Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2012-04-22 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
De beste Stuurman staat aan wal.

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Joh 21:7 Joh 21:1-14 2012-04-22T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 29.6Mb)
Vervolgonderwijs na Pasen

Edit| EditReeks
Samenvatting:
1) 7 discipelen
2) 1 Meester
3) 153 vissen

1)
Theologie studeer je om dominee te worden. Vissologie is de studie om te leren vissen. Dat kun je ook geestelijk nemen, vissers van mensen. Dat kun je van alles over zeggen, maar als je zelf niet vist, ben je geen visser. Je kunt vergaderingen bijwonen, hoe word je geroepen tot visser, je kunt een raad voor de Visserij instellen. Viscommissies kun je instellen, hoeveel beekjes en rivieren er zijn, visopleiding en viscentra en cursussen. Over de psychologische effect van het vissen, een drukkerij maken over vismethodes. De ideale visuitrusting, maar je zelf niet vist, ben je geen visser.

Er zit een dubbele bodem in het verhaal van vanmorgen. De Heere Jezus openbaart Zich aan Zijn discipelen voor de derde keer, je kunt het verhaal nalopen als op de zondagschool, maar u moet eigenlijk luisteren met het oog op de toekomstige opdracht diede discipelen gaan krijgen. Over een aantal dagen geeft Hij ze het bevel, wordt vissers van mensen, maak mensen tot Mijn discipelen. Moet je een cursus volgen of zitten er hier lessen in, vanmorgen?

Het laatste hoofdstuk van Johannes. Een soort “P.S.”. Het begint met een wonderbare visvangst, vissers van mensen zul je worden, Petrus; ook bij het meer van Galilea. En het eindigt hier ook met een wonderbare visvangst en daartussen zitten 3 jaar, waarin ze zijn opgeleid. Terug bij af zijn ze. Jezus, die langs het water liep. Dat zelfde water, Hij komt misschien vandaag voorbij, en Hij roept. Elk weggetje daar rondom sprak boekdelen. Er zijn van die plekjes vol heilige herinneringen, waarin je terugdenkt aan je Eerste liefde. Toen is God in mijn leven gekomen. Hier was het dominee, jaren geleden allemaal. De zee van Tiberias, daar begon de Heere Jezus met Zijn dispelen.

Ze moesten terug naar Galilea en daar zullen jullie Me zien. We weten niet wanneer, ze wachten op Zijn komst. Het is avond, zeven discipelen zijn bijeen, Simon, Johannes, Nathanaël, een zevental. De belofte is nog niet vervuld. Hij is afwezig. Je wacht op iemand van wie je houdt en Hij komt nog niet – teleurstellend. Petrus – zullen we een nachtje gaan vissen? Het waren vaklui. Dat doen we. Niet aan de slootkant, maar een groot net dat door het water getrokken wordt. Ze gaan terug naar hun oude beroep – zo voelt het een beetje na de Feestdagen. Goede Vrijdag, Eerste Paasdag, belijdenisdienst, je zit weer in je oude ritme. De euforie is weg, verder met studeren of de strijk, gewoon weer naar kantoor.
En ze vingen niets in die nacht. Het waren geen amateurs, ze hadden het jaren lang gedaan. Veel ervaring en veel ijver. Ze hebben het net er wat uitgetrokken.. Nou hebben we Jezus niet en ook geen vangst.
Daar zit een les in, de les van een leeg net. Het gaat hier over kinderen van God en die moeten die les leren. Het lijkt alsof de hand van God het tegen houdt – geen tegenvallende resultaten, maar niks. Het humeur van Petrus zal 0,0 geweest zijn. Tegenheid. Daar groeit soms de vrucht van blijdschap uit. Nu zit je in bedroefdheid. Zonder Mij kun je niets doen. In diepe afhankelijkheid van Hem. Aan Zijn zegen is alles gelegen. Je zweet en zwoegt en het schiet niet op. Waar doe ik het eigenlijk voor? Het laadruim blijft leeg, mijn handen en mijn hart ook. Dat kan in kerkelijk werk zo zijn. Als dominee, Licht op Zuid, op dinsdagavond het visnet uit. Zielen winnen voor de Heere Jezus. Ouderling op huisbezoek; je werpt het net uit. Het kan wel eens zo tegen vallen. De discipelen moeten die les weer leren.

Je moet leren dat je het niet in je eigen vingers hebt, sommigen lessen leer je niet uit een boekje maar alleen uit de harde praktijk.

2) De Ene Meester. Toen het ochtend geworden was. Hij stond er al lang, toen nog niemand Hem zag. Hij keek al naar Hem. Ze zien contouren, er staat iets, nee iemand, hij roept. Heb je misschien wat broodbeleg, dat staat er zo'n beetje. Dan heb je gestudeerd om visser te worden... Heb je een klein sardientje – nee. Ze moeten met hun armoe openbaar worden. Ze moeten tevoorschijn komen met hun leegheid. Nee. Zeggen ze kortaf. Dat moeten we steeds leren. Beamen bij Hem. Heere ik heb U niets te bieden, zelfs niet één visje. Heel wat boekjes gelezen, hoe het moet. Het erkennen van je eigen fiasco.
Ik zie in Gods werk een patroon. Zo werkt God heel vaak. Dat de Heere leegmaakt om weer vol te maken. De les van de lege netten die de hele nacht leeg blijven, ze zijn en blijven leeg. Het gaat van mijn leegheid naar Zijn volheid. Hij maakt arm om rijk te maken. Hij laat je door een nacht van mislukking te gaan om je te brengen tot een morgen van de zegen, als wij zijn uitgevist. Als het waakvlammetje bijna dooft. Mijn eindpunt is Zijn beginpunt; het is moeilijk, maar je moet het in de praktijk leren, door het nulpunt heen geeft Hij je een 10. Als mijn weg dood loopt.
Ze waren bezig met hun oude beroep – je hebt wat gelezen en gewerkt en je zakt. Je zet je dag en nacht in voor je bedrijf. Rode cijfers en ontslagen vallen. Als je aan de grond komt te zitten. Een leraar op school, een paar leerlingen haalde het bloed onder zijn nagels vandaan. Op een goed moment kon hij zich niet meer beheersen, geslagen, en hij ontslagen - dan ga je door het nulpunt heen. Tieners vangen voor Jezus, en ze spugen erop. Ik zit hier, maar mijn bank is leeg. Vroeger was het vol. De Heere wil ons leren diep afhankelijk van Hem te zijn, 1 gram genade is zo kostbaar. We mogen toch veel meer vragen? – ja dat mag best gezegd worden, maar nu dit: je kunt een burn out krijgen van alles groot aanpakken. Je hangt knock out in de touwen. Je hebt de energie niet meer om een veertje weg te blazen. Geen hand meer voor ogen zien. En als je dan een lichtstraaltje van genade krijgt, dan kun je voor zo'n grammetje genade zo dankbaar zijn.

Vers 6, een vreemdeling aan de kant zegt: werpt het net aan de rechterkant uit. Hij wordt raadgever. Gooi het over een andere boeg, Hij wijst op de verlossing. Als jullie gehoorzaam doen wat Ik zeg dan zul je vinden. Raad vanaf de kant. Ze herkennen Hem niet, ik zou gedacht hebben: wie heeft er hier nou vissologie gestudeerd...? 's Ochtends is helemaal geen goede tijd om te vissen. Het is dwaze raad. Andere kant van het schip? Dat gaat tegen mijn gezond verstand in – de stuurboord zijde, waar het roer is. Dat is onhandig. En ze luisteren toch naar die Vreemdeling. Als je echt uitgewerkt bent sputter je niet meer tegen. Het komt altijd van een kant waar je het niet verwacht en voor je idee te laat. Wij zijn van die tobbers. Ik doe het op de verkeerde manier, verkeerde momenten, God werkt niet volgens een boekje. Niet de zijde van mijn vissersverstand. Niet het gebroken werkverbond, hoe kan ik de zonde overwinnen? Niet je net uitwerpen in je wateren van je eigen gevoelsleven, daar krijg je geen zekerheid, maar de andere kant, van Gods genade, in de zee van Gods liefde, in de rivier van de genade van God in de wateren van de Godsbeloften. Aan de kant van het geloof alleen. Dat is het geheim.

Soms komt er 's zomers een vlieg in de auto, je wilt hem al rijdend weg hebben, je doet het raampje helemaal open. Hij vliegt telkens tegen de voorruit aan, hij wil maar die kant op. De vrijheid is zo dichtbij. Ik denk wel eens dat het geestelijk tobben zo werkt - het is dicht bij, werp je net nu eens aan de andere kant.
Dan zien we resultaat vers 6 b. Één worp en ze voelen het al. Vele grote vissen, ze tellen hun zegeningen.

153 grote vissen. Hij had macht over hun harten – ze gehoorzaamden Hem en ook over de vissen. Hij vulde hun netten en harten. Een beeld van de Pinkstervolheid die er aan zit te komen. En Johannes zegt: Het is de Heere, Petrus! Echt? Petrus springt gelijk overboord, het ging hem meer om de Meester dan om de vissen, die is Hem meer waard.
Waaraan herkent Johannes Hem nu? Niet aan Zijn stem of lichaam. Maar aan Zijn werk. Aan Zijn manier van doen. In een wonder. Hij werkt van leegheid naar volheid. Overvloed. Mild en overvloedig. De liefde heeft fijne zintuigen. De discipel die Jezus lief had. Sommigen hebben scherpere ogen dan andere kinderen van God. Johannes, de adelaar onder evangelisten. Het is niet onze arbeid, maar Zijn goedheid. Herkent u dat? Je gaat even zitten bladeren in je eigen levensboek, heb je de Heere Jezus herkend, dat Hij aan het werk was? Soms deed Hij onopvallende dingen, daar denken we niet aan Hem, en bij schokkende dingen begrijpen we Hem op eens niet. Soms zien we Hem weer schitteren, we geven elkaar een por en zeggen dat werk is van de Heere.

3)
Een blijde dag, ze vallen van het ene wonder in het ander. Toen ze aan land kwamen zagen ze kolenvuur en vis liggen, de Heere Jezus heeft het al klaar gemaakt. Dat is een verrassing! Hij vroeg om toespijs maar heeft het allang klaar. Hij heeft ons ten diepste niet nodig. Dat geeft ook een stukje ontspanning, het hangt niet van mij af. Hij doet het. Nergens staat dat de Heere Jezus iemand nodig heeft. Mat 21: “de Heer heeft ze nodig”, maar dan gaat het om een ezeltje, maar geen mensen.... en toch wil Hij mensen gebruiken. Vers 10: breng wat van de vissen, die u nu gevangen hebt, maar U hebt ze ons doen vangen. Maar die vissen, die Hij ons schenkt daar mogen we Hem mee dienen.

153 vissen – ik denk dat dat een vissersrecord geweest is. Daarom waren ze ook verbaasd dat het net niet scheurde. Straks gaan ze uit in Zijn kracht de wereld in, de volkeren zee. Augustinus zegt over 153: Het si symbolisch voor al de uitverkorenen van God. Niet ongeveer 150, maar precies 153. Het getal is bepaald door God, niet een gaat er verloren. Aan de rechterkant van de Rechter gezet,
Een andere verklaring (Hieronymus) zegt: er waren in die tijd 153 soorten van vissen bekend. Alle soorten van mensen worden gevangen voor Christus.

Het laatste wonder is een type, een voorbeeld.
De discipelen wachten op de komst van de Heere Jezus. Zo wachten wij op de wederkomst van Christus, maar Hij blijft nog uit – in de tussentijd: mensen vangen, zorgen dat iedereen het weet. Heen te gaan maar in afhankelijkheid aan Hem. Gehoorzaam aan Zijn woord, er zal een rijke vangst zijn. Alle volkeren, talen en natiën worden binnengehaald. Getrokken uit de duisternis, de diepte van de zonde opgetrokken tot Zijn wonderbaar licht wat onbereikbaar is voor mensen, weet de Heere te vangen en op een onwaarschijnlijke tijd, voor de mens op een dwaze manier,

Alles komt aan land en dan de maaltijd. Vers 12 de middagmaaltijd. Na de periode van zwoegen en werken, de Maaltijd met Christus in de hemel; wat Hij zelf zal toebereiden, niet meer werken maar aanliggen. Dicht bij Hem te mogen zijn, wat zal dat zijn gemeente...

En ondertussen, er komt voor u en voor mij dan een laatste nacht, aan het einde van mijn leven reis. Mijn netten waren leeg. Maar een rijke troost als je in de laatst nacht, als je aanspoelt aan de kust daar, kunt zeggen: het is de Heere!! Hij staat op mij te wachten, van Zijn gaven mocht ik leven.

O Heere vang mij in het evangelie-net
door Uw dienaar uitgezet
en behoud mij als een gave vis
en gebruik mij dat het tot Uw eer is.

Edit