Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2012-04-01 10:00:00
Kand. A.A. Teeuw (Ridderkerk)
De dood van de Testamentmaker

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Heb 9:16-17 Heb 9:1-17 2012-04-01_1000.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 64.3Mb)
2012-04-01T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 28.9Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Voor de uitvoer van een testament is het noodzakelijk dat de dood van de maker van het testament vastgesteld wordt. Want een testament is bindend.
De vraag is vandaag niet: Heeft u een testament? Jongeren houden zich misschien met die vraag totaal niet bezig. Hoewel ook jongeren kunnen overlijden. De kernvraag is: Staat u in een testament (als erfgenaam)?

De apostel vergelijkt in de Hebreeënbrief steeds het oude en nieuwe testament. Het gaat vandaag over het sterven van Jezus Christus die een erfenis achter laat. Wij zijn erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus. Staat onze naam in dit grote testament? Zijn wij erfgenaam?
Een testament wordt geopend na iemands overlijden, na iemands dood. Dat wil niet zeggen dat er altijd grote verrassingen aan het licht zullen komen. Er kunnen natuurlijk ook schulden aan het licht komen. Soms zijn bepaalde dingen al vastgelegd: als ik sterf dan krijgt die en die zoon de statenbijbel en die en die dochter de parelketting van moeder. Maar het is pas van kracht als iemand overlijdt. Een vader kan vastleggen dat een zoon het bedrijf erft van zijn vader. Maar als er spanningen komen tussen vader en zoon, dan kan het zijn dat de vader zijn testament herschrijft. Dan kan het totaal anders worden. Het laatste testament geldt, dat is het rechtsgeldige testament. Zodra het herschreven wordt is het oude voorbij en wordt het nieuwe testament van betekenis.

In het laatste hoofdstuk van de Hebreeënbrief is de testamentmaker gestorven, Jezus Christus aan het kruis. Toen is Zijn laatste testament van kracht geworden. Het eerste is voorbij. Heeft God dan een testament herschreven? Ja, en daar gaat het nu over. Nu had God ook het eerste verbond oftewel testament, verordeningen voor de eredienst en het aardse heiligdom. Een verbond is dat beide partijen ja-zeggen tegen elkaar. Als jij dit doet, doe ik dat. Je kunt ook denken aan een verbond in tijden van oorlog of een verdedigingsverbond, een verbond tussen twee gelijkwaardige partijen. Synthèke. Maar hier wordt dat woord niet gebruikt. Hier wordt het woord gebruikt “diathèke”: een verbond tussen twee ongelijke partijen.

Denk eens aan de ramp in Haïti. Alles lag in puin en tot overmaat van ramp ook nog een cholera-uitbraak. Geld om iedereen te helpen heb je niet, maar je hebt wel genoeg om één kind financieel te adopteren. Dan kan het ook zijn dat je vastlegt: als er iets met mij gebeurt dan zal vanuit jouw erfenis alles voor je onderhoud en scholing betaald worden. Een rijke weldoener die zich ontfermt over een hulpbehoevend jongetje. Zo heeft God naar deze wereld gekeken. Een wereld verloren in zonde en schuld. De aardbeving en cholera van de zonde heeft zijn diepe sporen getrokken door de hele samenleving. En God zag of dat er één was die goed deed, en er was niemand. ….dat geldt dus ook voor u en mij. In die hele mensenmassa heeft God mij en jou op het oog. De hemel zal zijn regen geven, de aarde zal zijn vrucht opbrengen. Het zal je aan niets ontbreken , Ik zal met je zijn tot in lengte van dagen. Mocht mij iets overkomen, dan zal je deel eeuwig bij mij zijn. Dat is het verbond dat God met Abraham heeft gesloten, om hem eeuwig te laten delen in Zijn zegen. Maar dat testament had één voorwaarde.

Als je dat kind adopteert in Haïti, dan wil je wel regelmatig contact om te weten hoe het met dat kind gaat. Elke twee weken een mailtje, omdat de weldoener wil meeleven. Zo was het ook met Abraham. God wil graag dat Abraham Zijn geboden onderhoudt, Zijn rechten en verordeningen onderhoudt. Ga dus in de weg die Ik wijs, uit dankbaarheid. Ja, maar als ik dat nou vergeet Heere? Als het niet lukt om die dankbaarheid op te brengen? Als ik zondig tegen Uw geboden? Schrapt U mij dan uit Uw testament? Nee, zegt de Heere. Als jij daar spijt van hebt, ga naar de priester; de priester zal voor je offeren en breng een lam ten brandoffer. Hij zal eens in het jaar het heilige der heiligen binnengaan. Al die verordeningen beschrijf ik in Mijn testament, in Mijn verbond met jou. Dan zal Ik je vergeving schenken en dan blijf jij in Mijn verbond.
Nu begrijpt u wat vers 1 betekent. Nu had ook het eerste testament verordeningen voor de eredienst en het aardse heiligdom. Allemaal bepalingen van dat aloude verbond staan er in de eerste verzen van hoofdstuk 9. Maar het gaat hier ook over het nieuwe verbond. De Heere Jezus Christus is Middelaar van het nieuwe verbond.

God heeft dus het verbond, het testament herschreven. Wat is er gebeurd? Het volk van Israël heeft Gods geboden niet onderhouden. Misschien een enkeling, maar de meesten niet. Stelt u zich dat eens voor. Dat jongetje in Haïti dat zijn best niet doet, dat spijbelt en voor het vaderland weg leeft. Dan stuur je eens een mailtje, je vraagt hoe het gaat. Maar het is echt zo. Hij lacht u vierkant uit en u kan hem niets meer schelen. Wat zou u doen? Dat testament herschrijven natuurlijk; dan zou je er mee stoppen. Einde verbond. Israël ging die zelfde weg op; ze spotten met de profeten, ze keren de Heere de rug toe. En dan zegt de Heere: zo kan het niet langer, Ik maak een nieuw verbond,een nieuw testament.
En dan doet de Heere iets wat ik niet kan uitleggen. Hij pakt als het ware pen en papier. En wat bepaalt dat nieuwe testament? Eén naam: Jezus Christus. Allen die vluchten tot Mijn eigen Zoon en die schuilen achter Zijn kruis, die schuilen achter Zijn verzoening, die delen in de erfenis. Wat is die erfenis? Dat God voor ons zal zorgen, dat Hij bij ons blijft, dat Hij ons niet begeeft, noch verlaat, ook als we straks voor de doodsrivier staan. Het eeuwige leven, Ik schenk het je als je gelooft in Mijn Zoon. U komt de belofte toe. En allen die daar verre zijn, zovelen als er de Heere onze God toe roepen zal. Onbeschrijfelijk. Hij schrapt geen mensen weg, maar maakt de kring van erfgenamen steeds groter. Ieder die in de Zoon gelooft, die ontvangt het eeuwige leven.
Hoef ik dan niet meer met een lam mijn schuld en tekort te belijden? Nee, Hij is het Lam en de Hogepriester. Hij is de tempel. Moet er dan toch niet iets zijn van schuld belijden, klein worden voor de Heere? Het gaat in elk geval niet zonder. Zonder klein worden, zonder verwondering kan het niet. En toch is het geen voorwaarde. Op Hem werd die schuld gelegd. Wij zijn hier vanmorgen bijeen in de kerk. Wij zijn als het ware bij de notaris en die opent het testament. De testamentmaker is overleden, zegt de notaris. Het laatste testament is nu van kracht: u komt de belofte toe en uw kinderen en allen die daar verre zijn. U mag delen in die erfenis. Dus ik mag die erfenis aanvaarden zoals die vanmorgen tot mij komt? Ja, maar er moet toch wel iets zijn van geloof in Christus? Ja. Maar geloof is niet een bepaalde activiteit die ik nu doe, een variant op autorijden of iets dergelijks. Het is ook iets van verwondering. Heere, dat U mij aanwijst, dat U mij op het oog hebt, dat u dat voor mij over hebt gehad. Dat kunt zich niet voorstellen. Als er vanmorgen ook de minste aarzeling zou zijn bij u.......Nota bene nu Hij Zijn testament herschreven heeft...........en we zouden toch iets hebben van “ja, het klinkt wel mooi, maar...” of dat nu vanuit rechtzinnige motieven of vanuit activistische motieven is....Dat zou toch een slag in het gezicht van de Heere zijn?
Wij mensen moeten moeite doen om verloren te gaan. En tegelijk doen we die moeite nog ook! Dat is erg! De testamentmaker is gestorven, dus dit is bindend. Er komt geen ander testament waardoor iedereen gewoon behouden wordt. Met of zonder geloof. Dit is het bindende testament.

De apostel wijst er ook op in het voorgaande hoofdstuk: als God nu met zo'n grote zaligheid tot ons komt, hoe zouden wij ontvlieden, als we op zo'n grote zaligheid geen acht geslagen hebben? Het is verschrikkelijk om verloren te gaan bij zo'n barmhartige Vader. Als jij het iedere keer weer verzondigd hebt, dan mag je toch zingen, en meezingen: ik geloof de vergeving van de zonden, de wederopstanding van het lichaam, de grote erfenis van het leven.

Edit