Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2012-04-01 17:00:00
ds. J. Muller (Zetten-Andelst)
Is dat, is dat mijn Koning?

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Mat 27:27-30 Mat 27:11-31 2012-04-01_1700.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 64.6Mb)
2012-04-01T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 30.0Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Hoeveel stukken zijn er nodig om getroost te leven en te sterven? Weten we dat? Ja dat hebben we geleerd, ellende, verlossing en dankbaarheid. Maar wéten we het ook? Heeft de Heilige Geest ons getoond dat ons eigen werk als een “wegwerpelijk kleed” is, de ogen voor de werkelijkheid van mijn bestaan geopend? Dan mag er toch diepe dankbaarheid zijn voor Wie Hij is, en wat Hij gedaan heeft. Je kunt het ook niet altijd helemaal vatten. Maar alle heil ligt in Hem. Wat Hij gedaan heeft. Zijn leiden en sterven. Je enige grond van behoud ligt in Zijn volbrachte werk. Alleen Zijn leiden en gerechtigheid biedt mij houvast en troost. Hij heeft dat ondergaan voor zondaren zoals jij en je buigt beschaamd het hoofd. Vanmiddag worden we meegenomen naar Gabbatha, het rechthuis van Pilatus. Het is mijn gebed, wanneer we deze plaatsen aan doen in de Geest. Dat wij alles waar wij bij ons op bouwen dat we dat kwijt raken, waar we buiten Christus onze hoop op stellen. We willen met de hulp van de Heere stilstaan bij Jezus in het rechthuis – is dat mijn Koning?

De Heere Jezus heeft er meerdere keren over gesproken. Een en ander is al ten uitvoer gebracht, handen hebben Hem geboeid en Hij is overgeleverd, aan het Sanhedrin, aan de heidenen, Hij is gegeseld. Vanmiddag wordt Hij bespot en bespuwd, vervulling van wat Hij heeft gezegd en wat de Schriften hebben voorzegd. Pilatus wrong zich eert in allerlei bochten om aan de eisen van de Joden niet te gemoed te komen – er was geen schuld in deze mens. Er was voor hem geen reden om Hem naar het romeinse recht ter dood te veroordelen. Alle pogingen lopen op niets uit. Hij is er onder bezweken, hij laat Hem eerst geselen. Hij wordt in de handen van de Romeinse soldaten overgegeven. Zij krijgen gelegenheid om hun spel te spelen. Mattheus en Marcus beschrijven dit gedetailleerd. Alsof we er bij staan – Marcus schrijft het in de tegenwoordige tijd. Hij neemt ons allemaal mee naar dat rechthuis. We moeten echt goed kijken wat daar gebeurt. Normaliter is Pilatus aan de kust in Caesarea, maar rond de feestdagen moet hij present zijn, het moet rustig blijven, extra soldaten. Paraatheid is vereist. Bij onlusten en opstootjes moeten de soldaten ingrijpen, vers 27 'de gehele bende': het hele regiment: een cohort van 300 tot 400 man – ook die geen dienst deden. Dobbelend – ze vervelen zich en hadden wel zin in een verzetje. Het woord 'Koning' is vaak gevallen. Joh 18: de Heere Jezus is er echt op in gegaan, de eerste keer. Dat woord is blijven hangen. Koning van de Joden. Dus het koningspel wordt met hem gespeeld – we tuigen Hem een beetje op als koning, een purperen mantel. Wellicht een soldaten mantel of deken in die kleur.

Ze hadden Hem gegeseld. Dat kleed trok vast op de wonden, ze trokken Hem die kleren uit. Het bloed gaat weer stromen. En een kroon moet Hij ook hebben. In de tuin groeien doornstruiken. Van die lange doornen, erg scherp en pijnlijk. Ze vlechten er een kroon van . “Buig uw hoofd” – het bloed stroomt opnieuw. Een koning heeft een scepter.
Nu kan het spel beginnen. Ze zullen Hem eer gaan bewijzen. Ze buigen hun knieën. Lang leve de koning van de Joden. Net voor Kajafas was Hij bespot in zijn profetisch ambt. Wie heeft u geslagen? En nu een bespotting van zijn koninklijk ambt. `Het is toch niet waar. Dit is geen koning`. Zo bespotten ze Hem. Geslagen en bespuwd en nog meer 'eer bewezen', de doornen nog wat dieper in zijn huid. Spugen in gezicht, absoluut toppunt van minachting. Zo kwamen ze op Hem af gelopen.
Johannes vertelt dan nog, dat Pilatus nog een poging deed om de Joden tot andere gedachten te brengen. Kijk nou eens!! Zie toch, zie de mens.... Ook die poging mislukte. Hij kon niet anders meer doen. Toen moest Jezus naar Golgotha. De evangelisten vertellen het alsof we er bij waren.Ik hoop dat je er bij was. Wat is nu jouw reactie? Voel je verontwaardigd over die soldaten? Verachting over die soldaten? Innerlijk weerstand, afkeer.
Of krijgt u medelijden met de Heere Jezus, omdat Hij zoveel al heeft moeten lijden. Als de dochters van Jeruzalem.

Dat zijn niet de reacties die de Heere van ons vraagt. Kijk niet uit de hoogte op die soldaten neer. Heb geen medelijden met Hem – ween over u en over uw kinderen, zou Hij u toevoegen.

Hoe moeten we dan reageren? Let eerst eens op de Heere Jezus zelf. We worden gericht op de Zaligmaker, wat Hij kwam doen en wie Hij is. Hier is de heerlijkheid van Christus getoond. Majesteitelijk, is de manier waarop Hij dit ondergaat. Is Hij belangrijk geworden, is het u om Hem te doen? Heb je Hem lief gekregen, al wat aan Hem is gans begeerlijk? Kijk nu eens goed naar Hem. Daar toont Hij Zijn heerlijkheid. U fronst uw wenkbrauwen... In het feit dat Hij dit alles ondergaat en dat Hij dit zwijgend doet. Je hoort de profetische stem opklinken. Van een schaap dat stemloos is...

Daarin ligt Zijn beheersing Zijn goddelijke majesteit. Petrus had zijn zwaard laten zien – weg ermee, Petrus. Ik hoef maar een verzoek te doen en Mijn Vader zal Mij legioenen engelen sturen. In de hof sloegen ze al stijl achterover op Zijn “Ik Ben het”. Hier mogen ze alles doen, Hij scheld niet terug, doet geen leed aan, maar geeft alles over in de handen van Hem die rechtvaardig oordeelt.

Hij doet wat de Vader heeft opgedragen. Hij rust niet voor Hij volbracht heeft, wat de Vader op Zijn schouders heeft gelegd. Heb je heerlijkheid gezien in Zijn zwijgen? Zijn gewilligheid om dit allemaal te ondergaan. De heerlijkheid van Zijn overwinnend geloof. Hij straalde vastberadenheid uit. Hij neemt zelf de regie in handen. Hij overziet het slagveld. Jes 50 – hoe is Hij deze weg gegaan? Hij heeft Zijn rug gegeven. Anders hadden ze niets kunnen doen. Hij geeft Zijn wangen, aan hen die Hem het haar uitplukken. Hij wende Zijn aangezicht niet af. Hij doet dat allemaal gewillig.

Hoe kon Hij dat doen? Niet omdat Hij machteloos is. Hij heeft die spot gevoeld, en de pijn. Misschien nog wel intenser dan een zondaar dat kan voelen. Wat geeft Hem de kracht om dit te dragen? Om Zijn aangezicht te geven. Want de Heere Heere helpt mij. En daarom word ik niet tot schande – ja tijdelijk wel, maar straks niet meer. Mijn aangezicht gesteld tot een keisteen. Hij is nabij. Jullie zullen Mij allen verlaten, maar de Heere helpt Mij. Nu hebben ze Hem wel in Zijn macht. Maar straks zal het lijden voorbij zijn, straks Zijn wonden geheeld. Hij zag op de vreugde die Hem voorgesteld was. Hij heeft daar geleden maar in geloof gebogen onder de slagen en bespottingen. Het oog op God gericht, en Hij wist: de Heere Heere helpt mij. Straks als mijn ziel zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, krijg Ik loon.

Zien we Hem dan ook in de heerlijkheid van Zijn opofferende Liefde. Hij heeft de Zijnen in de wereld liefgehad, tot het einde. Er komt een einde.

Het aardijk zal vervloekt worden: doornen en distels zal het voortbrengen, toen Adam en Eva tegen God waren opgestaan. Symbolen van de vloek. Die rust nu op Jezus. Aan het kruis nog dieper tot een vloek gemaakt. Dat is dieper dan Gods toorn. Het eeuwig oordeel. Wat op ons ligt, neemt Hij op zich. Dat spotkleed - wij waren ook ooit koning maar we zijn weggelopen. Als je nu nog de verbeelding hebt om koning te zijn, dan ben je een karikatuur – wees dan maar nederig van hart. God zegt, – kunt u het begrijpen - Deze is Mijn geliefde Zoon, waarin ik al mijn welbehagen heb. Deze is de koning der Joden – maar Hij is het echt. Jood – Juda, Godlover. Een ijzeren roede als koning en rechter en een gouden scepter, de een om vijanden te verpletteren, een scepter om ieder toe te reiken. Zoals de moordenaar aan het kruis, Hij erkende Hem als koning. Heden met Mij.
Wij verdienen het om bespuwd te worden, wij hebben het beeld zo naar beneden gehaald. Als we zien hoe Jezus dit ondergaan heeft,..

Zie de soldaten. Om je zelf er eens naast te plaatsen – ben ik nu in de kern van de zaak niet precies zo? Nee, dat zou ik niet gedaan hebben – dan is een gebrek aan kennis van uzelf. Wij zijn niet anders, niet beter. Wie dat nog denkt die vergist zich schromelijk, bidt dat de Heere je ogen open doet voor wie je werkelijk bent. Denkt u echt dat wij al die jammeren aandoen, dominee? We doen nooit anders! Niet met een doornenkroon, maar je kunt Hem pijnigen door je zonden en ongelovigheid. Hij een koning? Die willen we niet – dat is onze natuur houden. Wij hebben een andere koning. Niet deze, wij hebben geen koning. Ze doen niet anders dan de soldaten. Hoeveel verontschuldigingen we ook durven aan te voeren voor onze zonden, maar het is niet anders dan Jezus behandelen alsof we Hem kunnen buiten sluiten en negeren, en zonder gevolgen. Heus, we zijn niet anders. Het kwaad zit van binnen. We kunnen geen toeschouwers blijven. Het is een van twee. Je valt of voor Hem neer of je weigert Hem opnieuw. Er komt een dag dat we allemaal voor Hem moeten buigen. Alle knie zal voor Hem buigen.
Voel eens even aan uw knieën. Zij zullen voor Jezus buigen, ook al ben je gestorven. Diezelfde knieën, je mond zal belijden dat Jezus Heere is. Wat zal Hij dan tegen je zeggen?
Komt in gij gezegende van Mijn Vader en beërft het koninkrijk, of: ga weg van Mij in het eeuwige vuur. Is dat buigen en dat belijden daar voor de eerste keer gebeurd? We doen het allemaal. Maar hebben we het eerder gedaan? Dan is het te laat, eeuwig te laat. Je kunt er niet meer onderuit. Misschien wel tandenknarsend. Betreurend dat je het te laat gedaan hebt. Wordt er dan nu toegebracht en geef je verzet op.
Kom eerder, jongere, buig vandaag je kinderen, kniel voor Jezus. Ik deed Hem al die jammeren aan. Heb medelijden met jezelf. Nu en nog staat de deur open.

De deur staat open, de hele bedoeling van deze verkondiging van dat spotten, is dat we van die open deur gebruik zullen maken. Boetvaardige zondaren, die het leven zoeken in Hem, mijn schuld, mijn afkerigheid, mijn opstand, er is genoeg dat U zich van mij zou afkeren, maar wees mij de zondaar genadig. Kan dat?

Later staat er iemand tegenover het kruis. De aarde beeft, de hoofdman over honderd. Die man moet meegedaan hebben aan de bespotting. Nu staat hij daar. Als leider van het executie peloton. Alles gezien en gehoord hebbende, waarlijk, deze was Gods Zoon... Deze mens, deze kruiseling – de Rechtvaardige, zegt Lucas. Als we nu maar zo ver komen. Je kunt elke boetvaardige zondaar in herinnering nemen en er moed uit putten, en de Heere bidden, als het voor zulke mensen kan, dat kan het toch ook voor mij, Heere breng mij op die plaats en breek mijn verzet, geef liefde in mijn hart voor die Zaligmaker.

Wie in geloof op deze Jezus ziet, die vreest voor dood en helle niet, die zijn overwonnen, en in Hem is een poort naar het Eeuwige leven. Daar zullen zij met Hem eeuwig heersen als koningen en Hem heerlijkheid, lof, eer en aanbidding brengen, voor de zaligheid die Hij heeft geschonken.

Lof zij het lam, dat onze zonden tot Zich nam.

Edit