Edit|
EditReeks Samenvatting:
Saulus had nooit gedacht dat hij op deze manier in Damascus zou aankomen, als een blinde. Hij ging erheen omdat hij het niet kon aanzien dat mensen Jezus als de Gekruisigde eerden. Sommige dingen gebeuren en worden van fundamentele betekenis, geven verandering, zoals Paulus hier Jezus tegenkwam. Maar hoe nu verder? Zijn oude leven kan hij niet meer oppakken door de blindheid. Nu pas bidt hij echt. Geloof werkt ook naar binnen, dat je opeens jezelf ziet.
Ananias wordt door Jezus aangesproken, was voor hem niet onbekend. Hij meldt zich, omdat hij bereidt is om te luisteren. Binnengekomen spreekt Ananias Saulus gelijk aan als broeder, het eerste contact zonder aanval. Die vriendelijke handen werken ook genezing – Saulus is een ander mens geworden: van vervloeker tot prediker. God vraagt niet alleen naar ons geloof, maar ook dat we Hem zullen vertrouwen en belijden: geloofsgehoorzaamheid. Dat we doen wat Hij heeft aangewezen, al is het ‘alleen maar’ uit de Schriften. Zijn we bereid? Samuël moest dat nog leren, zo kwam het in zijn hart. Jezus gaat voor om Hem te volgen. Is dat niet en van de redenen van de ontkerstening? Dat zolang van zoveel christenen die op zondag in de kerk zaten doordeweeks niets uitging?
Een tweede persoon in Barnabas. Toen Saulus veranderd terugkwam in Jeruzalem, kwam hij in een soort niemandsland. ‘Hij is ook al zo dwaas geworden’ Anderen vertrouwen hem niet, lijkt wel een spion. Als Barnabas met hem spreekt, gaat zijn hart open: dit moet iemand zijn die door God is aangeraakt. Na ‘een goed woordje’ wordt Saulus in de gemeente opgenomen. Ook zulke mensen zijn in de gemeente nodig: behulpzaam, een hand uitstekend naar mensen die contact zoeken, laat hen niet buiten staan. We zijn niet bedoeld om in een getto te leven, we hebben bruggenbouwers nodig. Vinden we het fijn als er nieuwe mensen binnen komen, spreken we ze aan? Alles wat we van Hem krijgen, heeft ook als doel anderen tot zegen te zijn. Mensen als Ananias en Barnabas zijn in de gemeente nodig, tot lof en prijs. God wil dat we in gesprek met Hem leven, als mensen die bereid zijn te volgen en te dienen. Geprezen zij zijn heerlijke en loflijke Naam.