Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2011-11-27 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Roemt, roemt Zijn deugden

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
NGB 1 (2/3) Exo 33:18-34:9 2011-11-27_1700.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 63.7Mb)
Nederlandse Geloofsbelijdenis

Edit| EditReeks
Samenvatting:
We staan vandaag stil bij de Nederlandse geloofsbelijdenis artikel 1, over de deugden van God.
Als u goed telt worden er zes genoemd, daarna staat er een puntkomma en dan volgen er nog drie. De laatste 3 eigenschappen noemen we wel de mededeelbare eigenschappen van God. Die eerste 6 noemen we de onmededeelbare eigenschappen van God. Dat zijn eigenschappen die mensen volstrekt niet hebben, die heeft God alleen. God heeft geen ondeugden, geen slechte eigenschappen. Zes schitterende deugden, als schitterende zonnestralen uit die ene zon die wij God noemen.
Er zijn er nog meer overigens, Zijn liefde, heiligheid, geduld, etc. worden niet genoemd. Dat is jammer. In Exodus 33 maakt God zich zelf nog rijker bekend en worden meer eigenschappen genoemd, zoals Zijn liefde, geduld etc.. Het zou nog mooier zijn als die hier ook allemaal genoemd werden. ..
Maar nu de eigenschappen die Guido de Bres noemt.

1. God is eeuwig
Psalm 90: van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God. Hoe ver we ook teruggaan in het verleden, hoever we ook kunnen kijken in een verre toekomst, God is er altijd geweest, wij ontmoeten Hem altijd. God is eeuwig. Wij hebben een eeuwige Vader in de hemel die nooit sterft i.t.t. aardse vaders. Een God zonder begin en zonder einde. Beesten hebben een begin en een einde. Bij mensen is dat anders. Er is een begin, maar je ziel blijft altijd voortbestaan. Hetzij bij God in de hemel, hetzij bij God in het verderf. God heeft geen einde. Hij blijft altijd dezelfde. Eeuwig. Denk aan een oceaan zonder bodem. Of aan alle zandstranden bij elkaar geveegd tot 1 grote hoop, waar een vogel iedere keer 1 korreltje van meeneemt. Dat duurt oneindig lang, en zelfs al zou die zandhoop opraken dan is God er nog steeds. Wij kunnen ons dat niet voorstellen.
Wat ook zo ontzaglijk is, is de eeuwige straf. De rijke man sloeg zijn ogen op in de pijn, en hij is er nu nog. Dat vuur dat wordt nooit gedoofd. Door al de tranen van de verloren mensen die daar zijn worden al die tranen niet uitgeblust. Wat is het ontzaglijk om verloren te moeten gaan omdat je de Heere Jezus nooit hebt leren omhelzen.
Maar de andere kant is ook waar. Een eeuwige erfenis, een eeuwig koninkrijk, een eeuwige heerlijkheid en straks een eeuwig thuis voor allen die Hem liefhebben. Daarom: zoek eerst het koninkrijk van God! Niet “eternal” (zonder tijd) maar “everlasting” (altijd blijvend). God is boven de tijd, maar ook werkzaam binnen de tijd. Boven de tijd staat God, en toch bemoeit Hij zich met ons, kleine mensjes in de tijd. Toch mogen wij Hem Vader noemen. Wij mensen zijn gebonden aan tijdrekening.
Wij zijn als een rechte lijn op een bladzijde, een tijds-as. Maar God ziet die tijds-as van bovenaf, Hij overziet het geheel. Hij kent het heden en overziet ook de toekomst. God ziet niet slechts vooruit langs onze tijds-as, maar God ziet het van bovenaf, Hij kijkt er op. Hij herinnert zich geen dingen, maar Hij ziet het verleden eveneens. Hij ziet het van bovenaf, Hij overziet die hele tijds-as. Jesaja zegt niet: een kind zal ons gegeven worden, maar een Kind is ons geboren. Dat komt omdat God die dingen ziet alsof ze al gebeurd zijn, niet vooruit kijkend maar van bovenaf. God is eeuwig ook in Zijn liefde. Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde. De Heere Jezus zegt van Zijn Vader: Hij heeft Mij liefgehad van voor de grondlegging der wereld. In het hart van God was van eeuwigheid af ook al liefde voor de uitverkorenen. Toen al was er in het hart van God liefde voor Christus en liefde voor de Gemeente.


2.God is onbegrijpelijk
Je kunt de Heere niet met je hand vatten en je kunt Hem ook niet begrijpen. Hij is niet in kaart te brengen. Daarvoor is Hij te hoog en te vreemd. Hij is altijd ontzaglijk veel groter. Met het emmertje van ons verstand kunnen wij de zee van God niet in ons opnemen. Hoe langer ik over het wezen van God nadenk, hoe onbegrijpelijker Hij wordt. God is groot en wij begrijpen Hem niet. Zoals de hemel hoger is dan de aarde zo zijn Gods gedachten ook veel hoger dan onze gedachten. God gaat ons bevattingsvermogen te boven. W. Verboom schreef over zijn vader: hij moest leren hoe onbegrijpelijk God was, toen zijn vrouw stierf met 41 jaar. Hij bad: waarom doet u dit? Hij kreeg geen antwoord, en bad toen: neem dan de knagende waarom-vraag weg uit mijn hart...en dat deed God wel.
God is ook onbegrijpelijk goed. Als de Heere je stilzet, dan ga je al Zijn eigenschappen bewonderen. God is wel te vertrouwen. Hij doet wat Hij belooft, maar Hij is niet te begrijpen. Ik kan er niet bij, maar Hij heeft wel de vrede gegeven die alle verstand te boven gaat. Er is een liefde van de Heere die ver boven ons verstand uitgaat. Het is onbegrijpelijk dat God uit Zijn Vaderschoot Zijn enig Kind liet gaan, dat Hij Zijn Zoon liet vermoorden door ruwe soldaten handen en dat nu door dat offer er genade is voor de mensheid. Hier kan ik niet bij, maar het geloof bidt zwijgend aan.


3. God is onzienlijk
Hij openbaart zich in de Bijbel als een sprekende God. In de Bijbel is het oor altijd belangrijker dan het oog. Hij is niet te zien met lichamelijke ogen. Daarom mocht hij niet worden afgebeeld in Israël. Als Hij er voor mijn oog niet is, is Hij er dan ook niet? Dat zegt het ongeloof. Een Russische astronaut was ook in de ruimte geweest en zei: ik heb God niet gezien. Een dominee zei toen: dat klopt, want er staat in de Bijbel “zalig de reinen van hart want zij zullen God zien”. Jouw hart is niet rein, dus daarom heb je Hem niet gezien! Exodus 33 zegt: toon mij Uw heerlijkheid. Niemand kan Mij zien en leven. Waarom laat God zich niet duidelijk zien aan de mensen? Dat zou niet gaan. Niemand kan God zien en in leven blijven. Een keizer daagde eens een rabbi uit. Hij zei: ik wil die God van jou wel eens zien, dan geloof ik in Hem. Goed, zei de rabbi. Morgen om 12 uur ontmoeten wij elkaar hier buiten. De volgende dag vroeg de rabbi of de keizer een paar minuutjes in de zon wilde kijken. Dat ging natuurlijk niet. Nu, zei de rabbi, de zon is nog maar een schepsel van God, laat staan dat je God zelf zou kunnen zien!
Mozes staat in een rots als God voorbijtrekt en in een na-gloed mag Mozes een glimp van Hem opvangen. De achterste delen. In het Oude Testament zag men slechts de achterkant van God. In het Nieuwe Testament mag je de voorkant van God zien, in Christus. In Christus zie ik sprekend de Vader; de eniggeboren Zoon, die in de schoot des Vaders is, die heeft Hem ons verklaard. Zalig zij die niet zien en toch geloven. Zalig zij die durft geloven ook wanneer het oog niet ziet.
De wereld denkt vaak: als we het zien, dan gaan we geloven. In de tijd van de Heere Jezus zagen ze veel zichtbare wonderen, tekenen van de macht van God, maar ze kwamen ook niet massaal tot geloof. Beslissend is niet wat je ogen zien, maar hoe je hart gesteld is. Je kunt je hart blijvend afsluiten voor alle tekenen van Gods aanwezigheid. Het hart bepaalt mede wat je ogen willen waarnemen. Sommigen zien in alles God, anderen zien Hem nooit, het hart bepaalt wat je ogen waarnemen. Het is makkelijk iets te missen, waar je niet op let. Als de Heere je ogen geeft, verlichte ogen van je verstand,dan zie je Hem. Wij hebben Hem nu nog niet gezien, maar dat komt nog wel. Dan zal ik Hem mogen zien en verzadigd mogen worden met Zijn beeld. Nu heb ik de Heere Jezus nog niet gezien, maar ik heb Hem toch al lief.
Zal ik God zelf zien als ik in de hemel kom? Ik denk het niet. Ik denk dat ik de Heere Jezus zal zien. Wij zullen God zien, maar nooit los van Christus.
In het Oude Testament zijn een paar mensen die God hebben gezien. Jesaja zag dat de zomen van Gods kleed de tempel vervulden. In Johannes12 staat: Jesaja zag Christus, de zoon van God. Wij zullen God zien in de Zoon...


4. Onveranderlijk
Het komt wel eens voor dat wij iemand jaren niet gezien hebben. Wij veranderen van uiterlijk, van gedachten, van inzichten, van visie, van houding. Soms veranderen wij van stemming; soms vrolijk en opgewekt, soms neerslachtig. Maar God verandert niet. Die God van trouw verandert nooit.
God is onveranderlijk in Zijn trouw, in Zijn liefde. Niet star, onbeweeglijk. Maar onveranderlijk in Zijn liefde. Hij wordt het nooit moe om zondaren te behouden. God is trouw in wat Hij zegt en doet en belooft. Als de omstandigheden veranderen, blijft Hij de Betrouwbare. Bij mensen kan liefde zelfs omslaan in haat. Maar bij God is dat nooit zo. Gods hand kan veranderen, Zijn gezicht kan veranderen, maar Zijn hart blijft hetzelfde. Niet onbewogen, star en onverbiddelijk, maar onveranderlijk in Zijn liefde. God reageert graag op gebeden, op bekering, denk aan Ninevé. Er is 1 hart dat nooit verandert: Gods hart.

5. Oneindig:
God is overal. Er is geen deur die God tegenhoudt. Geen muur die Hem buitensluit. Waar is God? Je kunt ook vragen: Waar is Hij niet? Op een morgen zat een jongetje aan de oever van een Zwitsers bergmeer. Een wandelaar kwam voorbij. Kerel, je kan een cadeautje krijgen als jij me vertelt waar God is, zei hij. Het jongetje antwoordde: U kunt er 2 krijgen als u me vertelt waar God niet is! Als je het niet wilt zien, zie je er niks van. Hoe kijk je? Op bergen en in dalen, ja overal is God. God is binnen Zijn schepping bezig, en ook buiten Zijn Schepping. Dat kan bedreigend zijn en ook troostrijk. Bedreigend als je voor God op de vlucht staat. Vertroostend, als je het zelf niet meer weet. Heere, U ziet mijn kinderen met hun gedoopte voorhoofd, ook al zie ik ze niet meer... God is oneindig, overal. Toch is God wel op verschillende manieren aanwezig. God is in het algemeen tegenwoordig in de hele schepping. In goedheid is Hij overal tegenwoordig. In de kinderen van God is Hij bijzonder tegenwoordig met Zijn genade in de gemeente en in de gelovige. Hij woont in het hart van Zijn kinderen. Hij is in heerlijkheid tegenwoordig in de hemel. Bij de heilige engelen. In zijn volheid is hij tegenwoordig in de hemel bij de engelen. De Heere is niet overal op precies dezelfde wijze tegenwoordig. Hij is ook bij de goddeloze aanwezig; Hij verdraagt ze, maar Hij wóónt in de verslagene van Geest, in de verbrijzelde van hart. Daar woont Hij, daar is Hij niet alleen. Hij komt daar graag.
Is God overal tegenwoordig? Is God ook in de hel tegenwoordig? Of niet, is de hel zonder God?
Professor K. Schilder zegt: er is in de hel geen ik-Gij relatie. Maar wel een ik -Hij relatie. Als een zon zijn stralen werpt op een mesthoop, dan schijnt hij daarop zonder zelf besmet te worden. Zo schijnt God met Zijn stralen van Zijn rechtvaardigheid in de hel zonder er zelf door verontreinigd te worden. Straks zal de Heere wonen bij de mensen, de tent van God zal neerdalen uit de hemel en Hij zal bij hen zijn. Hij zelf zal hen tot een God zijn. Je kunt God niet ontlopen. Al zoek je de eenzaamheid op, God ziet je. Al zoek je de nacht op en denk je: niemand wordt het gewaar; God ziet je. Dat is een troost als je gaat door het vuur, door het water, Hij is erbij. Al is de weg steil en het dal diep, Hij is erbij. Hij is bij Zijn kinderen in Amerika, in Nieuw- Zeeland, in de paleizen en in de gevangenissen, op eenzame eilanden. Hij is nabij de ziel die tot Hem zucht, Hij troost het hart dat schreiend tot Hem vlucht. Uw ogen doorlopen de ganse aarde.

Roem, Christen, aan mijn linker'
en rechterzijd' is God!
Waar 'k macht'loos nederzinke
of bitter lijd', is God!
Waar trouwe vriendenhanden
niet redden, daar is God!
In dood en doodse banden,
ja, overal is God.

Edit