Ik stond ooit bij de Niagara watervallen. Indrukwekkend, hoe dat water naar beneden stort. Een bootje werd meegenomen door de stroom vlak voor de waterval. Een Indiaan lag te slapen in de boot. Anderen poogden hem te waarschuwen, maar het hielp niets. Op een gegeven moment stootte dat bootje op een rotspunt, maar nog werd de man niet wakker. Het bootje ging steeds sneller naar die waterval. Eindelijk werd hij wakker, greep naar zijn roeispaan, maar het was al te laat. Hij stond op op het moment dat die boot neerstortte. Hij werd te laat wakker...
Zo is het met elke zondaar die slaapt. Vanmorgen roep ik u en schreeuw ik u allemaal wakker. Ik hoop dat het niet te laat is.
Paulus heeft het in de Efeze-brief over christenen. In de eerste plaats schrijft hij aan gelovigen. Kunnen gelovigen slapen?Kennelijk wel. Ze kunnen indommelen. Paulus heeft in de eerste 3 hoofdstukken geschreven over zegeningen die christenen ten deel vallen. Hij schrijft over kindschap,vergeving en verlossing, uitverkiezing. Allemaal heerlijke zegeningen. Nu gaat hij in hoofdstuk 3 schrijven over de praktijk. Eerst “wandel in de liefde”, “wandel als kinderen van het licht”, en dan “wandelen als wijzen”. Het moet wel te zien zijn dat jij rijk gemaakt bent door Christus. Paulus heeft jarenlang gepredikt in Efeze en er kwamen mensen tot het geloof. Er ontstond een gemeente te midden van die grote havenstad. Ze hebben gebroken met zondige gewoonten, en ze keerden zich naar het Licht, naar de Heere Jezus. Paulus heeft toen al gewaarschuwd voor wolven in schaapskleding. En inderdaad gebeurt dat. Ze slapen in, op het kussen van de genade. De invloed van die heidense omgeving was groot. Paulus zegt: nu bent u licht in de Heere; wandelt daar dan ook naar. Paulus schrijft in Efeze 5 in felle contrasten. Of je behoort tot het licht, of je behoort tot de duisternis. De brede weg eindigt in hel, de smalle weg in Jeruzalem.
Je bent of christen, of heiden, zwart of wit en er zit niks tussen. Zo radicaal is het Evangelie. Je behoort of tot de gemeente, of tot die buitenwereld. Je leeft voor de liefde van God of je bent een egoïst. Je dient God of het draait nog om jezelf. Je bent dwaas of wijs. Na verloop van tijd die zie je dat ze de eerste liefde hebben verlaten, ze zijn door genade gered en dat blijft zo, maar het werd was geen zwart of wit maar grijs geworden. Hun ogen zijn geopend, maar na verloop van tijd knijpen ze weleens een oogje toe. En dan moet je uitkijken want al gauw valt je andere oog dan ook dicht en dan dut je in. Satan wil zand in je ogen strooien, dat doet hij door middel van sociale media, tijdgeest, hobby, werk, etc.
Wat doe je als je slaapt? dan lig je. Dan ben je een gemakkelijke prooi voor de vijand. Je hebt geen oog meer voor de heerlijkheid van Christus. Je hart brandt niet meer, je bent passief. Je mond is stil. Vroeger zongen je lippen de lof van de Heere, vooral in die tijd van je eerste avondmaalsgang. Het geluid is weggestorven. Er komt andere muziek of geen muziek in je leven. Er zit een prop in je oren; je vangt niet meer op wat de Geest tegen de gemeente zegt. Het lijkt wel of het geluid niet meer doorkomt. Als je slaapt, loop je niet meer zo hard voor de Heere. Je raakt het besef kwijt van waarvoor je leeft; je bent er wel maar je beseft niet meer waarvoor. Volgende week zit je er weer aan de tafel. Je gelooft wel; maar er is geen geur meer aan. Je gelooft wel, dat pakt niemand je af, dan word je boos. Wat is het verschil tussen een ingeslapen gelovige en een slapende naamchristen? Ik zou het niet weten. Als je staat bij een kist van iemand die overleden is, lijkt het soms alsof hij slaapt. Zoals je bij een kind weleens gaat kijken of hij nog wel ademt. Wat is het verschil tussen een boom die kaal is omdat hij dood is en een boom die slaapt in de winter? Ik zie geen verschil. Dat moet blijken als hij weer gaat leven, of niet.
Die oproep komt tot elke belijdende christen. Ook als je net belijdenis hebt gedaan. Ontwaak jij die slaapt. Wordt eens wakker, jij! In de achttiende, negentiende eeuw was er een grote opwekking. Heidenen komen tot bekering, maar ook: lauwe christenen worden weer actieve christenen. Opwekking kun je op 2 manieren opvatten: iemand die ongelovig was komt tot geloof, maar ook: een lauwe, luie, slapende gelovige wordt weer wakker. Wat gebeurt er dan? Dan gaat de passiviteit weg. Er komt plek voor geloofsdaden. Groot is uw roeping en heilig uw taak. Daar word je je weer van bewust. Je gaat weer intensief bidden en Bijbelstudie doen. Je wordt bevrijd van traditionalisme, kerkisme en dode orthodoxie. Dat is de oproep uit Efeze 3.
Hooglied 5, de bruid die sliep. Kun je je voorstellen dat een bruid slaapt? Ik niet. De liefde is lauw en lui geworden. Denk aan Jona,die sliep tijdens de storm. Totdat een heiden hem wekt nota bene. Dat gebeurt vaker. Dat een heiden zegt: jij bent toch christen? Dat had ik van jou niet verwacht.....Dan kun je wel door de grond zakken. De Heere Jezus in de hof van Gethsemané: kun je dan niet één uur met mij waken?
Ik heb geen hoorn vanmorgen, maar ik zou wel een toeter willen hebben, om u wakker te blazen. Vroeger waren er wachters op de muren die keken of er geen vijand kwam en ook uitkijken naar de morgen. Ze wekten de burgers aan het begin van de nieuwe dag met een hoorn. De dag is aangebroken! Wakker worden! Mensen willen nog even blijven liggen......maar dan dommel je zo weer in.
Mattheus 25 gaat over de wijze en dwaze maagden. Dat heeft veel overeenkomsten. Zowel naamchristenen als echte christenen sliepen. Zie de bruidegom komt, ga uit Hem tegemoet! Dan worden ze alle tien wakker. De echte en de neppe. Zolang ze alle tien sliepen was het rustig. Maar nu schrikken ze wakker. Die wijzen staan op en doen hun lap aan. De wijzen worden wakker in de eindtijd. Toen ze alle tien sliepen zag je geen verschil, maar toen de bruidegom heel dichtbij was, werd een wijzen wakker.
Die wijzen worden weer wakker, het licht van de Geest gaat weer stralen en schijnen. Het verschil wordt weer gezien tussen hen die de Heere werkelijk kennen en die Hem niet kennen.
Er zit ook een waarschuwing in voor hen die de Heere niet kennen. Hoe vaster jij slaapt, hoe minder je de stem van God weer hoort.
Iemand die niet gered is en zich daar niet druk om maakt, is als een slapende in het puntje van de mast (in het kraaiennest). Als je nou gaat slapen in dat kraaiennest, dan stort je naar beneden. Dan ben je als iemand die slaapt in een brandend huis, je merkt niets.
Levensgevaarlijk. Je merkt geen gevaar op. Als een ander nou wel wakker is, dan schreeuwt hij of zij dat toch ook?
Als er 's nachts een brandmelder af gaat, ben je direct klaarwakker. Je schudt elkaar wakker, trekt de deken weg, opstaand. Weg. Niet de deken over je heen trekken en verder slapen...
Stel je voor dat je wakker wordt geschud in een brandend huis. Op het moment dat je wakker bent, moet je ook nog vluchten. Je kunt niet op de rand van je bed blijven zitten! Stel dat je een ontwaakte zondaar wordt. Dan ben je nog niet gered. Je moet wel naar de Heere Jezus vluchten! Als je ogen open gaan, dan moet je het huis uit, vluchten naar de Heere Jezus. Je ogen moeten open gaan, maar je moet ook naar Christus toe vluchten.
Wakker schudden: dat willen we eigenlijk helemaal niet. Bunyan beschrijft een paar slapers: Dwaas, Luiaard en Verwaand, en zij willen helemaal niet wakker worden. Dwaas ziet helemaal geen gevaar. Luiaard wil blijven slapen, Verwaande zegt: waar bemoei je je mee?
De rijke man uit de gelijkenis, sloeg zijn ogen pas op in de hel. De ogen van een mol gaan pas open als hij sterft. Augustinus kwam op 32-jarige leeftijd tot bekering. Daartussen in was er een periode van schemering. Hij wilde opstaan van bed, maar werd toch weer door de slaap overmand.
Hij schrijft: er streden 2 willen in mij. Niemand wil de hele dag altijd door slapen. Maar je zou het best een dag willen. Laat me nog eventjes Heere...en zo werd dat gerekt tot een lange tijd van uitstel.....Hij wilde wel, maar wilde nog eventjes genieten....
Ik besef dat het nodig is, maar ik wacht tot na de grote vakantie....
Opstanding
Sta op uit de doden. De christenen in Efeze lagen te slapen tussen de heidenen, geestelijk doden van de stad. Als je geen band met God hebt, ben je geestelijk dood. Sta op van tussen die doden uit. Opstaan en weggaan uit die zondige sfeer. Als je opstaat, moet je je pyjama uitdoen. Dat wordt in de Bijbel vergeleken met je oude mens. Die moet je uitdoen. Lichtzinnige taal, dwaze praat...nachtkleding! Dus uittrekken. Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan, zei de verloren zoon. Hij ging terug. Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u....Je kunt mooie liedjes zingen, maar als je leven er niet naar is, dan geef ik er niets voor. Wat een wonder dat je aan die tafel mag komen! Gods goedheid mogen proeven....Zie je dat nog? Of ben je ingedut? Dan zie je de glorie van Gods majesteit niet meer. Er zijn ook mensen die wel ontwaken, maar niet vluchten. Er zijn mensen die een ernstige preek horen, maar zo weer verder gaan. Johannes de Doper werd graag gehoord door Herodes. Maar hij wilde niet breken met zijn zondige leven met een vrouw.
Er zijn hier best jongeren die bekeerd zouden willen worden, maar die zeggen: nu nog niet. Laat me nog even.....Hij is de Zon! Als je wakker wordt en je doet de gordijnen en ramen open...dan stroomt het zonlicht binnen. Christus zal dan over jou lichten. Heel persoonlijk voor jou bedoeld. Ik verlang ernaar dat ik me weer mag koesteren in het zonlicht van zijn genade. Dat zonlicht heeft invloed op je leven. De zon kleurt het bruin.
Een plant in het donker verlept, maar een plat in het licht bloeit, groeit en leeft in het licht. In het rijk van het licht is een Zon, Jezus Christus. In dat zonlicht word ik weer gezond. Ik mag dat licht gaan reflecteren. Als je het verschil niet voelt tussen leven in het donker en leven in het licht....dan hou je jezelf voor de gek.
Het licht is gekomen met Kerst. Licht dezer wereld.......dat zonlicht is rood onder gegaan, bloedrood op Goede Vrijdag. Hij is opgestaan en het gaat nooit meer over. Als het licht gaat schijnen wordt het weer een wonder dat je aan de tafel mag zitten, dan wordt je weer een opgewekt mens en een getuigenis voor je omgeving.
Als je sterft, als je ontslaapt, dan zal het straks klinken. Als je sterft gaat je lichaam naar het graf en jij mag bij de Heere zijn als je Hem kent. Ontwaak gij die slaapt in de slaapstede. Sta op, gedode lichamen van Mijn kinderen. Met een verloste ziel en een verheerlijkt lichaam mag je straks weer verder. Wakker worden, opstaan.
Welzalig de vrome, die wandelt in 't licht,
door Christus de doodsslaap ontrezen.
Hoe vaak hier de dag voor de duisternis zwicht,
't zal nimmermeer nacht voor hem wezen,
"Ontwaak, gij die slaapt en sta op uit de doon!"
Zo spreekt van de hemel uw Heiland, Gods Zoon.