Een groot goed. We dachten deze week weer aan de toestand waarin ons land zich bevond in 1940-45, ouderen hebben hun herinnering uit de jongere jaren, jongeren kennen de verhalen, van de oorlogswinter, de ellende, de offers die gebracht zijn. Als je daar aan denkt – wat zijn we dan bevoorrecht. 67 jaar mogen we in vrijheid leven. God heeft de gebeden verhoord. .. Die 's lands benauwdheid ziet.. Hij heeft ons Zijn gunst bewezen.
In onze tekst gaat het ook over vrijheid. De echte vrijheid. Als de Zoon u zal hebben vrij gemaakt. De vrijheid van 1945 is geweldig, maar het is maar een schaduw, een heenwijzing naar de echte vrijheid. Vrij van *alle* banden, van de banden van de dood, met ene gerust geweten te leven, vrede in de diepste zin van het woord.
Die vrijheid mag ons bezig houden, gun je zelf geen rust tot je daar weet van mag hebben.
1 een aangrijpende werkelijkheid
2 groots aanbod
3 een gemiste kans
Ellende, verlossing en ondankbaarheid....
1
De Heere Jezus is in gesprek met de Joodse leidslieden, een twistgesprek. Eerst was er welwillendheid, ze geloofden in Hem zelfs, omdat ze Zijn woorden gehoord hadden, het gezag waarmee Hij sprak. Hij had krediet opgebouwd. Maar geloof en geloof is twee, kennelijk. Niet een alles opgevend geloof om zich aan de Heere Jezus over te geven, maar een halve bekering. Ze moesten vrijgemaakt worden – die boodschap landde niet. Ze hadden nooit iemand gediend. Natuurlijk waren er de Romeinen, die hadden hen er nooit echt onder gekregen. Hun innerlijke vrijheid hadden ze weten te bewaren. En toen de Heere Jezus: voorwaar, voorwaar, amen, amen - de Heere wil altijd serieus genomen worden.
De Heere zwakt Zijn woorden niet af. Geen water bij de wijn. Hij zoekt het heil van de mensen, niet hun gunst. Hij gaat de rust verstoren, de valse rust, de illusie dat het wel goed met hen zit, gezien de voorrechten die ze hebben.
Daarom zit je in de kerk, om wakker geschud te worden. Eenieder die de zonde doet - dat kan zo veel zijn. Ontucht, zelfhandhaving, liegen, roddelen, maar ten diepste is het opstand tegen God. Overtreding van Zijn geboden. Met de rug naar God toe staan.
De mens moet de aard van de zonde kennen. En de zonde van zijn aard... hoe erg het is en hoe diep het zit.
De eerste bladzijden van de Bijbel zijn belangrijk. Sommige mensen hebben een Bijbel waar de eerste bladzijden ontbreken. Hoe goed God alles geschapen heeft en hoe de mens het verstjeerde en dan de uitwerking van de redding.
Erskine zegt ergens: Als je klein denkt van de zonde, denk je ook klein van de Heere Jezus. Als je de zonde doet – dan ben je slaaf van de zonde. Het is een macht en heeft jou in haar greep. Romeinenbrief: de zonde heerst, als een koning, een verdervende macht. Net als drank – jij pakt dat glas, je doet het zelf met eigen wil, maar als je de een na de ander drinkt, dan ben je verslaafd. De ene sigaret na de ander. Ieder weet dat het funest is. Het lichaam schreeuw om nicotine, de tabak heeft hem in zijn greep. Maar je doet het zelf. Je denken en en willen is doortrokken door de zonde. De man die zijn gezin kapot maakt, ook die kerkmens die leeft voor eigen rekening. Dat ben ik dus zelf..
We leven in duurbevochten vrijheid, we vieren het. Dit nooit meer. Maar er zijn nog nooit zoveel geboden en onvrije mensen geweest als nu in dit land. Wij kunnen de doden van 40-45 niet recht in de ogen zien...
De zonde geeft loon: de dood.
Uitzichtloos is dat slavenleven en dan zet de Heere Jezus de bazuin van het evangelie aan de lippen.
2
Die macht kan verbroken worden. Als de zoon u zal hebben vrijgemaakt. Ze dachten steeds dat ging over Abraham. De ware Zoon van Abraham!
Jezus spreekt steeds weer over zichzelf en God als over Zoon en Vader. God heeft veel kinderen.. velen kinderen tot heerlijkheid zal Hij leiden. Aangenomen kinderen, maar Hij heeft één Zoon. Hij is het uitgedrukte beeld van Zijn Wezen. Heeft God dan een Zoon? Daarin komt Hij ons nabij. Hij heeft alles. Hij is het Grote Schathuis. Hij kan ook alles. Hij heeft de macht om het plan van God uit te voeren. Hij staat bij de zondeslaven en stelt Zich voor als de Grote Bevrijder. Ik heb de macht om zondeslaven vrij te maken. Het heeft het niet over de rekening daarvoor....
Hij is gezonden om de gevangenen loslating te prediken. Kind, wees welgemoed, uw zonden zijn u vergeven. Een paar verzen terug: de waarheid zal u vrij maken. Ieder zijn eigen waarheid, zegt men tegenwoordig. Maar Waarheid is wat in God is. Die omziet naar een verloren wereld. De Heilige Geest die ons hart aanraakt en het woord voor ons open. We zien hoe verloren we bij onszelf zijn. Dat we gaan luisteren naar de stem van de Heere Jezus. Ontferm u over mij, denk aan mij. En hangend aan het kruis, in de vrijheid van de kinderen Gods. Die mens is waarlijk vrij. De hemelhoge schuld valt van je af. De gouden scepter der genade van de Heere Jezus. Hij maakt zondeslaven tot nieuwe mensen onder heerschappij van de genade. Wat een aanbod dat Hij zo tot ons komt.
3
De gemiste kans. Dat gebeurt daar. Na die proclamatie van Zichzelf als Bevrijder spreekt Hij verder: Ik weet dat u nakomelingen van Abraham bent, dat voorrecht hebt u. Maar jullie proberen Mij te doden! Er broedt wat in uw binnenste, omdat Ik u met al uw voorrechten als zondeslaven zie. Ze hadden zo vaak instemmend geknikt. Hij kan goed preken. Maar ten diepst maakt Mijn woord in u geen voortgang, staat er letterlijk. Het moet doordringen en wortelen. En dat doet het niet. Als je niet valt voor het woord, dan stoot je je er aan.
Het verzet – Stafanus zou er ook aan onderdoor gaan. Verzet, tegen de Bevrijder, niet de bezetter! Wie kiest voor het leven de dood?
U heeft de tijd niet herkend dat Ik bij u aanklopte, u had Mij niet nodig. Hij is hier- hier ben Ik. Mag ik Hem u aanprijzen? Zijn macht, Zijn bereidwilligheid, het offer van Zijn leven voor onze bevrijding.
De wonden in Zijn handen, zijde, ze roepen ons toe – mens, wie je ook bent, Ik heb genoegdoening gedaan, welkom ben je bij Mij. Misschien is ons leven een puinhoop. Het is niet goed in mijn leven, ik krijg die speciale zonde er niet onder. Zie hier ben ik, de zoon van God in ons vlees, een blik op Hem en de schuld valt van ons af, de band van de zonde. Deze zondag in mei wordt de ware bevrijdingsdag. Het juicht van binnen en in de hemel; een mens, bevrijd om te dienen. Om in liefde te wandelen.
De verloste des Heeren hebben een heerlijke toekomst – eeuwig bij Hem te zijn. De zonde kan je nog parten spelen, tegen onze wil. Het kan zelfs zijn, zoals de Psalm zegt ongerechtigheden hadden de overhand op mij. Dat kan. Je kunt struikelen, maar de Heere staat in voor Zijn zaak. Waken en bidden.
Verblijd u niet over mij, mijn vijand, als ik gevallen ben zal ik weer opstaan. We mogen uitzien naar de dag dat God zijn werk zal afmaken. Ook de overblijfselen der zonden zullen verdwijnen, de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen Gods. Onze roeping hier is om te leven tot eer van Hem. Gij kwaamt en maakt mij vrij; ik was bevlekt door duizend zonden. Gij kwaamt en reinigde mij.