Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2012-04-09 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Meelopen in de christelijke marathon Openbare belijdenis van het geloof

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Heb 12:1-3 Heb 11:23-12:3 2012-04-09T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 35.3Mb)
Belijdenisdienst
Hebreeën

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Nieuwe lidmaten:
Elbartha Alida van den Berg
Ruben Laurens Johannes Borsboom
Johanna Buijzert
Alida Philippina van Campen
Idzard Dirksz (wordt ook gedoopt)
Teuntje Janna Hofland
Elisabeth Henrike van Horssen
Gijsbert Kornet
Marlene Kornet-Zandee
Suzie Joy Anna Plomp
Teunis Rebel
Alberta Miranda van der Reijden
Markus Roest
Johannes Scheper

Samenvatting:
1 De verhinderingen
2 De aanmoedigingen

Volgende week zondag wordt de Rotterdamse marathon gehouden – wat een heisa geeft dat, heel de stad op zijn kop, drommen mensen langs de kant. Enorm omrijden om bij of van de kerk te komen. Enthousiaste deelnemers – kopgroep, de massa, achteraan lopers. 42 kilometer, een heel spektakel. Paulus gebruikt ook een beeld uit de sportwereld. Hardlopen was een bekend sportverschijnsel in zijn tijd Een menigte van getuigen, een wolk. Veteranen die vroeger ook hadden hardgelopen, tienduizenden toeschouwers. “Brabeion, brabeion!” ons “bravo” komt daar vandaan. Ga verder! En dan de renbaan. Een startstreep en een eindstreep. En een erepodium. Daar zat de oud kampioen van vorig jaar, aan de rechterhand van de keizer, die mocht de erekrans uitreiken aan de winnaar van vandaag. Dat is het beeld dat Paulus gebruikt.

De hardlopers waren de gelovigen uit de Hebreeën – laten we zeggen dat zijn jullie. De deelnemers in de wedloop. Hun oog gericht op de finish. De tribune – daar zitten de oud-athleten, Heb 11: de oud-testamentische gelovigen, die het einde hebben gehaald. In de loopbaan van het geloofsleven. Ze roepen jullie toe – volhouden hoor. Je haalt het vast. De oud-kampioen, de Heere Jezus, ziende op Hem. Dwars door het gejoel en boegeroep van de mensen heeft Hij volgehouden. Hier wordt het christenleven mee vergeleken, geen glijbaan. Zo gladjes val je de hemel niet in. Het kost inspanning en strijd. En zweet en tranen. Hoe begint het?

Met de inschrijving. Ik wil graag meedoen. Dat hebben jullie gedaan, september vorig jaar. Wie komt er om kwart voor negen? Er waren er 28. de helft kende ik niet. Dat is het eerste.
Ben je toeschouwer of wil je meedoen? Ben je kritische of nieuwsgierige bijstaander? Paulus spreekt in termen van “ons”- ik koop met jullie mee. Heb je die keus al gemaakt, familie? Is bij jullie die keus al gemaakt? Tja, het is mijn zus - fijn voor haar. Of zeg je – bij Mozes viel de keuze om liever kwalijk behandeld te worden dan de zonde te hebben - Mozes was 40. jullie zijn gelukkig een stuk jonger.
Welkom in de strijd. De Heere wil het liefst jonge mensen hebben, daar kan Hij veel mee doen. In de beste kracht van je leven.

Je moet trainen, voor je gaat lopen. Ben je er klaar voor? Of ben je er klaar mee? Elke week hebben wij lees oefeningen gehouden. Wat staat er, wat betekent het, voor jou? Gebedsoefeningen. Zondags in de kerk, godsdienstoefeningen werden erediensten vroeger genoemd. Op de plaatsen – klaar? Daar gaan we. Je ziet ze bukken. Hé, ze beginnen op hun knieën op de wedloop. Ik ben er zeker van dat jullie hier biddend naar toegekomen zijn – zenuwen gieren door je lijf, maar je wilt toch graag biddend beginnen.
De wedloop die voor ons ligt, zegt Paulus. Een en al concentratie. Paulus: ik wilde helemaal niet. Ik had een hekel aan Jezus en mensen van die Weg. Ik liep bij eigen licht. Maar God heeft me bij mijn kladden gepakt en op die renbaan gezet. Ik strek me uit naar wat voor ligt. Die witte eindstreep, de prijs waartoe God me geroepen heeft. Dat is bij jullie ook zo. Jullie hebben allemaal een persoonlijke brief geschreven. Mooie verhalen, jullie hebben een goeie start. Maar nu:

1 De verhinderingen
Het is mooi als je zo kunt beginnen. Maar het is niet, wie beginnen zal, zal zalig worden, maar die volharden zal tot het einde.... je zit nu op een wolk, maar volgend week sta je weer met je voeten in de blubber. 40 jaar geleden deed je belijdenis, er kan heel wat gebeuren. 42 kilometer en 195 meter. Je moet niet gaan zitten halverwege, ook niet achterom kijken. De vrouw van Lot deed dat. Zou ik niet terug willen? Moedeloos als Elia. Ik kan bijna niet meer verder, dan heb je een Avondmaal nodig. Slokje drinken, stukje brood, anders zou het te zwaar zijn. Laten wij met lijdzaamheid, met volharding de weg lopen. Het christenleven is geen makkie. Het begin is gratis. En Ander heeft betaald. Maar christen te zijn hier op aarde, dat kost veel. Het is een zwaar parcours. Smaad en vervolging, daar hadden de Hebreeën last van. Ieder zat achter hen aan. Schelden en slaan. Geen sprintje. Door het geloof. Daar begint het mee en gaat het door voort.
Ik zou wel op je schouder willen tikken – volhouden hoor. 22 jaar dominee, zo vaak belijdenis catechese – er staan in die lijst namen bij, die niet meer in de kerk komen. Dat was een leugen, die 'ja'. Het komt een keer terug voor de rechterstoel van God. Sommigen hebben het opgegeven. Ze kregen andere vrienden, andere kennissen, de Bijbel bleef dicht, het gebed stagneerde, de zondag werd anders ingevuld, los van de gemeente, opvoeding, ze hebben het opgegeven.
Misschien hebben jullie wel eens gehoord van Ferdinand Domela Nieuwenhuis. Zijn vader was Luthers hoogleraar, hij kreeg een christelijke opvoeding, hij leefde in de 19e eeuw. Hij schreef brieven in zijn jeugd. Hij hoorde zulke prachtige preken. Het was Pasen 1864 17 jaar oud, en hij deed belijdenis. Hij studeerde theologie. God geve je dat je als student niet verliest wat je bij je belijdenis het afgesproken, schreef zijn vader. Hij werd vrijzinnig. 10 jaar dominee en hij neemt afstand van zijn ambt en wordt socialist en tenslotte anarchist. Hij schreef zijn memoires: “Van christen tot Anarchist”, hij was een van de eerste die gecremeerd werd. Een meeloper die een wegloper werd. Het zicht op de Heere Jezus was hij kwijt geraakt. Zijn geloof verloren.

Je kunt last krijgen van overtollige ballast dat vertraagt je. Wat is last? Je moet discipline hebben – Ja tegen Jezus is nee tegen andere dingen. Bij een renner geldt: Niet teveel gewicht, niet te dik, niet te veel kleren. Geestelijke gesproken: je komt er vanzelf achter als je de weg loopt – je gaat bijvoorbeeld zo op in een hobby. De rijke jongeling had een te dikke geldbuidel. Die last moet je dan weg doen. Het kan zijn dat je zo op gaat in je computer, na elven, nog effe verder, internet fora – om 12 uur ben je dan zo moe, dan, lukt er geen gebed meer - ik stop er mee. Ik neem nu stille tijd voor de Heere. Anders vertraagt het je.
Als je later getrouwd bent, je hebt kinderen. Als moeder kan je in je kinderen opgaan, je wilt ook blijven werken – schema's maken – stille tijd, ja, euh.... Je kunt het druk hebben baan – cursus, kinderen groeien bijna op zonder vader. En ze worden zo dwars – hoe zou het toch komen? Je werk kan je afgod worden – mijn geloofsleven was vroeger ook beter – zou je het onder ogen durven zien?
Last vertraagd, over zonde struikel je over. Toorn, kwaadheid, laster ., etc.

2. De aanmoedigingen
De knieën gingen knikken, het was zo moeilijk, Paulus bemoedigd. Een wolk van getuigen rondom ons op de tribune, allemaal gestorven gelovigen, van al die eeuwen geleden, die ook gelopen hebben, zoveel zwaarder dan jullie. Door het geloof bleven ze op God vertrouwen. Ze roepen en juichen, Ga door! Zie op Jezus en je komt er door! Je kunt je als gelovige soms zo alleen voelen, je kunt de enige zijn in de hele straat. In je gezin of familie. Je hebt ze uitgenodigd, maar weinigen zijn er maar. De meesten hadden een smoes. Dan voel je je alleen, op je werk, de enige die bidt voor zijn eten, Zal ik de eindstreep wel halen? Een menigte, hele rijen publiek – geen vak S. Allemaal gelovigen. Gisteravond zag ik de felle lampen van de Kuip, honderden bussen. En je zit hier met 300. Dan word je een beetje moedeloos. En toen dacht ik aan die wolk. Wij hebben miljoenen op de tribune. Allemaal kinderen van God die jullie zijn voorgegaan. Ze roepen ons niet letterlijk toe en wij roepen geen gestorven heiligen aan, maar er is een band. Ze applaudisseren en stimuleren; als je de baan afgaat dan fluiten ze.

Stel je voor: ik ben de enige van mijn familie. Een zit op de tribune – Abel: hij zegt ik was ook de enige – mijn broer moest er ook niets van hebben, maar door het geloof... ik denk dat het tevergeefs is wat ik doe voor God – Noach zegt : ik heb 120 jaar gepreekt. Maar door het geloof.. hield ik vol. Misschien ben je bang, dat God een offer van je vraagt – Abraham zit op de tribune en roept je toe - ik moest mijn eigen kind opofferen, maar door het geloof wist ik dat God machtig was om het terug te geven.
Ik weet niet of ik het allemaal kan opgeven, dan zegt Mozes: ik heb dat hele luxe leventje aan het hof opgegeven. De smaad van Christus was het waard.

Ben je toeschouwer of deelnemer? Henoch was 65 – mag ik nog meelopen. Samuel mocht als kind al de wedloop lopen, Rachel eerst een hoer. Vergetende het geen achter is. Door het geloof behouden. Simson, een schuinsmarcheerder, die vloog nog wel eens uit de bocht. Maar door Gods onuitsprekelijke genade werd hij weer ingezet. David heeft het zingende volgehouden. Ze hebben allemaal wel eens een steek laten vallen, met vallen en opstaan.

Het staat er twee keer: Laten wij zien met het oog ziende op Jezus. De leidsman en voleinder van het geloof, vers 2 en 3, let toch scherp op Hem, Wegziend van al het andere en van jezelf en uitsluitend je oog fixeren, oriënteren op Jezus. Dat is de belangrijkste aanwijzing om het vol te houden, het oog gevestigd op Jezus. Die nu zit op het ere podium. Maar die ook hier op aarde het kruis heeft gedragen ze hebben wat boe geroepen! Ziende op Hem.
Die wolk kan je aanvuren, maar de Heere Jezus alleen kan je aanvoeren. De captain, die zelf is voorgegaan. Je mag weten dat die anderen er zijn. Aartsvaders, familieleden – opa of broer waarvan je mag weten: die zijn bij de Heere. Misschien ben je wel naamgenoot – Alida Philipina, oma zit ook op de tribune. De Heere Jezus zag de vreugde voor Hem, dat Hij een kerk als bruid zou krijgen, eerst gelopen en dan zitten.... Vader ik wil dat waar Ik ben ook zij zullen zijn. Ik bid voor jullie Petrus, Marcus, Johannes, Maria, Eva, dat jullie geloof niet zou ophouden. Hij bidt je er door heen. De voleinder, the Completer, Hij zorgt er voor dat je het haalt – jij moet zien op Hem, dat is je verantwoordelijkheid. Maar Hij zegt: Ik ben de Leidsman en de Voltooier van jullie geloof. Ik zal zorgen dat je de finish haalt.

Als je dan bij de finish komt, hoe zal dat zijn, jullie staan in de aartslopers. Hardlopers, geen doodlopers, dan de laatste ronde, – ik weet niet hoe oud je wordt, 70, 80, 90, 103. Maar er komt een keer een laatste ronde - niemand heeft daar spijt van gehad! Hoe dichter je bij de finish komt, hoe harder je gaat lopen. Niemand ging er zo fris als een hoentje over de streept, maar: kapot, gesloopt.

Hebt goede moed. Een wolk rondom, Jezus voor en een kroon boven je. Een lauwerkrans. Eens zal de Heere Jezus daar staan, bij de finish, in Zijn hand de Kroon, en dan komen ze strompelend, bezweet aan, hij sluit je in Zijn armen en de tranen zal Hij je zelf van je ogen afwissen en een kroon op je hoofd drukken. Zit u hier ook als vader en moeder? Ik zal er waarschijnlijk, naar de mens gesproken, eerder zijn dan mijn eigen dochter. Paulus: hij is door God er in gezet. Ik heb de goede strijd gestreden, de loop voleindigd. Het geloof mogen behouden, en de kroon is weggelegd die de Vader zal geven. En niet alleen mij; op aarde is er maar een winnaar, maar wie volharden zal – die Zijn verschijning hebben liefgehad... In het aardse leven: wie het snelste rent, wint. Maar in het geestelijke wint de kreupele de prijs – Jakob, leunend op zijn staf, die God aanbiddend. Tot de eindstreep toe.

Wij zullen d'eerkroon dragen – is dat Bijbels? Ik weet het niet. Psalm 89. We zullen de eerkroon krijgen, dat is zeker. Maar wat doe ik er mee? Ik zal hem neerleggen aan zijn troon. Het is door U, Heere, U hebt het in mijn hart gewerkt. U hebt voor me gebeden, U bracht me er door heen, U gaf me moed, door U alleen.

Jezus ga ons voor, hebben we gezongen, toen ik belijdenis deed, hebben we dat ook gezongen. Laat ons binnen gaan.

Een kinderliedje zegt het zo:

Al loop ik lang niet altijd vooraan
Ik span me elke keer weer in
En maar stevig blijven doorgaan
Zorgen dat ik win
Ik kijk naar Jezus die ons voorgaat
Hij is het einde, Hij is het eind en 't begin

Ik zal de wedloop blijven lopen
Mijn ogen op het doel gericht
En ik zal altijd blijven hopen
Dat er een prijs, dat er een krans, dat er een kroon voor me ligt

Edit