Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2011-11-27 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Voor elk die in het duister dwaalt

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Jes 50:10 Jes 50:4-11 2011-11-27_1000.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 62.7Mb)
Geestelijke ziekten

Edit| EditReeks
Samenvatting:
We gaan nadenken over een tekst waar Engelse oudvaders veel uit citeerden bij benauwden – Ik moet preken vanmorgen voor een handjevol mensen. Die in moeilijke omstandigheden zijn – voor die houd ik de preek –

Voor elk die in het duister dwaalt
1 de vraag die gesteld wordt (2x)
2 de nood die gepeild wordt (2x)
3 de raad die gegeven word (2x)

1
Zo'n vraag op de man af – wie is er onder u die de Heere vreest. Wie?Steek je vinger eens op zegt Jesaja – God wijst als het ware naar u – ben jij dat in het zijvak? In het middenvak? Kerkenraad, wie? Een vraag van Godswege gesteld – en daar moet een antwoord op komen. Lastig – andere vraag dan – wie heeft er lust – zou je het willen, dan belooft God je Leidsman te wezen en je te leren hoe te wandelen.

Wat is de achtergrond – het Joodse volk zit in de ballingschap – door Nebucadnezar – ze hadden zo vaak gezondigd, God had zo vaak gewaarschuwd, de tempel verbrand, het volk weggevoerd. Straf van God. Eigen schuld. Kinderen, het gebeurt in de klas ook wel eens - je kunt soms klieren tot en met bij een leraar en dan wordt ie boos - dat wil je juist – “nog één keer en dan blijft de hele klas na” - en dan is er een die net die grens overgaat. Je wist het – je bent gewaarschuwd en iedereen moet nablijven – de goeden en goddelozen zijn naar Babel weggevoerd. Aan hen wordt die vraag gesteld. Aan het besneden volk, dat de wet kende. Wie is er onder jullie (niet iedereen, dus); kerkgangers, maar niet allemaal christenen. Alle gemeente leden, maar niet allemaal wederom geboren gelovigen. Iedereen zijn bed uit. Maar wie is er die de Heere vreest. Die tere vreze Gods. Daar gaat het om. Die gebukt hebben onder de straf. Niet: dat hebben *zij* gedaan, maar 'ik heb het verdiend', hun zonden beleden aan God, intens verlangen om terug te mogen gaan naar Jeruzalem.
Vreze is een kernwoord in het Oude Testament daarin komt de liefde tot God tot bloei. Vereren. Het diep ontzag hebben voor God, de eerbied voor de Heere, als dat er niet in zit, stelt die godsdienst van u niets voor. Een kinderlijke vrees – niet slaafs om niet in de hel te komen of om te incasseren in de hemel, “wat schuift het”..

Het boek Spreuken is de cursus om de vreze des Heeren te leren. Zo lief als een lammetje en zo ontzagwekkend als een leeuw. Als je ze beide kent heb je de vreze des Heeren – het gaat altijd gepaard met vreugde, en vlieden van de zonde. En nog een kenmerk, uit de tekst: die naar de stem van Zijn Knecht hoort. Naar de Heere Jezus – de Knecht des Heeren. Messias, waarvan geprofeteerd wordt, de lijdende Knecht des Heeren. V4,5,6 de Heere gaf mij een tong om tot de moede te spreken – de sprekende Knecht – Komt allen tot Mij die vermoeid en belast zijn. Wie springt er vanmorgen op als ie hoort van Zijn stem. Je hebt die stem ook leren kennen. Dan ben je een schaapje van de kudde. En ze volgen Mij. Niet alleen omdat je het leuk vindt om van Jezus te horen, maar je volgt Hem ook.
Hij spreekt, Hij kreeg het van Zijn Vader. Ik geef Mijn rug aan hen die Mij sloegen, het lijden van Christus. Weerstand – ze moesten Hem niet. Mijn wang die mij de baard uitrukten. Ik verborg mijn gezicht niet – ze spuugden in Zijn gezicht. Over die Knecht gaat het, een paar hoofdstukken verder zou Jesaja zegen, de Man van Smarten.

2
De nood die gepeild wordt. Die enkeling onder massa. Die de Heere vreest, maar toch in duisternis wandelt- dat kan kennelijk samengaan! Niet: dat is Oude Testament dus scheur het er maar uit. “Als je achter de Heere Jezus aan gaat, zul je niet in de duisternis wandelen”. En toch – als je gelooft in Hem, kun je toch geen licht hebben. Dat kan. Ook al ben je een kind van het licht. Van de duisternis overgegaan naar het licht – Psalm 43; David een man naar Gods waarheid – bidt toch: zend, Heer uw licht en waarheid – omdat ie het toen niet had! En Uw waarheid - dat was ie kennelijk even kwijt. Dan klim ik gereder op.
Wie Mij volgt zal in de duisternis niet wandelen – en toch. Ps 23 schaapjes – handje in hand. Maar er komt ook een dal – een dal van diepe duisternis – ik moet er wel doorheen, maar niet alleen. God is er wel bij in het donker.
Vroom godvrezend, toch zegt Job: ga ik voorwaarts ik zie Hem niet, en kijk ik achterom om – is God wel in mijn leven begonnen – links of rechts ik merk hem niet meer op. Je kunt God kwijt zijn als kind van God. Hoe was het bij de Joden in ballingschap? Ze zaten er tientallen jaren, de harp was aan de wilgen gehangen. Ze werden moe van het wachten maar er gebeurde niks. Na 70 jaar terug, was de belofte, maar ik zie er helemaal niets van. Niet alleen was Kanaän ver weg, maar de Heere ook. Dat is de toestand van Jesaja. De Heere heeft ons misschien wel vergeten en verlaten – geestelijke duisternis - wat een toestand, als je God niet meer ervaart.
Verlaten zijn. Wie kent dit? Je ziet geen lichtpuntje meer.

De tekst is zo merkwaardig in vers 10 en 11. De erfgenaam van de hemel wandelt in duisternis (v 10) en de erfgenamen van de hel wandelen in het licht v11. Kijk eens naar die tegenstelling. Hij die, enkelen. V11 'allen', ze wandelen in het licht dat ze zelf hebben gemaakt. Mensen van de verlichting, dat ze zelf gemaakt hebben. Hoe loopt het af, in smart zult u neerliggen.
Wonderlijk. Erfgenamen van de hemel in de duisternis en erfgenamen van de hel in hun eigen licht. Treffend.

De nood die hier gepeild wordt. Kinderen zijn altijd bang in het donker. Lichtjes op de overloop aan. Elk kind vindt het donker akelig. Zeker als je alleen loopt. Zo is het geestelijk ook. Dan klimt mijn bange ziel.

Ik noem u een paar voorbeelden.

Corrie ten Boom, stond toch in een overwinningsleven – ik leed nederlagen - dat waren de donkerste ogenblikken van mijn leven.
Dat kàn door de zonde, dat God zijn aangezicht verbergt. David heeft dat ervaren, toen hij de grens overging. Hoe heeft hij zich gevoeld - toen liep hij in het donker. Ik wil je even niet meer zien, David. Heere geef me weer de vreugde van Uw heil.
Job: wat voor onheilsbodes hebben op zijn stoep gestaan – tegenslag op tegenslag. Eerst bezit, kinderen, gezondheid, een zijn vrouw zegt – dat is geen leven. H3 – ik wou dat ik nooit geboren was. Dan wordt het donker, veertig hoofdstukken lang.
Als je zit in de nacht van strijd en zorgen. In een depressie geschoten, God kwijt zijn. Ik heb mensen gesproken die zeiden, toen ik het zo moeilijk had heb ik God gesmeekt om een teken, maar er kwam niets. Wat moet je dan doen? Zo'n Godsgemis ervaring, nu ik U nodig heb, bent U er niet.

In het donker komt ongedierte voor de dag, wilde dieren gaan zwerven. Je hoort honden blaffen die je nooit hebt horen blaffen – God bestaat helemaal niet. Ik vraag me af – Heere wilt U me de weg wijzen, maar er kwam niets. Bestaat Hij wel. Of: jij, je hebt geen heil bij God, want Hij hoort je niet... Ik kan me voorstellen, als je aan de avond van je leven gekomen bent en de donkerte van de dood hangt als een schaduw over je leven, je krachten worden minder. Dan komt het er op aan. Wat heb je nou? Ik kan allen maar bidden, blijf bij mij Heere. De dag verduistert. Op de naam van de Heere vertrouwen. Toch een lichtpunt - de schaduwen gaan eens voorbij.
Mary Winslow schrijft dat ook zij toestanden kende – het is ellendig te wandelen zonder God, en ik verlang zo naar Hem, maar Hij is er nu even niet. Ik ween achter Hem aan, want ik mis Hem. Beter huilend achter de Heere Jezus aanlopen, dan voldaan te zijn zonder Hem.

In Den Haag stond een Haagse Spurgeon in de WO II, ds D.A. van de Bos – hij schreef vanuit zijn cel ontroerende brieven: één zekerheid heb ik, de onzekerheid van mijn lot. In het concentratiekamp – Lieven vrouw – God luistert niet meer naar mij. Ik zie geen enkel lichtpuntje meer, mijn Bijbel bleef gesloten. Maar ik kon niet ophouden met bidden, Gods weg is zeer, zeer donker.

De nood die gepeild wordt – God is ook zó. Nee, jouw god niet, maar de God van Bijbel wel.
Ik geloof dat ieder kind van God dat meemaakt, sommige als ze tot bekering komen, een lange winter, koud en donker. Andere worden liefelijk tot de Heere Jezus geleid, 'de Heere Jezus is ook voor mij gestorven' niet door schuld getroffen en geslagen, maar later komt er een periode dat het ook voor jou heel erg donker gaat worden – waarom?

Dat doet de Heere bewuste.

Om de verdorvenheid van je eigen hart te laten voelen, de honden gaan blaffen, van buiten en binnen, 'wat heb ik nou aan U? Ik vind het niet meer leuk om te geloven...'
Om de dode takken van je zelfvertrouwen te verbreken, en in het donker te leren vertrouwen niet op je geloof maar op Hem! Dat is heel wat anders.
Om je dieper te laten wortelen in de genade van de Heere Jezus. A Sinner saved by Grace.
Om je geloof te oefenen - ik heb niet veel verstand van planten, maar de Kalanchoë zet zijn knop alleen als hij per etmaal 18 uur donker heeft. Knopvorming vindt plaats in het donker. Daarom doet de Heere dat wel eens.

De beste bewijzen van het geloof worden dan geleverd. Als het zonnetje schijnt, dan ga je lachend en prijzend door het leven – dat is er gelukkig ook. In het donker wordt er niets genoten maar wel veel geleerd. Licht is gevoelig, maar in het donker komt het op geloof aan, niet op gevoel. Ps 81: ik nam te Meriba proef van uw vertrouwen,/ Of g' op Mijn genâ,/ In uw tegenheên,/ Op Mijn Naam alleen/ En Mijn woord zoudt bouwen.

Vader loopt met een klein kindje, en wandelt. Het gaat schemeren, zo lang hij pappa voelt en ziet is er geen probleem, soms verstopt papa zich even achter een boom. Papa kwijt. Papa waar bent u? Bang in het donker – waar bent u nou? Dan komt papa. Dan voelt het ventje weer, het is nu weer heel goed.

In het donker zal het niet meer vanzelfsprekend zijn, dat de Heere er gewoon elke dag is. Door zijn afwezigheid weet je ook te meer, wat zijn aanwezigheid is. Als je het licht hebt gevoeld en je moet dat licht missen, dan weet je hoe donker de duisternis is. Wie dit het diepst heeft doorleefd, is de Heere Jezus zelf. Dieper dan die Joodse ballingen is de Heere Jezus als een Lijdende Knecht die duisternis in gegaan.
Kerst is dat Hij uit de Zalen van Licht neerkwam in de kerstnacht. In het donker. Die onheilspellende duisternis in Gethsemané, toen was het ook donker - geworsteld op Zijn knieën om eenswillendheid met de Vader.
En de verstikkende duisternis van Golgotha, toen werd het ook donker overal in de natuur en in het hart van de Heiland. Geestelijke duisternis, Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij verlaten – dat heeft Hij uitgeschreeuwd. De Heere Jezus weet als geen ander wat dat is, Waarom? Om onze overtredingen. Als u nu nog zo donker zit, gemeenteleden onder u, weet: er is er Ééntje je voorgegaan, die is er al doorgegaan. Weet ook, dat zo diep als Hij ging, hoef jij niet.

3
Medicijn: de raad die gegeven wordt: twee pillen, vertrouw op de Naam van de Heere, steunen op zijn God. Dat deed de Heere Jezus. Mijn God, dat riep Hij vanaf het kruis. Ruwe stormen mogen woeden – mijn God zal mij behoeden. Mijn God – ik blijf het zeggen. Een aanklevend geloof noemen we dat. De Joden in de ballingschap – hoe komen we ooit terug, wanneer - alleen maar vragen. Heere u hebt het toch beloofd? Met die belofte ga ik de dood in, maar ik kom niet beschaamd uit. Vertrouw op de Naam van de Heere, kleef Hem aan. Als ieder zich tegen je keert, en de hemel van koper is. Geloof is niet gladjes, nooit vanzelfsprekend. In het Bijbelse geloof zit een zekere ruwheid. Er is geen geloof zonder opstandigheid, zonder gekreun. Om geloof zit geen fluwelen lintje. Dat is de werkelijkheid, geloof is soms helemaal niet leuk. Vertrouwen en steunen op God.
Hoor je de stem van de Knecht? Steun op Hem. Als je zelf kreupel loopt, ga je steunen. Anders val je om. Als een rollator. Heere als u er niet bent dan val ik om. Dan is het gedaan met mij. Ik steun op Uw vermogen. U bent de sterkte van mijn hart. Geef me een arm, tegen elkaar aan. Onder één paraplu. Twee oudere mensen, als je jong bent geef je een hand, maar als je iets ouder bent, ga je gearmd, dan heb je steun aan elkaar. Ik loop wel in het donker maar ik loop niet alleen.

PS 56:
Maar word' ik ooit met bange vrees belaân,
Dan zal op U mijn vast betrouwen staan.
Ik prijs in God Zijn woord; ik steun voortaan
Op Hem; zou vlees mij deren?

Avondgebed van Luther –
Heer blijf bij ons, want het is avond en de nacht zal komen,
blijf bij ons en bij Uw kerk aan de avond van de dag,
de avond van het leven, de avond van de wereld.
Blijf bij ons, wanneer over ons komt de nacht van beproeving, de nacht van de angst,
de nacht van de twijfel, de nacht van de aanvechting,
de strenge bittere dood,
Blijf bij ons, in leven en sterven, in tijd en eeuwigheid.

Edit