Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2011-10-09 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
De gedeformeerde mens. Bevestiging oud. J. Boot, afscheid A. Plomp, E. Timm

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Jer 17:9 Jer 17 2011-10-09_1000.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 63.9Mb)
Wie is de mens?

Edit| EditReeks
Samenvatting:
We zijn bezig met een prekenserie over de mens in zijn viervoudige staat. Vorige week stonden we stil bij de geschapen mens, en nu staan we stil bij de gevallen mens. De mens in zijn verdorven staat, door de zondeval. De mens die zondaar werd, oog in oog met zijn Rechter. Moet dat? Moet je daar bij stilstaan? Ook op huisbezoek? Ja. Huisbezoek is hartenbezoek en het gaat over het hart vanmorgen. Calvijn zegt: Godskennis èn zelfkennis. Dat hoort bij elkaar. Voor Calvijn heeft Augustinus gezegd in zijn beroemde belijdenissen: Gij hebt ons geschapen tot U. Er is iets gebeurd. Onrustig is ons hart totdat het rust vindt in U.

De gedeformeerde mens.

1. Het hart is goed geschapen
2. Het hart is slecht geworden
3. Dat hart wordt beter gemaakt

Jeremia klaagt zijn eigen volk aan, de Israëlieten. Maar hij gaat verder: hij geeft een nauwkeurige beschrijving van het hart van een gevallen mens. Jeremia zoekt naar woorden om te benoemen hoe slecht ons hart is. God overdrijft nooit in Zijn Woord. De Heere laat de mens niet op zijn voordeligst zien. Hij laat de mens zien zo slecht als hij geworden is. Ik hoop dat u vanmorgen van uw eigen hart schrikt. Opdat je hogere gedachten krijgt van de Geneesheer, Jezus Christus. Eens was ik een vreemdeling voor God en mijn hart. Ik kende geen schuld en ik voelde geen smart. Totdat ik door Gods Geest aan mijzelf werd ontdekt......

Er waren twee uitzonderingen: De eerste uitzondering vormen Adam en Eva, dat eerste mensenpaar. Goed geschapen. Het hart van Adam was helder, hemels, doorschijnend, op God gericht, hij hoefde geen moeite te doen om te bidden en te danken, dat hart ging vanzelf in liefde naar de Heere uit. God heeft de mens recht, oprecht gemaakt. Alleen hij heeft vele vonden gezocht. God zag het in het begin, Hij zag dat het zeer goed was. De Heere God was zeer gelukkig met de schepping, vooral met het pronkstuk van Zijn werk, de mens. En dan komt Genesis 3. O Adam, wat heb je gedaan, als bondshoofd. Des te erger toen de mens de zonde verkoos en daardoor de gelijkenis met God verloren ging. Adams hart werd veranderd, gedeformeerd, misvormd. Een hart dat niet meer op God gericht was. Adam en Eva krijgen kinderen en Seth leek op Adam. Seth en Kaïn en Abel leken op hun gevallen vader, en niet meer op God. Dat hart dat slecht is geworden, het zuurdeeg van de zonde doorgist binnen de kortste keren de hele aarde van geweld en bedrog. Wat erg. De Heere zag de slechtheid van de mens dat die groot was. De Heere kreeg berouw dat Hij de mens gemaakt had. God wordt er ongelukkig van, het smartte God aan Zijn hart. Zo had Hij het niet bedoeld. Daarvoor heeft Hij de mens niet geschapen. De Heere God weende tranen vanwege de gevallen mens. Arglistig, bedrieglijk is het hart. Ze gaan zich voor God verbergen, ze kruipen weg voor God. Ze sissen elkaar toe: die vrouw die Gij mij gegeven hebt! U had mij een andere vrouw moeten geven... En de vrouw gaf de slang de schuld. Arglistig.

Wat is je hart? Niet alleen die pomp die dat bloed circuleert in je lichaam. Het Hebreeuwse woord voor hart is “lev”. Je hart is je wortel. Je radix, het centrum van je menselijke staat. je diepste innerlijk, je persoonlijkheid. De kern van waaruit jij alles doet. Het hart als de bron. Die bron is onrein geworden, daarom zijn de stromen die eruit komen ook onrein. Als de boomwortel verdorven is zijn de vruchten ook slecht. Vanuit je hart wordt je denken, willen, voelen en emoties, drijfveren aangestuurd. Het oer-eigene van de mens. Je authentieke innerlijk. Achter je denken, voelen en willen zit jijzelf. Dat hart is hebzuchtig of hoogmoedig, daarin zit hartstocht, of daarin zit zelfvergoddelijking, dat je jezelf vertrouwt.

De buitenkant is vaak anders dan de binnenkant. De structuur van de mens is niet veranderd. De begaafdheden zijn niet veranderd. Maar dat hart wel. Dat is niet meer op God gericht. Ons innerlijk is van God afgekeerd, die antenne staat van God afgekeerd. Dat is de zondeval. De mens niet meer in liefde op God betrokken, niet meer op God gericht. Daarom moet dat hart vernieuwd worden, daarom heb je een nieuw hart nodig. Adam was goed geschapen. Er is nooit sinds de zondeval één mens hier op aarde geboren die niet zondigt. Waarom zijn mijn kinderen zondig? Dat heeft te maken met mij. Wie zal een reine geven uit een onreine? Alleen de Heere Jezus, in de kribbe; Hij is wel op God gericht. Zijn hart gaat uit naar de verheerlijking van de hemelse Vader in liefde. Zijn hart is erop gericht om God boven alles lief te hebben. En Zijn naaste als zichzelf, nee, zelfs ten koste van zichzelf.
Arglistig is het hart, dat gold voor iedereen maar niet voor Adam en niet voor de Heere Jezus. Hij is God gelijk
.
Het hart van de mens is goed geschapen. En slecht geworden. Behalve het hart van de Heere Jezus . Laten we dat hart eens gaan bekijken. Jeremia noemt het hart arglistig, ongeneeslijk, niemand kent het.

Dat is niet slechts één tekst, er zijn vele teksten die dat bevestigen. De Heere Jezus zegt dat wat er uit het hart uitgaat dat verontreinigt de mens. Uit het hart van de mens komen geen lofzangen, geen hemelse gedachten, geen zuivere liefde, geen goede vruchten, integendeel. Uit het hart van de mens komen voort hoererij en kwade overleggingen, overspelingen, etc. Dat zegt de Heere Jezus, de mond der waarheid zelf. Er staat meervoud: geen moord maar moorden, geen overspel, maar overspelingen. Kwade overleggingen, diefstallen, leugens. Dat staat dus in het Nieuwe Testament. Paulus zegt in Romeinen 3: wij zijn allen van God afgeweken. Die antenne van ons hart staat de verkeerde kant op. Allen van God afgeweken. Er is er niet één die God zoekt. Niet één die verstandig is. Niet één die rechtvaardig is. Ik lijk dus meer op een slang dan op God... Tjonge!

Als iemand nou zijn zonde op zijn voorhoofd zou dragen. Dan zouden we allemaal onze hoed tot over onze ogen trekken. Er was een oude Romein, die zei: ik wou dat ik een raam in mijn hart had en dat anderen er in konden kijken. Hij kende zichzelf niet... Al die onreine gedachten en begeerten, al die oneerlijke dingen, al die ongelovige hartenspinsels; als er een raam in mijn hart zat, dan zou ik ter plekke smeken om een paar hele dikke rolluiken en ik zou ze gelijk dichtdoen. In de kanttekeningen staat voor het woord arglistig: Jakob, bedrieger. Ons hart is bedrieglijk. Dat wordt niet aangeleerd. Toch ben je het af en toe wel. Kinderen leren dat niet van hun ouders, maar gaan op den duur wel een grote brutale mond geven, slaan,wegpakken, etc. Je zit op de zeilboot op het meer van Galilea. Rustig weer, een kabbelende zee. En dan opeens gaat het stormen...

Hazaël kwam bij Elisa de ziener. Waarom huil je? vraagt hij aan Elisa. Elisa huilt omdat hij weet dat Hazaël iemand gaat vermoorden. Als je als kind op je knietjes zat, betekent dat nog niet dan je later ook van Hem houdt. Arglistig is het hart. Aäron, de ambtsdrager. Mozes is weg, en hij maat een gouden kalf op verzoek van het volk. Mozes ziet dat en vraagt wie dat gedaan heeft? Aäron zegt ik gooide goud in het vuur en er kwam opeens een kalf uit....alsof hij het zelf niet gedaan had met zijn eigen handen.
Als de Heere je eerlijk maakt en je aan jezelf ontdekt, dan wordt je van en farizeeër een tollenaar. De farizeeër had het goed met zichzelf getroffen. De tollenaar sloeg op zijn borst, hij wist dat het kwaad van binnen zat.
Koning Croesus was een rijke koning. Hij had een schatbewaarder die te oud werd en vervangen moest worden. De Koning vroeg aan zijn adviseurs hoe hij een betrouwbare schatbewaarder kon vinden. Er kwamen 2 kandidaten naar voren. Ze werden 1 dag bespioneerd. Dag 1 kandidaat keek rustig en bleef overal van af. Dag 2 kandidaat 2 viel op zijn knieën:O God bewaar me dat ik de schat van de koning niet zal stelen. Wie moet ik nou kiezen? De koning nam de tweede, want die vertrouwde zichzelf niet want die vertrouwde zichzelf niet maar bad tot zijn God.
Je kunt jezelf bedriegen, bedriegen voor de eeuwigheid. Dat kan.

Er staat dat ons hart ongeneeslijk is. Je bent een hopeloos geval. De dokter zegt: U hebt de gevreesde ziekte en er is niets meer aan te doen. Dan schrik je geweldig, daar ben je helemaal onderste boven van. Zo is het nu met ons hart, zo stelt God de diagnose. De diagnose die God stelt over een mensenhart is: ongeneeslijk ziek.

Neem je dat nu over? Accepteer je nu dat oordeel van die kundige arts? Er is niets zo vreselijk als een onwedergeboren hart. Dat wordt hier aan de kaak gesteld. Dar ga je van vrezen en beven. Dat moet je vertellen op huisbezoek. De boodschap van de Bijbel is niet: met u is alles in orde. En God is liefde. Als je niks meer zegt, dan vertel je een eenzijdige boodschap.

Is er dan nog een therapoie?

Ja gelukkig wel. Vers 14: Jeremia gaat naar de Heere toe met dat ongelovig hart. Genees mij Heere. Er zijn heel wat doktoren die je niet kunnen genezen.
1. Dokter “werken”: jezelf proberen op te knappen en beter te maken voor God. Eigen doktertje spelen. Ik vloek niet meer, ik drink niet meer, ik ga niet meer liegen etc. Ik dam de stroom even af, maar de bron blijft vuil. Al dat lapwerk van ons is niet gezond. Je bent gedoemd om verloren te gaan. De bloed-vloeiende vrouw speelde zelf voor dokter en ging van dokter naar dokter en dat jarenlang. Zonder genezing te vinden, tit de Heere Jezus haar genas.
2. Dokter wettisch: veel bidden, bijbel lezen, kerk gaan. tienden geven,vasten etc. Goed je best doen om voor God te leven. daarin ligt echter niet de veranderend vernieuwing van je eigen hart.
3. Dokter werelds: je moet gewoon leven, eten en drinken en vrolijk zijn, want morgen sterf je. Niet moeilijk doen, gewoon leven.
4. Dokter wetenschap: de wetenschap heeft aangetoond dat er nooit bewijs is gevonden voor leven na de dood. Het kan niet wetenschappelijk worden aangetoond, dus geloof er maar niet in. etc.

Ik weet nog niet voor een duizendste deel van wat er in mijn hart leeft. Spurgeon noemde het een krater waar rook uit komt. Als ik echt zou kunnen weten wat er in mijn hart leeft in Gods heilige ogen, dan zou ik gek worden. De zaden van elke zonde liggen in mijn hart. Het is een vuurspuwende vulkaan, maar gelukkig kun je maar een paar centimeter diep in kijken, en niet tot op de bodem.
De afgrond van mijn verdorven hart roept naar de afgrond van het sacre couer, het heilige offer. De bodem van ellende roept tot Zijn liefde. Genees mij Heere.
Het gezicht dat ik kreeg op mijn verloren staat ontroerde iemand zeer. Maar de grondeloze barmhartigheid van Christus ontroerde hem nog meer. Graaf maar dieper mensenkind, je zult nog meer gruwelen vinden. Wat is nu het evangelie van vanmorgen?

Hoewel de Heere mij kent en tot op de bodem van die vulkaan kijkt, mij volledig doorheeft. Hij kent iedere gedachte die naar boven klimt, ieder woord dat mijn hart mij ingeeft etc. Hoewel Hij rechter is en er straks op terug zak komen, dan is het voor mij een afgesneden zaak. God heeft me door. Dan blijft er maar 1 ding over: dat de Heere me in de hel werpt. Maar dan gaat Jeremia naar diezelfde God om uitkomst bidden. Genees mij dan zal ik genezen ben. Maak mij gezond en help mij. Dat brengt me bij het hart van de Heere Jezus. In mijn hart is de zonde overvloedig maar in zijn hart is de genade nog overvloediger. De Heere Jezus wist wat er in het hart van de mens was. Toch stierf hij voor hen. Hij wist dat er in geen enkel mens enige goedheid was en toch stierf hij voor hen. Hij keek op de bodem van mijn hart en toch gaf Hij zichzelf voor mij. De Heere Jezus ging om met tollenaars en zondaars.......ja terwijl hij tot op de bodem van hun hart keek. Hij kende hun binnenste en wierp hen toch niet uit. Toch stierf hij voor hen en redt hen.

Als de maskers nu eens echt af zouden gaan.....dan zou je direct weglopen. En nooit meer terug komen. Maar nu ziet de Heere het......en hij nodigt je toch vanmorgen. Mijn oog heeft jouw gezien hele leven en hij nodigt me en werpt me geenszins uit.
Hij peilt de diagnose haarscherp, maar heeft ook een redmiddel: het bloed van de Heere Jezus reinigt van alle zonden.
De Heere Jezus stierf voor gebrokenen van harte, maar ook voor arglistige harten en boze harten. Dat bloed ontzondigt en reinigt en wast witter dan sneeuw.


Ik eindig met een gedicht van Hendrik Marsman:

Hart zonder land
(vier stemmen en de stem van Christus)

‘en Uw hart?’

mijn hart is zwart
mijn hart is rood
mijn hart is hard
mijn hart is dood

maar ieder hart....

mijn hart is dood!

maar ieder hart....

mijn hart is rood!

maar ieder hart....
't zij hard of dood
of zwart of rood
wordt wit in Mijnen Dood.

Edit