“Gebeurt er nog wel eens wat?”, was de titel van een boekje over gemeente zijn – hoor je nog wel eens van een bekering, een getuigenis van jonge mensen die belijdenis doen van hun geloof. Gebeurt er nog wel eens wat? We verwachten grote dingen van God. In de vroegste tijd zie je de gemeente groeien in de diepte. Er komen nieuwelingen bij, bij tientallen, waarom zou dat vandaag niet kunnen gebeuren. Hij is de zelfde, als Hij werkt, wekt Hij onweerstaanbaar.
Mensen in Jeruzalem vroegen zich af wat er aan de hand is, ze hadden de wind gehoord en zagen de vlammen, en discipelen spraken in vreemde talen. Wat heeft dat te betekenen? Feestgangers hadden wel een verklaring – die Gallileërs hebben te veel wijn op en halen alles door elkaar. Dronkemans gebral. Wat hier gebeurt hoef je niet serieus te nemen. Bespotting, Petrus stond op en gaf tekst en uitleg van de dingen die gebeurden. Als je dat leest, merk je hoe vaak hij teruggrijpt naar de Psalmen. Het is Christocentrisch, eerst de profetie van Joël. De Geest is uitgestort op alle vlees. God die Zijn Zoon heeft verhoogd, maar Israël had Hem afgewezen, Pertrus stelde zijn gehoor daarvoor aansprakelijk. Zij hebben Zijn prediking gehoord maar ze hehben Hem veroordeeld. Dachten van Hem af te zijn. Maar: Hij is opgewekt. Het ongeloof van Israël zal God niet ongestraft laten. Een rechtvaardig oordeel. Die ingrijpende teken van Pinksteren zijn daar de voortekenen van.
Dat is de preek van Petrus in een paar pennenstreken. Kreeg hij een applaus? Nee ze werden diepgeraakt. Overtuigd van hun schuld. De Messias was door hen afgewezen. Nu konden de gevolgen niet uitblijven. Was er dan een redmiddel? Bekeer u en laat u dopen in de naam van Jezus Christus in de vergeving van de zonden.
Veel mensen waren blij met de boodschap van Petrus, dit was een woord van hoop. Een boei voor de drenkeling. Ze grepen die boodschap met beide handen aan. Ze werden gedoopt, zij die dat aannamen.
Dus anderen haalden hun schouders op. Zij hadden die redding niet nodig, voelden zich niet schuldig. Ze zullen zich er aan geërgerd hebben. De Heere Jezus sprak ook van een gelijkenis van het zaad, geen diepte van aarde, rotsachtige bodem. Het zaad valt verschillend. Gesteld tot val en opstanding in Israël, een teken dat weersproken zal worden. Met Pinksteren gaan die woorden van Simeon al in vervulling.
Misschien hebben sommigen Petrus uitgescholden. De verkondigers van het evangelie delen hetzelfde lot als Christus.
Gemeente mag u horen bij die velen die het met blijdschap mochten aannemen, of luister je met enige belangstelling maar heb je het redmiddel niet nodig? Bij wie hoor ik nu eigenlijk? Voelt u de ernst? Die beslissing wordt bepaald door het geloof, wie Hem gelooft heeft, het eeuwige leven. Wie niet geloofd, blijft in de dood.
Ben je ontmaskerd? Dat is juist de bedoeling van de prediking. Gelukkig wie dan de juiste beslissing mag maken. Wat was die biidschap bevrijdend voor soommige, de last van hun schuld. Dat z eHem hadden verworpen en verwezen naar de kruisdood. Weg met Hem! Een hoge schuld op zich geladen maar nu ondervinden ze de vrede van de vergeving. Wat doet u met die boodschap van Pinksteren en jij?
Calvijn spreekt van het geloof als van een omhelzen. Die boodschap mag je aannemen, maar niet als een folder. Dat woord mag voor mij zijn! Ik trok me niets van Zijn roeping aan. Is dat woord werkelijk voor mij? Jawel, het is echt voor jou.
Maar dat is nu juist mijn probleem, wist ik maar dat het werkelijk voor mij is. Anders zijn oprechter dan ik. Mijn hart is door en door arglistig.
Stel je voor als je een brief krijgt van de notaris, dan geloof je toch de inhoud, nu krijg je een brief uit de hemel. Ondertekend in het rood... en nu zet je er vraagtekens bij? Zo doe je God onrecht aan, een belediging van Zijn majesteit. Velen die dit woord met vreugde aannamen, werden gedoopt.
Wie gedoopt is, behoort tot de strijders van Christus. Je schaamt je er toch niet voor om bij Hem te horen? De doop is het teken van de vernieuwing van het leven. Het Griekse woord baptizo, onderdompelen, het water sluit boven je hoofd. Zo deden ze het in de vroegste kerk. Je daalde af in het watergraf. Met Hem begraven om met Hem te worden opgewekt. Het oude zondige leven met de oude mens erbij. Dat bestaat niet meer. Dat beeldt de doop nu af. In een nieuwe wandeling toegewijd aan de naaste. Om zo met je doop bezig te zijn, en zo te verstaan, heb je daar wel eens over nagedacht? Er wordt altijd voor gebeden in een doopdienst. Wat begraven is, geldt niet meer. Je bent aan de zonde gestorven en in een nieuw leven mag je wandelen. Voorgoed, ingelijfd in Zijn Lichaam. Ingeënt ineen nieuwe wortel en er mee vergroeid.
Hebben de apostelen alles gedoopt op een dag – misschien zijn ze de volgende dag doorgegaan – ze moeten de tel kwijt zijn geraakt- “ongeveer” 3000 zegt Lukas. Een geweldige gebeurtenis in de christelijke gemeente, honderdtwintig leden en dan 3000 erbij... als een olievlek die uitbreidt, tot een wereldkerk in de wereldstad Rome. Aan een stuk door worden de christenen toegevoegd. Van het oosten en westen komt de aanwas. Die uitbreiding is niet tegen te houden.
Blader Handelingen maar eens door. Lees over de groei. 3000 is niet veel t.o.v. de wereldbevolking. Straks een schare die niemand kan tellen. Dagelijks komen er nieuwe bekeerlingen bij. Waar worden ze aan toegevoegd? Vers 47: tot de gemeente die zalig wordt, waar doop en avondmaal wordt bediend. De gemeenschap van de heiligen, dienst betoon aan elkaar. Daar word je aan toegevoegd, daar geeft de Heere je een plaats. Veel mensen leven op zichzelf, zonder de gemeenschap. “Ja ik geloof wel, maar de kerk heb ik daar niet voor nodig” – dat kan niet in het licht van de Bijbel. Bij een bekering word je gevoegd tot de gemeenschap van de gemeente waarvan Christus het hoofd is en Hij bepaalt de samenhang. De sacramenten worden bediend en je krijgt voeding, je wordt verzegeld met de Geest van de belofte. In Christus vastgemaakt. De verzameling van ware Christgelovigen.
Tot de zichtbare gemeente gevoegd. In Exodus ging het ook om 3000 mensen. Door het Godsoordeel geraakt. Meegefeest met het gouden kalf. Meehossen. Daarvoor hebben ze moeten boeten. Maar hier is het veranderd in een zegen van de Heere. 3000 zijn er toegevoegd. Gods onzichtbare hand heeft dat gedaan. Op één dag. Door één preek. Dat kun je je vandaag toch niet voorstellen. Je bent geneigd om te denken, Lukas, bedoel je niet 1 bekering door 3000 preken?
Menig predikant kan denken – wat haalt het eigenlijk uit en waar doe ik het voor, het kan je zo maar bekruipen. Zeker de mensen zijn er wel. Ze hebben hun voorkeuren en afkeuren, wie wil een goed woord van de Heer horen en verlost willen worden van hun zonden? Kittelachtig van gehoor.
Gebeurt er nog wel eens wat, in de gemeente, bij u en bij jou? Landelijk word je er niet blij van. Mensen laten zich uitschrijven. Ze houden het voor gezien. Zie het niet te somber in – het is Pinksteren geworden. We hoeven de moed niet op te geven. De Heilige Geest is er nog steeds, hij werkt nog steeds. De overtuigende kracht van de Geest is nog niet anders dan toen, de Geest laat het zien. Edwin vertelde, aan zijn vrienden dat hij zonder Christus niet meer kon leven. Anoes besloot belijdenis te doen. Die moslim jongen wilde gedoopt worden. Een moslim gezin dat ik heb mogen dopen in mijn vorige gemeente, tot de gemeente gevoegd.
Ziet u het? De Heilige Geest werkt nog steeds ook onder ons. Waar het woord van God mag uitgaan, gebeuren grote dingen. In steden en dorpen, wereld wijd.