Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2012-01-15 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Ik twijfel

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Jac 1:6 Mat 14:22-33 Jac 1:5-8 2012-01-15_1000.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 63.6Mb)
Geestelijke ziekten

Edit| EditReeks
Samenvatting:
1 de diagnose
2 de diverse vormen
3 de therapie

Stel je voor dat er een bom zou vallen op de Maranathakerk en je was in een keer dood – wie weet er dan zeker dat hij in de hemelse zaligheid zou zijn? Misschien dat de helft of meer zijn vinger opsteekt. Stel dat God zou vragen – waarom zou Ik jou toe laten – wat zou je dan antwoorden? Weet je het dan nog zo zeker?

Twijfel. Er zijn weinig mensen in de Bijbel bij wie het allemaal heel kalm ging. Een mix tussen geloof en twijfel. Twijfel zit in de gelovige. Vuur van het geloof gaat soms met rook van de twijfel samen, geloof zelf is zeker weten. Dat komt uit het Woord. Twijfel is vaak in de buurt te vinden.
Je kunt niet half gelovig zijn in Hem. Je bent van het licht of de duisternis. Levend gemaakt of dood. Heere ik geloof – kom mijn ongelovigheid te hulp. Dominee twijfelt u zelf nooit? Die vader van de maanzieke knaap spreekt me wel aan. Wat dacht u van een bijbelheilige als Johannes de Doper. Een man met communicatieve vaardigheden en competenties – zo preken we er tegenwoordig over. In de gevangen zit hij, verward en verslagen, twijfelmoedig. Hij laat vragen – bent U het nou wel of niet... die keiharde werkelijkheid. Jezus zou gevangenen bevrijden – en hij zit daar; die werkelijkheid botst zo op wat hij had verwacht van Jezus . Ook eikenbomen der gerechtigheid kunnen zo heen en weer gaan.
Thomas dan – het gaat over kinderen van God, vanmorgen – hij twijfelde. Is twijfel gezond? Is het menselijk – ja. Is het christelijk – je kunt er last van hebben als kind van God. De Roomsen zeiden – je kunt het nooit zeker weten. Ook de bevindelijke kringen vinden twijfel normaal – als je het zeker weet, wordt het gelijk verdacht gemaakt. “Je kunt beter 1000 maal twijfelen, dan één keer te vroeg geloven” – wat is dat voor een verschrikkelijke ongelovige uitspraak..
Ik vind het een ziekte – een zielekrankheid. Enkel rots in je geloofsleven, maar als je weerstand wat zwakker wordt – satan heeft er plezier in - je wantrouwt God eigenlijk, de blijdschap gaat weg. Het is zo verlammend - God kan je zo ook niet gebruiken. Als je zelf op het drijfzand van de twijfel staat – probeer er een ander dan maar eens uit trekken.
Als je niet zeker weet dat God je Vader geworden is – wat heb je dan te getuigen? Wat heb je dan missionair te zijn?

1
Ik wist dit niet, als man: een “twijfelaar” is geen eenpersoons- en geen tweepersoons bed. In twijfel zit het woord 'twee' (Duits 'Zweifel'), je hinkt op twee gedachten, tussen twee standpunten in. Niet ja of nee maar 'ja maar'... Jacobus vergelijkt het met een golf op de zee – dan weer van naar God toe dan weer van Hem af. Stel je voor dat Jezus aan jou die vraagt stelt – Simon heb je Me lief? Een twijfelaar zegt: Heere u weet of ik U lief heb. Dat is wat anders dan - U weet DAT ik U lief heb. Ondanks dat je Hem eigenlijk niet onder ogen durft te komen. Als je verkering wilt en je zegt - ik weet niet of ik je ook lief heb – dat kan niet.
Jacobus 1 – als je iets mist – God geeft overvloedig – vraag er in geloof om. Luther vergelijkt het met een kruik. God wil wijn geven maar je wilt hem niet stilhouden.
Petrus was een kind van God, een pilaar in Gods koninkrijk, zijn leven had hij in Zijn handen gelegd. Dat was zonneklaar. En dan komt daar die storm op zee. Ik ben het – heb goede moed. Mag ik naar U toe komen? Dan heeft hij een groot geloof. Kom. Hij stapt uit het bootje! Ik had voor de veiligheid een zwemvest aangetrokken. Petrus niet - hij gaat. Groot geloof. En dan: MAAR. Hij ziet die golven, hij kijkt van Jezus weg en hij zinkt. Heere help me – dan eerst Zijn hand - 'kleingelovige waarom heb je getwijfeld?' Eerst in de wolken en zo weer op de grond – het ligt heel dicht bij elkaar. Het kan zo maar omslaan. Twijfel is klein geloof zegt de Heere Jezus. Wat is met verschil met zwak geloof - dat moet versterkt – klein geloof moet bestraft. Het ziet te veel op omstandigheden en te weinig op de Heere Jezus.
We zegenen het niet in – nergens staat wie twijfelt zal zalig worden. We keuren het niet goed.

Symptomen: het knaagt – je weet dat je Hem nodig hebt, maar niet of je Hem echt hebt. En je kunt er nog mee blijven leven ook. Je bent een grensfiguur. Het hapert. Geen houvast. De martelaren – de stralende zekerheid van het geloof wordt door hen gepreekt, ook in de Reformatie.

Wanneer is het begonnen, die twijfel? Als je positief bent opgevoed, gelovige ouders, goede juffrouws – als kind had je het geloof en het vertrouwen van een kind – een sterk geloof. Als de juf met een warm hart van de Heere Jezus vertelt, dan vertrouw je als kleine kinderen – wat juf zegt is gewoon waar. Jona, Lazarus – natuurlijk is dat waar. Als puber neem je het niet meer zo klakkeloos aan. Je wilt op onderzoek uit, twijfel, worsteling – is dat nu eigenlijk wel zo. God als Schepper – maar hoe zit het met de evolutie? Objectieve twijfel. Is Jezus nu de enige weg – gaan al die heidenen verloren die nog nooit van Hem gehoord hebben – andere godsdiensten menen het ook oprecht – er zijn nog andere geïnspireerde boeken? Alles wat je geleerd hebt, komt op losse schroeven te staan –
Dat is allemaal niet erg, maar het virus moet niet chronisch woorden. Zo'n periode heb je misschien ook wel gehad, ouders, dus val ze niet te hard. Als het maar niet helemaal los gaat raken. Dan wordt het een dubbeltje op zijn kant. Door de twijfel naar de vaste zekerheid van het geloof - dan worden het stabiele christenen.
Er zijn mensen, ook hier, die jaren lang ongelovige zijn geweest - ook het ongeloof kent zijn twijfels – zou het nou wel waar zijn, dat er niks is? Ze werden zoekers, door ongeloof en twijfel kwamen ze door Gods genade tot zekerheid van het geloof. Maar zo kan het ook via de twijfel naar het ongeloof leiden.

2
We moeten goed onderscheiden waar de twijfel precies zit en plaatsvindt, ik probeer goed te luisteren. Er is twijfel buiten het koninkrijk, vóór en binnen het koninkrijk.
“Buiten”: – de Pilatustwijfel. Twijfel als een schild om God buiten te houden. Wat is waarheid? – hij wachtte het antwoord niet af. Hij liep weg en koesterde zijn twijfel. Zulke mensen hebben twee of drie vragen achter de hand – als God nou liefde is, waarom is er dan leed? En als Hij almachtig is, waarom doet Hij er niet aan? En ze kijken verder naar hun Soap serie – ze koesteren hun twijfel.
Er was een oude man in Hedel. Ik twijfel zo, zei hij. Zou je van die twijfel verlost willen worden? Nee, zei hij. Niet te dicht bij.
Bang voor het antwoord op de vraag.

“Voor” – een Nathanaëltwijfel – kan uit Nazareth iets goeds voortkomen – het klopt niet, Filippus... twijfel op de drempel. Hij was er dicht bij. Hij wilde het wel geloven, maar hij had verstandelijk nog wat vragen, oprecht. Ik kan het niet geloven maar wil wel. Oprechte zoekers, die heb ik hoog staan. Filippus gaat niet redeneren – ik weet het ook niet precies , maar kom en zie. En Hij laat zich mee nemen. Je moet er in komen als een kind – niet eerst begrijpen dan geloven – als hij Jezus ziet is hij om – zij zitten niet in de wereld maar onder de vijgenboom en denken over de dingen na.

“In” het koninkrijk
Gods kinderen ervaren de twijfel als een pijl van de satan. De vurigste gelovige die zo “into God” is. Je kunt zo maar “atheïstische gevoelens” krijgen, zou het nou allemaal wel waar zijn. U gaat me toch niet vertellen, dominee – ja dat heb ik ook wel eens. Je kunt er zo door besprongen worden – een Davidstwijfel. Ik zal nog eens omkomen door de hand van Saul – het duurde zo lang. Hij heeft het op dat moment niet over de Heere. God heeft gezegd - jij wordt koning, Ja Heere zegt het geloof, ja maar zegt de twijfel .
Je krijgt een kind, Abraham. Hij geloofde dat God bij machte was om zijn belofte te geven. Toch heeft hij na 12 jaar gedacht ik ga God een handje helpen – Ismaël. Zelfs hij twijfelde of God zijn gelofte zou vervullen – twijfel is God onterend.

Je maakt je zorgen, hè, ouders? Ik heb een lijstje. Jezus in de bergrede, tegen zijn discipelen: Waar maak je je zorgen over alles - uw vader weet wat je nodig hebt. Kijk eens naar de mussen, gij kleingelovigen, hoeveel te meer zal Hij dan u voeden en kleden...
We bestraffen het vanmorgen.

Soms heb je twijfel aan Gods macht. In een boot ook weer een storm, het bootje loopt vol. Heere wordt wakker wij vergaan. Hij legt de storm het zwijgen op – waarom was u angstig gij kleingelovigen. Ze twijfelden aan Zijn almacht.

Je kunt ook gevoelstwijfel hebben. Ik heb mijn zonden beleden aan de Heere, maar ik voel niks, dominee... zou het wel waar zijn? Elia heeft ook een tijdje gehad dat hij het niet op een rijtje had – laat me maar sterven, ik kan er niet meer tegen op. Wat ben ik bezig geweest in het evangelisatiewerk. Ik ben alleen overgebleven. Emotionele twijfel. Je moet eens eten en veel rust nemen, Elia...

Een wilstwijfel. Je weet wat God van je vraagt, maar je weet niet of je er aan wilt. Je hebt er geen zin in. Je zit met je zelf in de knoop. Je kent de weg van de zonde en de wil van God. Wat wil je nu eigenlijk?... je zegt dat je het niet weet, maar je wil eigenlijk niet, toch?
Spurgeon: het enige argument *tegen* de Bijbel is een onheilige leven, dat je wilt vasthouden. Niet zozeer in je intellect maar in je wil.
Twijfel aan God als moreel, niet een intellectueel probleem.

Intellectuele twijfel – je hebt gestudeerd, en dan komen er vragen – dat mag, maar ik luister weer – komen die vragen voort uit hoogmoed – ik kan je misschien overtuigen met mijn argumenten, – of zijn het echte eerlijke vragen, dan schaar ik je onder Nathanaël. Ik zeg tegen je, kom ene zie.

De ergste vorm van twijfel is de existentiële twijfel – je kunt twijfel aan de Bijbel hebben, bestaat God wel? Maar je kunt ook twijfel of je wel een kind van God bent. Dat heeft te maken met je hart. Je kunt je er druk om maken – bestaat God eigenlijk wel – maar: weet ik me door die God behouden? Is die behoudenis voor mij, komt het naar jezelf toe?

Als het er werkelijk op aan komt. U zit hier, u hebt voor de Maranathakerk gekozen, uit andere kerken, vaak. Maar als je voor God moet verschijnen - zijn het weinigen of velen die zalig worden - zou er toch nog een hoop moeten gebeuren, eerst? Ze hebben geroepen Heere, Heere, maar niet iedereen wordt zalig. Vele zijn geroepen maar weinigen uitverkoren – die teksten komen op je af – met een ingebeelde Jezus verloren gaan – dat heb je vroeger te veel gehoord, nu heb je het weggeschoven. Mensen die als vanzelf sprekend onbekeerd zijn. Vanzelfsprekend is het niet voor jou. Weinigen aan het Avondmaal – en je ligt er geen nacht van wakker.
Maar andersom is ook erg – vanzelfsprekend heeft iedereen het, dus ook voor mij. En je licht er geen nacht van wakker, hoe zwaar het gewicht van jouw zonde is. Vanzelfsprekend is beide fout. Je zit er allebei naast.

Is mijn geloof wel groot genoeg? Nee, is het wel goed genoeg? Misschien heb ik wel een historisch geloof, een wondergeloof, een tijdgeloof maar geen zaligmakend geloof. Als ik dat naar me toe laat komen, kan ik in een geloofscrisis terechtkomen, is het wel met mijn ziel.

3
De therapie .
Het is belangrijk om het tegen de Heere zelf te zeggen. Johannes lied het zijn discipelen zelf vragen. Zoek een stil plekje en vertel hard op alles – ook je rare gedachten en vertel Hem dat je graag bij Hem wil zijn.

Kom en zie - laat je meenemen, als je even niet kunt – zullen we samen bidden? Mat 28, de Heere Jezus is opgestaan, sommigen twijfelden – is Hij het echt. Toen kwam Jezus dichterbij. Zo kan het in je leven ook zijn. Heere ik twijfel – maar ik bid, ik kan even niet jubelen, wilt u een stukje dichter naar me toe willen komen. …

Thomas' vragen werden opgelost toen hij in de gemeente was – aanwezig. Daar was Jezus, daar werden zijn vraagtekens in uitroeptekens veranderd. Hier krijg je een woor, een zegen, een vers, een psalm. De Heere heeft maar één woord nodig. Zing een lied als je twijfelt. Ds. Buskens, de rode dominee: als ik er over zing dan weet ik het weer. Zing een lied dan twijfel ik niet. Kent u dat oude lied van Johan de Heer:

Is hier een hart, door vrees benard,
vermoeid door 's levens strijd?
Twijfel drukt u neer,
gij struikelt telkens weer.
O, vat weer moed, want God is goed
en steeds tot hulp bereid:
Tob niet langer voort,
vertrouw op 's Heren woord.
Daar zijn geen grenzen aan Jezus' macht,

Vertrouw op de Heer en steun op je eigen hart niet. Kierkegard: begrijpen komt pas na het gehoorzamen.

Bunyan (Christenreis): Christen was al door de enge port, langs het kruis gegaan, geproefd en gesmaakt, gezien op het kruis, op de smalle weg loopt hij – hij ziet en een bijpaadje – dat koopt wat lekkerder – het wordt donker, de weg kwijt ze kunnen de weg terug niet vinden, reus Wanhoop die woont in kasteel Twijfel, komen ze tegen. Met zijn knuppel verwondt hij hen, in een kerker geworpen, geen licht, van woensdag tot zaterdagavond zitten ze daar. De reus Wanhoop - je kunt tot die grenzen gaan. Hij toonde de schedel van Kaïn en Judas. Wat heb je het dan benauwd.
Christen en Hoop gaan samen bidden. En dan komt de redding, zondagdredding – ik heb een sleutel van Gods belofte, die past op elke slot van kasteel Twijfel. Die geef ik u dan maar vanmorgen mee - de sleutel van Gods belofte en wordt daar maar werkzaam mee: Joh 6 die tot mij komt zal ik geenszins uitwerpen – gaat ie beetje moeilijk? Hij doet het wel. Probeer die van Jes 45 eens, wendt u naar Mij en wordt behouden.

Geloof en leef, of twijfel en sterf.

Geloof Zijn heil en troostrijk woord, verhardt u niet maar, laat je meenemen.

Edit