Edit|
EditReeks Samenvatting:
Wij zijn maar heel kort in onze berichten. SMS van een paar woorden. De apostel meent toch dat hij de gemeente kort heeft geschreven, 13 hoofdstukken, wie schrijft er nu nog brieven zo'n lengte. Maar hij heeft zoveel woorden nodig om aan te duiden aan de gemeente in verwarring, over de offer dienst. Is die van de oude bedeling nu voorbij? Hij beijvert zich als een herder, dat Ene offer van de Heere Jezus Christus. Hij begint met God, die in oude tijden op zovele wijzen heeft gesproken, en hij eindigt met God in de laatste woorden. Hij vat zijn brief nog eens helemaal samen, in de laatste zegenwens. Een zegenbede. Maar eerst: bid voor ons. Dan gaat hij naar de troon van Gods genade, die hij door zijn brief weidt en hoedt. Bid voor ons, en draagt de voorganger heel de gemeente op aan de troon van Gods genade. Wat een zegen als we zo gemeente zijn.
En nu bidt hij voor de gemeente, de God van de vrede moge u toerusten. De God van de vrede. Dat staat er niet zomaar. Een mooie aanspraak, maar de hele brief mondt daar in uit. Christus, schreef hij in H2 - Hij heeft de dood voor allen gesmaakt en: de God van de vrede, door het bloed van het kruis. Hoe moeten wij ooit tot God gaan – die offers, al die inzettingen, nee. Wij hebben een zoveel beter verbond. Abraham. Mozes, zij zijn niet op een andere manier behouden geworden dan u en ik moeten worden. Ook in de Heere Jezus Christus. Maar dat hebben zij niet zo geweten als wij. Zo'n helder verbond. Ze hebben er naar uitgekeken, er op gehoopt. Wij hebben een zo veel beter verbond.
Nu waarschuwt de schrijver van de Hebreënbrief zo indringend, als wij dan zo'n beter verbond hebben, als je dan aan zo'n grote zaligheid geen acht geeft! Of als je je er vanaf wendt, je raakt aan het dwalen - hoe zou je dan ooit tot bekering kunnen komen; Heb 6. Een wolk van getuigen hebben we toch rond ons.
Hoe kent u God? 'Wat dunkt u van de Christus', maar anders gezegd; wie is God voor u? Bent u bang of achterdochtig, wrevelig, boos? Een God die voor ons zorgen wil, een God van vrede? Of een ons vijandige God? Is het echt een God van vrede? In de Romeinenbrief schets Paulus een beeld van u en mij, ellende en vernieling zijn in onze handen, en de weg van de vrede hebben zij niet gekend. Bij ons zijn geen gedachten van vrede. Ooit was er vrede in het paradijs en wij verklaarden God de oorlog. Nee, wij willen U niet meer kennen, in erkentenis houden en we keerden ons tot onze eigen weg en niet de weg van de Vrede. Voortijds sprak Hij zovele malen en nu heeft Hij een weg van bloed gegeven. Zijn toorn, Zijn vijandschap heeft Hij doen aanlopen op de Zoon, uitgetekend in al die offers. Nu hoort u in de verkondiging van het evangelie – Genade zij u en vrede van God de Vader.... genade en vrede.
Vrede wordt ons verkondigd door het bloed van het kruis.
Kent u die God van vrede? Die in grimmigheid of wraak zijn list niet vindt? Zijn toorn is geblust. Buiten de legerplaats verbrand, dat is Jezus ook, in de brandende toorn van God over de zondeval het menselijk geslacht gekomen, nu is Hij onze vrede, Jezus de vredevorst. Hij komt tot ons.
Hoe dan? Heel bijzonder is het geformuleerd aan het eind van het hoofdstuk. De Grote Herder van de schapen (niet alleen Goed), dus zó is er maar een, er zal nooit een tweede zijn. Uniek. Zo'n Herder is er nooit geweest. Niet een. Deze herder gaf Zijn leven voor de schapen. Hij is tegelijk het Lam. De grote Herder en het Lam. Dat de zonde der wereld wegneemt.
Er zijn ook kleine herders, onder-herders, in de naam van de Grote Herder. Niet herder van de kudde, dat had er kunnen staan, maar van de schapen, maw van elk schaap afzonderlijk, heel persoonlijk. Ik ken de Mijne en Ik word door hen gekend, zou u daar niet bij willen horen? Er kan toch geen beter leven zijn dan onder de hoede van zo'n herder? Hij woont in de hemel en hem Is gegeven alle macht op hemel en aarde.
Het hele evangelie wordt in de notendop verkondigd. Hij is dood geweest en opgewekt. Later(Openbaring) zal Jezus het zelf zeggen: Ik ben dood geweest. Hij is in het graf geweest. De hand die de schapen weidt, lag roerloos in het graf. Hij proeft de dood, de dood neemt zijn intrek in Zijn lichaam. Omdat Hij zichzelf gegeven heeft, hierom heeft de Vader Mij lief,omdat ik Mijn leven afleg. Voor heel Zijn kudde. Als herder in de gehoorzaamheid van het Lam. Een stemmeloos Lam. Vader indien het mogelijk is, laat het voorbij gaan, maar het Lam offert zich, Uw wil geschiedde en onze Heere Jezus Christus is gestorven.
Die brandende toorn van God bleef op Hem. In de volgende 3 uren duisternis. Zijn offer is uniek, enig, uitzonderlijk. Zo is Hij de grote herder van de schapen. Op grond van het bloed.
Gods heiligheid is niet te plooien, maar nu kust Gods gerechtigheid de vrede op de Paasmorgen. Nu is God op grond van dat bloed de God van Vrede.
Wat dunkt u van deze God? De God van vrede? Het Lam van God was een smetteloos Lam. En nu brengt God onze Heere Jezus Christus uit de doden terug. Aan het kruis spreekt de Zoon, het is volbracht. Er is niets wat u zou kunnen bijdragen. Moet ik me dan niet bekeren, en geloven en er om vragen...? Denkt u dat u iets aan dat offer toe te doen hebt? Als het Lam van God zegt, Het is volbracht?
Op de Paasmorgen brengt de Vader de Zoon terug uit de dood alsof de Vader op de Paasmorgen zegt; Ja, Mijn Zoon, het is inderdaad volbracht. Als de Vader de Zoon als het ware wakker kust. Je Offer is volkomen, Mijn Zoon. Het is genoeg voor een hele wereld. In deze Zoon en in dit offer heb Ik Mijn welbehagen, zo is Mijn Zoon. Die Zoon die zelf opstaat, op grond van het bloed van het eeuwige verbond, dat heeft Jezus verdiend. Verworven. Hij kon door de dood niet gehouden worden zegt Petrus, want er was betaald. En dat verbond is gemaakt vóór de grondlegging der wereld, onvoorstelbaar. Toen had God al gedachten van vrede, toen al. En toen was het de begeerte van de Zoon om te konen en zijn ziel tot zoenoffer te stellen. Eeuwig, is niet alleen van eeuwig en altijd, maar ook vast, zo onwankelbaar, zo onaantastbaar, wie zal dat verbond kunnen verbreken?
Als je toch deelt in dat verbond, dat ons wordt verkondigd. Waar de Heere ons toe roept. Een eeuwig verbond.
Dit is onze Jezus, dit is de verzoening met God, Hij is onze vrede, maar als het nu zo is, dan kan het niet anders of wij worden geheiligd in de naam van de Heere Jezus Christus, want die deelt in Hem, die hoort bij de Goede Herder. Die volgt de Goede Herder, zo eenvoudig is het. Vers 21: hij moge u toerusten (HSV), SV 'volmaken', Grieks: toerichten, toespitsen, of zoals de Catechismus heeft: schikken en richten, om Zijn wil te doen. Dat goede werk komt er niet bij, maar vloeit er uit voort.
De Zoon doet wat de Vader zo graag wil. Zonder heiligmaking zal niemand de Heere zien. Het geloof en de goede werken die ons zullen volgen. Die zijn niet zinloos, niet licht en lucht, maar in Christus zijn het werken in de Heere, door Jezus Christus.
Hoe moet je die doen? Hard aan het werk,je best doen, slaven en sloven? Als het goed is, is het het volgen van de Herder, Zijn stem horen. Maar er zijn zoveel stemmen, wat ben je snel afgeleid, en teleurgesteld kun je raken in je zelf. Hoe kan het nu toch, dat het zo gaat in mijn leven en keer op keer? Hoe kunnen we naar Zijn stem, horen? Alleen door naar Hem te kijken en luisteren.
Misschien kent u het verhaal uit de Griekse Mythologie van Orfeus wel. Er waren twee rotsen in zee, waar schepen tussendoor moesten. Daarop zongen de Synenen, half vogel half beeldschone vrouw, je kon ze niet missen. Als je langs kwam zongen ze. En die wonderlijke vrouwen, prachtige namen hadden ze: “Goede geachten”, “Schoonheid”, “Goede Voornemens”, die zongen een lied en die scheepslieden waren in verwarring, en ze raakten van koers en schepen sloegen te pletter en daar vielen de Syrenen op aan en zogen de levenskracht weg. Om die stem van de Syrene te ontgaan, deed men bijenwas in de oren, maar er was maar één ding dat echt hielp – het gezang van Orfeus – dat overstemde hun zang in schoonheid, dan hoorden zij de Syrenen niet meer. Wie Jezus hoort in het evangelie – Mijn schapen horen Mijn stem en ze kennen Mij, ze horen Mij spreken. Een Goede herder, zegt volg Mij, en wie Mij volgt zal in de duisternis niet wandelen. Zoveel stemmen, jongeren, maar ook ouderen, je kunt je er niet van losmaken, het komt op je af, hoe zul je koers uithouden tussen alle klippen door. Door alleen te luisteren naar die stem van Jezus.
Dat is nu de God van vrede. Die Grote Herder van de schapen. Hij moge u toerusten - hij neme de gemeente mee naar de troon van Gods genade,
Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Niet van hem *is* de heerlijkheid, dat zeggen we in het Onze Vader. Maar dat sluit elkaar niet uit. Heb2: Wij zien Jezus, met eer en heerlijkheid gekroond, Hij staat aan de rechterhand van de Vader. Hij komt ook weer om te oordelen. De toorn van het Lam. Over allen die Zijn stem ongehoorzaam blijven.
We zien het nu nog niet, want we roepen Hem aan, Uw koninkrijk kome, we leven in die bange strijd. Heere U zij de heerlijkheid. Verheerlijk Uw grote naam, ook in mijn leven. Verlos ons toch van de boze, want van U is de heerlijkheid.
De apostel eindigt met de lof aan het Lam. Dat we zullen zien van aangezicht tot aangezicht. Het Lam zal hen weiden (Openbaring). Daar denkt hij aan, Hem zij de heerlijkheid. En dan kan hij nog maar een ding zeggen, en dat zeg ik ook: