Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2012-04-15 17:00:00
Kand. L. Solleveld ('s-Gravenzande)
De laatste vijand

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
1Cor 15:26 1Cor 15:12-26 2012-04-15T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 37.3Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
2012-04-15 17:00
L.Solleveld Monster

De laatste vijand

Hebt u in de achterliggende week een ogenblik gedacht aan de dood? Aan het moment van uw eigen dood? Of bent u zo druk in de weer dat u er niet toekomt om er aan te denken? Of dat u er liever niet aan denkt. Een jongere: dat komt later wel, als ik ouder ben. Ik sta midden in het leven. Nee, dank je. Ik wil leven en heb de Bijbel mee: Psalm 119: laat mijn ziel leven en zij zal U loven. Ja daar mag u om vragen, zelfs bij een ernstige ziekte. Wie wil er niet leven?
Nou ja – een zelfgekozen dood komt tegenwoordig onder jongeren en ouderen nog al eens voor. Geen doorzicht meer in het leven, een 'zinloos' leven, bijv. door pesterijen, in een uitzichtloze positie worden ze gemanoeuvreerd. Heeft het leven voor u zin? En krijgt u het benauwd bij gedachten over uw dood? Plato schreef ooit: je moet een grote dwaas zijn als je er elke dag van je leven niet minstens één keer aan denkt.

Deze preek kan voor u de laatste zijn. Stel dat uw leven vandaag wordt afgesneden, bent u dan verzekerd van uw aandeel in Christus, gaat u met Hem op weg naar de eeuwigheid, hebt u een levensverzekering afgesloten, ondertekend met Zijn bloed? Als dat zo is, dan hoeft u voor de dood toch niet te vrezen? Dan jaagt de dood immers geen angst meer aan. Alles is voldaan...
Een annuleringsverzekering echter afsluiten, kan niet. Die reis naar de eeuwigheid zal nooit en te nimmer geannuleerd worden. Als u met Christus bent opgewekt tot een nieuw leven, hoeft u voor de dood niet te vrezen.

Maar de tekst dan? De laatste vijand – de dood? Ook een vijand van mij, toch? Vijanden moet je op een afstand houden. Ik denk er dus niet aan..

Maar laten we de tekst goed lezen. 1Cor, het oudste Nieuw-testamentische getuigenis van Christus' opstanding – eerder geschreven dan de evangeliën. Stel je voor dat de evangelisten erover gezwegen hadden. Was het een geestelijk lichaam van Christus? Kwam Hij niet binnen door een gesloten deur? Of is Zijn lichaam toch geheel lichamelijk. Hij eet toch vis en honing? Dit mysterie zullen misschien nooit ten volle begrijpen. Wat wel zeker is, is dat Hij leeft. Mooi om weer te weten van die tweeërlei beweging. Hij stond op en werd door Zijn Vader opgewekt. Zo ook bij Zijn geboorte. Het woord komt uit Gods diepste innerlijk. Als een vader en moeder die en kind moeten afstaan aan de dood, het wordt van je losgescheurd. Eigen vlees en bloed. Zo was Zijn Zoon van God losgescheurd en overgegeven om op deze aarde ons vlees en bloed aan te nemen.
We zien ook de andere beweging (Filipenzen) Hij achtte het geen roof Gode gelijk te zijn. Hij liet als ware de prooi los (als roofdier) en wordt Mens. Toen ik daar achterkwam, zei Luther, kon in een half uur niets zeggen. Jezus is opgewekt en omdat Hij opgewekt is, zullen ook de doden worden opgewekt – wordt u daar blij van? Is de angel uit de dood? Of toch nog niet?
Misschien denkt u, ja maar, de dood is een vijand, hoor. Mijn laatste vijand. Ik wil er niet aan denken. Maar het is de *laatste* vijand. Blijkbaar niet de grootste. De grootste is de zonde. Daardoor is de dood in ons leven gekomen. Wat benauwt u het meest, de zonde of de dood? De oorzaak of het gevolg? We moeten immers sterven, omdat we gezondigd hebben. Op de dag dat je van die boom eet...

Jongens en meisjes, jullie halen vast wel eens kattekwaad uit. Zo vaak valt me op, ze beginnen pas met huilen als er straf komt. Waarom huil je dan? Om de straf en niet om wat je gedaan hebt. Het is beter om een traan weg te pinken vanwege het kwaad, wat je gedaan hebt.
Met dood wordt niet alleen de lichamelijke maar ook de geestelijke dood bedoeld.
Van die eerste dood spreekt Paulus in de Efezebrief, dood door de misdaden en zonden – denk je daar wel eens aan?Dat je van nature niet voor God kunt leven tenzij u wederom geboren wordt? De geestelijke dood is: onbeperkt sterven. Deze dood wordt ook wel de tweede dood genoemd. Voor de gelovige geldt: die overwint zal van de tweede dood niet beschadigd worden. Dus wel van de eerste. Ook de ware gelovigen moeten sterven, want de straf op de zonde is de dood.
Wat benauwt u het meest, de zonde of de dood? De oorzaak of het gevolg? Het gaat hier over de lichamelijke dood, uit het verband blijkt dat. Maar wordt hier alleen het moment van sterven bedoeld? Dan zouden de gelovigen altijd tegen hun dood moeten opzien. Is dat zo? Maar de lichamelijke dood is een doorgang, is die wel een vijand te noemen? Zijn er mensen in de kerk, ouderen en jongeren, die niet tegen de dood opzien, die zeker weten, dat hun ziel behouden is. Die met de HC in zondag 1 kunnen instemmen, 'dat Hij ook mij door zijn Heilige Geest van het eeuwige leven verzekerd'.
U weet toch wel dat gelovigen niet het eeuwige leven *krijgen*, maar hebben, nu al?

Is de sterven dan wel een vijand te noemen? De dood is winst, zeg ik vanaf deze plaats. Winst voor de gelovigen. Ja de apostel zegt het immers, het leven is mij Christus en het sterven winst. Vers 53: die vergankelijkheid moet onvergankelijkheid aan doen. Het moet dus. De tijdelijke of de lichamelijke dood. Dat laatste is een moment, de tijdelijke is meer, ze duurt een tijd. Houd dat goed vast.

Zijn er van die momenten van zwakte in uw geloofsleven, waardoor je het vuur van het geloof dreigt te doven, ja dan kan de dood angst aanjagen, het is niet vanzelfsprekend om sterven winst te noemen, maar staand in het geloof mag je roepen: dood waar is uw prikkel? Ik begeer om ontbonden te zijn, met Christus, het beste wat me ooit kan overkomen. Petrus kon rustig slapen in de gevangen aan de vooravond van zijn executie door Herodus – God was aan mij zij, Hij ondersteunde mij in het leed dat mij genaakte. Zouden Paulus en Petrus erg opgezien hebben tegen het moment van sterven – ik denk het niet. Maar waarom zien wij er dan wel zo vaak tegen op? Hebben we toch te weinig geloof of is het niet werkzaam, of ontbreekt het volledig?

Komt het soms omdat we zoveel moeite hebben om het Paulus na te zeggen, het leven is mij Christus, van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. Heb je je hart overgegeven aan Hem, dan hoef je toch niet bang te zijn?

Waarom schrijft Paulus dan toch over een vijand, die er toch altijd is? Bedoeld Paulus dan toch iets anders? Is het meer dan alleen het moment van sterven?
Letten we nogmaals op het verband. De opstanding van de doden. Er zijn mensen in Corinthe die zeggen dat er geen opstanding is. Stel je voor dat ze hier in de kerk zijn. 'Daar geloof je in 2012 toch niet meer in?' In onze Protestantse Kerk in Nederland zullen al veel mensen zijn, die het niet meer kunnen geloven. Paulus weerlegt het en dan volgt de vrucht van Christus' opstanding uit de doden.

Even terug naar Goede vrijdag. Met grote stem roept Jezus “het is volbracht”. Hij heeft de kop van Satan vermorzeld. Daar is de grote overwinning behaald. De grote vijand verslagen. Al gaat hij nog wel rond als een briesende leeuw. Hij slaat nog geducht met zijn staart. Maar in de hemel is Christus hard aan het werk om alle vijanden aan Zijn voeten te leggen. Koning totdat Hij alle vijanden onder zijn voeten gelegd zal hebben. Welke vijanden zijn dat dan? Zijn ze ook vijanden van u en jou?
Ik, vijanden? Ik heb alleen een heleboel vrienden – wel 300 in Facebook. Ze zijn u niet bekend? Heb je echt geen vijanden, geestelijke vijanden? Zoals de boze influistering van satan? De boze ingevingen van ons eigen hart die ons zo kunnen kwellen. Het zijn echter geen heersende machten voor de gelovigen. Al Gods kinderen overwinnen immers. O zeker, het vlees begeert wel tegen de geest maar in Gods mogendheden overwinnen zij. Als ze de laatste adem uitblazen is het met alle vijanden gedaan. Er blijft er een over: de tijdelijke dood. Eschatos echtros, de laatste vijand, de allerlaatste, die zijn heersende macht nog wel uit oefenen. Die heerst vanaf het moment dat wij sterven, tot de wederopstanding. Het tijdelijk gescheiden zijn van lichaam en ziel. Die vijand stopt pas met zijn werk bij de opstanding uit de doden. Te niet doen, is op doen houden. Dan en niet eerder stopt hij met de uitoefening van zijn macht. Dus is de verlossing is bij de lichamelijke dood voor de gelovigen nog niet volkomen. Natuurlijk, de ziel is bij de Heere in de hemel. Waar de Heere wordt grootgemaakt en blijdschap gesmaakt. Maar die ene, die laatste vijand heerst nog over hun lichaam. Die hebben wij zelf boven ons leven gehaald. In het zweet zult gij brood eten totdat u tot de aarde terugkeert, u bent stof. Zelfs wanneer wij zalig in de Heere sterven zijn we nog niet tot onze uiteindelijke bestemming gekomen. We kunnen nog niet met ziel en lichaam God verheerlijken. Ze zijn nog gescheiden voor een tijd. Dan bent u nog niet volkomen verlost.

Niet alleen uw ziel maar ook uw lichaam moet verlost worden, leeft er bij u die branden vraag – wanneer komt U terug, Heere? Wanneer komt die dag? Dan pas zal die heersende macht van die laatste vijand ophouden met werken. Ik lees in het laatste Bijbeboek -zalig is hij die deel heeft in de eerste opstanding, over deze heeft de tweede dood geen macht. Ze zullen priester van God en Christus zijn. Wat denk je – ben je volmaakt gelukkig, als je liggend op je sterfbed kan zeggen 'ik heb de goede strijd gestreden en het geloof behouden...'
Dan bent u gelukkig. Maar nog niet volmaakt gelukkig. Want die laatste vijand heerst nog. Ook in Open 6 lees ik daarover: De gezaligden in de hemel nog niet delen in de volkomen verlossen (v10), met een grote stem; hoelang , o Helige – oordeelt en wreekt, ons bloed en lichaam. Gezaligden, die om wraak roepen, is dit bij gelijkenis gesproken? Ik heb geen pasklaar antwoord op – maar ze zien uit naar die grote dag, dat ze met lichaam en ziel God zullen groot maken.

Hoe staat het met u en jou? Wordt deze vrucht, het uitzien naar de dag van Wederkomst ook in ons leven gevonden? Ik vraag me wel eens af hoe het komt, dat er bij ons zo weinig verlangen is naar die grote dag, dat alles nieuw wordt. Met lichaam en ziel God groot maken tot in alle eeuwigheid, hebben we onze pinnen nog te diep in de aarde geslagen? Eens zult u alles moeten loslaten. Wat blijft er dan over? Niets of kunt u zeggen: het leven is mij Christus, ik weet niet anders dan Christus en die gekruisigd en het sterven is winst.
Ik kijk mèt Guido de Brès in art 37 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis uit naar de dag, dat ik met ziel en lichaam God groot zal maken in alle eeuwigheid. Zalig zij die overwinnen, zij zullen van de tweede dood niet beschadigd worden.

Edit