Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2012-01-22 10:00:00
ds. J.Th. Pronk (Sirjansland)
De 'niet te geloven' goede boodschap

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Luc 4:21 Luc 4:14-31 2012-01-22_1000.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 64.8Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Bent u met elk cadeau blij? Stel u krijgt 10 Euro. Bent u daar dan blij mee? Kleine kinderen zullen denken – wauw wat een bedrag. Oudere kinderen hadden meer op een lijstje staan – teleurstelling, boosheid op de gever. Aan uw voordeur wordt gebeld en hij heeft een doos. Hier heeft u een voedsel pakket. Sommigen zullen opspringen, anderen zullen zeggen: U bent bij ons verkeerd. Acceptatie is dus heel afhankelijk van van wie u bent, hoe in het leven staat en tegen uzelf aan kijkt. Zo is het met het evangelie. Wie wil er niet voor eeuwig leven, al zijn ziekte kwijt zijn, in de liefde van God wandelen? Maar er zijn zoveel mensen, die het niet accepteren en er aan voorbij leven. De eerste preek van de Heere Jezus en Hij wordt massaal afgewezen.

1. de lezing en de preek
2. het ongeloof
3. het geloof

1
Het is heel jammer, dat kerkdiensten zo kort zijn. Ik had graag heel Lucas willen lezen tot aan dit hoofdstuk, zo ontgaat ons de lijn. De eerste hoofdstukken staan vol van Goddelijke activiteit. Het bruist. Honderden jaren was het stil geweest aan dat Front. En dan: De engel Gabriël verschijnt aan Zacharias, die zo graag een kind had willen krijgen. Zacharias – je zoon is *de* Elia. En de Messias komt. Hij barst uit in jubelzang als het kind een keer geboren is. Gabriël is druk in die dagen. Hij verschijnt aan Maria. Je zult een zoon baren – Hij moet Jesjoea heten, zoon van de Allerhoogste. God komt naar de mens toe, Hij zal verlossen, genezen. Een welbehagen in mensen, zo luidt het aan aan de herders. Zij maken God groot en vertellen het alle mensen.
Het kind groeit op en wordt dertig en dan komt een meester-beproever – De Heere Jezus slaagt, de verzoeking in de woestijn. De Heere Jezus is gekomen om satan te verslaan, zijn kop te vermorzelen.
De spanning loopt op, hij is bij machte als geen ander om satan te overwinnen. Kunt u tegen de verzoekingen staande blijven? Ik niet.
Het volk zal toch staan te juichen Luc 4:14 – het gerucht over Hem verspreidde zich en werd door allen geprezen.

Als God spreekt gebeurt er wat, als Jezus spreekt ook. De wonderen gebeuren, het land loopt aan. Hier gebeurt wat bijzonders. En dan begint het gedeelte, dat wij gelezen hebben.
Hij is op rondreis en kwam in Nazareth. Hij neemt het initiatief. Hij stond op om te lezen. Hem werd het boek van de profeet Jesaja gelezen. Hij vraagt om het boek Jesaja, kun je uit het Grieks opmaken. Zes keer neemt Jezus het initiatief. God neemt het initiatief tot onze zaligheid. Hij stuurt Zijn Zoon naar deze aarde. Er is niets van ons bij in onze zaligheid.
Wat willen we allemaal graag tot wat doen..

Ze kenden de woorden, in Jesaja 61gaat het over een troost-profetie. Tegen het volk in ballingschap. Bezittingen kwijt, maar ook God,want de tempel was er niet meer. De Dienst van de offerande was er niet meer. Het jubeljaar – elk 50e jaar was dat. De slaven werden vrijgelaten. Alle schulden kwijtgescholden. Je kreeg je bezittingen die je kwijt was geraakt, weer terug. Wat een instelling. HET jubeljaar komt. Je zult bevrijd worden, alles terugkrijgen, nog veel heerlijker. Daar gaat het om een Gezalfde, van God gezonden dus. Hij brengt het jubeljaar. Hij gaat verkondigen of preken. 3x staat het er. God werkt door het woord. Maar als God spreekt, gebeurt er wat. Hij geneest, opent ogen, zendt heen in vrijheid.

Beseffen wij wat het is om onder het woord te zitten? God wil uw oog openen. Hij legt het met kracht in uw hart. Zo klinkt die prachtige boodschap van het jubeljaar. Tot wie? Armen. Blinden, verslagenen. Zo voelde het volk in de Ballingschap zich. Hen wordt verlossing beloofd. Wat een goede boodschap.

Wat een spanning, hoe zouden ze reageren? Hoe reageer ik op die boodschap? Zittend verkondigde Hij. Alle ogen waren op Hem gevestigd. Wat zou Hij nu gaan zeggen. Wat gaat Hij nu preken? Hij zwijgt en neemt dan het woord.

Heden is deze schrift in uw oren vervuld.

Het is nu de tijd van de genade, dat je verlost kunt worden, dat je kunt zien, horen, vrij gelaten. Dat is nu nog. Het heden van de genade. De laatste tijd, de wijzers staan op 5 voor 12. Nu kunt u nog beslissen. In uw oren. U hoort het.

Hij is de degene die ogen opent, die geneest de gebrokenen van hart.

Mensen die alles kwijt zijn- u bent arm, in het paradijs hadden we alles. Geen zonde, het eeuwige leven, nu zijn we gevallen beelddragers, geen wandelen met God, geen zegeningen. Arm. Naakt. Maar die armen wordt het evangelie verkondigd.
Wat een zelfzuchtige ambities – of kennen we die niet? Wat zetten we onszelf toch altijd centraal.. Keer op keer die banden, verlangens waar je geen weerstand tegen kan bieden. Maar In Hem zijn de banden los.
Blinden het gezicht – bent u niet blind? Ik sta toch in deze wereld en ik zie? – maar we zijn blind. Als God onze ogen opent, rolt deze wereld weg als een gordijn en dan zie je, dat je zag als in een mist, – de wereld is een steiger en God bouwt aan Zijn koninkrijk en Hij wil u toevoegen als een steen daarin. We moeten dat zicht telkens weer opnieuw krijgen als je het niet meer weet en je verslagen voelt.

2
Het begint positief vers 22. Ze betuigden hun instemming. Een talentvolle spreker en wonderdoener. Meester, wat een woorden! Maar dan verandert er wat – wie is Hij die daar spreekt – is dit niet de zoon van Jozef. Moet Hij de messias zijn? – wat een hoogmoed, dat kan niet. Blinden de ogen te openen, ben ik dan blind? – dat kan niet waar zijn. Ben ik dat arm? Wie is hij dat hij dat durft te zeggen... Dat ik arm en ziek ben, gevangen zit. De weerstand groeit. Dit woord is niet te geloven.
Voelt u soms ook niet de weerstand, als het van u gezegd worden. Augustinus was een verloste zondaar, maar hij moest het vaak weer opnieuw zien. Wat heb ik gestruikeld...
In vers 23 zegt de Heere Jezus: U zult zeggen – dokter geneest u zelf. Een dokter stond toen niet zo goed bekend. Het waren vaak kwakzalvers. Dat verwijten ze Hem dus. Ga eerst jezelf genezen. Moet jij Gods vrederijk vestigen? Wat een vijandschap komt er op. De Heere Jezus legt de vinger bij de zere plek.

Je verhouding met God – dat is je probleem. Je hebt een hart van steen. Ze hebben een Messias nodig voor hun probleem. Er is geen welvaartsevangelie- God lost HET probleem op. Wij moeten dat belijden. Verlos mij dan. Die mensen opent Hij de ogen. Niet mensen die denken dat ze al aardig op de weg zijn.
EN: bewijs eerst maar eens dat je de Messias bent. Laat maar zien. Eerst wil ik iets speciaals meemaken – eest wil ik dit voelen en dit weten, dat Hij echt bestaat – we wachten op een krachtige openbaring. Wachtend op de ingreep van God.

Maar het woord wordt gepreekt en het werkt. Nu is de tijd van de genade en op de knieën te vallen, zeggen; Heere U bent mijn Verlosser. Alle ja maars opzij. De prediking gaat door.

24: Een profeet is niet welkom in zijn vaderland. Profeten werden vervolgd, geslagen, verbannen, zou het met de grote Profeet dan anders gaan? Het volk barst van boosheid. Ze willen Hem te pletter laten vallen.
Hij verwijt hen ongeloof – maar ze zijn zijn verbondskinderen. Nota bene- dat evangelie zou wel gehoord worden door heidenen..!

Hoe velen zijn er in de kerk die als vanzelfsprekend aannemen dat ze verlost zijn - ik ben toch deel van de gemeente? Ik heb toch Zijn woorden gehoord? Geloof en bekering is nodig – er is geen vanzelfsprekendheid. Hoe velen zijn er niet die het Evangelie door midden snijden – wel verlossing maar niet; erkennen wat ik ben. Arm naakt ziek en ellendig.
Hoe velen blijven niet met 'ja maar' komen – ja, maar als ik nu niet uitverkoren ben, mijn zonde is te groot. En ondertussen blijven ze zitten in de kerkbank.

Nu hebt u naar Hem uit te gaan en Hem op Zijn woorden te geloven. Hoeveel gaan er straks de kerk uit en de boodschap is al weer weg. Een paar uur in de week hier en het leven gaat weer door. Zijn wij niet anders dan die bevolking in Nazareth.

We zien aan wat voor ogen is , erken dat je arm en zondig en ziek bent. Dan kan Jezus zijn zegeningen aan je schenken.

3
De Heere Jezus stuurt u nooit naar huis, zonder te horen wat u wel moet doen. Elia – de bevolking was vijandig vanwege zijn oordeelsprediking. Hij vluchtte voor zijn leven. Hij komt in Zarfath vlak onder Sion. Daar is een weduwe die je zult onderhouden. Ik heb honger – er is bijna geen meel meer. Hongersnood – wie bent u dan? Geen uitkeringen, geen supermarkt. De nood van deze weduwe was werkelijk groot. Moet ze het laatste wat ze heeft weggeven? Doe het nu maar, op het woord van mijn God, het vat met meel zal niet opraken. Zou u het doen? Ze doet het – dat is geloof, God geloven op Zijn woord, dwars tegen alle menselijke redeneringen in. Je erkent – ik heb niets meer.
En wat een rijke zegeningen kreeg ze.

Erken wat u bent. Kom bij Mij, word behouden, ontvang vrijheid. Laten we ons haasten om ons levens wil. Nog klinkt de prediking – volgende week weer? Ik weet het niet. Zullen we elkaar nog ontmoeten? Nu is het heden van de genade. Nu komt God met Zijn Geest. Val Hem dan te voet en erken – ik ben een zondaar. Bij U is alles te vinden.

Mijn Verlosser!

Edit