 prof. dr. W. Balke (Em. te Den Haag) De beproeving van Job

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Job 2:9-10 Job 1:1-2:10 2011-09-25_1700.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 63.2Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Midden in de Bijbel staat het boek Job, een moeilijk boek? Nee, een rijk boek. God geeft een audiëntie, dat bevreemdt ons enigszins. Hoe kan dat? Hoe durft de satan in de hemel verschijnen, veel mensen vinden dat onaanvaardbaar. Het geloof in het westen kalft af – misschien geloven mensen nog in een god, maar niet in een duivel. We kunnen hem geen groter dienst bewijzen dan zijn bestaan ontkennen onder het oog van al het kwaad in de wereld.
Hij woont niet meer in de hemel. Hij is een gevallen engel. God had hem niet laten vallen, maar hij wilde niet in Gods hand blijven. Hij wordt tot verantwoording geroepen, waar kom jij vandaan? Ik heb rond gekeken op de aarde. Hij zwerft. Hij heeft nergens rust. Op veel plaatsen is hij welkom, maar als zijn ware aard ontdekt wordt.. Hij staat bij alle deuren te luisteren, en te loeren. Ook bij Job. De haat drijft hem. Eens kijken of ik wat lelijks kan vinden bij hem.
Heb je acht geslagen op Mijn knecht Job? De duivel denkt dat hij wat gevonden heeft – is het om niet dat Job God vreest? Als een verwaarloosde hond snuffelt hij in alle vuilnisbakken. De hele inhoud komt op de straat terecht. Wij hebben allemaal onze vuilnisbak, dingen die we angstvallig binnen houden. We willen het niet weten voor een ander, of onszelf. Wat een triomf voor de duivel als dat op straat komt.
Maar God regeert. Hij is de almachtige, de Schepper. Ook de Onderhouder, de stuurman van de geschiedenis en Hij heeft ons lief. Kunnen wij dat belijden en nazeggen? We denken aan 11 september tien jaar geleden. Tienduizenden in Japan, de hoorn van Afrika, Noorwegen – zo'n verknipte fanaat, die honderd mensen vermoord. Een wonder dat er in Japan mensen zijn die God kennen, en in alle nood weten: Gods voetstappen zijn duister. We kunnen ze niet zien. Wij vinden echter deze troost – geen haar valt van ons hoofd zonder de zorg van onze Hemelse Vader. Als Hij het kwaad niet van ons weert, wil Hij het tot ons beste keren.
De duivel is daar ook aan het werkt, hij houdt niet op, maar God houdt de Zijnen vast, zoals Job. Haat – de satan kan niet regeren, alleen stukmaken, een aartsterrorist. Hij probeert stiekem overal de schroeven los te draaien. Bij Job lukte het hem bijna. Dat huwelijk van Job – z'n vrouw wordt maar een keer genoemd. Ze is een gevaarlijke vrouw, zonder dat ze het weet is een handlangster van de satan. Haar man wordt zo vernederd, al hun kinderen sterven. Alles draaide om haar man en kinderen, de jobstijdingen rollen over elkaar heen. Op een kritiek moment komt ze tevoorschijn. Bezit, kinderen, gezondheid en tenslotte zijn vrouw. Om hem murw te maken. Vóór de drie vrienden straks. Zij heeft geen logische beschouwingen, maar heel emotioneel, gekrenkte trots, ze slingert Job naar zijn hoofd: blijf je vasthouden aan die God die alles je afgenomen heeft? Zeven zonen en drie dochters, het is haar te veel geworden. En alle rijkdom. De duivel krijgt haar in de greep – scheid er toch mee uit. De ergste beproeving die Job ten deel viel. Wat kunnen vrouwen in een kritiek moment hun man tot grote steun en zegen zijn. Maar ze kunnen ook een vloek zijn. Ook dit wordt echter ten goede gekeerd – nu hij dit overleefd heeft, is Job gered.
Ze zet hem tot vervloeking van God en zelfmoord aan.

In de Septuagint, de oude Griekse vertaling staat een veel langere toespraak van de vrouw tot Job, het behoorde waarschijnlijk bij de Joodse uitleg:
[English translation of the Septuagint, Brenton (1851)]: 'And when much time had passed, his wife said to him, How long wilt thou hold out, saying, Behold, I wait yet a little while, expecting the hope of my deliverance? for, behold, thy memorial is abolished from the earth, even thy sons and daughters, the pangs and pains of my womb which I bore in vain with sorrows; and thou thyself sittest down to spend the nights in the open air among the corruption of worms, and I am a wanderer and a servant from place to place and house to house, waiting for the setting of the sun, that I may rest from my labours and my pangs which now beset me: but say some word against the Lord, and die.'


Het hele geslacht sterft met de kinderen uit. De afschuw doet haar walgen van haar man. De duistere wegen van God maken haar tot een duivelin. Doe maar wat de satan van je verwacht. Job doorstaat deze venijnige aanval van de duivel.
Je spreekt als een zottin. Wat is zo'n dwaze vrouw? Een makker van de dwaas in Psalm 14, die zegt in zijn hart er is geen God. Of: “God is er niet”, de dwaasheid van het atheïsme en het nihilisme. God is er er niet. Nee, God is present. De Psalmisten wisten het, zelfs in het dal van de schaduw van de dood. U bent bij mij... het loopt uit op de verwachting van de Heere Jezus Christus. God met ons. Dezelfde tot in eeuwigheid. Hij is nabij.

Het nihilisme van onze tijd – God is er niet, dat tast de hele volksgezondheid van ons volk aan. De dwaasheid van het nihilisme.
De rijke man uit Lucas 12. Gij dwaas, deze nacht zal uw ziel worden afgeëist. In al zijn ellende wil Job zo dwaas niet zijn. Hij houdt vast aan zijn God en spreekt recht van zijn God. Nu weten wij - het komt goed met Job en hij krijgt weer kinderen – van zijn eigen vrouw, denken wij dan? De Bijbel zwijgt erover, zoals wel vaker, terwijl het graag willen weten – de vader liep uit met de oudste zoon – is hij nog op de smekingen van zijn vader om in te komen ingegaan? Wij hoeven niet alles te weten. Als het dezelfde vrouw was, dan moet ze wel een andere vrouw geworden zijn.

Het wordt tijd dat wij over Job heen zien naar zijn Meerdere, de Heere Jezus werd het machtsgebied van duisternis ingeleid en Hij aanbad God en hing aan het vloekhout. Strek uw hand niet uit naar Job, mar dat herhaalt Hij niet in Gethsemane of Golgotha. De hemelse Vader trok zich helemaal van Hem terug. Onze grote hogepriester heeft gebeden terwijl Hij veel dieper die godverlatenheid binnen ging dan enig mens en nog beleed Hij de naam - Mijn God, Mijn God waarom hebt Gij Mij verlaten. Opdat wij nooit meer verlaten zouden worden. De Plaatsvervanger is de meerdere van Job. Hij zet zichzelf borg en dat gaat het lijden van Job ver te boven, de voleinder van het geloof.
Niemand komt ooit terecht waar niet eerst Jezus Christus geweest is en Zijn voetstappen staan, zodat wij leren Zijn voetstappen na te volgen, hoe donker Gods weg ook mag wezen.

De hoop en de liefde sterft niet. Het lijden van deze tegenwoordige tijd is niet te waarderen tegen de heerlijkheid die geopenbaard zal worden.
De Heer heeft gegeven – pak het hem af, de Heere heeft ook genomen, nog zal hij Mij dienen. Er liggen vragen in dat boek, waarom geven om te nemen? Waarom nemen, wat werd gegeven; dan die onbegrijpelijke rol die de duivel krijgt – wij komen er net uit. Job komt er echter uit.
Hij komt er uit in zijn lofprijzing boven alle lijden uit. Dan is de strik gebroken. Alle vragen verdwenen. De duivel wilde Job op zijn nek springen.

Hoogte noch diepte kan hem van Gods liefde scheiden, de Naams des Heeren zij geloofd – het omgekeerde van wat de duivel bedoeld. Ik zal Hem nog loven zolang ik nog ben. Loof de Heere want Hij is goed, zijn goedertierenheid duurt tot in eeuwigheid. Ik zal Hem nog loven; de duivel dacht, hij heeft makkelijk praten, maar nu kan niemand dat nog beweren, hij heeft het bovenmenselijke zwaar maar hij looft God. Ik zal toch God loven..

We kunnen het niet bevelen maar wel aanbevelen, hij hield de draad vast ook met alle twistgesprekken met zijn vrienden, hij sprak recht van God. De overste Leidsman die ook voor hem verzoening heeft gevonden. Dan buigt Job zich neer en zegt wie heb ik nevens U in de hemel en op aarde ook niet. Gods is de rotssteen, in eeuwigheid, geloofd zij God.

Edit