Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2011-12-31 18:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Het grote geduld van God

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
2Pet 3:9 2Pet 3:1-18 2011-12-31T.181.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 16.5Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
1 Zijn verdraagzaamheid
2 Zijn verzet
3 Zijn verlangen

De laatste dagen, staat er bij mij in mijn Bijbeltje boven – ik geloof dat we daar in leven. De eindsprint. Het gaat steeds sneller – Hij komt, Hij komt. Petrus was daar vol van. Hij had er een voorproefje van meegemaakt op de Berg der Verheerlijking. Blinkend als de zon had hij Hem gezien. Zo zal het zijn als Hij terug komt.
We zien uit naar de wederkomst. Een Maranatha-christen was Petrus. Het weerzien van alle heiligen die ons zijn voorgegaan. Maar die christelijke toekomstverwachting was een beetje gaan verflauwen. Er kwamen spotters die zeiden – alles blijft gewoon hetzelfde. Er zal wel weer een 31 dec 2012 komen. In de nadagen is het wederkomstverlangen aan het wegebben. Er kwam twijfel. Waarom duurt het zo lang. Er kwam ongeloof en zelfs spot. En ze leefden er losjes op los.
Ze wisten het wel vanuit het Woord maar ze wilden er niet meer aan. Als Maranatha verflauwt, verwereldlijkt de kerk. We leven in bezet gebied. Oorlogstijd, geestelijke oorlog en de vijand bezet de wereld en als je niet verlangt naar de bevrijding, ben je een slechte Vaderlander, misschien wel een verrader. Als het op de kerk staat, maar niet in ons hart – we verlangen niet meer naar die Bruidegom, niet meer met Hem rekenen en op de tekenen zien van de tijd- dan verwereldlijken we.
De tekenen zijn als een wekker. Als je de signalen van een wekker nog eens leest – het jaaroverzicht. Met een nieuwe wekker ben je zo wakker. Maar je kunt er aan wennen en er immuun voor worden. Het abnormale wordt gewoon en we slapen door. Gods alarmbellen rinkelen, ontwaakt gij die slaapt en blijf wakker.
Alles blijft toch bij het oude, zeiden sommigen – Petrus: maar trek geen verkeerde conclusie hieruit. Kijk eens naar de dagen van Noach – 120 jaar duurde het, maar de Heere hield woord, de zondvloed kwam toch en de wereld verging door water.
En (v8) – Gods kalender is anders dan de onze, 1000 jaar als een dag en andersom. Voor God is 2000 jaar als overmorgen. Hij is nog geen week weg. Hij komt op een door Hem bepaalde tijd, als het tijd is op Zijn klok. Die dag ZAL komen, als een dief voor de spotters, maar voor een kind van God als een bruiloftsdag, niet als een dief.
En dan komt Petrus bij nog een argument (v9) – Hij vertraagt de belofte niet, maar Hij is nog zo geduldig over ons. Die tussentijd, tussen Zijn komst en wederkomst.
Hij keert het argument om - de spotters zeggen, wij wachten tevergeefs op God. – Nee: God wacht nog steeds op jou – wees maar blij dat de Heere Jezus nog niet teruggekomen is. Anders zou je nu direct naar de hel verwezen worden. God is nog zo lankmoedig. Hij geeft nog uitstel.

Wees maar dankbaar, ongelovigen in ons midden. Dat de Heere nog niet gekomen is in Zijn oordeel. Hij verdraagt nog zondaars. Zijn taaie, grote geduld. In die uitstelperiode, nodigt Hij je uit om gered te worden, opdat je niet zal ondergaan.
Bij God is uitstel, van die dag van het gericht, nooit afstel, het komt een keer.

1
Hebt u wel eens nagedacht over Gods lankmoedigheid? In de Bijbel staat het altijd tegen de achtergrond van het oordeel van God dat komt. De voetstappen van de Rechter, Hij is er bijna. Het is net als een elastiek. Gods geduld is zo groot. Moeder is soms wat geduldiger dan vader. Maar er komt een moment, dan is het een keer op. Je kunt het heel ver uitrekken, en dan knapt het en dan doet het erg zeer. Totdat de uiterste grens is bereikt, de maat van de zonde is dan vol. Als dan die laatste druppel, die laatste zonde er in zit, dan is het voorbij. Zo groot, maar niet eindeloos.

Kijk eens naar Adam en Eva – als je daarvan eet: op *die* dag zul je de dood sterven. Het was terecht geweest als ze gedood waren. Maar God rekte de dagen nog wat uit. Dankzij Gods geduld.
Petrus heeft een voorliefde voor de geschiedenis van Noach. Terwijl de de ark in gereedheid werd gebracht, preekte Noach – die mond bleef maar gaan. Het oordeel komt, mensen. En de deur was wijd open. Denk er om Hij komt, en het oordeel was vreselijk. Maar de deur staat nog open, kom, wend u tot Mij en wordt behouden. 120 jaar lang – wat een geduld van God. Wat een uitstel en een uitnodiging. De grootste olifant en kleinste kikker gingen erin.
De Heere is zo lankmoedig met Zijn kerk. Exo 34: Israël is verlost, en ze aanbidden het Gouden Kalf. En het volk wordt gespaard – doe mij Uw heerlijkheid zien, ik snap het niet, zegt Mozes . En dan roept de Heere het zelf uit – lankmoedig, groot van goedertierenheid, schoon zwaar getergd. God houdt Zijn toorn nog in. Als ik daar over nadenk word ik zo klein, Zijn geduld is een van zijn blinkende eigenschappen. Met Zijn linkerhand van Zijn lankmoedigheid houdt Hij Zijn rechterhand met het zwaard van Zijn Recht tegen.
Ik kerk al drie jaar in de Maranathakerk – de Heere Jezus komt langs en vindt geen vrucht der bekering waardig – hak hem maar om. Maar de hovenier zegt – geeft u Hem nog een jaar uitstel, Vader. Ik zal nog eens mesten – opdat hij in het vierde jaar..... wilt U hem nog niet wegvagen? De Bijbel ligt aan de wortel van je levensboom. Wat een verbazingwekkend wonder, dat Hij het menselijk ras niet niet vernietigd heeft.
Wat we allemaal hebben uitgevreten, tegen beter weten in, tegen je eigen licht in – als God net zo opvliegend zou zijn als ik, had hij met de hele wereld allang korte metten gemaakt.

Wat hebben we Hem aangedaan, ook in Nederland. Hebt u het wel eens uitgeroepen – Heere U bent zo lankmoedig en ik ben zo hardnekkig.. Wat houdt U het lang met me uit... Dat U me nog verdraagt, dat U nog voor me bidt, Heere. Ik die niet wil buigen voor Zijn waarschuwing, niet wil komen op Zijn uitnodigen. Is het u wel eens opgevallen, dat juist mensen die God helemaal niet dienen, alleen voor zich en de wereld leven, vaak een hoge ouderdom bereiken? God geeft ze overvloedig tijd opdat ze zich ten laatste nog zouden bedenken wat tot de vrede zou dienen.
Mensen misbruiken zo de tijd, i.p.v. God te zoeken. God geeft ruimte.
Bekering tot God persoonlijk. Redding van de ondergang, van het komende oordeel.

Het heeft me weleens aangegrepen - van Alexander de Grote – hij had een gewoonte om een brandende lantaren in de legerplaats op te hangen, zolang dat licht bleef branden konden de vijanden zich overgeven, daarna was er geen overgave en genade meer mogelijk. Gods lamp brand nog. Die dag der genade is er nog, maar de laatste seconde tikt weg. En dan is het jaar van het welbehagen des Heeren voorbij. Heden, zo gij Zijn stem hoort...

2
Daar Hij niet wil dat enigen verloren gaan. De NBV heeft hier: Hij heeft alleen maar geduld met u,omdat Hij wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat. Wat een ruim evangelie! God wil dat. Dat iedereen tot inkeer komt. Zwart op wit. Petrus zegt weer tegen die spotters. Hij is er nog niet, omdat Hij jullie niet over heeft voor de ondergang: (v7) de wereld ten vure bewaard. Hij heeft geen lust, het schept Hem geen vreugde. Hij wil niet dat we verloren gaan. Niet willende dat enige verloren. In 1Tim 2:4 staat wat Hij wel wil: “Die wil dat alle mensen zalig worden en tot kennis van de waarheid komen.”
Ik ga u wat vertellen over de grondtekst. Er zijn twee woorden voor willen, in 1Tim staat “theleo”, – dat is Zijn heilswil, Zijn doel. Het verlangen van Gods hart. In onze tekst staat “boulomai” – dat is een raadsbesluit – dat is een sterker woord. Het vormt *geen* onderdeel van Zijn raadsbesluit, dat er iemand verloren gaat. Hoort u dat?! In tegendeel, God wil voor iedereen open staan. De weg tot behoudt heeft Hij voor iedereen open gezet. Het is Zijn liefste wens dat iedereen de hemel zal binnen gaan.

En iemand zegt (, helaas, helaas!), er is een verwerping van eeuwigheid – een Calvinistische gedachte - maar zo onbijbels!! Zo in tegenspraak met wat hier staat. Dan zou een mens kunnen zeggen – ik kòn niet zalig worden. Anders zou er moeten staan, dat God wel wil dat er er sommige verloren gaan.
Ook de KT zitten er naast. “Hier gaat het uitsluitend over de uitverkorenen” – dan verdraai je de Schrift tot je eigen verderf – om je eigen gelijk te houden. God schept geen mensen waarvan Hij van te voren bepaalt dat ze verloren zullen gaan. De Heere Jezus heeft geweend, gehuild over Jeruzalem – en Hij heeft deze toegeroepen – hoe vaak heb Ik jullie bijeen willen vergaderen, maar jullie hebben niet gewild...
Die heilswil van God, wat een ontroerend ogenblik, hoe vaak, hoe vaak - die zondige onwil van jullie. Als je verloren gaat – verwijd dat Mij niet – het is je eigen zondige onwil waarin je volhardde....
Waarom gaat een mens verloren – omdat hij in zijn ongeloof volhardt.

Petrus is weleens in het water gevallen en hij zonk weg naar beneden. Als je niet kan zwemmen – daar kun je niets aan doen, maar als iemand je een reddingsboei toewerpt en je weigert die en je verdrinkt dan – dan is het je eigen schuld – ik wilde die reddingsboei niet aangrijpen. Heere help me! riep hij!

Hij wil niet dat er enige verloren gaan – Petrus wijst ons weer op Noach. Kinderen, jongere, ouderen, die daar stonden – komt toch allemaal. Je oude oma in de rolstoel kan ook de ark in. Ik wil dat er niet een buiten blijft, de Heere zei na 120 jaar. Ga er nu maar in. En toen – toen heeft een week die ark nog open gestaan. En pas na de aller laatste week – En de Heere sloot de deur – toen ging de Lamp Gods uit. Wat er volgde was verschrikkelijk.

God wil niet dat je verloren gaat.

De eindsprint van de eindtijd, misschien leven we in de laatste weken van die 120 jaar. God meent het – tot in het diepst van Zijn Goddelijk bestaan.

3
Dat zij allen tot bekering komen. Zijn allerdiepste wens. 99% min ik? Nee. Allen = 100% min niemand. Allemaal. Echt waar. Al zou je menselijkerwijs aan God kunnen vragen – wat is Uw verlanglijstje – bovenaan dat allen tot bekering komen.
Sommige verklaarders draaien net zolang aan die tekst tot er iets anders staat – wil je het niet, dan? Ik zou opspringen – dan kan het voor mij ook! Allen zalig worden.

Ik las een preekje : het betekent “alle mensen kunnen nog zalig worden”. Dat is niet helemaal juist. Het betekent meer, God wil dat u zalig wordt; u MOET zalig worden, niet KAN, maar MOET – u MAG niet verloren gaan, dat is zo verschrikkelijk, dat weet alleen de Heere Jezus! Wat Hij daar heeft door gemaakt.

Daarom laat Hij ons dagelijks toeroepen - wend u tot Mij. De ganse dag mijn armen uitgebreid en zo staat Hij voor je - zie hier ben Ik, waarom draai je je niet om? Waarom staan je oren nog steeds verkeerd, waarom wilt u zich niet aan Mij overgeven? Als een Vader die wacht op zijn weerspannige kinderen. Kom terug, jongen. Kom terug. Mijn schepselen, keer weder tot Mij.

Stel je voor, dat de Heere Jezus vier of vijf jaar geleden zou zijn teruggekomen. Dan zou er een aantal van u voor eeuwig verloren zijn gegaan..., maar God zij gedankt er is doorbraak in uw leven gekomen. Daarom bent u behouden. Heden, het kan morgen te laat zijn.

Daarom zendt de Heere Jezus nog steeds predikers uit in Katendrecht en rondom de kerk, en Malawi, Thailand en Cambodja, en Zuid Soedaan.... Er is nog plaats – dwing ze om in te gaan – niet je: kan zalig worden, die mag je niet missen, want het levert je eeuwige schade op. God smeekt je. 2Cor 5, God smeekt, Laat je met Mij verzoenen! Dat is geen formele boodschap. Een hele bewogen aansporing van Zijn kant – daar zit zijn intense verlangen om jou te redden, omdat de Heere Jezus het weet hoe verschrikkelijk het is.
Daarom doet de Heere Jezus moeite om dat ene dwarse schaap te vinden – Hij heeft er al zo veel – ben jij dat? Dwars tot en met agressief, brutaal tot en met. 2000 jaar en dan komt er een moment, dan breekt dat elastiek, of het nu 120 jaar is, of 2000 bij ons of 400 van de Kanaänieten. Wat een geduld heeft God gehad met die Kanaänieten.

God wil niet dat je verloren gaat. Niet allen worden gered, waarom niet – niet iedereen wil zich laten redden. De tijd is begrenst. Uitstel is geen afstel, Gods geduld is niet eindeloos en dat geeft des te meer klem aan de oproep, dat je tot bekering komt. Al is de zonde je nu nog zo lief, dat je er niet los van wilt komen of de hemel zo weinig waard vind - ik zie wel. Voldoet de wereld nog steeds voor je, is je ziel je zo weinig waard, dat je speelt met vuur....

Er was een spotter op een hoge Alp, met zijn vriend. “Ik weet zeker dat God er niet is – ik geef hem één minuut de tijd om met de bliksem mij te treffen”. De seconden tikten weg. “Zie je wel dat God er niet is?”. Pas op jongen, je zou er weleens vreselijk voor kunnen boeten, zei zijn vriend. Die ene minuut duurde langer bij God. Hij schopt het heel ver, op het toppunt begon hij een oorlog en hij verloor die en moest vluchten, hij verliet land en volk en met een Duits soldatenpak aan probeerde hij te ontkomen – hij werd neergeschoten. Mussolini was zijn naam. Toen de schoten knalden, ging de wijzer op Gods klok door de 60e seconde heen.
Hoeveel seconden zouden wij nog hebben?

Heden niet Nieuwjaar, maar nu!
Zo gij Zijn stem dan heden hoort,
Gelooft Zijn heil- en troostrijk woord;
Verhardt u niet, maar laat u leiden.

Edit