Ik geloof dat ik uit het tekstgedeelte moest preken,vanmorgen. Ik heb het vaak bepreekt en ik ontdek steeds nieuwe dingen. Dat wil ik graag doorgeven. En ik herken me in het leven van deze vrouw. Misschien is dat bij u of jou ook zo. Of misschien ontdekt u vanmorgen dat u Simon bent. En het gaat nog om een Ander, over Jezus.
1
Daar loopt ze door de straten, iedereen kent haar. Ze gaat naar waar ze niet uitgenodigd is. Waarom naar Simon de Farizeeër, een rein en smetteloos huis waar een dominee woont? Waar haalt zij de vrijmoedigheid vandaan? Ze heeft gehoord dat Jezus in het huis van Simon was. Ze had niets om mee te nemen, een kapot leven en daar werd ze op afgerekend. Dat moet je wel durven; Simon is het symbool van de wet, en deze vrouw was een zondares; in het hol van de leeuw. Daar waren nog meer dominees, diakenen. Alles was als door een ringetje te halen, gewassen , ze roken lekker en en ze hadden het goed met elkaar.
Trekkende liefde – ze kende de Heere Jezus, waarschijnlijk niet persoonlijk, ze had veel van Hem gehoord. Door het horen van het Woord mag ze weten dat haar zonden vergeven zijn. Haar is veel vergeven, zegt de Heere Jezus straks. Niet: ze was een zondares geweest, maar ze was er een.
Uit geloof was ze naar Jezus gegaan, ze vertrouwde erop, door Hem niet te worden afgewezen. Het is een zwijgende vrouw. Ze gaat door het geloof. Het geloof werkt door de liefde.
Wanneer bent u voor het laatst bij Jezus geweest? Was de liefde zo sterk in uw hart, had u voor het laatst een ontmoeting met het Lam Gods? Ja, het is vakantie – We zijn mensen dominee, zondaren, we zijn vleselijk... Deze vrouw ook, maar ze ging, onvoorwaardelijk.
Ze gaat de trappen van die reine villa op, ze ziet daar al die mannen in “een zwart pak”. Het straalt ontzag uit, wat zou er door haar heen gegaan zijn. Simon, overste van de Farizeeën. Deze vrouw ziet maar één Man, ze pakt Hem er zo uit. Hij ruikt niet lekker, Hij wordt niet serieus genomen, Hij hoort niet bij de rest. Ze kunt Jezus uitnodigen, over Hem praten en Hem toch niet serieus nemen, zien zoals Hij is, dat leert dit ons. Dat is juist in de kerk zo'n groot gevaar, over Hem praten en preken, maar het is een andere Jezus, je hart vol twijfel – dat blijkt bij Simon.
De vrouw is niet meer tegen te houden, er is er maar Eén waar ze thuis is. Wat het haar kost, dat kost het haar. Ze wil maar één ding – dicht bij Jezus zijn.
Sommigen zeggen: dominee, dat ligt achter me – er is meer. Maar u vergeet toch niet om elke dag aan Zijn voeten te buigen? Als je geen gemeenschap met Christus hebt, heb je godsdienst, en daar heb je genoeg aan.
Wie verlangt er naar Hem? Deze vrouw was een zondares. Dat is gepasseerd, dominee- ik ben in Christus volmaakt. Allemaal waar, maar het is één kant van de zaak. U vergeet dat u nog steeds geneigd bent tot alle kwaad en dagelijks Christus nodig hebt. De Zaligmaker is in het huis van Simon, en als u Hem lief hebt – neem de toevlucht tot het Lam van God dat de zonden der wereld wegneemt. Waar kun je beter zijn, dan dicht bij Jezus...
De grootste ellende van Gods kind is Christus' gemeenschap te missen. Erger dan verworpen te worden, teleurgesteld te zijn. Kom, laten we vanmorgen naar Christus gaan, al ben je nog zo lamlendig. Laat al die vrome broeders en mensen met gezag voor wat ze zijn, en laten we buigen. Als een hoopje mens aan de voeten van de Heere Jezus.
Daar gaat ze, ze pakt Hem er zo uit, Zijn voeten waren niet gewassen, Hij hoorde er niet bij. Daar wilde deze vrouw zijn. Al kijken ze je niet meer aan, al ruik je niet lekker en ben je niet meer aantrekkelijk- misschien hoort dat er wel bij. Wie Jezus wil volgen, moet genoeg hebben aan Jezus.
2
Ze had een gebroken leven. Al Gods kinderen krijgen een knak. Die veel vergeven is, heeft veel lief- dan breekt er iets van binnen. De wet zet je aan tot zondigen, je mag niet dit of dat, dan gaat u het juist doen, de wet maakt je hard en koud en verbreekt je niet. Maar liefde verbreekt je, een kus in plaats van een klap krijgen, straf verdienen en genade te krijgen, dat maakt je klein. Deze vrouw wist daar van af. Je kunt zien dat het telkens opnieuw is, dat de Heere Zijn kinderen brengt aan Zijn voeten.
Je kunt niet meer blijven staan. Ze buigt neer en ze begint te huilen, aan Zijn voeten. Zijn voeten zijn vuil en zij is afgewassen, geestelijk gezien, en haar Zaligmaker word miskend! Met vuile voeten, hebt u zo wel eens onder het kruis gestaan? Hij hangt daar met al uw smet en schuld en verderf en u mag onderaan dat kruis neerknielen... Ik ben geheel gereinigd. .. Dat breekt je, dat knakt je en maakt je klein.
Ze kust Zijn voeten. Die lippen hebben zoveel mannen gekust en met die lippen kust ze haar Zaligmaker... Ondanks een verzondigd keven- Hij vergeeft ze en trekt Zijn voeten niet terug; Hij zegt niet: weet je wel wat je gedaan hebt?
Ik hoor mensen wel eens huilen over hun zonden, maar hebt u wel eens gehuild over vergeven zonden? Ze zijn vergeven maar niet vergeten; aan Zijn voeten komt het weer naar boven – niet met angst, maar omdat je Hem zo hartelijk lief hebt, en dat Hij jou lief had, terwijl je zo vies was.
Ze had een krukje bij zich – heel bewust. Ze kon niet meer praten. Er komen wel eens tijden dat je niet meer zo veel te zeggen hebt – je durft haast niet meer. Een verlangen naar de gemeenschap knaagt, maar je ziet het allemaal niet meer zo...En toch, ze gaat, ze neemt het kruikje mee. Niks meer te zeggen, mag ik het dan maar laten zien – op het podium – loof de Heere...Soms kun je niet meer zingen. En toch een verlangen naar Jezus.
Ze neemt een kruikje mee en breekt het. Zo is mijn hart, geknakt. De olie stroomt er uit en de liefelijke geur vervult het huis. Ze zegt geen woord en laat zien dat ze Hem wil dienen met haar leven, handen en voeten en haar haar. Met alles wil ze laten zien dat ze Hem hartelijk lief heeft. Met haar haren droogt ze Zijn voeten af.
Vanmorgen is het mijn begeerte dat we samen buigen voor Jezus. Hij is zo waard. Hij denkt niet meer aan het kwaad dat u hebt bedreven. Te midden van die vrome broeders, eigenlijk vijanden van Gods genade, iets te vertonen van het beeld van Christus.
Simon is niet meer aanspreekbaar - hij heeft het allang door. Deze rabbi was niet de messias, denkt hij. Dan had Hij geweten wie deze vrouw was. En had Hij haar afgewezen; Hij laat zich onrein maken! Simon heeft het door, denkt hij... Hij is niet de Messias die Simon verwacht. Hij heeft het niet begrepen, heel veel kerkmensen ook niet. Ze hebben Simon in hun hart- het lijkt heel vroom, het klopt allemaal als een bus maar Simon kent de Zaligmaker niet. Hij is gekomen om zich te laten verontreinigen.
Al waren uw zonden als scharlaken; ik zal ze maken wit als sneeuw – door Jezus aan te raken, wie Hem aanraakt, die is genezen! Hadden we maar in Zijn dagen geleefd – dan had ik Hem aangeraakt. Echt waar? Geloofde jij echt dat Hij je zalig kon maken van zonden? De schare volgde Hem om de tekenen, maar dat Hij je zonden kan wegnemen, vrede kan geven in je hart, geloof je dat?
Hoe kan ik Hem aanraken, dominee? Ik kan er niet bij- Hij is te ver bij me vandaan... Ik leg Hem vanmorgen in uw schoot – al mag het niet, dan doe ik het toch. Dat kan niet – u moest eens weten... wat dan? Ik weet wie u bent, Ik weet waar u toe geneigd bent, nochtans leg ik Christus in de schoot van uw leven. Als God dat niet zo doet, hoe moet u dan ooit tot Jezus komen?
Kus de Zoon! En God zegt, Ik zal niet meer op je toornen. Je houdt er wel wat aan over, jongens. Wie de Zoon kust, krijgt een knak. Een gebroken vrouw; niet één met veel praatjes, die het goed getroffen heeft met zichzelf. Een hoopje mens, afhankelijk van Gods genade.
Simon; in je hart heb je al afscheid genomen van Mij omdat Ik deze vrouw serieus neem. Ik hou van zulke vrouwen die niet zonder Mij kunnen. Weet je wat de reden is dat zij Mij zalft? En aan Mijn voeten huilt?
Ik heb al haar zonden weggeworpen en denk er nooit meer aan terug; Ik ga er straks verzoening voor doen en dat heb Ik haar duidelijk gemaakt. Toen dat gebeurde, toen kreeg deze vrouw Mij lief. Zo werkt het Simon, jij moet eerst God liefhebben en dan hoop je dat God ook jou lief krijgt, maar je hebt geen vrede, want het is precies andersom. Hij is de eerste. En dan kan het niet anders – Hij heeft mij aangenomen – straks zal ik eeuwig bij Hem zijn.
Haar zonden zijn vergeven, hoor je het Simon? Gaan jullie maar een poosje discussiëren dat dat niet zomaar kan, wat denkt Hij wel van zichzelf... Alleen God kan zonden vergeven, Hij ziet mij net als God, de Gezondene van de Vader. Vrouw, jouw zonden zijn vergeven.
Wie denkt u dat te kunnen zeggen dominee – we zijn toch niet als de paus, die mensen heilig verklaart? Dat kan Christus alleen- dat is waar. Maar ik mag vanmorgen onvoorwaardelijk aan u allen verkondigen, en u met klem en bewogenheid zeggen dat ieder die in de Zoon van God gelooft diens zonden ZIJN vergeven. Omdat een dienaar de sleutels van het hemelrijk heeft gekregen. Sommigen twijfelen misschien aan de vergeving van de zonden – terwijl ze wel zeggen dat ze niet zonder Christus kunnen. Waar wacht je op? Op een bijzondere ervaring – opgetrokken tot in de derde hemel en dan uit de mond van God horen dat je zonden zijn vergeven? – zo denken sommigen en en worden er radeloos van. God doet het door de verkondiging van het Woord en u bent in de werkplaats van de Heilige Geest. Een ieder die in de gekruisigde Christus gelooft – dan moet ik zeggen dat hun zonden vergeven zijn, niet omdat je goede werken hebt of omdat je zo'n keurige vrouw bent.
Maar wij verkondigen vanmorgen heling van wonden door dat bloedrode bloed dat reinigt en mij rein maakt. Daar is geloof voor nodig; daarom is de Heilige Geest ook aanwezig. Ik leg het in uw schoot, ik zeg niet: kom het maar halen. Kust Hem maar; meer niet en niet minder ook; kus de Zoon en u zult vrede krijgen met God.
3
Een versterkt geweten – sommigen mochten vroeger geloven dat hun zonden vergeven waren en ze raakten teleurgesteld in zich zelf. Ze dachten dat ze een soort heiligen geworden waren en ze hadden het licht van het onderscheid niet – ben ik wel echt een kind van God? Zijn mijn zonden wel echt vergeven – dan gaat alles toch op wieltjes? Misschien moet je juist leren doordat je zonden vergeven zijn, dat je nog steeds geneigd bent tot het kwaad en dat je het eigenlijk niet meer wil en dat je er soms om jankt en toch doe je het. Hoe kun je verder – soms wil je wel dood, verlost van jezelf zijn?
Ik verkondig je Christus – Hij staat vanmorgen op je te wachten. Zijn handen zijn liefelijk; ze verstoten je niet. Hij kwam om zondaren zalig te maken – waarvan ik de voornaamste was – nee, ben. Al voel je je ellendig, spring op van vreugd dat je in de ogen van God rein bent en dat Hij nooit terug komt op het geen wat u hebt misdreven. Heer, ik geloof, kom mijn ongelovigheid te hulp. Want goed is 'd Oppermajesteit...Of twijfel je aan Gods liefde voor jou?