Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2012-08-05 17:00:00 ds. A. Belder (Nieuwe Tonge) Tweeërlei gedenken

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Psa 119:49 Joh 14:10-26 Psa 119:49-64

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Wat is pleiten? Het kan een voorspraak zijn, als je het te bont hebt gemaakt bij iemand. Mee gaan aan iemands hand die voor zegt wat je na mag zeggen. De Heere Jezus vertegenwoordigt Zijn Vader bij ons en andersom. Wij hebben ons onmogelijk gemaakt, wij kunnen niet pleiten op iets van ons. Maar wat rijk: de Heere Jezus komt ons te hulp. Leg je hand maar in de Mijne, aan mij hand en door Mijn Geest naar Mijn Vader. In Joh 14 hebben we dat gelezen. Hij belooft het en voegt er een eed aan toe. Alles wat u Hem vraagt in Mijn Naam zal Hij u geven. Hij leert ons bidden. Zijn leven was bidden. Zeg het maar na: Onze Vader die in de hemelen zijt. Rijk he? Zijn woorden worden – onze woorden. En Uw naam worde geheiligd, dat U aan Uw eer kome in mijn leven. De Heere heeft een schare op het oog die niemand tellen kan. Weest U maar koning in mijn leven. Onderwerpen aan Uw heilswil. En vergeef ons – denk aan het vaderlijk mededogen, waarop ik biddend pleit.
Zou Hij het gebed van Christus niet verhoren? De dichter van Psalm 119 mag dat ook doen. Denk aan het woord gesproken tot uw dienaar, waarop u mij deed hopen.

Denk aan – is Vader dan vergeetachtig? We leven bij onze gevoelens. Waarop u ons deed (ver) wachten. Zo kun je het ook vertalen. Het vervullen van beloften neemt Hij op in Zijn heilsplan. Wij vergeten vaak wat onze God beloofd heeft! Daar richt je je leven niet naar. God is geen mens. Hij vergeet Zijn woord niet. En wij hebben wel eens berouw van wat we toegezegd hebben. Maar Hij niet! De dichter van Psa 119 gelooft dat ook.
Toch zegt hij – denk aan Uw woord. Hij gaat op een verbondsmatige manier met God op. Verkiezing, roeping. Hij roept tot Zijn gemeenschap door middel van Zijn belofte. Uit de roeping blijkt de verkiezing. De verkiezing blijkt uit de roeping. Hij heeft u en jou op het oog. Jij ook. Hij gaat op een verbondsmatige wijze met òns om.

Welk woord heeft de dichter op het oog? Verklaarders hebben daar over gedacht. Misschien de belofte aan David, of de ene belofte – Ik ben de Heere uw God. Onze God gaat met ons om als een goed huisvader, als je dit of dat doet krijg je dit – maar zijn liefde is zo overvloedig, zoveel goedheid, dat Hij dat niet in zich kan houden. De Heere zal mij wel niet op het oog hebben, zegt u? Het is zo: Hij verblijdt zich om Zijn kerk goed te doen. Hij kust ons. Kussen met de woorden van Psa 2. je geeft je aan Hem over en onderwerpt je in de liefde aan Hem.

Als vader of moeder iets belooft heeft – u bent het toch niet vergeten? Dat doet de dichter van Psa 119 met eerbied. Het gedenken van de goede God. Gedenken heeft meer betekenis voor het heden dan het verleden. Zo gaat Hij met ons om. Het geloof is blij met het woord en tevreden en vindt er alle toost in. Kinderlijk kussen en kinderlijk overgeven.
Een belofte is een houvast, wij hebben toch niets om op te pleiten? Maak van die belofte maar je gebeden. Je mag God alleen vragen om dingen die Hij belooft heeft. Het woord dat Hij aan ons kwijt is. Dat kan op drie manieren.

Als er iemand is die Mij lief heeft; God is door en door goed. Maar mensen wordt gevraagd – geef een bewijs van je liefde. Jezus spreekt niet uit zichzelf. Zijn woorden zijn boven alle twijfel en verdenking verheven. Geef eens een bewijs van je liefde. De wereld staat er niet voor open. Richt er het leven niet naar.
Als je niet geloofd wordt op je woord – terwijl God is alleen waarachtig.
Als ik niet vertrouw op Zijn woord, dan is Christus buiten mij en kies je willens en wetens voor de dood. Enkel liefde waardoor Zijn hart is open gegaan. De wereld staan niet open voor Woord en Geest.

Heil u, die heil ontvangt, zegt de engel tegen Maria. Zij straalde het niet uit. Dan ga je het woord gelovig ontvangen en aannemen en je leven er naar richten. 't Is voor de Heere Jezus niet onoverkomelijk, daarom zitten wij hier. Eer we het weten is het geschied. Een jongen kwam bij de dominee, hij was timmerman. Zoek jij eerst een gat en daar sla je de spijker daar in? Nee, zegt de jongen. Zo doet de Heere dat ook, en daarmee schonk Hij het, op dat moment. Je stond er niet voor open en je eet en drinkt het in. Geloften en ook geboden. Je kunt er in geloof en in ongeloof tegenover staan. Vader U hebt het beloofd. Als ik me bedrogen heb, ben ik door U bedrogen. Denk aan het Woord. De Heere kan daar niet vanaf. Het is tot eer van de Heere, het gebed als voornaamste uiting van de dankbaarheid.

Er is nog een derde houding: dat is misbruik. Gesproken tot uw dienaar. Men pleit zogenaamd op de belofte, maar onderwerpt zich niet aan het woord. Psa 50 – wat neem jij Mijn belofte in de mond? Je wilt van twee wallen eten.

Hij geeft Zijn woord, opdat wij met dat woord naar de Heere te gaan, voor onszelf en onze naaste en ook ambtelijk. Ik ben de Heere, doe gelijk U gesproken hebt, ga Uw gang in mijn leven. Tot glorie van Uw heerlijke naam.
Geen misbruik! U doet het in uw huwelijk ook niet met een derde! Heere kom Uw belofte eens na en je doet het zelf niet? Natuurlijk niet. Belooft u in het hier voorgenomene (doopformulier)... de Heere geeft een houvast en de ouders leggen hun handen in die van de Heere, niet in uw eigen maar in Zijn kracht. Met een onverdeeld hart. Hij geeft zich geheel en ik half? Nee dat doet het geloof niet. Met een onverdeeld hart maak ik gelovig gebruik van de belofte. Wat is dat rijk, als je zo in het leven mag staan en door het leven mag gaan.

De wereld heb je er niet in mee. En eigen ongeloof - Luther: hij geeft de beproevingen, opdat we niet zelf verzekerd worden maar verzekerd van Hem. Het geloof is net als een klimop zegt Luther – in zich zelf niets, maar met die houvast – Heere denk aan zijn woorden. De duivel is er op uit om u dat Woord te ontfutselen, dan ben je zonder wapen, weerloos. De Heilige Geest gebruikt die aanvechtingen om gehecht te raken aan het woord en die Man van het woord.
Zoals zoals Caesar zei tegen zijn legioen (die in de minderheid was, vóór een veldslag): voor hoeveel tellen jullie mij? Voor hoeveel tel je Mij en Mijn belofte? Gehecht aan Zijn woord te zijn in alles: vast vertrouwen op Zijn woord. Kijk eens naar Jozua – er is geen een woord van Hem ter aarde gevallen. Zo gaat Hij met Israël en ons zijn verbondsvolk om. Hij gedenkt in der eeuwigheid aan Zijn verbond. Zo mogen wij gedenken. Biddend ons verlaten op Zijn houvast.

Alles is daar bij ingesloten en niets uitgesloten. Denk aan Uw woord, waardoor U mij doet wachten. God is waarachtig. Alleen Hij. Dat is je troost.
Spaanse banken dreigen in een te storten, maar de troost was dat ze Europees kampioen zijn geworden – wat is onze troost? Durven wij op Zijn “ijs” te staan? Het is een kwestie van geloven – u ziet toch het zegel? Kinderen en erfgenamen. En daarom van alle goed verzorgen. Nu en voor de toekomst. Zo kijkt u toch ook wel eens naar uw gezondheid en inkomen – en dat is nog maar de rente. Hij was Zijn woord al aan ons kwijt terwijl u er nog geen weet van had.
De dichter is verontwaardigd – je moet zelf maar eens niet geloofd worden op je woord. Wat heeft de Heere Jezus daar van ondervonden! Hij die voor ons gestorven en opgestaan is, Hij behartigt onze belangen. Met zo'n woord gaat het ankertje buiten boord.

Dienaar – Uw belang is mijn belang geworden en dus andersom – mijn leven is ingebed in het heilsplan voor Israël en voor de wereld. Daarom is mijn hart geopend daarvoor. Ik wil mijn leven daar toe inrichten ten bate van iedereen die U op mijn weg plaatst. Gekocht en tot zijn eigendom gemaakt! Dienaar, slaaf. Als er wat met uw eigendom gebeurt, gaat je dat aan het hart. Alles wat er met jouw gebeurt, raakt dat Jezus, die jou gekocht en verlost heeft. Zijn plan is toch jouw plan, jouw verlangen is Zijn belang. Je ligt voor Zijn rekening, onder Zijn speciale zorg, voor heel Zijn schepping zorgt Hij, voor Zijn kinderen heel bijzonder.

Ons belang Zijn belang. Wij horen bij elkaar, zegt Hij bij de doop. Onbegrijpelijk. Daarvoor stel je je ook ter beschikking – hier ben ik. Het gaat niet om ons. Dan werp je niemand weg. Wat rijk! Zo in het leven te staan. Waardoor u mij deed hopen, niet alleen uw woord, maar ook hoop. U geeft U zelf en mij geeft U om die schat aan te nemen.

Kunnen we nog wachten? 40 eeuwen daarvoor was de Middelaar beloofd. Er moeten er nog zoveel worden toegebracht in Rotterdam – niemand kan zeggen ik heb geen kans gekregen. Wachtenstijd is de meest gezegende tijd. Biddend verwachten. Is het ons echt en oprecht om Hem te doen?


 
Die hoop moet al ons leed verzachten.
Komt, reisgenoten, 't hoofd omhoog!
Voor hen, die 't heil des Heren wachten,
zijn bergen vlak en zeeën droog.
O zaligheid niet af te meten,
o vreugd, die alle smart verbant!
Daar is de vreemd'lingschap vergeten,
en wij, wij zijn in 't Vaderland!
(Herv Gez 244:4)

Edit