Edit|
EditReeks Samenvatting:
Het gaat voor de laatste keer in de NGB over het Woord van God. Kinderen: ik zou naar benden kunnen komen en spullen op de tafel leggen – wat is nu de Bijbel voor jou? Het wordt vergeleken met brood. Brood voor je hart. Of takken met vuur – je kunt je er aan warmen, of een spiegel, je leert jezelf kennen. Of een pot honing, daar wordt het ook mee vergeleken, zoet voor je. Ik wil er meer van hebben.
Of een staaf goud, kostbaar. Een hamer – die tafel komt wel vol... elke keer als je een preek hoort hoort, klopt het op je hard. Een zwaard, dwars door je heen gaat het. De reus Twijfel – “want er staat in de Bijbel” – hij is zo weg... Wat zou je kiezen? Een olielamp misschien – een lamp voor je voet en een licht op je pad.
We letten vanavond op de Bijbel als het volkomen Woord. Een vrouw in het ziekenhuis las vaak in haar Bijbeltje – iemand zei. Heb je dat boek nou nog niet uit? Nee, krijg ik nooit uit. Er komen altijd weer oude en nieuwe dingen in te voorschijn. Om te corrigeren, te leren. Ik krijg het nooit uit.
De Bijbel is volkomen – we hoeven het niet aan te vullen. Volkomen duidelijk over hoe je zalig wordt, hoe je God moet dienen etc., ook volkomen beslissend, geen gesprekspartner – daar ben ik het wel of niet mee eens. En volkomen doeltreffend.
Het woord van de Heere is volmaakt
1 Het goddelijke wordt beleden
2 Het menselijke bestreden
3 Het valse vermeden
1
Twee hoofdslagaders zijn er in de Bijbel: de wil van God aan ons bekend maken. Ik hoef dat zelf niet uit te vogelen of aan anderen te vragen. De Vader wil, dat je naar de Heere Jezus kijkt. En dat je eeuwig leven zult ontvangen. De wil van de Zoon: Ik wil je bijeenvergaderen. Zo staat Hij voor je, ik wil jou er bij hebben. Wat erg als Hij dan moet zeggen: maar je hebt niet gewild. De Heilige Geest wil in ons wonen (doopformulier).
De tweede hoofdader, wat je moet doen om zalig te worden. Als u dat niet duidelijk is, ligt dat of aan de prediking of aan uw oren. Zo duidelijk staat het in de Bijbel, zo duidelijk zou het gepreekt moeten worden. Hoe moet ik behouden worden. Spurgeon liep rond met de vraag – hoe dan? Al wie de naam van de Heere aanroept, die zal zalig worden. Dat doe je niet te vergeefs. Paulus zegt; geloof in de Heere Jezus, stel je vertrouwen op Hem en gegarandeerd – je zult zalig worden. Dat is de weg en daartoe hebben we de Bijbel. Alles staat er zodat we zouden geloven in Hem en het eeuwige leven zouden hebben.
Het woord is klaar, als een zon. Als je blind bent, zie je niet, je ogen moeten open gaan. Ons verstand is verduisterd. De dichter bidt: open mijn ogen Heere, dat ik aanschouwen mag de wonderen van Uw woord. We hebben de Heilige Geest nodig, dat we het gaan inzien en het bij gaan vallen.
Een wonder-landschap, maar je hebt de Gids van de Heilige Geest nodig, kijk eens wat de Heere daar gezegd heeft en beloofd heeft.
Niet alles is in de Bijbel even duidelijk beschreven. We zijn in hoofdzaken één, in bijzaken kunnen Gods kinderen verschillen. Daar kun je verschillend over denken. In hoofdzaken eenheid, in bijzaken vrijheid en in alles de liefde.
Wat zijn de hoofdzaken? Als je daarover verschilt, kun je niet door één hemelpoort...
Bijvoorbeeld dat de Heere Jezus God en mens is. God en mens in een persoon. Gestorven aan het kruis. Daar kun je niet over afwijken van mening, lichamelijk uit de doden opgestaan en dat Hij zichtbaar op aarde zal verschijnen. In de tijd van Guido de Brès was je Rooms of protestant, nu is het rechtzinnig of vrijzinnig. Je hebt rechtzinnige roomsen en vrijzinnige protestanten. De eerste zijn broeders, maar met de tweede heb ik niets.
Je kunt verschillend denken over de doop. En dat gebeurt ook, over het duizendjarig rijk, over de positie van de vrouw in de gemeente. Er is een gevaar. Biblicisme, d.w.z. dat je teksten pakt: “er staat... dus zo is het”. Je plukt een tekst – maar kijk er mee uit, losse teksten te citeren. Je moet de teksten exegetiseren. Wat staat er nu eigenlijk. Ik geloof net zo goed als jij dat de Bijbel het woord van God is. Maar wat betekent het – je moet elke tekst uitleggen. Anders kun je de Bijbel laten buikspreken. Een simpel beroep op enkele bijbelteksten en de zaak is beslist. Dat is oneerbiedig.
Als het gaat over de positie van de vrouw bijvoorbeeld – ik heb het niet over het ambt. Er staat in de Bijbel, de vrouw moet zwijgen in de gemeente. Goedkoop, als je dat eruit haalt. Maar ook: dat ze bidden en profeteren. Mogen ze nu niet mee bidden of zingen, je moet dus wel uitleggen hoe dat zit. De andere teksten erbij --- dan begint de uitleg. Geen eigenmachtige uitleg. Johann Sebatsian Bach, briljant man. Barbara was zijn nichtje – werd later zijn vrouw, ze kon mooi zingen, in een lege kerk. Hij kreeg op zijn kop van de kerkenraad, want een vrouw moet zwijgen in de gemeente, dus ook niet zingen in een lege kerk....
Arius – de ketter, leerde dat God de aller hoogste was en de Heere Jezus is een schepsel. Arius beriep zich op een tekst Joh – de Vader is meer dan Ik. Zie je wel. U snapt wel dat een losse tekst citeren niet werkt. Wat zegt de context? Wees voorzichtig en bescheiden. Als je een verschil hebt, terwijl je beide van de Bijbel wilt uitgaan – respecteer de ander en relativeer je eigen mening. Niet “er zijn twee meningen, de mijne en de verkeerde”, wij kennen maar ten dele.
Een ander die het niet met me eens is – dat is altijd interessant om te horen. We denken niet hetzelfde over al die belangrijke bijzaken. Dat is pas in de hemel zo, of in de gevangenis. Grote knechten konden verschillend denken. Over avondmaal dachten Luther en Calvijn erg anders, ze zijn beide boven. Whitfield en Wesley, beide vervuld van de Geest, maar leg uitverkiezing eens aan hen voor – – Kohlgrugge en Da Costa over heiliging, het was niets en is niets en zal nooit wat worden. Da Casta: door genade koningskinderen! En ze zijn beide boven. Het ligt soms iets genuanceerder dan dit is goed en dit is slecht.
In de tijd van de Bijbel speelde dat ook. Eten en drinken. Je haalt een stukje vlees – een heidense slager. Misschien is het eerst geofferd aan de afgoden. Sommige zeiden: nee dus ik eet geen vlees meer. De ander zei – wel ja. Dagen of geen dagen houden – wees ten volle overtuigd, maar veracht en veroordeel elkaar niet. Verdraag elkaar. Wees niet vol van toekomst bespiegelingen. Of water- of doop- of vrouwen-bespiegelingen, maar van de heilsbespiegelingen van die Koning.
2
Guido de Brès; de Roomsen deden aan de Bijbel toe, met hun overleveringen, Apocriefen, de Bijbel+. De Wederdopers, of de “Enthousiasten” zoals ze toen genoemd werden, die vonden de Bijbel ten diepste tweederangs. Beide is verkeerd. Niets meer, niets minder. Hij noemt hier zeven dingen, die je nooit gelijk mag zetten aan de Heilige Schrift.
A geen mensenschriften gelijk stellen - mooie, godsdienstige boeken, bekeringsboeken, hartverwarmend, maar de Bijbel alleen bekeert je hart. Door wie ze ook geschreven zijn. Een is uw meester en de rest zijn knechten. Nooit het volk van God of de knechten volgen. Noch belijdenis geschriften, we kunnen een papieren paus hebben: de Drie formulieren van Enigheid. Als het niet naar de Schift of de Geest van de Schrift is.. Waarom preek ik eigenlijk uit de NGB – het is een beetje Rooms. Traditie moet getoetst worden aan de Schrift. Ik voel me er aan verbonden, niet gebonden. Cammeraat zegt: “de Gereformeerde belijdenis is puur Gods woord, alleen systematisch geordend” – dat zou ik niet voor mijn rekening willen nemen. Dan geef je teveel eer aan menselijke geschriften, waar Guido de Brès niets van moest hebben. Menselijke formuleringen – daar kun je niemand voor altijd aan bidden. Het Avondmaal is de Tafel van Heere, niet van de Maranathakerk of de Gereformeerde Bond – als we het in hoofdzaken een zijn, staat de Tafel over voor alle gelovigen.
B de gewoonte, het gebruik. Zo zijn onze manieren. De gewoonte was toen dat de RK op vrijdag geen vlees at. Gewoonte uit het verleden worden wetten in het heden. Maak er geen wet van Meden en Perzen van. Soms lees ik de wet op zondagmorgen, maar soms iets anders. Gewoontes zijn goed, maar ze zijn niet Gods woord. Als de vorm een norm wordt –
Een rare gewoonte vind ik, dat we met kerk drie keer dienst hebben met Kerst. En met Hemelvaartsdag een dienstje, terwijl het de Koningsdag van de Koning is. De tweede feestdagen schaffen we af en we doen er een bij met Hemelvaart en Goede vrijdag!
Vier keer per jaar avondmaal – wat weinig. Een goede gewoonte, maar laat het niet meer zijn dan een gewoonte. Je kunt Gods inzettingen verachten en menselijke verheffen. Dan maak je het woord van God krachteloos. En dat wordt het een Sjibolet – als er een woord afwijkt, maak je je zorgen over de koers van de gemeente.
In die grote wereldkerk, een boom vanaf Pinksteren, met in 1054 een splitsing in Oost en West, in de 16e eeuw weer vertakt, de protestantse weer in Luthers en Calvijn – de afgescheiden gemeenten,... we zijn maar een takje van een takje van een takje – en we denken zo als wij het doen- that's it. Laten we een beetje bescheiden doen. In die eenheid van die hoofdzaken, kan ik de ander accepteren.
C grote menigten. 'Ja, maar iedereen doet het toch, dan ben ik de enige die het niet mag'. Jij maakt het verschil, de massa is zo gevaarlijk. Maak het verschil. Wat de besten doen, dat is belangrijk. De meesten bleven buiten de ark. Er was één rechtvaardige Lot in Sodom. En iedereen deed als de rest, tot de dag van het vuur kwam. De meesten lopen op de brede weg. Laat dat geen argument zijn.
D de oudheid. Maar het is altijd zo geweest. Waarom moet het nu allemaal anders. We hebben het altijd zo gedaan. Historische argumenten tellen niet, wel Bijbelse argumenten. Tegen de Farizeeën zei Hij – de ouden zeiden oog om oog.. ze zeiden vroeger – Maar Ik zeg u.... toen kwam er wat anders.
“Ik zou de kerk wat behoudender willen zien”. Nou, ik wil dat kerkgangers behouden worden, niet behoudend. “Ik ben wel voor vernieuwingen” – nou ik niet. Wel dat er heel veel vernieuwde mensen komen in de kerk.
E opvolging – van Petrus. Daar geloven wij niet in. Maar er zijn personen die bijna worden vereerd – belangrijke dominees. Sommige mensen hadden een foto van ds W.C. Lamain op de vensterbank – bijna afgoderij. Ik zou me geen raad weten. Alsof die man je kan redden, we zijn Roomser dan de Paus. Persoonsverheerlijking, ze zijn allemaal feilbaar. Maar het is onbespreekbaar om hun fouten en gebreken aan de dag te leggen. Ds Kersten, heel veel gezag, eigenlijk verheven tot praktisch onfeilbare mensen.
F Concilieën, synodevergaderingen, als alle synodes het zo zeggen en de Bijbel zegt het zo, dan geloof ik de Bijbel zegt Luther.
G decreten – wat de kerkenraad besluit. Sommige hebben bindende leeruitspraken gedaan – het verbond onder de verkiezing. Dan word je nog gereformeerder dan gereformeerd. Alle mensen zijn leugenaars zegt Guido de Brès, Traditie kan een schat zijn, maar ook een steen om je nek. Niets is normatief.
3
“Wij verwerpen van ganser harte” – al dat aangekoekte aan het Woord van God, zo helder als de Rijn bij de bron, maar gaadeweg hebben mensen er van alles in gedumpt. Van lieverlee – het is in elke gemeentevorm die langer dan tien jaar bestaat. Guido de Brès is zo blij. Weg, weer klaar, helder water uit de bron van het Woord van God.
Beproef de geesten – of het nu een dominee is of een professor of een ambtsdrager – Heere is dit nu uw wil of heb ik verkeerd, dwaal ik? Hoe ligt het nu Heere?
Wie deze leer niet brengt – de leer van Christus (2Joh). God en Mens, opgestaan, opgevaren, zittend aan de rechterhand van de Vader, biddend voor mij en Hij zal wederkomen, als je dat niet brengt, ben je niet uit God.
Alleen de Schrift en de Schrift geheel; niet plukken. Sommigen willen graag met de Heere leven, maar zijn nog wat onvolwassen. Ik leg mijn vinger in de Schrift – dat is dan de boodschap – soms werk het. Zo maar de Bijbel open doen. Ik beveel het niet aan. Geen grabbelton.
Iemand deed. Mat 27 – “daarop ging Judas heen en verhing zich”. Hij deed het nog eens: “ga heen en doe gij evenzo”, las hij. Dus het deed het nog een keer. “En wat gij doet, doe dat met haast”. Zo werkt dat niet. Toen was hij genezen van zo de Bijbel zo lezen – doe het eerbiedig, hoofdstuk voor hoofdstuk en tekst voor tekst.
Wat is het woord voor jou – brood, vuur, – lees je Bijbel, bid elke dag. Als ik mijn vinger over je Bijbel haal – zit er dan stof aan – zo ja dan houd je niet van de Heere . Wie op het woord verstandig let, die zal het goede vinden.