Edit|
EditReeks Samenvatting:
1. gemeenschap die spreekt uit het gebed (Abba, Vader)
2. geloof dat wordt beleden in het gebed (alle dingen zijn U mogelijk)
3. het gebed zelf (neem deze drinkbeker van Mij weg)
4. de gehoorzaamheid die klinkt in het gebed (doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt)
Gemeente,
De Engelse bisschop Ryle schreef een boekje met de titel Do you pray? Bidt u? Bidt u? Bid jij? Wat is bidden moeilijk! Laten we doen wat de discipelen deden: zij vroegen aan Jezus: Leer ons bidden. Dat heeft de Meester gedaan; Hij leerde hen het volmaakte gebed en in Gethsemané horen we hoe Hij Zelf bidt. Van Hem kunnen wij leren bidden!
Jezus waakt en bidt. Dat is Zijn leven en dat blijkt in Zijn sterven. Hij bidt persoonlijk; voor Zichzelf, maar Hij bidt ook voor Zijn Kerk. In Zijn gevouwen handen heeft Hij Zijn Kerk die niemand uit Zijn handen kan rukken. Hij waakt en bidt. Israëls Wachter sluimert niet …
Dit gebed is voor ons opgeschreven. Het is een persoonlijk en een intiem gebed, maar wij zijn heden getuigen van dit gebed. Wat leggen wij ons hart open als wij bidden in het openbaar!
In dit gebed offert Jezus Zichzelf.
• Dat het een werkelijk offer is, blijkt uit dit schrijnend smeekgebed: “Vader, alle dingen zijn U mogelijk, neem deze drinkbeker van Mij weg.” Het lijden van Jezus is niet slechts een symbool. Hij heeft geleden naar lichaam en ziel.
• Dat Hij het offer niettemin brengt blijkt uit dit intieme spreken van de Zoon tot Zijn Vader: “… doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.”
In dit uur wordt het Hogepriesterlijk gebed van de Zoon verhoord: “Vader, de ure is gekomen, verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon U verheerlijke.” (Joh. 17: 1)
• De Vader heeft Zijn Zoon gegeven; in de eeuwigheid, in de nacht van Bethlehem.
• De Zoon heeft Zich gegeven; in de eeuwigheid en in de tijd.
• De Geest heeft de Zoon toebereid; van eeuwigheid en in de schoot van Maria.
Wij zijn getuigen van het gebed van de Borg in Gethsemané. Zie, Hij bidt. Hoor hoe Hij spreekt! Hier leren wij bidden. Het gebed van Jezus is wel één geheel! Wij onderscheiden wel in punten, maar het is één ademtocht van Jezus.
1. de gemeenschap
Heilige grond! De Zoon spreekt met de Vader. Thomas Watson zegt: “Hij ademt Zijn ziel uit in de boezem van de Vader.”
“Vader”. Abba, Vader. Een aanspraak die klinkt in de oren van Jood en heiden. Abba: een Aramees woord. De moedertaal van Jezus! Gebruikt Hij deze taal in dit uur van diepe nood?
Abba, Vader: gemeenschap, vertrouwen. Vertrouwt u/ vertrouw jij de Heere? Vertrouwt u de Vader? Met mensen kom je bedrogen uit … zelfs een vader kun je niet altijd vertrouwen … Kun je God dan wel vertrouwen? Hier is de eigen en eniggeboren Zoon van de Vader alleen met God en deze God is Hem als een verterend vuur.
Zie op Jezus: Hij bidt. Psalm 22 wordt werkelijkheid. “Tot U hebben zij geroepen, en zijn uitgered; op U hebben zij vertrouwd, en zijn niet beschaamd geworden. Maar ik ben een worm en geen man, een smaad van mensen, en veracht van het volk.” Zo bidt Jezus, zo mogen wij bidden om Jezus’ wil.
Abba, Vader … wat een vertrouwelijke aanspraak … Bidt u ook tot de Vader? Wij zijn in algemene zin door onze schepping allen kinderen van de Vader. Is God uw Vader? God vraagt daar ook naar: Ben Ik een Vader, waar is Mijn eer? Hier spreekt het Kind Jezus. Hij bidt uit de liefde van Zijn hart. Met een volkomen hart, met een volkomen liefde. Vader, zoals nooit iemand de Vadernaam op de lippen heeft gehad. Zoals nooit iemand de Vadernaam in het hart heeft gehad. Straks zal de Zoon van God verlaten zijn. Nochtans eert Hij Zijn Vader. Ik zal Hem in mijn dagen aanroepen. Mijn gebed is tot de God mijns levens.
Zo is om Jezus’ wil De Naam van de Vader een sterke toren. Hoe kunnen wij dan de Vadernaam op de lippen nemen? Zo: biddend, dat Hij “… van stonde aan, in het begin van ons gebed, de kinderlijke vrees en toevoorzicht tot God verwekke, welke beide de grond van ons gebed zijn, namelijk dat Hij onze Vader geworden door Christus geworden is.
Zo bidt Jezus: Abba, Vader … (John Trapp zegt: Als Hij slechts dit had gebeden, was Zijn gebed verhoord geweest!) Een onuitsprekelijke zucht van de Borg … als de onuitsprekelijke zuchtingen van de Geest Die voor ons bidt …
2. het geloof
“Alle dingen zijn U mogelijk …” Hier belijdt de Zoon de soevereiniteit van God en de almacht van God. Christus pleit niet op een belofte, maar op de almacht Gods!
De almacht Gods is vreeswekkend … en: de grond om op te staan. Dat blijkt in het leven van Jezus! Hij begint met aanroepen en belijden. Elk gebed is een belijdenis.
Abraham heeft Izak geofferd overleggende, dat God machtig was, hem ook uit de doden te verwekken.
Tot Jezus kwam een melaatse, biddende Hem, en vallende voor Hem op de knieën, en tot Hem zeggende: Indien Gij wilt, Gij kunt mij reinigen.
Twee blinden volgen de Heiland, roepende en zeggende: Gij Zone Davids, ontferm U onzer! En Jezus zeide tot hen: Gelooft gij, dat Ik dat doen kan ? Zij zeiden tot Hem: Ja, Heere! Toen raakte Hij hun ogen aan, zeggende: U geschiede naar uw geloof.
Bidden: die tot God komt, moet geloven dat Hij is, en een Beloner dergenen die Hem zoeken.
Wij belijden met de Kerk der eeuwen: Ik geloof in God, de Vader, de Almachtige, Schepper des hemels en der aarde.
Zo wil de Vader zorgen met alle nooddruft (= alles wat wij nodig hebben) voor lichaam en ziel … “dewijl Hij zulks doen kan als een almachtig God, en ook doen wil als een getrouw Vader.” (HC vr. & antw. 26) Zo mogen wij Hem bidden. Jezus heeft geleden naar lichaam en ziel en zo heeft Hij Zijn Kerk verlost met lichaam en ziel. Zo mogen wij al onze begeerten met bidden en dankzegging bij God bekend maken. Zo luisteren we naar Jezus’ bidden:
3. het gebed
Wat bidt Christus? “Neem deze drinkbeker van Mij weg …” Is het u opgevallen, dat de Zaligmaker bidt? Dat Hij bidt met het oog op verhoring? Dat Hij echt bidt voor Zichzelf? Kent u een andere Schriftplaats, waar Hij bidt voor Zichzelf? In het Hogepriesterlijk gebed bidt Jezus voor Zijn Kerk. Hier bidt Jezus als mens voor Zichzelf. Wat betekent dat? Dit: Het lijden is geen noodlot; dan zou er geen gebed zijn! (Van Unnik).
Dit gebed openbaart de ernst van Zijn lijden. Mijn God, hoe zwaar, hoe smartelijk valt dit lijden! Christus daalt hier af in de hel. Neem deze drinkbeker van Mij weg. Welke beker? De beker als een beeld van het lijden. Gevuld door een heilig God. Christus stond met de zonden van de gehele wereld beladen voor de rechterstoel van God.
Zijn gebed is niet louter een klacht, maar een werkelijk gebed. Christus had een menselijke en een goddelijke wil. Op aarde was de menselijke wil van Jezus afhankelijk van de omstandigheden. Hij was waarlijk mens!
Hoe moeten wij bidden? Waarvoor mogen we bidden? Zoals Jezus. “Jezus legt, zoals al de vromen, Zijn vurige begeerte in de schoot des Vaders zonder te zien op het eeuwige raadsbesluit.” Zo bidt Mozes om uitdelging uit het boek des levens (Ex. 32: 32); zo wenst Paulus een vervloeking te zijn (Rom. 9: 3). God veroorlooft ons te vragen wat naar ons begrip wenselijk is.
Wij moeten bidden voor wat de Heere ons beveelt. Niet de verborgen wil des Heeren is onze regel, maar Zijn geopenbaarde wil. De Heere wil niet dat wij verloren gaan – en zo bidden wij om onze bekering, naar Zijn bevel en op grond van het Woord van Zijn belofte. “Het gebed is niet anders dan de belofte geretourneerd!” (William Gurnall).
Wij mogen bidden, voor alles wat niet tegen Zijn Woord ingaat: “Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God.” (Fil. 4: 6) Al wat u ontbreekt, schenk Ik zo gij ’t smeekt!
Zo mogen wij toegaan tot de troon der genade om geholpen te worden ter bekwamer tijd. In al al ons lijden, onze eenzaamheid, ons verdriet, onze moeiten, onze benauwdheden! Christus is benauwd geweest! In al hun benauwdheid was Hij benauwd. Nu horen wij het allen in de prediking van het Evangelie: Roep Mij aan in de dag der benauwdheid. In alle benauwdheden, en in het bijzonder in de benauwdheid vanwege de zonde! Komt tot Hem, allen die vermoeid en belast zijt!
Leert nood dan bidden? Neen, de Geest der genaden en der gebeden leert bidden. Bidden om Christus’ wil en naar Christus’ wil.
Christus bidt: in nood, in geloof en: in gehoorzaamheid. Want geloof en gehoorzaamheid gaan hand in hand.
4. de gehoorzaamheid
“… doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.” Hier ontmoeten wij de gehoorzaamheid van de Zoon. Was Hij niet gehoorzaam? Jezus was Zijn moeder en Jozef onderdanig … Hij gaf toch de keizer, wat des keizers was? Meer nog: Hij was in de dingen Zijns Vaders.
Toch zien wij hier in het bijzonder, dat Hij de Knecht des Heeren is. Hij heeft in de dagen Zijns vleses, gebeden en smekingen tot Dengene, Die Hem uit den dood kon verlossen, met sterke roeping en tranen geofferd, en werd verhoord uit de vreze. Hoewel Hij de Zoon was, heeft Hij nochtans gehoorzaamheid geleerd heeft, uit hetgeen Hij heeft geleden. En geheiligd zijnde, is Hij allen, die Hem gehoorzaam zijn, een oorzaak der eeuwige zaligheid geworden. (Hebr. 5)
Hoe heeft Jezus Christus dan gehoorzaamheid geleerd? Door ervaring en praktijk. Hij begon verbaasd en zeer beangst te worden. Jezus kende als mens dit lijden niet van tevoren! Hij praktiseerde het lijden. Dat betekent: Hij schrok er werkelijk voor terug, en Hij werd gehoorzaam; ziende op:
• De wil Zijns Vaders;
• Het verbond met Zijn Vader;
• Zijn volk dat Hij liefhad met een eeuwige liefde;
• Het loon dat Hem wachtte (als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien);
• De vreugde die Hem was voorgesteld.
Zo bidt Jezus naar Zijn eigen woord: Uw wil geschiede – Uw Koninkrijk kome. Zo komt het Koninkrijk Gods door het werk van Jezus.
De gehoorzaamheid van Christus hier: Zijn gehoorzaamheid om te sterven. Hij leerde de smaak van de dood kennen. Hij heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden; en in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises. (Fil. 2)
Zo is Jezus gehoorzaam geworden. Door de ongehoorzaamheid van een mens zijn velen tot zondaars gesteld geworden. Door de gehoorzaamheid van deze ene Mens worden velen tot rechtvaardigen gesteld. (Rom. 5)
Wat betekent dat voor ons? Waakt en bidt! Zie op Jezus! Laat al uw gedachten gevangen nemen tot de gehoorzaamheid van Christus. (2 Kor. 10: 5) Zo gehoorzaamt u de Zoon. Zo gehoorzaamt u in geloof: horend de woorden van het Evangelie; je toevertrouwend aan de getrouwe Zaligmaker. Allen die Hem gehoorzaam zijn, is Hij oorzaak van eeuwige zaligheid! Tegensprekende, ongehoorzame mensen kan Hij doen horen en doen gehoorzamen en zo zaligmaken!
Tot slot … Is Christus’ gebed nu verhoord? Jawel; in verschillende opzichten!
1. Hij werd in Zijn zware lijden versterkt door een engel.
2. Christus is uit de angst en het gericht weggenomen.
3. Christus is opgewekt door de Vader; de banden des doods zijn ontbonden. De God nu des vredes, heeft den grote Herder der schapen, door het bloed des eeuwigen testaments, uit de doden heeft wedergebracht, namelijk onze Heere Jezus Christus. (Hebr. 13)
Wat betekent dat voor ons? Hier is, om Jezus’ wil, de Hoorder van het gebed. “Misschien wacht u lang. Laat dit uw troost zijn: dat u bij de goede Deur wacht!” (Jeremiah Burroughs)
Die God is ons een God van volkomene Zaligheid; en bij den HEERE, den Heere, zijn uitkomsten tegen den dood.