Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2012-04-15 10:00:00 ds. P. Vernooij (Tholen) Thomas

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Joh 20:26-28 Joh 20:19-31 2012-04-15T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 40.1Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
1 Onbereikbaar
2 Opgezocht
3 Overtuigd

Thomas is tot een spreekwoord geworden. Hij kon maar niet geloven wat er gezegd werd. Wie het ook zei, Maria Magdalena, Petrus, Thomas kon het niet geloven dat de Heere Jezus leefde. Of hij dan inderdaad die ongelovige Thomas uit het spreekwoord is, is nog maar de vraag. Een stille, wat zwaarmoedige teruggetrokken man. Thomas Didimus heet hij. Didimus betekent “tweeling”. Misschien was hij er één van een tweeling. We weten niet wie dat dan was, die andere heft van de tweeling. We weten ook niet wanneer Thomas geroepen werd door de Heere Jezus. Dat was blijkbaar niet belangrijk genoeg om te weten. Daar moeten we dan ook niet te veel tijd insteken. Het gaat erom wie de Heere Jezus voor ons is. Heel persoonlijk. Leerden wij onszelf te verloochenen. Namen wij ons kruis op en volgden wij de Heere Jezus? Indien iemand achter mij wil komen hij moet zichzelf verloochenen, zijn kruis dagelijks opnemen en Mij volgen? Achter de Heere Jezus aan. Dat is waar het om draait. Thomas moet daar iets van begrepen hebben toen hij de Heere Jezus leerde volgen. Hij heeft heel wat lessen in zelfverloochening gehad. Als de Heere Jezus een bericht krijgt dat Lazarus is gestorven. Als de Heere Jezus naar Galilea wil gaan en bijna gestenigd dreigt te worden, dan pogen de discipelen hem van Zijn plannen af te brengen. Het is dan uitgerekend Thomas die zegt: Laat ons met Hem gaan, zodat wij met Hem sterven. Als de dood van de Zaligmaker dichtbij komt, dan troost de Hij de Zijnen: Ik ga heen om u een plaats te bereiden, en als Ik plaats voor u gemaakt hebt, dan kom Ik terug en zal Mij tot u nemen, opdat u ook ben waar Ik ben. Dan reageert Thomas met: Heere, wij weten niet waar U heen gaat, en hoe kunnen wij de weg weten? Ik ben de Weg en de Waarheid en het Leven, en niemand komt tot de Vader dan door Mij. Indien u Mij gekend hebt, zo zoudt u ook Mijn Vader gekend hebben. En vanaf nu kent u Hem en hebt u Hem gezien. Daar kan Thomas het mee doen.

Toen de Heere Jezus gevangen genomen werd en bespot en veroordeeld werd.......zou Thomas het zich toen herinnerd hebben? Ik ben het leven? Ik denk het niet. Hij heeft in elk geval de reikwijdte van die woorden niet gepeild. Hij zou dan uitgezien hebben naar de vervulling van het Woord van de Heere Jezus. Dan Hij zou opstaan. Maar Thomas sluit zich af en sluit zich op. Hij wil met niets en niemand te maken hebben. Het lijkt wel of hij een muur om zich trekt, afgesloten voor wat anderen zeggen, denken en vinden. Had de Heere Jezus niet gezegd dat Hij naar Jeruzalem zou gaan om te sterven? Hij draait maar in hetzelfde kringetje rond. Zo vast kan een mens in zijn eigen ideeën zitten. Hij creëert dan een eigen werkelijkheid. Dat is funest, want dan gaat de werkelijkheid van Gods Woord aan je voorbij. Had Thomas zich maar gehouden aan het woord van de Heere Jezus. Dan had Hij de Heere Jezus verwacht, maar het is donker en duister voor hem. Zo gaat het als je naar beneden kijkt. Dan zie en hoor je niets en dan gaat de werkelijkheid aan je voorbij. Herkent u zich in Thomas? Levensecht wordt hij getekend. Een mens alleen, onbereikbaar. Mensen kunnen dan zeggen wat ze bedoelen, maar je laat ze praten. Ze begrijpen toch niets van jouw duisternis. Trouwens, die is ook door niets en niemand te doorbreken. Thomas ziet alleen maar een lange geestelijke nacht. Hij ziet geen enkele lichtstraal. Het is voor Thomas voorbij. Wat Thomas over heeft, is zijn verdriet. Heeft hij dan niet door dat gedeelde smart halve smart kan zijn? Dat praten over je verdriet heilzaam kan zijn? Maar Thomas blijft alleen, niemand kan hem bereiken. Als niemand je helpen kan, wat heb je het dan moeilijk. Dan kun je je maar beter verder met niemand inlaten ook, denkt Thomas. Thomas is de Heere Jezus kwijt. Hij is zo dichtbij geweest. Maar het is voorbij. Drie jaar in Zijn nabijheid verkeerd. Zijn wonderen en tekenen gezien, Zijn woorden gehoord, Zijn prediking, Zijn gelijkenissen, Zijn vermaningen en vertroostingen. Het lijkt alsof Thomas er allemaal niets meer van weet. Zijn bewogenheid met zondaren, Zijn betrokkenheid op de mensen... Thomas is het helemaal kwijt. Hij is alleen, maar ook dan echt helemaal alleen. Dat is wat, als je de Heere Jezus van zo dichtbij meegemaakt hebt. Maar Thomas, Hij is toch opgestaan? Als je het aan Thomas vraagt, is het antwoord “nee”. Hij sluit zich af voor dat hoopvolle bericht. Thomas gelooft noch de vrouwen noch de andere discipelen. Wat ze ook zeggen, Thomas blijft opgesloten in zichzelf, onbereikbaar. Nee, de discipelen hebben hem niet alleen gelaten. Ze hebben hem toch opgezocht. Dat is een voorbeeld om na te volgen. Als anderen bang zijn, er niet bij zijn, dat mensen je dan opzoeken.......Toen de Heere Jezus aan hen verscheen, moeten ze extra oog hebben gekregen voor Thomas. Was hij er maar bij! Thomas' leven was omfloersd door verdriet. Het kan zover gaan dat je alles laat gaan. Misschien herkent u zichzelf in Thomas. Wat heeft het allemaal nog voor zin. Bijbellezen wordt steeds minder, je gebed ebt weg, je bent er steeds minder bij betrokken. Als het over kerkgang gaat, haal je je schouders op. De ruimte die ontstaat wordt door de duivel benut. Ja, maar als je het niet ziet? Maar zou God het niet kunnen laten zien? Thomas, het Woord! Thomas, de Heere Jezus! Ik zeg het vanmorgen tegen de kleingelovigen en tegen de onbekeerden. Want het woord ongeloof komt op die beide manieren voor in de Bijbel. Thomas heeft niet meer dan het Oude Testament. Maar zijn die Schriften het niet die van de Heere Jezus getuigen? Was het juist de Schrift niet die de Heere Jezus uitlegde aan de eerste mensen aan wie Hij verscheen op de eerste Paasdag? Moest de Christus zo niet lijden en zo in Zijn heerlijkheid ingaan? Hij legde uit wat over hem geschreven was.

Thomas kan het allemaal niet geloven. Hij is doof voor wat de anderen zeggen. Als ik in Zijn handen niet het litteken van de spijkers zie en mijn vinger er niet in leg en mijn hand niet in Zijn zij mag steken, ik zal het beslist niet geloven. Eigenlijk zegt Thomas daarmee: Discipelen jullie hebben je vergist, dat is inbeelding. Daarom wil hij de Heere Jezus niet alleen zien, maar de littekens betasten. Zodat Hij zeker weet of het geen inbeelding is. Thomas vraagt om een teken. Ziet u hoe onbereikbaar Thomas is?


Maar niet voor de Heere Jezus! Uitgerekend 8 dagen na Zijn opstanding komt Hij weer bij hen, en Thomas is erbij! Het is een groot wonder dat de discipelen Thomas hebben gevonden. Als er één is die weet wat Thomas nodig heeft, dan is het de Heere Jezus wel. Hij doorgrondt en kent hem. Hij weet van de Heere Jezus af. Hij weet van ons ongeloof en klein geloof af. Hij weet van ons onbekeerd zijn. Er zijn redenen genoeg om samen te komen. Op de opstandingsdag van Christus. De Heere Jezus wil dat benutten, door zelf te komen, via Zijn Woord, via Zijn Geest. Jezus kwam en stond in hun midden en zei: Vrede zij u. Shalom. Vrede als resultaat van Zijn kruis en opstanding. Vrede met God, daarom vrede in het geweten. Dat is werkelijk alles overstijgend.

Dat wat van ons is, daar kom je mee om. Omkomen in de onvrede van dit aardse bestaan. Als we dat niet willen, moeten we bij Jezus zijn. Uitgerekend Thomas wordt heel individueel aangesproken. Hij wordt op Jezus' wonden gewezen, zonder verwijt. Op de eerste Paasdag heeft Hij hen hun ongeloof en harde hart verweten.

Jezus kwam door gesloten deuren heen,zo kwam Hij ook door het gesloten hart van Thomas heen. Dat is niet te begrijpen. Zowaar Hij aan de deur staat en klopt... Wij hebben allerlei verzet tegen de Heere Jezus, in allerlei kleur. Verzet tegen het heil in de Heere Jezus. Maar ziet u hoe het overwonnen wordt? Hij breekt niet alleen een graf open, Hij breekt zondaarsharten open. Om hen te behouden. Opdat ze geloven zullen.
Laat je ongeloof nou maar varen Thomas, je wantrouwen. Dat is wat Thomas hier drijft. Ongeloof. Dan geloof je God niet op Zijn Woord. Terwijl, als er 1 woord is dat betrouwbaar is, dan is het het woord van de Heere Jezus wel. Koestert u misschien uw ongeloof? Vindt u uzelf wel goed, dat u het niet zo makkelijk aanneemt dan andere mensen? Wilt u het eerst zien, voelen, ervaren? Dan zoekt u zekerheid in u zelf. Dat is ongeloof! Zonde. Je moet jezelf eens meten met de meetlat van het Woord. Zodra het Gods Woord is, wordt mijn woord ontmaskerd.
Het is Gods levend Woord, scherper dan een tweesnijdend zwaard. Wees niet ongelovig maar gelovig.
Ik denk aan de christenreis van Bunyan. Hij zou zeker in het moeras omgekomen zijn als de evangelist hem niet geholpen had. Wij moeten veel beter letten op de beloften van Gods Woord. Hij wil zich niet ergens anders door laten leiden. Het ware geloof richt zich op de Heere Jezus. Het Woord en de belofte die in Christus ja en amen zijn. Ziet u Zijn bewogenheid? Hij wil niet dat ze verloren gaan. Hij wil dat ze behouden worden. Daar staat het open graf garant voor. De littekens in Zijn handen en zij. Zijn verzoeningswerk is het fundament onder het ware geloof. Zijn geloofsgevoelens dan niet belangrijk? Ja,maar het mag geen grond zijn. Als Christus de grond is, dan mag als vrucht de nabijheid van de Heere Jezus ervaren worden dat Hij goed is, maar het moet wel om Hem blijven gaan. Daarom Thomas: kom maar. Bekijk Mijn handen maar. Ook Thomas wordt zo een ooggetuige van de opstanding van Christus. Na Pasen is er toch geloof op het Woord? Maar dan is het lijfelijk bezien niet meer nodig. Dat komt ook niet overeen met de aard van het geloof. Geloven is overtuigd worden door dat wat je niet ziet. Het ware geloof is een vaste grond der dingen die men niet ziet. Wie in Hem gelooft, die verheugt zich in een onuitsprekelijk heerlijke vreugde.

Mijn Heere. Mijn God. Thomas is overtuigd. Of hij werkelijk de wonden heeft betast, ik weet het niet. Thomas belijdt Hem nu ook als Heere. Mijn Heere en mijn God! Een heel persoonlijke belijdenis. Hoe persoonlijk, hoe sterker. Niet u bent, maar u bent MIJN. Daar draait het om in ons leven. Het ware geloof blijft. Dan ben je betrokken, vooral op Christus en op Zijn genade, eeuwige gerechtigheid en zaligheid omdat het van God is. Ook voor mij, mijn Heere, mijn God. Vindt u dat wat te hooggegrepen vanmorgen, kunt u daar niet bij? Dan denkt u misschien diep in uw hart dat u aan een aantal voorwaarden moet voldoen? De Heere Jezus vraagt je Hem vast te grijpen. Als je ziet dat in Hem het leven is, dan kun je toch ook niet anders? Of twijfelt u er aan of het wel waar is? Kijk hoe Hij het verlorene opzoekt. Kohlbrugge zegt: Zijn eeuwige armen reiken dieper en verder dan ons felste verdriet. Hij weet wat het is om met aanvechting en strijd te maken te hebben. Mijn Heere, mijn God, zegt Thomas. Dat is vrucht van het geloof. Hij stelt zich op deze manier ter beschikking van zijn Meester. U kent mijn hart. U wil ik dienen. Denk jij misschien toch nog dat de dienst van de Heere Jezus geen liefdedienst is? Thomas is er van overtuigd. Dat is natuurlijk de Heilige Geest die in alle waarheid leidt. Kust de Zoon opdat Hij niet toorne en u op de weg vergaat. Belijdt hem met Thomas als Heere en Christus. Mijn Heere en mijn God . Thomas had een heerlijke belijdenis. Jezus is Zaligmaker van zondaren. Hij spoort ons aan om van dat heil gebruik te maken. Elke keer als de opgestane Levensvorst u verkondigd wordt nodigt Hij uit...Kom maar, zie Mijn handen. Breng uw hand, en steek die in Mijn zijde, maar wees niet ongelovig maar gelovig.

Edit