Edit|
EditReeks Samenvatting:
1 God kent zijn leed (v3)
2 God leert hem een les (v4)
3 God redt zijn leven (v5)
In het vierde jaar van Jojakim, 605 v. Chr. Hoe zag het er toen uit? Zojuist vond een geweldige veldslag bij Karchemis plaats, tussen Farao en Nebukadnezar, zijn rijk kwam op, Egypte ging steeds meer ten onder. Daartussen zit Israël. In Juda zie ik een koning op de troon zitten. Vroeger zat daar zijn vader Josia. Een opwekking kwam er toen – het volk sjokte er achter aan. Jojakim zit al weer 4 jaar op de troon en deed wat kwaad was in de ogen des Heeren. Maakt een schitterend paleis voor zich, sociaal onrecht, sleurdienst in de tempel. Veel afgoderij. Jeremia waarschuwt openlijk . Er waren veel valse profeten, die spraken allen naar de mond – oppervlakkige optimisten. Des Heeren tempel is deze. Nebukadnezar valt wel mee. Heil zonder oordeel en bij Jeremia was het andersom. Een en al oordeel, oproep tot ommekeer. Hij was niet gewild en niet gezien, geen hoorders, daarom ging hij de straat op. Zo zegt de Heere...
Baruch – wie is hij? Gezegend, Baróech. Neria, zijn vader - gezegend dat ik van de Heere een jongen heb gekregen. Onder de handpalmen van God stond hij. Vrome man, op de achtergrond, een vriend van Jeremia. En persoonlijke secretaris van Jeremia. In H45 krijgen wij een blik in het hart van hem. Wat Timotheüs voor Paulus was, was Baruch voor Jeremia. Een geestelijke band hadden zij. Jeremia profeteerde en Baruch noteerde het op een boekrol. En verpletterende boodschap1-29 een en al oordeels-aankondiging, Uw woord is als een hamer (Jer 23). Die een stenen hart verbrijzeld. Het komt aan en het doet zeer. Blijf maar tikken. Als een mokerslag.
Zo kennen we God eigenlijk niet – meer. Vroeger was de biddag ook wel een vastendag en een boetedag. Oproep tot bezinning. Heeft Gods Woord u wel eens een keer verbrijzeld? Een woord van een dokter kan je verbrijzelen, naar huis gestuurd; er is niets meer voor u. Dan ben je zo verslagen. Verschillende malen heb ik dat als dominee meegemaakt. Opgegeven. En dat woord dat Jeremia moest brengen: Juda – je wordt door God opgegeven. Zo als wij van nature zijn – opgegeven, er valt niets meer aan op te knappen, je zult secretaris zijn van zo'n dominee. Baruch schrijft het op, en niet met droge ogen.
Dat boek is tot aan de rand toe gevuld met strafdreiging. Over Juda en over Jeruzalem. Zijn volk. Dat snijdt zo diep in de ziel van Baruch – dan gooit hij het er uit. Het wordt hem te machtig. – vers 3: Heere laat U dat nu echt toe dat U Uw oordelen laat gaan – komt er dan nooit een einde aan, die oordelen die U ook gaat uitvoeren, het volk wordt weggevoerd. Wat achterblijft zal worden gedood, jullie zullen sterven. Denk maar dat er wat tranen gevallen zijn op die boekrol. Als genade in je hart komt word je teer- niet; ha, net goed. Genade maakt je teer en bewogen. Baruch was moedeloos, troosteloos, en rusteloos.
Hoort u nog wel een oordeels prediking, raakt u dat dan, of wuift u dat weg? Doet dat u nog wat. Vers 3; mijn leed, nog meer verdriet. Dubbel. Baruch had leed over het ontzettende verval in Gods volk. Het gaat niet over onbekeerde heidenen. De tempel stond, maar met vormen dienst. Weinig vreze des Heeren, levende brieven van Christus, zouden wij nu zeggen. Ze hehben Mij, de bron van levend water verlaten en gebroken bakken zelf gemaakt. Eigen godsdienstje, niemand doet recht. In Sodom waren er geen tien en in Jeruzalem geen één... Geen dagelijkse omgang met God.
Tevreden met hier en daar een kerkgang, een offertje en het geweten is weer gesust. Dat was het ene leed. De zaak van de Heere werd zo beklad.
God deed daar aan toe: het dreigende oordeel. Er komt een ramp en Ik moet die geven. Een catastrofe. De Heere gaat de kandelaar uit Juda wegnemen en dat is heel erg.
Het ergste is dat het volk de valse profeten geloofde – de Heere Jezus is toch gekomen, dominee? Heere, Heere, maar je doet niet wat Ik zeg. We hebben toch de offerdienst.
En de koning al helemaal niet.
Vers 1 Het vierde jaar van Jojakim. Jer 36, daar gebeurde nog iets. Baruch had die boekrol opgeschreven, ik mag er niet meer komen van de koning, maar jij moet de boekrol voorlezen. Tsjonge - Baruch doet dat,. Hij deelt in de verwerping en verguizing van de profeet. Het volk halen er ministers bij, naar de koning – die hoort het ook. In zijn winterpaleis, bij een open haard. Geef de boekrol! En hij scheurt het kapot en gooit het in het vuur. De koning wordt woedend, Baruch en Jeremia – in de gevangenis! Daar ligt Gods woord in de open haard te branden. Ze scheurden hun kleren niet – het maakte geen enkele indruk, dat ontzagwekkende woord. De overheid brak met de woorden van God. Dat woord dat wijs kan maken tot zaligheid.
De Bijbel in de kachel – op de rommelmarkt verkocht.
Grijp ze!
Ze vluchten in het vierde jaar – de Heere verborg hen. In een van de grotten buiten Jeruzalem zitten ze misschien wel. De Heere is daarbij. Op de vlucht voor het koninklijk gezag.
Wat is het effect van de prediking? Niks – alleen verbranding ervan en vervolging, verharding. Kunt u zich voorstellen – dat er staat 'ik vind geen rust'...?
En dan –
1
God weet van zijn leed. De Heere komt met een woord voor Baruch persoonlijk. Naam, adres, postcode, grotnummer. Ik heb een woord speciaal voor jou. Je zegt in je hart – wee mij toch. Zijn hart verklaard, door de Heere zelf. – Hoe weet die dominee dat? Waar jij over zucht, de Heere laat prediking via zijn knechten jou te bemoedigen, dat Hij er van af weet. Baruch Mijn woord, Jeremia, om Baruch te bemoedigen.
Jouw zuchten is niet verborgen voor de Heere.
H46 – profetie over Egypte, H47 Filistijnen, 48 Moab, 49 Amon, Edom, 50 Damaskus, Elam, Babel – al die koninkrijken. God heeft een woord voor hele volkeren, maar ook voor individuen. Voor Babel en voor Baruch. God overziet wat er gebeurt in Israël en Iran, in Zwitersland {ernstig bus ongeluk} of Japan {jaar geleden vreselijke tsuami}.
2
Hij leert hem een les. Vers 3: U zegt, vers 4: de Heere zegt. Wat ik gebouwd heb, ga Ik afbreken. Wat een tekst! Hebt u dat ooit wel eens als een wandtekst aan de muur gezien? Niet wat wij gebouwd hebben – dat zou ik kunnen begrijpen. Niet de afbraak van ons kerkewerk. maar wat God Zelf gebouwd heeft... Hoe kan dat?
Ik denk dat Baruch gezucht heeft. Heere, die tempel op de berg Moria - dat is toch Uw werk? U hebt die plek toch verkoren? En die altaren zijn toch naar uw gemaakt bestek – dat gaat U afbreken?
U hebt uw volk toch geplant? Uit Egypte overgepoot. Wat Ik gepland heb ga Ik uitrukken, Ik heb mijn profeten gezonden, maar ze luisteren er niet naar. De maat is vol. Hoe lang het ook duurde.
Wat een ontzaglijke boodschap is dat. God doet dat niet zo maar. Voordat het zover is – dan is er heel wat gebeurd. Zijn eigen schepping vernietigen, zoals het was in de dagen van Noach – wat een geduld en een tranen van God. Baruch: het kost God ook tranen, God doet het niet graag, soms moet het en kan het niet anders. Als jullie een week over iets bouwen, kinderen, en je ziet het in vlammen op gaan, heb je een brok in je keel. God zelf draagt het grootste verdriet, omdat Hij dit moet doen. Vers 4 : Zie. Zie je al die wijnstokken in het land? Het volk, de staat Israël, het godsdienstige leven, die tempel; het geduld van God raakt op.
Toegepast op de kerk. God kan de kandelaar wel eens wegnemen. Dat het voor Nederland en de kerk genoeg is. De plasregen zijn er gekomen de laatste eeuwen, dat zou kunnen ophouden, dat hebben we wel verdiend hoor. We leven in de nadagen van grote dingen, die God gedaan heeft.
Josia – zijn tijd was net achter de rug. Er zijn al zoveel opwekkingen geweest, Hiskia – Josia was de laaste.
Er zijn heel wat opwekkingen geweest, in alle eeuwen – maar nu de 21eeuw – eerst een bloeitijd, wat God geplant heeft. Vaak door bloed, het raakt in verval en wordt het verwoest, in de 4e eeuw was er een bloeitijd voor de kerk in het noorden van Africa, daar is niets meer van over. Wat ik gepland heb, ruk Ik uit. Klein-Azië, niets meer van over. Wat Ik gebouwd heb, breek ik af. Zwitserland 16e eeuw, 19e eeuw nog een reveil, niets meer van over. Schotland, wat een rijke dingen. Een hoopje is er nog over. En dan Nederland. Is het raar dat ik dit zeg?
Wat Ik gepland heb ruk Ik weg - wuift u dat direct weg? Arabische lente maar wij gaan de winter tegemoet. Er stond een artikel in de Waarheidsvriend – waarom verdwijnt het? Omdat God het geloof wegneemt. Er is in onze goddeloze cultuur niets meer heilig, het kan niet grof genoeg in ons land. Blasfemie – als het gaat over occultisme, nu is het 7x zo erg als 25 jaar geleden. Als je vroege christen was, was je een beetje achterlijk, maar nu ben je immoreel. Als het gaat over de laatste wil pil. Abortus – ik las een tekst Deut 27: 25 Vervloekt is wie een geschenk aanneemt om iemand om het leven te brengen, onschuldig bloed [te vergieten]! En heel het volk moet zeggen: Amen.
NBV: wie zich laat betalen om onschuldig bloed te vermoorden. Ongeboren kinderen in de moederschoot, opgeofferd aan de Moloch van de carrière, persoonlijke zelfontplooiing, tegen betaling ongeboren kinderen vermoord, dan haalt een land de vloek van God op zich. Nederland was een christelijk land – het gereformeerde Juda, het loopt nu voorop in alle kwaad.Nederland haalt een vloek over zich heen. Nederland stond pal achter Israël. Wie u vloekt, zal vervloekt worden. Ik geloof dat vast en zeker en heb daar mijn argumenten voor. Vroeger waren er aanwijsbare christelijke elementen in de samenleving, die gaan veranderen.
Drommen gingen er op op zondag. Vergaderingen geopend met een ambtsgebed, nationale feestdagen was er nog iets christelijks. Op een huwelijk of begafenis was er nog iets christelijks, dat is helemaal weg. A-, post-, anti-christelijk, de Bijbel in de kachel. De Premier wordt op het matje geroepen als hij naar een jongerendag gaat van de SGP.
De PKN verliest duizend leden per week.
Wat Ik gebouwd heb, breek ik af. Is het heel raar, dat ik zeg dat je een linkje kunt leggen van Babel naar Brussel – als de Heere afbreekt, hou je gaten in de grond over. Hier stond vroege een kerk.
Soms kan het in het persoonlijk leven ook zo zijn. Mensen hebben een bloeitijd gekend en de Heere ging afbreken – wat heb je het dan benauwd. Je Bijbel leek wel een kleurboek – alle streepjes en het doet nu geen kracht meer. Wat had ik daar vroeger ook weer aan? Nu zit ik op de bodem, en dan blijkt dat het nog verder kan – kent U God zo ?
Jeremia en Baruch wel.
Nog een les: zou u grote dingen zoeken: dat het goed gaat met Juda en dus met je zelf? Je kunt grote, zondige dingen zoeken, *mijn* studie, *mijn* carrière, daar wil ik wat mee doen, ten koste misschien wel van je kinderen. Baruch zoekt echter grote dingen ten goede voor zijn volk. Hij zoekt dat God zijn oordeel niet laat doorgaan, hij gelooft het, maar bidt het af. Kan dat? Dat is een echte man Gods. U heeft het toch met Nineve gedaan, maar U deed het toch niet,O Heere zou U het ook met Rotterdam niet willen doen? Zo bidt hij. Grote dingen. Heere wij hebben het dubbel en dwars verdiend. We wilden niet luisteren, maar Heere komt u alstublieft nog terug op Uw besluit. Voor Jeruzalem, Rotterdam.
Ik sta hier nu 7 jaar – ik ben niet somber, maar ik heb grote dingen gezocht. Heere, mag deze kerk nog eens vol worden – dat de gallerijen nog eens vol worden – vroeger zijn er ook mensen geweest die die dromen ook hadden, een revival in Rotterdam, we blijven bidden.
Baruch – net als in de tijd van Josia. Hij huilde – je hebt hem nog mee gemaakt. Je bid dat er veel bekeerd worden, Licht op Zuid, dat het een echte dochter gemeente mag worden, zou ik geen grote dingen zoeken – dat mag, natuurlijk. Ik hou van deze Baruch. Hij draagt leed en hij bidt voor zijn volk hij weet wat knieënwerk is.
De Heere zegt - zoek ze niet. “U past het verkeerd toe, dominee” ik hoop het.. Zoek ze niet. Je hoeft geen verwachting meer te hebben van een massale herleving - heel Rotterdam, heel Nederland, Heere schijn door mij... alle volkeren moet het weten. Ja ja - zoek ze niet, het oordeel komt. Gij zijt volmaakt, Uw doen is enkel majesteit. Zoek ze niet.
Je moet het blijven vragen, wat Baruch vraagt, maar het gaat niet meer gebeuren. Zie, vers 5 ik ga onheil brengen over alle vlees. Spreekt de Heere, het is Gods woord, het geduld is op. Het oordeel is des te rechtvaardiger naarmate het langer uitblijft.
Elke zondag die koopzondagen. Vroeger was er nog een klein beetje dat beslag.
3
Gelukkig eindigt het met een troostwoord, MAAR -- – wat een heerlijk woord. Het oordeel wordt niet meer afgeblazen. Er had een punt moeten staan. MAAR, er wordt een uitzondering gemaakt, ik zal uw ziel geven tot een buit. Jij persoonlijk krijgt de belofte dat je leven wordt gered. Zondvloed. Sodom en Gomarra, en Jeruzalem en wat komt als de Heere Jezus terug komt – alle goddeloze vlees, godsdienstig vlees, evangelische vlees, reformatorisch, charismatisch, kerkelijk vlees, God breng het oordeel. Baruch je zult gered worden.
De zondvloed van oordeel zeggen de KT, jij wordt gered IN de ramp, niet voor de ramp. Als Jeruzalem zal branden, – straks zal Nebukadnezar komen en ze zullen de stad innemen, jij wordt gespaard.
Die belofte heeft hem er doorheen gedragen. Straks als de soldaten zullen komen – de Heere heeft het gezegd – als een oorlogsbuit. Je pakt het terwijl anderen het willen pakken. Hij is in levensgevaar, ternauwernood gered. Je zult moeten vluchten; 10.000-vallen links en rechts. Je kunt je het niet voorstellen. Misschien als je Japan hebt meegemaakt {de tsunami}. Anderen zullen zich willen verdedigen of wegkruipen, maar jij wordt bewaard.
Het oordeel komt,ook over Nederland. Het heeft nog 18 jaar geduurd! Misschien bij ons ook, maar het komt wel en als je dan niet geborgen bent, onder die doorboorde handen van de Heere Jezus staat, je kunt wegkruipen, maar je zult omkomen. Wie niet geborgen is – omkomen of ontkomen en daar is maar een plek voor – net buiten Jeruzalem, daar heeft een kruis gestaan, wie in Christus is in die armen die is veilig, Je zult je ziel als een buit mogen behouden.
Er zit nog iemand die zijn ziel als een buit wegdroeg, Eben-Melech uit Jer 39:18. Omdat u op Mij hebt vertrouwd – dat is het middel! Omdat u op Mij hebt vertrouwd hebt. De Heere Jezus Christus – als dan verdrukking komt of naaktheid, - er is geen verdoemenis voor hen die in Christus Jezus zijn. Er voor weggenomen of in de rampspoed bewaard, hij zal een cirkel om mij trekken. Niets zal me kunnen scheiden van Hem.
Bonhófer heeft in de gevangenis hieruit zijn troost gehaald, de wereld is nu in Gods toornige en genadige handen. Hij werd gefusilleerd. In deze catastrofe zullen we tevreden zijn om ons leven te behouden – als de Schepper zijn werk afbreekt, wat zouden we dan jammeren over ons werk - we moeten geen grote dingen zoeken, maar je ziel wegdragen.
Ik heb hier van geleerd, dat God een God is die leeft, die heilig is, die oordeelt en die genadig is. Toorn en genade, gericht en ontferming gaat bij God altijd samen, tucht en troost. Dat gaat zo ver, dat hij zelfs zijn eigen stad, tempel, volk, kerk, Maranathakerk – ontwortelt en afbreekt, maar ook dat Hij in ontferming biedt aan eenieder die op Hem vertrouwt.