Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2011-12-18 10:00:00
ds. E.F. Vergunst (em. te Ridderkerk)
Och dat U de hemel zou openscheuren!

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Jes 64;1 Jes 63:7-Jes 65:1 2011-12-18_1000.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 64.2Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Och dat U de hemel zou openscheuren! Dat U zou nederdalen...
Dat zeggen we zo rustig, maar het is een hartenkreet, een schreeuw tot God, een noodkreet vanuit een onhoudbare situatie. Niet zomaar een stil gebed, maar het is als een pijl die uit zijn hart wordt afgeschoten op Gods hart. Een worsteling. God is schijnbaar weg. Hij heeft zich teruggetrokken, Hij is onvindbaar. Hij heeft Zijn aangezicht van Israël afgewend. Dat kan de profeet niet verdragen. Dan is er immers geen uitzicht, geen verwachting. Dan is de hemel dicht. Wie kan de hemel opendoen? Is er een sleutel waarmee de hemelpoort geopend kan worden? Wij hebben die deur dichtgetrokken en we krijgen 'm niet meer open. Dat weet Jesaja, en dat verzwijgt hij ook niet. De oorzaak dat God zich verbergt weet Jesaja en dat moeten wij ook weten:omdat wij gezondigd hebben. Jesaja zegt dat niet afstandelijk wijzend naar de ander, maar bedroefd,ootmoedig, zichzelf erbij insluitend. Wij hebben gezondigd, niet de wereld, niet de mensen buiten de kerk, maar wij. God heeft alle recht om boos te zijn. Jesaja zegt: u bent toch de pottenbakker en wij het leem. Als het leem niet voldoet aan wat de pottenbakker wil, dan gooit Hij het weg.... dat is duidelijk. Zelfs onze gerechtigheden zijn vuile vodden....gaan we zo naar het Kerstfeest toe? Verwachting dat Hij komt.....Het is niet slechts een stuk geschiedenis uit een ver verleden dat vanmorgen naar ons toekomt. Wat toen werkelijkheid was is ook vandaag realiteit. De wereld in ons eigen land, in de kerk, in ons leven. Een tijd van Godsverberging, een gesloten hemel. Moet God zich niet van ons afkeren? Zinken wij niet steeds verder weg in het moeras van modern heidendom en afgoderij? Wij zijn geworden als de mensen die U niet kennen, over wie Uw naam niet is genoemd. God is in ons land de grote Vreemde geworden. Het geestelijk vacuüm is opgevuld door afgoden in wiens macht wij zitten. Als ik in de kerk rondkijk, dan moet ik het woord van Jesaja ook overnemen. Het volk van God is geworden als een nachthutje in het veld, een belegerde stad, zegt Jesaja. Wij wedijveren in zwaarwichtigheden en formalisme. Terwijl de ingezonkenheid daarin de boventoon kan voeren. Als we dat beseffen slaat de schrik ons om het hart. Er is niemand de zich opmaakt om U aan te gijpen. Dan gaat de hemel niet open. Dan komt God niet naar beneden.

Wat doet Jesaja? Hij gaat God herinneren aan wat Hij heeft gedaan. In die worsteling wordt hier verwachting geboren. Gegrond, een nieuwe toekomst. Dan gedenkt God Zijn verbond. Dan gaat de hemel open. Maar voelt u de spanning? De spanning van de adventstijd? De hemel dicht en toch een verborgen God vastgrijpen, tegen hoop op hoop. Niet alleen deze week; maar eigenlijk de hele tijd voor de wederkomst van Christus. Een tijd van worstelen onder een gesloten hemel. Volharding tot bloedens toe. Totdat. Totdat Jezus komt en het Licht doorbreekt. Donkerheid en duisternis zal de aarde bedekken, maar over U zal de heerlijkheid opgaan. De heerlijkheid des Heeren zal over u gezien worden. In een tijd van Godsverduistering, maar niet van wanhoop, net van uitzichtloosheid. Dat is het geheim. In de donkerheid, in de nacht van je leven, waar geen licht zichtbaar is, God aangrijpen en aan Zijn Woord houden. Het moet van Hem komen, het komt ook van Hem. Maar dat is niet vanzelfsprekend. We zingen met kerst over het wonder! De hemel zat dicht en Israël had dat aan zichzelf te wijten. God is als een Vader geweest voor dat volk. Onvergelijkbaar in liefde, zorg en verdraagzaamheid. Een vader die met zijn kind meeleefde van dag tot dag. In Egypte in de woestijn, telkens opnieuw. Als Jesaja dat over-denkt, dan kan hij niet anders dan de goedertierenheden van God vermelden. Hij gaat zingen over Gods roemrijke daden. God raapte Israël als een kind op en droeg het in Zijn Vader-armen. Zo is Hij hun geworden als een Heiland, een verlosser. Ammi, mijn volk. Maar je zag het niet aan dat volk. Ze zijn weerspannig geweest. Ze hebben Zijn Heilige Geest smarten aangedaan. Jesaja legt daar drie keer de vinger bij. Zich bedroefd, zich tegen Hem verzet, tegengestaan, weerspannig geweest. Is er tegen die zonden nu nog kruid gewassen? Wat is er te hopen voor een mens die door God als een kind is gedragen, verlost, behandeld? Een kind dat altijd tegen de draad ingaat en de Geest van God bedroefd? Ja dan is er ook geen hoop. Toen werd God hun vijand, toen trok God tegen Zijn eigen volk ten strijde. Toen gaf God die mens over aan de verharding van Zijn hart. Dan sta je op dezelfde lijn als die verstokte Farao gemeente. Ten dode opgeschreven. Dan kun je de harpen wel aan de wilgen hangen. Wat valt er dan nog te bidden? Als de Geest van God zich terugtrekt?

Zou het waar zijn? Zou God zijn volk kunnen loslaten? Het is net alsof Jesaja tegen God zegt: waar bent u dan Heere?Waar zijn Uw daden? U bent toch onze Vader? Of bent u dat niet meer? Een kind kan zijn kindschap verspelen. Maar een vader kan zijn vaderschap niet verliezen. Dat is het geheim. Ik heb mijn kindschap verloren, maar God heeft Zijn vaderschap behouden en daarom wordt het Kerstfeest. Daarom het gebed van deze boeteling die met God worstelt. U bent toornig geweest omdat wij gezondigd hebben en daarom zitten wij in de ellende en de nood. Waarom verstokt Gij ons hart, zegt Jesaja...Geeft hij dan toch God de schuld? Alsof God mijn hart verstokt? Maar Jesaja weet het al te goed. Dat volk is geroepen om om te keren, niet andersom. Van dat volk is niets te verwachten. Als het van u en mij afhangt is er geen verwachting. Ik kan die gebroken relatie niet herstellen. God moet er aan te pas komen. En hij heeft het gedaan. God is er aan te pas gekomen. Daarmee doet Jesaja een beroep op Gods barmhartigheid. Het erkennen van Gods rechtvaardigheid, maar je tegelijk vastklemmen aan God die Zijn aangezicht verbetering en daarmee wegzinkend op de laatste bodem waarop het geloof staat. Want het geloof staat op God en op Zijn verbond. Dan gaat het vanmorgen niet meer om Israël en niet meer om ons zelf, maar om Zijn heerlijkheid. Heere, Gij zijt toch onze Vader? Verlosser is toch Uw naam? Dat treft doel. Als u zich in de armen van God werpt en op Zijn naam pleit, dan gaat de hemel open, dan wordt de duisternis doorklieft, dan kan God niet verder wegblijven. Keer terug Heere, roept Jesaja. Wij hebben het verzondigd, jawel. Maar herdenk dan de trouw aan ons van ouds betoond....
Dat is adventsverwachting! Het geloof dat zich klemt aan God en hoopt. Waardoor die mens in zijn ingezonkenheid als het ware omhoog getrokken wordt door te denken aan wat God deed. Al is het van heel ver. Want God was neergekomen en had Zijn volk bevrijd, toen God dat volk uit Egypte verloste. Toen daverde de aarde, de berg Sion stond in vuur en vlam en de vijanden werden verjaagd. Dat is het waaraan de profeet God als het ware herinnert. Heere, doe het nog een keer. Kom weer terug, o dat U de hemel open scheurt en neerdaalt, dat U zelf naar beneden komt. Dat is het wonder waardoor de wereld nog bestaat. God heeft de hemel opengedaan. Hij is reddend verschenen, zaligmakend. Nog veel rijker en voller dan op de Sinaï. Als de contouren van een ander Verbond als het ware verdwijnen en de heerlijkheid van het nieuwe verbond als het ware geopenbaard worden en het oude verdwenen. Bethlehem, naast de Sinaï.......dan zet u het toch? Bethlehem, daar is geen vuur, geen stem die davert dat de mens op een afstand moet blijven. Integendeel. God had iets beters over Zijn volk voorzien. Bethlehem overtreft het komen van God tot Zijn volk bij de Sinaí en bij de verlossing uit Egypte. De engelen zijn er nu ook, maar nu met een andere opdracht: om het welbehagen van God in mensen te bezingen. Dat het licht gaat stralen tot heerlijkheid van Israël, maar ook tot verlichting der heidenen. Het vrederijk komt in zicht, de ladder van Jakob neergelaten, de engelen van God klimmen op en neer. Och dat U de hemel zou openscheuren....Jesaja heeft dat niet tevergeefs gebeden. Al heeft hij zichzelf de diepte van dit gebed en de rijkdom niet verstaan.
In Bethlehem ging de hemel open, uit hoge hemel daalde Hij neer. God liet het licht van de hemel opgaan over ons duistere bestaan. Al lijkt het alsof God zich terugtrekt van ons volk en land; God heeft de hemel gescheurd. Als ik kijk naar het leven van mijn kinderen en kleinkinderen in het leven van alledag met alle verzoekingen en verleiding, dan blijft er maar één gebed over: dat U de hemel scheure.....
Als er bij ons iemand voor de deur staat die ik niet binnen wil hebben, doe ik niet open. Maar God doet open voor mensen die ons niet goedgezind zijn. Jezus kwam naar beneden om ons boven te brengen. Om verloren mensen thuis te brengen. God is niet onvindbaar gebleven. Achter het ondoordringbare gordijn....nee. God is op zoek gegaan. De Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren is. Voor God verloren is. Dat is het wondere geheim. Dat ontdekt een mens die er weet van heeft dat de hemel door zijn schuld op slot zit, maar die tegelijk niet buiten God kan leven. U bent toornig geweest omdat wij gezondigd hebben,wist Jesaja. Maar hij bidt ook verder. Dat U de hemel opendoet en tot mij neer kwam...Het is de Geest van God begonnen om zondaren te trekken en bij de kribbe te trekken. Hij die de weg bereid heeft voor het kind in de schoot van Maria. Vanuit de armoede van Bethlehem, de rijkdom van Christus en Zijn genade te kunnen delen. De Heilige Geest werkt in het leven van mensen die eigenlijk Hem bedroeven. Van mensen die een verstokt hart hebben en over wie Gods naam niet is genoemd. Die levende weg die het Kind van Bethlehem ons ingewijd heeft door Zijn bloed....dat is de ernst van Bethlehem. Wij krijgen de hemel niet open. De kribbe van Bethlehem is ook het hout van Golgotha....

Nabij u is het Woord, dit woord der prediking waarin Christus tot u komt... waarin de mond van Christus spreekt. Wat hebt u dan te doen? U moet uw hart te luisteren leggen aan de mond van Jezus. Zoals Hij in de prediking naar u toekomt, daardoor gaat de hemel open. Dan komt Hij zelf met Zijn vrede het hart vervullen. Is dat uw verlangen? Hoe zal ik U ontvangen, hoe wilt Gij zijn ontmoet? Des werelds hoogst verlangen? Nee, maar is het ùw verlangen? Ja? dan gaat de hemel open. En anders? Dan kunt u het Kerstfeest wel vergeten. Want Kerstfeest zonder het Kind, wat schiet u daarmee op? O, dan blijft alleen dit gebed over, midden in het strijdperk van dit leven, dit vurige gebed, juist naarmate dit heimwee van de liefde door de tekenen van Jezus' wederkomst wordt aangewakkerd....Want weet u, dit gebed is nog niet overbodig geworden. Want Hij komt terug! En zo lang de kerk nog in de vreemdelingschap van deze wereld verkeert zal zij roepen om haar Heiland. O waar blijft U zolang? Het wordt ons op aarde zo bang...
Zolang de Geest van God in deze wereld Zijn werk nog niet voleindigd heeft, zal Hij roepen om het scheuren van de hemel. De Geest hijgt naar de dag dat de Heere Jezus zal ingaan in de bruiloftszaal en Zijn bruid zal ontmoeten. Laten wij dan mee zuchten met de Geest en de bruid. Dat geeft houvast, dat geeft uitzicht en troost, juist onder het kruis, juist als onze weg ons leidt, schijnbaar onder een gesloten hemel. Och dat Gij de hemel scheurt en neder kwaamt....Aus tiefer not schrei ich zu Dir... ( uit diepe nood riep ik tot U)
Wees mij genadig, leid mij nu tot Uw vree, meer dan de wachters in de nacht verlang ik naar de morgen, zie ik naar God uit en wacht ik en wacht...en Hij beschaamt mijn zorgen!

Edit