Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2012-08-26 10:00:00 prof. dr. M.J. Paul (Ede) Gods genadige beloning van onze werken

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
1Kor 3:8,14-15 Han 18:24-28 1Cor 3:1-18

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Vanmorgen heb ik 3 verzen uitgekozen die de kern weergeven. Vers 8, 14 en 15 van 1 Kor 3. Vorig jaar las ik een interview met Henk Binnendijk. Hij heeft veel Bijbelstudies verzorgd. Hij heeft een laatste boek geschreven dat hij aan christelijk Nederland wil meegeven. De titel is: “Hier en daar”. Je zult daar zijn wat God hier van je heeft kunnen maken. Je zult daar -in de hemel- zijn wat God hier -op aarde- van je heeft kunnen maken. Er is dus in de eeuwigheid verschil tussen de gelovigen. En er is dus ook continuïteit tussen hier en daar. Er zijn heel wat christenen die wel geloven in de vergeving van zonden en zeggen: dan ben je er toch, dan ben je toch gered? Het is wel verkeerd, maar God vergeeft toch en dan is het toch klaar?
Of is het toch belangrijk dat wij in de dienst van God staan? Toen ik dit onderzocht, constateerde ik dat ik hier heel weinig over preek. Goede werken hoeven wij toch niet te doen, het gaat toch niet om de prestaties, is het niet rooms om te letten op hoe je leeft? Laten we kijken wat Paulus er over zegt.

Paulus heeft in Korinthe een gemeente mogen stichten. Hij is anderhalf jaar hier gebleven. En zijn taak in Korinthe is door Apollos overgenomen. Apollos was een man die welbespraakt was, met vurige ijver. Hij wist nog niet zoveel, maar werd door Aquilla en Priscilla uitgebreider ingelicht over de Heere Jezus. Die boodschap heeft hij weer verder gebracht. Paulus begint dit hoofdstuk door te noemen dat er geestelijke en vleselijke christenen zijn. Beiden zijn christen. Beiden horen bij de Heere Jezus. Beiden hebben vergeving van zonden ontvangen. En toch is er verschil. Laat je je leiden door je vlees, door je begeerten, of door de Geest? Paulus vindt dat de gemeente uitstraalt dat er nog veel vleselijke christenen zijn. En dat is niet de bedoeling.
Het is allereerst de bedoeling dat we geloven in de Heere Jezus Christus. Maar dan is het ook de bedoeling dat we geestelijk leven. Heere, wat wilt U dat ik doen zal? Als er een schadelijke weg is, leidt mij dan op de eeuwige weg.
Er is veel ruzie in Korinthe. Paulus verduidelijkt dat met het beeld van een akker. Hij zegt: ik was de eerste die kwam, en heb de grond bewerkt en de plantjes gezaaid. Daarna kwam Apollos en hij heeft die plantjes water gegeven. Wij zouden denken: wij hebben ons best gedaan, en God moet het laten groeien. Maar, zegt Paulus: degene die plant en die water geeft hebben één doel: de groei van de gemeente . Een ieder zal loon ontvangen naar zijn werken, zegt Paulus dan. Niet: wat hebben wij dat goed gedaan. Wel: mensen, let op wat je doet. Het doet ertoe.

Dan komt Paulus met een tweede beeld. Het beeld van het bouwen van een huis. Paulus is als een wijs bouwmeester te werk gegaan. Het fundament is gelegd, de kern, de Heere Jezus Christus. Dat is ook de verbinding tussen christenen wereldwijd. Jezus Christus.

Paulus was zelf een Farizeeër, maar het was de verkeerde kant opgegaan; hij verzette zich tegen de christenen en wilde hen doden. Toen kwam de Heere Jezus hem tegen en is hij veranderd. Door de genade van de Heere Jezus is hij gered en is zijn schuld vergeven. Dat mag hij de mensen voorhouden in Korinthe. Voor al die mensen die misschien betrokken waren bij afgodendienst. Zelfs mensen die satan gediend hebben, mag aangezegd worden dat er vergeving is in de Heere Jezus Christus. Daar aan het kruis heeft Christus de zonde betaald, daar ligt onze redding.

Maar na het fundament komen de muren, de ramen, de deuren, het dak. Gemeente-opbouw. Dat leek heel wat, maar Paulus is niet tevreden. Er was zoveel ruzie en verdeeldheid. Dan laat Paulus het beeld verspringen van een huis naar het bouwmateriaal. Hij zegt de Heere Jezus komt terug, het oordeel komt. Dan worden wij beoordeeld. Welk bouwmateriaal is dan sterk genoeg om het vuur te kunnen weerstaan. Hout, hooi en stoppels gaan dus ten onder. Je kunt dus gebouwd zijn op het fundament Jezus Christus, maar hoe gaan wij daar dan mee om? Het kan aan de buitenkant er prachtig uit zien. Je bent actief bezig in de gemeente. Je kunt actief zijn, maar misschien doen we het vooral voor onszelf en niet voor God. Dan doe je het voor eigen eer. Er zijn mensen die toekijken, maar vooral aan de buitenkant blijven. Als de collectezak maar volzit, dan hebben we het toch? Het is dus mogelijk om bezig te zijn met prachtig pleisterwerk, maar dat God ervan moet zeggen: dit is niet wat ik bedoel. Uit wie leven wij, door wie leven wij, gaat het ons echt om God? Wat vindt de Heere Jezus van ons werk? Het zit 'm niet in de activiteiten. Er zijn mensen die heel weinig meer kunnen, maar als je ze spreekt, dan proef je die verborgen omgang met God. Ze zijn intens in het gebed voor hun gemeente, hun buren en hun kinderen. Niet wat anderen er van vinden is van belang, maar hoe God ons beoordeelt. Niets is hier blijvend, alles hoe schoon ook, zal eeuwig vergaan, maar wat gedaan werd uit liefde tot Jezus, dat houdt zijn waarde en zal blijven bestaan.
Dat wat Hij in ons gedaan heeft, dat blijft bestaan tot in eeuwigheid. Ons werk, dat wat wij gedaan hebben voor Hem, verdwijnt dus niet bij onze dood, maar blijft tot in eeuwigheid.

Is er dan verschil in hemelse zaligheid? Laat ik eerst de andere negatieve kant belichten: Is er ook verschil in veroordeling? De Bijbel zegt daar dingen over. Het zal Tyrus en Sidon verdraaglijker zijn in het oordeel dan Kapernaüm. Wie de weg geweten hebben, maar niet bewandeld, zal dubbele straf ontvangen. Wij worden ook beoordeeld naar onze daden. Wat zou u ervan vinden, als de aardse rechter precies dezelfde straf zou geven aan een seriemoordenaar als aan iemand die een zakje drop wegneemt?
Zou onze God, de rechtvaardige Rechter, geen verschil maken in strafmaat?

Zo zal onze God ook verschil maken. Wie veel anderen tot geloof mag brengen, zal zelf blinken als sterren, zegt de Bijbel. Ook de gelijkenis van de ponden is hier helder in. Ook de tweede Johannes-brief spreekt over een vol loon. Niet iedereen ontvangt dus hetzelfde loon. “Zalig zijn de doden die in de Heere sterven, opdat zij rusten mogen van hun arbeid, en hun werken volgen hen na.”
Wie gered is door Jezus Christus wordt zalig, maar sommigen mogen hun werk meenemen, en anderen niet.
Wat gebeurt er nu als kinderen van God wel gered zijn, maar een beetje raak leven? Hij zal wel behouden worden, zegt Paulus, maar zo als door vuur heen. Hij wordt behouden, maar zijn werken verbranden allemaal. Er is onderscheid in het koninkrijk van God. Er zijn kleinen en groten in het Koninkrijk.
Als ik dit zo aan de orde stel, heeft u daar misschien moeite mee. Moet ik nu goede werken doen om dat te beleven? Nee. Als u gelooft in de Heere Jezus, bent u gered. Maar levend uit die genade, doet het er wel toe wat de Heere Jezus in u kan uitwerken.
Maar hoe kom ik dan zo ver als het bij mij beneden de maat is? Hoe gaan we daar dan mee om? Dit gedeelte is niet bedreigend bedoeld, maar meer om een weg te wijzen. Ga daarmee tot Christus en leg het voor Hem neer. Hij weet wel hoe wij zijn. Hij weet dat het niet perfect is hier. Maar vraag of de Heere met zijn Geest u bewerkt. Het begint met de belijdenis dat we het zelf niet kunnen. Lever dan alles wat verkeerd is maar aan Hem uit. Dan mogen we weten dat de Vader verlangt ons dit te geven. Dat Christus dit wil bewerken.
Jezus Christus heeft gezegd: Ik ben de Wijnstok en u de ranken. Blijf in Mij en Ik in u. dan zult u veel vrucht dragen. Die vruchten blijven tot in eeuwigheid!

Stel nou dat dat niet waar is. Dan werkt Hij met zijn Geest in ons, er moet zo veel bijgeschaafd worden. Denk je dan dat God na onze dood weer compleet overnieuw begint?? Nee, er is continuïteit. Dat werk dat God zelf doet, daar gaat Hij mee door en dat zet Hij voort in de eeuwigheid.
Zijn er dan eerste- en tweederangs-christenen? Ach, dan letten we zo op onszelf. Het gaat toch niet om onze plek? Het gaat toch om Hem!?
Je kunt in een gesprek ook heel verwonderd zijn. Ja. dit kreeg ik van de Heere, zeggen we dan.
't Goede denken, doen en dichten moet Gij zelf ons verrichten. Dat doet Hij dan ook. Het gaat niet om ons, maar om Hem.

Als u straks vrijgesproken wordt door de Heere Jezus Christus, dan gaat dat elk verstand te boven. Maar staat u daar dan met lege handen, geblakerd door het vuur omdat er niets was tot opbouw van Gods Koninkrijk? Of mogen we Hem de vruchten geven die Hij zelf bewerkt heeft? We doen dat niet om ons, maar om Hem de eer te geven. God behandelt ons niet allemaal hetzelfde. Hij behandelt een ieder heel individueel, heel persoonlijk.We mogen tot Christus gaan om gered te worden. Hij wil ons ook gebruiken in Zijn dienst. Op de voor- of achtergrond, dat doet er niet toe. We kunnen wanhopen aan onszelf. Maar laat ons vertrouwen zijn op de Goede Herder, op de Wijnstok, die weet wat we nodig. Centraal is de overgave in het geloof aan Hem. Glorie voor de Koning. Hoe meer we gelijkvormig zijn aan Hem, des te meer wordt Hij verheerlijkt.

Edit