Edit|
EditReeks Samenvatting:
Rusland kende veel revoluties: in een ervan stonden een vijftigtal mannen stond voor het vuurpeloton, elke vijfde man zou worden neergeschoten. Een jongeman telde – hij was nr vijftien. Het uur van mijn dood is aanstaande, wist hij. Naast hem stond een priester, hij zag zijn gezicht. Hij zei: ruil maar met mij van plek. Hij werd nummer 16. De priester stierf en de jongeman blijft leven. Over die wonderlijke ruil gaat het vanavond in Jes 53:6.
Een lied kan emoties losmaken. Misschien heeft u wel zo'n lied, misschien een stuk uit de Mattheus Passion of een ander lied. Dat ontroert u. Het roept het een en ander boven. Jes 53 is een lied van de knecht des Heeren. Dat heeft ook velen tot op heden ontroerd. Het lied klaagt ons ook aan. Eerst dacht men dat Hij die straf verdiend had - wij achtten Hem van God verdrukt. Maar: Hij is om onze overtredingen verwond en op onze ongerechtigheden verbrijzeld. Dat is een ontdekking. Als je straf krijgt op je overtreding is dat terecht.
Om onze ongerechtigheden, zonde, niet het omstoten van een glas wijn op de parketvloer. Of Foutje, bedankt. Het is niet te dekken door een verzekering. Maar: je doel missen. Een strafschop – een aanloop maar hij wordt gestopt of de bal gaat rakelings langs het doel. Zo missen mensen hun doel, bij God. Door zich niet te houden aan wat God van u of van mij vraagt. Als een spookrijder een gevaar voor onszelf en anderen. Een zonde wekt de volgende op. Wanneer de Bijbel hier spreekt over overtredingen en ongerechtigheden is dat in hele specifieke zin, Pèsja en Awon staat er in het Hebreeuws. Niet een foutje maar van een bewuste opstand tegen het wettig gezag.
Om onze ongerechtigheid is Hij verbrijzeld – de wereld op zijn kop. Wij staan al op onze achterste benen als we ten onrechte beschuldigd worden. Onze straf. Mijn straf, nog persoonlijker, op Hem. Te volgen is dat niet.
De Straf is ook geen draai om je oren. Maar vergelding opgelegd door de Rechter.
Kom maar, dan ruilen we. Ik voor u, anders had u de eeuwige dood moeten sterven. Een ontzettende straf. Hebt u dat gezongen als een soort belijdenis, voor God?
Volgens Joodse uitleg gaat het bij de knecht des Heren om het verdrukte Joodse volk. De oude kerk denkt aan Christus, anderen denken aan de profeet zelf. De Knecht des Heeren. Over wie gaat het hier? Beter uitleg dan in Hand 8 is nog niet gegeven. De Kamerling van de Candace, een minister van Financiën. Hij heeft een boekrol weten te bemachtigen. Handgeschreven. Op de terugtocht heeft hij de boekrol opengedaan. Hij las dit hoofdstuk, de knecht des Heeren. Philippus: begrijp je wat je leest? Philippus spreekt van Jezus de Zaligmaker. Dat is geen exegese, maar het woord van God zelf. Hier krijgt u klip en klaar het antwoord.
Pilatus zei het: ik vond geen schuld aan Hem. En toch treft het Hem. Hij heeft geen zonde gedaan en ook niet gekend. Ga er maar eens aan staan – doe dat maar eens een dag. Geen hoogmoedige geachte, niet afgunstig, niet verbitterd – dat lukt niet. En toch *mijn* straf. God legt mijn straf op Hem.
De algehele afval van God, de zonde waarin ik ontvangen ben, alle gruwel die uit mijn hart voortkomt. Alle kwaad dat uit mijn hart voortkomt. Al dit kwaad en al die zonde legt God nu op Hem. Zijn Eigen Kind. Niet zonder meer. Met welk doel? Om er vrede voor terug te ontvangen, de straf die ons de vrede aanbrengt.... niet te bevatten. Het is de weg en de wil van God, maar ook van de Knecht des Heeren.
Nergens is in het Oude Testament meer sprake van plaatsvervanging dan hier. Denk aan de jongeman en de priester de ruilde. Ik neem jouw plaats in. Ik voor jou. Ik ben je Heil alleen. Ik krijg Zijn gerechtigheid. God ziet mij als of ik rein ben, alsof ik de Zoon zelf ben.... Hij ziet zijn Zoon alsof Hij te maken heeft met de grootste zondaar die er maar bestaat.... Dat gebeurt in de plaatsvervanging.
Wanneer je ogen daar voor open gaan. Dat gaat u ook de schuld 'mijnen' zeiden ze vroeger: “dat heb ik gedaan”. Zijn straf was mijn straf. Zijn dood is mijn dood. Dat alles heeft de Knecht des Heeren gewillig ondergaan. Zijn striemen betekenen voor mij genezing. Hij bespot, Hij geslagen, bespuwd, verworpen, uitgebraakt. Zoon van God, Jezus Christus, door de mensen – ook bij Zijn Eigen Vader niet welkom in die drie uren duisternis.
U moet niet bij een ander zijn, niet bij de predikant of bij de kerkenraad, maar bij de Zoon van God. Daar vind u wat u bij u zelf niet hebt, gerechtigheid, vreugde, vrede, heil, eeuwig leven, opstanding en afsterving van de oude mens. Vijanden worden met God verzoend. Opdat ik niet hopeloos zou sterven, Zijn heerlijkheid zou ontvangen. De Heere laat het zien, telkens verkondigen waar het woord mag uitgaan. Doordeweeks thuis, of waar u bent en het woord gaat open. Ik voor u, om te ruilen, waar u nooit spijt van zult krijgen.
Is dat dan ook voor mij? Het woord dat Hij sprak en spreekt. Ik Zijn vrede? De zonde van de wereld – daar gaat de liefde van de Heere God naar uit, zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn enig geboren Zoon heeft gegeven. Behoort u tot die wereld?
Kohlbrugge zei: wanneer u zich tot die wereld rekent, dan bent u het object van de liefde van God. Dan mag u weten, dat de Zoon van God ook uw straf heeft gedragen. Zo ver het oosten van het westen is verwijderd zo ver draagt Hij de zonden van u weg. U ontvangt vrede. Geen wapenstilstand, ook geen overbrugging tussen arm en rijk – maar de kloof tussen God en mijn ziel wordt overbrugd door Hem die zijn armen heeft uitgespreid op Golgotha.
Ik laat vrede en Ik geef vrede. Leg uw handen op het gezegende hoofd van die Vredevorst. Wij dan gerechtigd zijnde uit het geloof hebben vrede bij God. Door Jezus Christus, eeuwige vrede en vrede door Hem. Die geen zonde heeft gedaan of gekend. En op wiens lip geen bedrog is geweest, opdat wij door de gerechtigheid van Hem zouden leven. Door wiens striemen gij genezen zijt, zegt Petrus.
Kom maar, zegt Hij, dan ruilen we. Ik het uwe en u het Mijne, Ik voor u. Zoon van God, de knecht des Heeren, Jezus Christus; tot Hem om vrede te ontvangen en tevreden te zijn met dit Lam. Dan is het Lam ook tevreden met u (Kohlbrugge).