Edit|
EditReeks Samenvatting:
Hartelijk welkom aan de doven in ons midden. Twee jaar geleden waren jullie ook bij ons, het is een voorrecht om jullie te mogen ontvangen. De preek gaat over het woord ROTS. Hij is de rots wiens werk volkomen is.
Vaste Rots van mijn Behoud
We gaan vanmorgen met name naar voorzetsels kijken, OP de Rots bouwen, er IN schuilen, mag je niet buiten blijven, er uit drinken, aan vastklemmen, niet tegen verzetten.
Deut 32, een lied van Mozes. Hij gaat afscheid nemen van Israël, 120 jaar, aan het eind van zijn leven. Een afscheidspreek? Maar hij gaat zingen. Mozes heeft meer gezongen. Psalm 90 – een gebed van Mozes. En toen ze uit Egypte werden geleid. Het lied van Mozes aan de Heere, zing de Heere want Hij is hoog verheven. Nu is hij aan het einde van de reis.
Hoe zet hij zijn lied in? – hij heeft veel verdriet en moeite meegemaakt. Een zware taak van God gekregen, een miljoenen volk te leiden. De eerste 40 jaar waren voor het oog het beste, de volgende veertig stil, bij de schaapjes in Midiam, de laatste 40 bij een mopperend volk in de woestijn. Je zou denken, dat wordt een mineur lied wordt. Hij staat voor een gesloten grens. Hij gaat sterven, niet erven. Je zou denken: een klaaglied.
Maar nee, een lofzang. Een zwanenzang. Danklied voor een dichte deur. Hij zegt in 32:3: ik zal de de Naam van Heere uitroepen, geef grootheid onze God.
Het thema is niet de tegensprekende Israelieten, of de teleurstellingen in zijn eigen leven, maar de trouw van de Heere, zijn Bondsgod. Ik zal de naam des Heeren uit roepen. Maak God met mij groot.
Bladerend door Deuteronomium – hoe luidt die Naam dan? De Rots, een van Zijn namen. 7 keer komt het voor in dit lied. v13, v25, rots van Zijn heil. V18. de Rots Die u verwekt heeft, De rots, niet een rots. Zoals God is, is er maar Een. De psalmen gaan vaak over de Rots. Mozes kende het beeld in de woestijn. Een woestijnbeeld. Op de Sinai, de Horeb, Aaron is gestroven op de berg Hor, hij zal zelf straks Nebo beklimmen.
NAAR
Het benadrukt de grootheid van God. Als je er naar kijkt – een ruige steile wand – de wolken trekken voorbij - het lijkt of ie op je valt. Massief, je voelt je zo klein. Ik ben maar een kleine dwerg, vergeleken bij die machtige berg. God wordt daar mee vergeleken.
OP
Je kunt op een Rost bouw - vast en onbewegelijk, betrouwbaar, als een Rots in de branding. Op mensen kun je niet aan – zo Mozes in Psalm 90 – mensen zijn als gras. God is niet al gras. Niet kortstondig, maar eeuwig blijvend. Mozes heeft in die 120 jaar wat kinderen geboren zien worden en ouderen zien sterven. Hij blijft. Die Rots Sinai is nu nog hetzelfde als 3500 jaar geleden toen Mozes leefde. Een wijs man bouwt zijn huis op de rots.
IN
je kunt in de Rotsspleet, de spelonk vluchten, daar ben je veilig. Mozes maakt dat mee (Ps 90 – een toevlucht van geslacht tot geslacht). Hij deed voorbede voor het volk – toon mij Uw heerlijkheid. De Heere zei – je zou dat niet kunnen zien. Je mag een glimps zien – bij Mij is plaats, in een rotsholte zal Ik je zetten. Ik ga voorbij en je mag een glimps van mijn achterste deel opvangen. Bedekt door de hand van God.
Elia heeft in diezelfde spelonk gezeten. De wind kwam en vuur en aardbeving, maar Elia was daar veilig.
Hoe maak je die stap nou? 1 Cor 10:4 “en allen dezelfde geestelijke drank gedronken hebben. Zij dronken namelijk uit een geestelijke rots, die [hen] volgde; en die rots was Christus” Waar ben je veilig – op Golgotha, ook een rots, heeft een kruis gestaan; daar werd de Rots Christus gekloofd. Kloven in zijn handen en voeten en zij – daar mag de gelovoge schuilen, veilig tegen de hitte van Gods toorn, de vloek van de wet en de pijlen van de Boze. Zo is er dan geen verdoemenis voor diegenen die in Christus Jezus zijn.
Vaste Rots van mijn behoud – de dichter heette ds Augustus Topladye (1740-1778). Hij is maar 38 jaar geworden, aan TB overleden. Hij moest eens schuilen tegen een enorm noodweer. Hij zag een kloof van een gespleten rots. Daar voelde hij zich volkomen veilig. Hij dacht aan Christus, de Rots der eeuwen. Rock of ages, cleft for me. Rots der eeuwen, troost in smart, laat mijn schuilen aan uw hart. Zo is het lied ontstaan. Zo veel mensen is het tot zegen en troost geweest.
Hij lag op zijn sterfbed – de dokter zei “uw pols wordt steeds zwakker”.”Maar mijn hart klopt steeds luider voor Hem, die mij zondaar, leven doet.”
BUITEN
Buiten de Rots ben je niet veilig. Ook niet er bij, ook niet er vlak bij. Alleen in Christus ben je veilig. U bent de rots waarheen ik vlucht. Dat mag – voor een spelonk zit geen deur. Maar je moet er wel heen. Kom. Er is plaats bij Mij. Blijf niet buiten, want dan ga je verloren. Al ben je er vlak bij.
UIT
Je kunt er uit drinken. Bijzonder. v13 honing zuigen uit de rots. Mozes moest op de rots slaan. Er kwam veel water uit, alles kon er van drinken. 1Cor 10 is een merkwaardieg tekst. “Die hen volgde”, – de rots die volgde hen. Rabbijen zeggen: – die rost ging letterlijk met hen mee - Het was zo'n grote hoeveelheid – Christus was er altijd, ze konden uit hen putten.
De plaat van de brede en smalle weg hangt achter in de kerk. Net na de enge deur, zie je een rots en erop een kruis en daaraan de Heiland en uit de rots vloeit water. De moede pelgrim, die z'n pak kwijt rijkt, knielt en drinkt er van.
AAN
Je kunt je er aan vastklemmen. Een bergbeklimmer – gevaarlijk werk. Ik kan het niet. Mozes was ook een bergbeklimmer - klim tot Mij op – boven op de top van de Sinaï - daar was God op dat moment. Misschien is iemand wel eens geweest – het Catharijne klooster - een ruige, steile berg, 2300m , een hele klim voor iemand die 80 is... Hij komt naar de top. Je loopt niet even zo naar boven, maar voetje voor voetje, je blijft volhardend door gaan, je grijpt soms naar een uitstekende punt, dan weer hak je een uitsparing om de volgende stap te doen – een mooi beeld van Godsverttouwen. Dat gaat ook voetje voor voetje - soms glij ik een paar honderd meter terug, des te harder klem ik me dan vast aan Hem. En het gaat weer stapje voor stapje verder; met mijn houweel van de hoop hak ik in de keiharde belofte van God, en weer een steen waar ik mijn voet kan zetten. En ik klauter naar boven. Soms ben ik een hoekje om en ik krijg een machtig perspectief. Als Mozes op Nebo, wat een liefelijke berg; als je uitzicht mag ontvangen – inzicht is mooi, maar uitzicht is nog mooier! Boven aan de top is het zo goed, dicht bij de Heere. Ik klam me vast.
Soms zie je het aan het strand, rosten in het water, gedeelte onder en boven water – daar zitten schelpdieren aan vast. Met een stokje tik ik er een van af. Maar een tweede lukt niet. De tweede heeft de waarschuwing gehoord. Het klemt zich des te vaster aan de rots. Je moet de rots breken eerder dan dat je dat diertje er af krijgt. Schelpdier – niet veel hersenen, maar hij weet: ik moet me vastklemmen, het gaat om mijn leven.
Geloven is je zo vastklemmen aan de Heere Jezus. Gebruik je verstand, je hand, je hart, alles wat je hebt om je vast te klemmen aan Hem. Meer geloof of hersens heb je niet nodig. Om vrede nu en zaligheid straks te krijgen. Klem vast aan Jezus die het kruis voor u koos.
TEGEN
God is ook een rost der ergernis, een steen der aanstoot. Voor u die gelooft is Hij kostbaar, maar ongelovigen stoten zich er aan. Aan Zijn evangelie. Niet alleen geïrriteerd, dat gepraat van kruis en verloren gaan, etc. maar ook in de zin van waar je over struikelt, en waardoor je ten val komt. Een aanleiding om ten val te komen; je kunt niet om Jezus heen: Of je vlucht in Hem, je schuilt bij Hem en bouwt op Hem of je valt over Hem. En dan zul je door die Rots verpletterd worden.
Afscheidsrede, afscheidslied van Mozes. De Joden citeren die tekst als er iemand is overleven. De Rabbijn begint zijn gebed met Deut 32:4 . Als Mozes dit zegt, zo wordt het gezegd bij elke orthodoxe Jood die heen gaat, en wij denken dan aan de Heere Jezus. Wiens werk volmaakt is. Als ik aan het eind van mijn leven kom te staan – mag ik dan ook zingen, net als Mozes? Bezwijk ik dan bang – zult U dan mijn mijn Rots zijn? Mijn Jezus. Mag ik het zeggen, zingen of zuchten? Maar toch laat ik het horen – wees mij een Rots om in te wonen Heere, een schuilplaats waar mijn hart steeds toevlucht vindt.
En ik zucht, ik zeg, of ik zing met zwkke pols en een klopend hart
Eenmaal als de stonde slaat,
dat dit lichaam sterven gaat,
als mijn ziel uit d' aardse woon
opklimt tot des rechters troon,-
Rots der eeuwen, in uw schoot
berg mijn ziele voor de dood.