Edit|
EditReeks Samenvatting:
Jeremia profeteerde 600 jaar voor Christus in Jeruzalem. Hij was eigenlijk priester, maar werd tot profeet geroepen. In onze tijd spreken en denken wij vooral aan God als een liefdevolle Vader, die heel persoonlijk mijn zonden vergeeft. In het Oude Testament gaat het veel meer om de God van het Verbond, de God die van Zijn Volk houdt.
Voor ons ligt Jeremia 6. Dat zal veel van ons vragen. Wat staat er en wat kunnen wij er nu mee? Jeremia 6 is een aankondiging van een oordeel. Ze moeten uit Jeruzalem vluchten. Dat is bijzonder, want meestal moesten ze juist in de stad vluchten. Er komt een oordeel vanuit het Noorden, dat begint bij Jeruzalem. In vers 7 wordt beschreven hoeveel slechts er is in Jeruzalem. Iedereen doet daaraan mee, niemand uitgezonderd. Iedereen is uit op eigen voordeel, denkt vooral aan zichzelf. Dat komt heel dichtbij. Wat schiet ik er mee op, wat heb ik er aan?
We hebben het nota bene over het volk van God, dat de Tien Geboden heeft gekregen om de samenleving in te richten naar Gods wil. Maar ze lachen er om. Ze vinden geen vreugde in de woorden van de Heere. Ze kiezen er bewust voor om niets meer te doen met de woorden van God. Als zo een samenleving er bewust voor kiest om afstand te nemen van het geloof, zitten we dan niet heel dichtbij onze eigen situatie? Of denkt u dat wij het er beter afbrengen dan Jeruzalem in die dagen? Zou dit ook niet opgaan voor onze eigen stad, Rotterdam? Lachen en spotten met God, bedrog in de economie, winstbejag van klein tot groot; in zo'n samenleving leven wij en nemen wij onze plaats in. Wij zijn medeverantwoordelijk voor dat kwaad. Of vindt u van niet? Hebt u er part noch deel aan? In die tijd lezen we dat zelfs de profeten en de priesters er aan meededen. De profeten riepen: vrede, vrede, alles gaat naar wens. Dat komt wel dichtbij ons. In onze kerk wordt ook zoiets geroepen, iets anders verwoord: genade, genade het komt wel goed, bij God is vergeving. Ze denken dat als je het meer over genade hebt, en de samenleving laat gaan, dat God dat niet erg vindt. God noemt dat kwakzalverij.
Er wordt uitvoerig nagedacht over de liturgie, wat wel en wat niet kan, want voor God niets goed genoeg. Maar God zegt: waarom zou de kalmus van ver weg moeten komen; uw brandoffers zijn Mij niet welgevallig! Een kerk met een rijke geschiedenis is bijzonder. Maar soms denk ik: we zijn veel te veel tijd kwijt aan onszelf, aan onze eigen organisatie, aan de ambten, aan de liturgie. Wat stelt het eigenlijk voor als het kwaad intussen voortwoekert in de samenleving? Iedereen doet daaraan mee, van groot naar klein. Ondanks de fijne diensten, gaat het kwaad verder. Weten wij ons als christenen ook verantwoordelijk voor het kwaad in de stad, of zijn wij vooral met onszelf bezig en gericht op ons persoonlijk geloof?
Jeremia zat er wel mee om deze boodschap te moeten brengen aan zijn tijdgenoten. Dat leverde spanningen op. We kunnen wel heel makkelijk over genade spreken, maar het stelt niets voor als het kwaad en geweld maar voortwoekert in de samenleving. Dat is een moeilijke boodschap. De mensen zullen hem uitlachen. Jeremia houdt het lang binnen, maar op een gegeven ogenblik moet hij het eruit gooien. De straf zal komen, het oordeel van God zal iedereen raken. Is dat ook de kant waar wij naar toegaan?
Natuurlijk kun je niet alles zomaar overzetten naar onze tijd. Maar zou die boodschap ons toch niet aan het denken moeten zetten? Wij hebben het zo goed, maar waarom stellen we zo weinig de vraag: wie ben ik en waar kom ik vandaan en waar ga ik naar toe?
Het oordeel dat over hen komt heeft God niet bedacht, maar dat hebben ze zelf bedacht. Als je zo leeft en beweegt dan moet de straf wel volgen. In sommige opzichten leven wij bijvoorbeeld zo dat de straf wel moet komen, denk aan welvaartsziekten. Ander voorbeeld: Men denkt dat het boeddhisme heel tolerant is, omdat men niet echt weet wat het is. Gaan wij in ons land de rekening betalen van onze eigen gedachten? Het oordeel is het resultaat van onze eigen manier van denken. Zouden we door de bril van Jeremia ons eigen gedrag eerder in verband brengen met de problemen van deze tijd? Het oordeel is niet door God bedacht, maar is vrucht van onze eigen gedachten.
Als dat zo is, wat betekent dat dan voor ons gedrag en onze manier van leven? Is er ook een uitweg, een weg terug, of is er slechts een doemscenario? Twintig jaar na het uitspreken van deze profetie is zij werkelijkheid geworden. Het feit dat dit oordeel is uitgevoerd, is de keus van het volk. God heeft diverse malen een uitweg geboden. De uitweg was heel eenvoudig: gewoon doen wat God geboden heeft. Metterdaad de Thora uitvoeren. Gewoon in de samenleving doen wat God van je vraagt. Dan belooft God rust (vers 16). Het oordeel is niet alleen vrucht van eigen gedachten, maar ook een bewuste keus. Als we willen, kunnen we terug. Het is misschien de vraag wat dat voor ons betekent. Misschien zouden we veel bewuster onze plaats moeten innemen in de samenleving. Het is de vraag of wij er bewust voor willen kiezen of wij als christen onze positie in de samenleving willen innemen.
Als christen leven wij na de opstanding van Christus. Dat betekent niet dat ik er ben, als ik “vrede, vrede' roep. Maar ook niet dat ik er ben als ik een andere vorm van aanbidding kies. Maar ik weet wel dat de duisternis uiteindelijk is overwonnen. Dat de satan en de zonde er is in deze eeuw, maar ook dat er een toekomende eeuw is die onze eeuw af en toe raakt.
Als u leeft met Jezus, bent u een nieuwe schepping. Die schepping begint vandaag, hier en nu. Wij worden gevraagd om te kiezen voor de aloude paden, de weg van God. In de Geest van Christus vind ik de vreugde om de wereld nieuw leven in te blazen. Ik geloof in de God van deze wereld, ik geloof dat Hij in Christus nabij is gekomen. Ik geloof dat wij worden geroepen om te kiezen voor de gebroken wereld waarin wij leven. Ik zie dat de geest van God aan het werk is. Ook al is het misschien maar hier en daar. Ook al zijn er heel wat mensen die die keus niet maken. U en ik, de kerk en de samenleving staan voor een keus. Zijn wij bereid om de weg van God te gaan, om tekenen van hoop op te richten in deze gebroken wereld? Gaan wij zo door op de weg van het doemscenario of kiezen wij voor de aloude paden van God, midden in deze samenleving?
Jeremia 6. Het oordeel komt eraan.
-zien wij dat ook? Voelen wij ons medeverantwoordelijk voor het kwaad in de samenleving
-het oordeel is een vrucht van onze eigen gedachten. Zien wij dat wij dat oordeel zelf afroepen?
-is dat oordeel dan nog afwendbaar? God wijst ons zelfs op het laatste moment nog de weg, en laat ons de keuze om midden in deze samenleving te gaan en daar de aloude paden van God te bewandelen. Kunnen we dat, bent u daartoe ook bereid?
Zalig is hij die de woorden van deze profetie hoort en bewaart.