Wat gaat er aan het begin van het nieuwe jaar door je heen?Je kunt somberen over de toekomst, maar een christen mag moed hebben voor de toekomst. De kerk is nooit alleen, Christus is met hen. De macht van de duivel is begrensd en beperkt. We leven dwars door de strijd heen naar de volkomen overwinning. Ons wacht een heerlijke toekomst; de fakkel van de hoop mogen we hoog houden en aan elkaar doorgeven. Ik richt me tot u als gemeente; tot de kinderen op catechisatie, de ouderen op huisbezoek; er ontstaat een band en die koester ik ook. Toch is het geen cirkel waarin we leven: we gaan nu weer op Pasen aan, Hemelvaart, Pinksteren, advent etc. Het leven van een christen is meer een wenteltrap. Het gaat wel ergens naar toe. Naar boven of naar beneden, naar God toe of van God af. Steeds hoger of steeds lager. We hebben het Woord en dat Woord gaat mee. In den beginne was God. Dat Woord daar mogen we aan hangen en daar mogen we iets aan hebben. Ik bid voor hen die nog geen vrede met God hebben. Die nog geen zekerheid hebben, dat je je met je hele hebben en houwen mag toevertrouwen in de armen van de Vader. Stel dat niet uit. Zoals je je waardevolle spullen toevertrouwt aan een kluis, vertrouw zo je hart, je ziel en je leven, je toekomst toe aan Hem. Bij Hem is het veiliger dan waar dan ook. Ik bid voor u kinderen van God, dat er geestelijke groei mag zijn. Een groei in zelfkennis, dat maakt je nederig, maar ook een groei in de kennis van wie Hij is. Laat geloofsgroei niet zijn als een hobbelpaard: altijd in beweging en toch geen millimeter dichter naar God toe groeien. Ik hoop dat de Heere ons daarvoor bewaart. Ik hoop dat we als een klein kind dat zich vastklemt aan zijn ouders te midden van de massa, zo aan de Heere mogen klemmen.
Ik voel me gezegend met zo'n kerkenraad. De intentie van alle broeders is elkaar vast te houden en het goede te zoeken voor de gemeente. Dat mag best wel eens gezegd worden hier vanaf deze kansel. De vele vrijwilligers die zoveel doen, de koster, de organisten etc. Wij houden de kerk niet in stand, gelukkig, maar we mogen wel meewerken aan de opbouw van de gemeente van Christus. Ik ga nu naar de tekst:
1 Petrus 5: 7: Werp al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u.
1.bekommernis
Deze tekst is een heel bekende tekst. Op een kaart of op een tegeltje zie je hem regelmatig. Petrus haalt hier een woord aan van David, uit het Oude Testament uit Psalm 55: 23. Deze tekst spreekt mensen aan. Ik hoop dat u dit jaar niet alleen bekommernis treft, maar dat u ook de zoetheid proeft van het werpen van die bekommernis op Hem. Denk aan een oud schilderij waar je een nieuw lijstje om doet. Er valt dan weer nieuw licht op. Als het lijstje van uw eigen ervaring er om heen gedaan wordt, dan wordt hij weer nieuw. Je kunt er dan achterop schrijven: BB. Beproefd en betrouwbaar gebleken.
Wat is nu eigenlijk die uw bekommernis: het is alsof de Heere voor je staat en zijn almachtige schouders voor je houdt en zegt : hier, leg dat pak van al die problemen en zorgen nou maar hier op Mijn schouders. Een almachtige God die wijst op zijn eigen schouders. Wat is bekommernis: angstige bezorgdheid. Dat wat je bestaan neerdrukt, benauwdheid, dat waardoor je ziel zicht neerbuigt. Dat waar je 's nachts van wakker ligt. Als je in de auto zit dan pieker je er over. Je zit er mee. Tobt u ergens mee? Is er iets wat uw geloofsvertrouwen in de weg staat? De Heere Jezus noemt dat dorens die het goede zaad verstikken. Dat zijn de zorgvuldigheden, de zorgen van het leven. Je kunt je niet meer concentreren. Wat je met die bekommernis moet doen is het op de Heere werpen. Hoe was dat in de tijd van Petrus?
Hij noemt de lezers van zijn brief de “christenen in de verstrooiing”. Hij noemt ze ook vreemdelingen. De hemel wordt dan je thuis; de aarde wordt je vreemd. Ooit werkte ik in Dordrecht. Daar waren oude huizen met soms een bordje: werkplaats beneden, woonplaats boven. Zo is het met christenen ook. Wat gebeurt er met mensen die tot geloof kwamen? Stel, er kwam een vrouw tot geloof , terwijl haar man nog niet gelooft. Dat gaf wrijving. Als je tot bekering komt, krijg je vrede in je hart die niemand kent, maar ook wrijving om je heen met de mensen die dat niet kennen.
Ander voorbeeld: op je werk deed je overal aan mee met personeels-uitjes etc. en als je dan tot bekering komt, dan wil je dat niet meer. Ik kan dat niet meer, want ik heb een andere Koning in je leven leren kennen. Je baas roept je bij zich en je dreigt zelfs ontslagen te worden. In je gezin kan het zelfs zo zijn. Als jij tot radicale omkeer komt en je krijgt vrede met God, dan gaat de ziel van je kind of je man of vrouw ook wegen. O Heere, we leven maar zo kort, en we moeten wel wederom geboren worden. Hoe moet dat nou met mijn kinderen? Augustinus ontspoorde ook helemaal in zijn jeugd, maar zijn moeder bleef bidden. Schatten van kinderen, maar die zielen dominee, ik lig daar wakker van... Je kun ook serieuze jongelui hebben die wel naar de kerk gaan, maar die dat doen als een oudste zoon, die braaf zijn plicht doet, maar waar het alleen de mooie buitenkant is. Een rijke jongeling, die alles gedaan heeft, maar nog steeds een vuil hart heeft.
Je moet niet gaan selecteren: dit vertel ik wel en dit vertel ik niet aan God. Hij ziet me aan komen....en dit is toch mijn eigen schuld? Niet selecteren. Ook als je jezelf in de nesten hebt gewerkt. Werp àl uw bekommernis op Hem. Ook die kleine zorgen van een klein kind dat zijn knuffel kwijt is. Die jongen die niet goed mee kan in de klas, die een toets heeft, of een m.o., of die niet bij de groep hoort. Of die vrouw die vreest dat er iets zit omdat ze zich niet zo lekker voelt. Of opa die al zo oud is....zal ik 'm dit jaar moeten verliezen? Die bekommernis kan je ook over de kerk hebben. Over de gemeente. Of over oude mensen die vroeger de Heere hebben leren kennen, maar zich nu alleen maar druk maken over kleine dingen, die alleen teren op het oude, maar waar de Heere Jezus niet meer schittert. Ik kan me ook zorgen maken over sommige jongeren die er waarschijnlijk vandaag niet zijn. Jongeren die hun eigen godsbeeld hebben gemaakt. Waar ik zie dat God en wereld samengaan. Dat is een godsdienst die niets met de Heere Jezus te maken heeft. Je kunt wel een boom opzetten over God, maar je bedriegt jezelf want je leeft er niet naar. Dan moet er echt een wonder in je leven gaan plaatsvinden.
Ik maak me ook wel eens zorgen om mezelf. De Heere heeft mij gaven gegeven om het Woord te bestuderen en door te geven. Maar als ik nou in mijn pyjama komt te liggen in het ziekenhuis, zonder mijn pak, mijn preekschets, zonder mijn boeken...wat hou ik dan over? Ik vraag me wel eens af. Ben ik verzoend met God? Is het nu echt wèl met mijn ziel? Ik kan dat 1000 keer zeggen, maar is het nu echt wel met mijn ziel? Daar moet je mee naar de Heere gaan. Ga tot uw Middelaar.
De wereld zegt: hou je taai, je moet er wat van maken. Haal er uit wat er inzit. Het zal wel mee vallen. En als het niet meevalt, dan heb je pech gehad. De wereld werpt je altijd terug op jezelf. Maar de Heere werpt je terug op zichzelf. Het woord voor “werpen op” staat maar 2 keer in het Nieuwe Testament. Hier in Petrus, en in Lukas, bij de intocht in Jeruzalem. De mensen deden hun kleren uit en wierpen hun jassen op dat ezeltje. Als je dat nu eens doortrekt. Zoals je een zadeltas werpt op een paard, zoals je een lading zet op een muilezeltje. Zo met eerbied gesproken zegt de Heer': mag ik jouw lastdrager zijn? Je mag het op Hem gooien. Ik wil jouw last dragen. Mag ik het voor je dragen? Hij bezweek onder de last van zonde op Golgotha. Je zonde mag je op Hem werpen, maar ook je zorgen. God als een lastdier. God als mijn lastdrager.
Het is een zwaar pak dominee! Wentel het op Hem! Niet je vrijmoedigheid, niet je vertrouwen, niet je verantwoordelijkheid. Die moet je niet wegwerpen. Maar wel je zorgen en je zonden, die moet je op Hem werpen. Hoe gaat dat in de praktijk? Eerst tob je er zelf een paar dagen mee, dan praat je je er met een ander over en dan pas breng je het bij God als je dat al doet. Maar de Heere wil dat je dat eerst doet. Er is geen betere plaats waar je met je zonden en zorgen naar toe kan. De Heere wil niet dat we een half uur blijven lopen met onze tobberij. I must tell the Lord. Er zijn dingen in je leven waarbij je je best groot kunt houden, maar als ik er even doorheen prik, dan zie ik tranen in je ogen. Die dingen bedoel ik nou. Wat is het verschil tussen de wereld en een christen? Niet veel. Christenen doen ook dingen fout. Spanningen in je huwelijk. Kinderen opvoeden en daarbij fouten maken. Lichamelijke en psychische ziekten. Daar weten christenen ook alles van. Eetproblemen en schuldgevoelens. Het pak en de zorgen zijn hetzelfde. Maar een christen heeft een adres waar hij zijn zorgen neer kan leggen. Ik geef u vandaag een visite-kaartje van mijn Zender. U krijgt een adres om naar toe te gaan. Maak daar gelovig gebruik van!
Laatste gedachte: want Hij zorgt voor u. De belofte.
David was in Ziklag, alles lag in puin. En David sterkte zich in de Heere zijn God. Hij ging alles aan de Heere vertellen. De omstandigheden veranderden niet, maar David zelf veranderde. Niet de situatie maar zijn hart veranderde. De Heere gaf hem rust, koning Hizkia kreeg veel haat-brieven. Hate-mail. Hij ging er mee naar de Heere. En de Heere nam het van hem over.
Er was een koopman met een flink pak op zijn rug. Hij kreeg een lift aangeboden van een boer. Hij klom op de wagen, maar hij hield het pak op zijn rug...Dat doen wij vaak ook. We brengen het bij de Heere, we zeggen amen en we pakken het daarna weer op. Ik zit op de evangeliewagen maar ik ben niet vrij. Ik mag het neerzetten, zegt God tegen mij. Want Ik zorg voor je. Wat een rijke belofte. Als er nu een punt had gestaan, was de tekst ook al rijk. Werp uw bekommernis op Hem. Punt. Maar Hij zegt er nog wat achteraan. Hij zegt niet: Ik los al je problemen op, Ik zal alles wegnemen etc. dat zegt Hij allemaal niet. Hij zegt wel: want Ik zorg voor u. U ligt Hem na aan Zijn hart. Dat Vaderhart dat klopt voor je, dat Vaderhart houd je ook in de gaten, die Vaderhanden zeggen: Geef het aan Mij...
Geloven is: stoppen met de last zelf te dragen. Geloven is niet alleen een gave van God. Geloven is ook een rusten op Christus. Stoppen met het zelf te doen. Ik ga wel eens lopen met mijn zoontje, hij dribbelt dan voor me uit. Soms is hij heel moe, en wil het toch zelf doen. Terwijl je als Vader ziet dat hij erg moe is en het niet meer volhoudt. Het ongeloof zegt: ik kan het zelf wel. Kijk uit dat je er niet onder bezwijkt. Geloven is je laten dragen, je laten zaligen, je laten redden, je laten optillen door de Heere Jezus Christus.
Paul Gerhard was een godvrezende dominee in Duitsland, in de tijd van de vroege 17e eeuw. Heel wat twisten tussen Luthersen en gereformeerden waren er. Hij heeft veel mooie liederen gemaakt. Bijvoorbeeld: O, hoofd vol bloed en wonden. De keurvorst zegt op den duur: ik wil dat je dat en dat niet meer leert, ook al staat dat in de Bijbel. Dat kon hij niet en als gevolg daarvan werd hij uit zijn ambt en uit zijn pastorie gezet. De eerste nacht overleefde hij in een hotel. Zijn vrouw maakte zich grote zorgen. Hij zong voor haar een lied dat hij zelf gemaakt had:
Beveel gerust uw wegen,
al wat u 't harte deert,
der trouwe hoed' en zegen,
aan Hem die 't al regeert.
Die wolken lucht en winden
wijst spoor en loop en baan,
zal ook wel wegen vinden
waarlangs mijn voet zal gaan.