Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2012-04-29 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Heb je Mij lief? Doopdienst van Emma Cornelia Johanna Anker, Quincy Peter van Dam, Rosanna Maria Karels, Robert-Jan van Wijngaarden

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Joh 21:16 Joh 21:9-17 Doopdiensten
Vervolgonderwijs na Pasen

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Heb je Mij lief?

Drie vragen aan Petrus
Drie antwoorden door Petrus
(Drie opdrachten voor Petrus)


Als we denken aan de liefde van de Heere Jezus, dan is dat een peilloze liefde, ondoorgrondelijk. Op Goede Vrijdag zie ik de stervende liefde van mijn Heiland. Pasen predikt mij Zijn overwinnende liefde en Zijn opzoekende liefde. Petrus kreeg een aparte ontmoeting met de Heere Jezus. Er zijn toen dingen uitgesproken en beleden en uitgepraat. Daar zijn geen derden bij geweest. Dat was tussen die twee persoonlijk en het is weer in orde gekomen. Maar vanmorgen zien we dat het ook openbaar openlijk en ambtelijk weer goed moet komen. Hij wordt gerehabiliteerd, in zijn ambt hersteld.

De Heere Jezus zit daar met Zijn discipelen met 153 vissen aan het strand; de Heere Jezus heeft het eten al klaar. Ze genieten van Zijn aanwezigheid; alles ademt nu vrede, daar aan het meer van Galilea. Na de maaltijd neemt Jezus het woord; Hij verbreekt op dat moment die vredige stilte. Hij richt zich tot die ene, Petrus, te midden van de anderen. Ontdekkende, persoonlijke, allesbeslissende vraag. Wie de Heere Jezus niet liefheeft, is een vervloeking; die gaat naar de hel. Daar hangt leven en dood van af. Zo doordringend is deze vraag. Het raakt je. De Heere Jezus vraagt niet: weet je veel van Mij? Hij vraagt niet dat je je kinderen vol stampt met je eigen bijbelse denkbeelden. Hij vraagt ook niet: doe je veel voor Mij. Praat je veel, zing je veel, bid je veel, kom je veel in Mijn huis? De Heere vraagt naar je hart. Heb je Mij lief. Dat gaat heel diep. Gevoelig en teer. De Heere vraagt dat vroeg of laat aan elke kerkganger persoonlijk.

Ziet u de situatie voor u? Hij noemt de zonden niet meer bij naam, want die zijn met Pasen al besproken. En toch, het zijn woordeloze getuigen die tegen Petrus getuigen. Die zee, het meer van Galilea. Daar is Petrus geroepen door Hem. Daar heeft de Heere Jezus je uit het water gevist toen je dreigde weg te zakken. Hij heeft de storm gestild. In het huis van Kajafas heb je gezegd dat je Hem helemaal niet kent!
Woordeloos laat de Heere Jezus het je soms voelen. Ze zitten daar net aan het strand,. Een paar jaar geleden heb je gezegd: Heere, ga uit van mij, want ik ben een zondig mens.....En in de zaal van Kajafas heb je geroepen: ik ken die Mens niet. ...Stille getuigen. Die vissen en dat brood dat doet Petrus denken aan het laatste avondmaal. Dat kolenvuur is ook een stille getuige. In de zaal van Kajafas was ook een kolenvuur. Toen tussen de soldaten, nu tussen de discipelen. Toen was het de vijand die het vroeg, nu je Meester. Toen was er een meisje dat vroeg: Jij hoort toch ook bij Jezus?En nu vraagt de Heere Jezus het: Heb je Mij lief?
Drie keer heb je gezegd ik heb geen band met Hem. En nu 3 keer: hou je nog van me?
Johannes is er ook bij. Die was er ook bij op de die binnenplaats van Kajafas. Die heeft het tegendeel uit zijn mond gehoord. En dan die blik van de Heere Jezus . Hij kijkt hem aan en stelt hem een vraag. Bij dat andere kolenvuur keek Jezus hem ook aan en toen brak hij en ging naar buiten en weende. De Heere Jezus kijkt hem nu weer aan: toen kende je mij niet en nu? Heb je Me lief?

Soms laat de Heere ons onze zonden zien zonder woorden. Stille getuigen, waardoor je herinnerd wordt aan zonden in het verleden. Als stenen konden spreken.....als de stenen in uw huis eens konden spreken, wat zouden die dan zeggen?

Die plek op die en die bank....daar zijn dingen gebeurd.....daar zijn grenzen overschreden. Die ene plek op Lombardijen, daar ging ik te ver. Of dat je muziek hoort, een deuntje, en dan buig ik mijn hoofd omdat ik denk aan toen ik te ver ging. Als ik die ene portemonnee zie, dan herinnert dat me er aan dat ik daar wel eens geld uit gepikt heb.....Als ik die ene man of vrouw zie, dan weet ik dat ik daar wel eens wat mee heb gehad, terwijl ik al getrouwd was....
Stille getuigen.

Petrus krijgt een nieuwe naam: Petrus in plaats van Simon. Een kind van God krijgt altijd een nieuwe naam. En toch spreekt de Heere je nog wel eens aan op je oude zondaarsnaam. Het klonk vroeger als een klok: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God. En daarna een vloek: ik ken die Mens niet.
Daar moet u niet gering over denken. Bij de 3e keer als dat meisje dat vraagt, zegt hij onder vloeken en zweren dat hij de Heere Jezus niet kent. Hij zei eigenlijk: ik mag dood neervallen als ik Jezus ken. De hemel mag me straffen als ik Jezus ken. Dat is een vloek die je over jezelf heen haalt. Daar komt de Heere op terug. Dan kun je niet zomaar doorgaan. Die vloek moet eerst worden opgeheven. En dat gebeurt hier, openlijk, ambtelijk.

De Herzien Statenvertaling heeft dat heel mooi vertaald. In het Grieks zie je 2 verschillende woorden. Agapè, goddelijke liefde, zelfopofferende belangeloze liefde, die alles geeft. Er is ook een zwakker woord, filio, genegenheid, gehechtheid.
De Heere Jezus vraagt eerst: Simon heb je Mij meer lief dan deze? U weet dat ik van U houd. Heb je mij lief (Agapè)? Weer “filio” als antwoord. De 3e keer gebruikt de Heere dat zwakke woord: u weet toch dat ik van U hou...

Heb je Mij meer lief dan dezen? Dat had Petrus wel gezegd. Al worden ze allemaal geërgerd, ik zal dat niet doen. In feite zei je, dat je Mij meer lief hebt dan alle andere discipelen...Is dat nu eigenlijk wel waar? Toen had hij geantwoord: natuurlijk, zeker weten! Nu zegt hij dat niet meer. Niet meer dan de anderen, en ook dat sterke woord komt niet over zijn lippen. Hij zegt het nu heel zwak en bescheiden. Heere, U weet dat ik van U hou. Hij is van de berg van hoogmoed, neergedaald in het dal van de ootmoed en dan kan de Heere Jezus je gebruiken.
Weid Mijn lammeren, Petrus. Petrus durft het niet te ontkennen, alles getuigt tegen hem...

In vers 16 zegt de Heere Jezus weer: Simon, heb je Mij lief? De Heere Jezus vergelijkt hem nu niet meer met de andere discipelen? Hij antwoordt weer: u weet dat ik aan U gehecht bent... Dat ik van U houd, dat ik om U geef? Al is het dan niet met die maximale liefde, maar ik geef echt om U!

De Heere Jezus vraagt dan nog verder door. Dat leert mij heel wat. De Heere Jezus is niet tevreden met een kerkelijk correct antwoord, maar vraagt door. Petrus, je zegt tot 2 maal toe dat je van mij houdt...maar is dat wel waar? Hou je eigenlijk wel echt van Me? En dan wordt Petrus bedroefd. Heere Jezus, trekt U dan ook die zwakkere vorm van liefde in twijfel?
Petrus beroept zich op de alwetendheid van God. U weet alle dingen, U weet dat ik U lief heb. Mijn hart ligt voor U open, U kent mijn hart en U leest het tot in de diepste diepten van mijn ziel. U weet ook van mijn laffe verloochening. U keek mij aan en dat brak mijn hart. Hij ging naar buiten en weende. Dat was het bewijs van Petrus' liefde. De mensen keken naar de buitenkant en hoorden de vloeken. Maar de Heere Jezus keek dieper en zag wat daar onder zat. Petrus kan zijn liefde niet bewijzen. De mensen kunnen er allemaal vraagtekens bij plaatsen. Toch kwam die liefde openbaar in zijn tranen en omdat hij uit de boot springt en toch naar Hem toe wilde. Heere, al zijn er gruwelijke dingen gebeurd, maar toch. Toch hou ik van U.

Dat kan blijkbaar onder Gods kinderen. Dat vlammetje van de liefde heeft hoog gebrand, maar het lijkt nu wel uit. Koude as, geen licht. En toch diep onder de as zit daar een vonkje van liefde. De Heere Jezus gaat dat aanblazen, niet uitblazen. De Heere Jezus rakelt dat vuur weer op. Petrus wordt als het ware weer terug gesnoeid. Dat hebben Gods kinderen wel eens nodig. De bladerenkroon moet er dan af....

Als de Heere Jezus het nou aan jou zou vragen, wat zou je dan zeggen? Dat moet je aan je kinderen door geven, dat is het enige. Keihard “nee” zeggen durf ik niet, voluit “ja” zeggen........mijn vrouw zit erbij, mijn kinderen zitten erbij.... Ik hou van U, maar ik schaam me zo. Het staat bij mij op zo'n pijnlijk laag pitje. Al zou ik de Heere Jezus echt liefhebben, dan zou mijn leven er toch zo heel anders uit zien? Dan zou ik toch veel meer moeten lezen en bidden en....enz.
En toch kan ik het niet ontkennen. Simon, heb je Mij lief? Zijn er periodes geweest dat je brandde van liefde voor Mij? O ja....Maar hoe is het nu? Op dit moment?
Heere U weet dat ik zo dikwijls faal....ik zak voor die toets, als het gaat om mijn liefdesbetoningen naar U toe....ik ben zo vaak zwak, geen held, laf....en toch. U weet hoe het met mijn hart gesteld is. Ik spreek vaak grote woorden, maar er is toch liefde in mijn hart voor u. Als het over liefde gaat gaat het niet meer over theologie, maar over poëzie.
Dat heeft niet meer te maken met een leer, maar met een lied.

Mijn Jezus ik hou van U, want U hield van mij.......daar ligt de grond. U bad voor mij dat mijn geloof niet zou ophouden. Daar ligt de grond. U bent niet alleen mijn Verzoener, maar ook mijn Voorspraak. Ik heb U lief met die zwakke liefde, maar het is een echo van Uw liefde.
Ds. Krumacher ontmoette een bekommerd mens. Ze ging naar de dominee toe en zei: ach, mijn lauwheid, mijn gebrek aan geloof, mijn armzalige gebeden, mijn wereldsgezindheid, het getuigt allemaal tegen mij. De dominee gaf een wijs antwoord. Kijk naar je Heiland. Naar Zijn liefde voor jou. Als de Heiland vraagt: Heb je Mij lief? Denk eens aan Golgotha, aan Pasen, aan hoe Hij bloedde en bad voor Zijn vijanden. Toen kreeg ze ruimte. De grond is Zijn liefde voor mij. Kenmerk van die echte liefde is niet dat je in je eigen ziel gaat zoeken of je Hem wel liefhebt. Kijk naar je Geliefde. Is Hij niet heerlijk, schoon, niet beminnelijk, niet oneindig, de Heilige? Ze sprak niet over haar liefde maar over Hem. Wij hebben lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad. Als je liefde hebt voor de Heere Jezus, dan zegt Hij vanmorgen tegen je: Weid Mijn lammeren.

Edit