Edit|
EditReeks Samenvatting:
Enkele maanden geleden bediende ik in uw gemeente het Woord uit Joh. 7:37. Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken. Vandaag wil ik over het vervolg preken. Jezus sprak deze woorden tijdens het Loofhuttenfeest. Dat herinnerde aan de woestijntocht, het feest van de uittocht. Tegelijk ook het feest van de ingang in het hemelse Kanaän. Een profetie dus. Jezus heeft opgeroepen om tot Hem te komen toen de priester de tempelberg afdaalde en de gouden kruik vulde uit de Siloambron en uitgoot over het altaar. Het volk had vroeger in de woestijn mogen drinken op wonderlijke wijze. Maar Jezus geeft het levende water en Hij geeft er een belofte bij: stromen van levend water zullen uit Zijn binnenste vloeien.
Stromen van levend water. Wat hebben wij daar een behoefte aan vandaag. Dat dringt ons om de hemel te bestormen met onze gebeden. Dat levende water duidt op het werk van de Heilige Geest, dat God Zijn Geest zou willen geven over ons volk, onze kerk, onze gemeente, onze gezinnen, kinderen, kleinkinderen. Dat wij God zullen verwachten en naar Hem uitzien. Uitzien naar een geestelijk reveil.
Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt. Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. God werkt altijd van binnen naar buiten. Heel diep in ons innerlijk. In de verborgenheid van het hart, daar wil de Heilige Geest werken. Niet alleen een soort restauratie, oude dingen opknappen en vernieuwen,maar wedergeboorte, nieuw leven, van God uit. Het leven uit God. Daar is de verborgen omgang met God het draagvlak, de kracht. Zo leert die dorstige mens die tot Jezus wordt gebracht drinken van die bron van heil die in Christus is geopend. Daartoe is hij door Christus zelf gezonden, om ons bij die levensbron te brengen, zoals Jezus bij die bron zat met de Samaritaanse vrouw. Ze wist niet wat levend water was en waar ze dat zou kunnen krijgen. Wij moeten leren onze levensdorst te lessen bij de Heere Jezus. Als het levende water van God uit niet bij ons naar binnen vloeit, hoe kan het er dan uitvloeien.
Aan de belofte van deze tekst gaat wel de oproep nadrukkelijk vooraf: als iemand dorst heeft, dan moet je bij Mij zijn. Die stromen van levend water komen wel bij Christus vandaan.
Zullen uit zijn binnenste vloeien....Zijn...met een hoofdletter? Zijn binnenste? Ja, het vloeit uit Christus. Maar ook met een kleine letter, zijn binnenste, dat van de mens die het uit de oerbron van Christus heeft ontvangen. Die stromen vinden hun oorsprong in Christus zelf. Uit die bron vloeit het dan over. Daarvoor bent u toch in de kerk? Met name Johannes stelt dat meermaals duidelijk aan de orde in zijn evangelie. De Heere Jezus gebruikt het beeld van water uit de rotssteen. De rots wordt geslagen om water voort te brengen. Dat is Jezus. De bron van water dat laaft tot in het eeuwige leven. Daartoe is Hij geslagen, schrijft ook Jesaja. Om onze overtredingen verwond. Om onze ongerechtigheden verbrijzeld. Door Zijn striemen is ons genezing geworden. Dat levende water is gratis te verkrijgen. Maar er moest wel eerst voor betaald worden met het offer van het Lam van God dat de zonden der wereld wegneemt.
Op dat Loofhuttenfeest werd dat ook gesymboliseerd. Eerst werd het morgen-offer gebracht. Daarna pas, na het brandoffer, ging de priester water halen uit die bron. En werd het uitgegoten over het brandofferaltaar. De rotssteen is Christus op het altaar van verzoening. Precies op dat moment roept Jezus het uit: als iemand dorst heeft, die kome tot MIJ en drinke! Hij nodigt hier op het Loofhuttenfeest één van de laatste keren. Daarmee ligt er een extra klem op deze woorden. Een dubbele ernst, een appèl voordat Hij afscheid neemt.
De Heere Jezus gebruikt deze woorden ook tegenover de Samaritaanse vrouw. Hij geeft daarmee te kennen dat die bron niet alleen geopend is voor Israël, maar ook voor deze overspelige vrouw. De rotssteen is Christus. Kinderen en grote mannen hebben hetzelfde voedsel gegeten en gedronken, dag aan dag, zegt Paulus. En in de meeste van hen heeft God geen welgevallen gehad, ze zijn in de woestijn neergevallen, ze konden Kanaän niet binnen gegaan vanwege hun ongeloof. Drinken vanuit het water van de rotssteen dat in de prediking naar u toevloeit en dan toch verloren gaan? Het scharnierpunt zit in de woorden van deze tekst. Wie in Mij gelooft....dat komen tot Jezus, dat drinken van het water, dat heeft daar alles mee te maken. Ieder die de stem van Jezus hoort, is nog niet gered. God heeft er niet een voorwaarde aan verbonden, maar drinken is een zaak van geloof. Waar zaligmakend geloof. Geen schijngeloof. Het geloof dat door de liefde tot Jezus werkt en dat geboren wordt uit de liefde van Christus. Zaligmakend geloof is dat je tot Jezus vlucht en aan Zijn voeten terecht komt. Weet je wat geloven is? Dat je niet meer zonder Jezus kunt. Dat je Hem moet hebben, anders ben je verloren. Tot Christus komen, tot Hem de toevlucht nemen, als Degene die gezonden is om uw levensdorst te lessen. Levend water is niet los verkrijgbaar, maar vloeit uit Christus, door het kanaal van een waar geloof, dat het geheim van de godsvrucht met Petrus heeft gevonden in de Heere Jezus. Tot wie zullen we anders heen gaan? Gij hebt de woorden van het eeuwige leven.
De mens die een levende band met Christus heeft als een levende rank in de wijnstok, maar dan ook uit Hem leeft. Als iemand dorst heeft, staat er in vers 37. Een oproep aan een ieder. In vers 38 staat het exclusief. In vers 38 staat: wie in Mij gelooft, heel exclusief. Er zijn zat mensen die de Heere Jezus prachtig vinden, maar geen levende band met Christus hebben. Jezus zegt: wie in Mij gelooft....dat is die wonderlijke relatie van de Goede Herder met Zijn schapen.
Christus heeft door Zijn dood niet alleen mijn zonden weggenomen, maar ook de levendmakende Geest verworven ( avondmaalsformulier). Hij in mij, ik in Hem. Ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij en ik in Hem. Die Mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft overgegeven. Dat is een wonder, dat je mag ontdekken. Wie in Mij gelooft, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Dat staat zwart op wit in de Bijbel. Zo is heel de Schrift in Hem vervuld. Jezus ging een zelfgekozen weg, maar de weg van de Schrift. Hij in mij. Een belofte door Christus gegarandeerd. Als dat bijzondere leven, mijn leven is, dan wordt dat zichtbaar voor anderen. De mens die uit Hem leeft, vertoont niet alleen Zijn beeld, maar gaat ook op Hem lijken.
Maar het gaat nog veel dieper. Naarmate je Hem langer kent wordt je meer zoals Hij. De mens die in Jezus gelooft, krijgt deel aan de goddelijke natuur, zegt Petrus. Dat betekent niet dat ik vergoddelijkt word, maar wel dat de glans van Gods heerlijkheid over mijn leven valt. Daar zijn de beloften van God nu op gericht dat we Hem gelijkvormig zullen worden. Door het geloof drinkend uit de bron, dan word ik zelf ook een bron! Levend water, dat niet zijn kracht verliest, maar anderen tot zegen wordt. Een gezegende wordt tot een zegen. Dat gaat altijd door. En dan niet minimaal, maar in overvloed. Jezus spreekt in meervoud: stromen van levend water. Stromen van water, dat heeft invloed! Kijk maar in de natuur. Er schuilt een onweerstaanbare kracht in dat water. Denk aan een tsunami. Dat is nou het werk van de Heilige Geest, de stuwkracht van de Heilige Geest, onweerstaanbaar. Want over Hem gaat het dan. Zoals de profeten van het Oude Testament over Hem geprofeteerd hebben. Ik zal water gieten op de dorstige en stromen op het droge, Ik zal Mijn Geest op uw nageslacht gieten en Mijn zegen op uw nakomelingen.
Daar stonden die mensen op het tempelplein. En ze begrepen er niks van. Ze vroegen er ook niet naar. Dat gebeurt vaak nog, mensen horen het een beetje aan. Johannes werkt het uit: dit zei Hij over de Geest. De Heilige Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was. Daarmee is gelijk het onderscheid tussen het oude en nieuwe verbond duidelijk gemaakt. In 1Kor. 3 maakt Paulus dat onderscheid heel duidelijk. Hij noemt de bediening van het Oude Testament nota bene de dood, maar het Nieuwe Testament noemt hij geest en leven. Het werk van de Heilige Geest in een alles overtreffende heerlijkheid. Het werk van de Heilige Geest is zeker al in het Oude Testament begonnen, in Israël en soms buiten Israël, maar niet zo overvloedig. Toen werkte Hij op voorhand. Maar de levendmakende Geest moest nog verdiend worden. Christus moest nog verheerlijkt worden.
Het water werd over het brandofferaltaar uitgegoten. Petrus staat op datzelfde tempelplein in Jeruzalem en roept: Hij dan, Christus, door de rechterhand van God verhoogd en de belofte van de Geest ontvangen hebbende van de Vader, heeft dit nu uitgestort wat u nu ziet en hoort. Dat is het nieuwe verbond, de Geest van God die nu sinds Pinksteren onder ons woont. Verhuisd van de hemel naar de aarde. Hij werkt in de gemeente en ook vanuit de gemeente. Dan gaat u gelijk de geweldige opdracht verstaan. Die zegen van God wordt zichtbaar in het leven van de gemeente. Het water van een waterval stroomt naar beneden, maar stroomt ook al maar verder, tot aan de einden der aarde. Al voorzegd eigenlijk in de geschiedenis van die Samaritaanse vrouw. Het staat nooit stil. Stilstaand water moet je nooit drinken. Dan is het middel erger dan de kwaal. Levend water, daar zit leven in, dat herschept, dat geeft leven, dat is vruchtbaar. De gave van de Geest eindigt niet in de mens die Hem ontvangt, maar werkt door die mens heen.
Je hebt in Israël de Dode Zee, die ontvangt het water van de Jordaan. Dat water wordt gevoed door het meer van Galilea, de zee van Tiberias. Dat water komt van boven vanuit het Hermongebergte. Maar dat water in de Dode Zee, daar is geen leven te bespeuren, zo dood als een pier; je vindt er niks.
Waarom niet? Omdat de Dode Zee geen uitgang heeft; het houdt het water voor zichzelf en het verdampt. Het Meer van Galilea is wel vruchtbaar, het heeft een ingang en een uitgang. Zo is het ook met de mens die de Geest van God ontvangt. Lijkt u meer op het Meer van Galilea of lijkt u meer op de Dode Zee? Welke vruchten zijn zichtbaar? Vloeien stromen van levend water uit uw binnenste naar de wereld, naar uw kinderen, naar uw buren? Daaruit kun je aflezen of je leeft uit de Geest...
Zo vloeien stromen van levend water uit de mens die op Christus is aangesloten. Waar het hart vol van is, loopt de mond van over. Niet omgekeerd. De naam van Jezus kan ook op je lippen bestorven liggen, terwijl Hij niet in hart woont. Levend water...Dat is als het sturen van een geboortekaartje terwijl er geen kind geboren is. Eerst het kind, en dan het bericht. Als wij door die Geest leven., laten wij dan door die Geest wandelen. Een voorbeeld: Henoch wandelde met God. Aan de hand van Jezus. Drinkend van het water dat Jezus geeft. Een bron die opwelt tot in het eeuwige leven...Bijvoorbeeld die Samaritaanse vrouw: ze holde naar huis. Ze ging zeggen wie Hij was. Het water vloeide in het hart van die vrouw, maar het ging verder, vloeide naar de andere inwoners van Samaria.
Nog één vraag: Drink je wel genoeg? Ik heb een flesje water op mijn bureau staan, maar vergeet er steeds van te drinken. Mijn vrouw komt af en toe binnen, kijkt naar dat flesje en vraagt dan: drink je wel genoeg? Drinken is van levensbelang voor uzelf, maar ook voor uw naaste. Toen Jezus heengegaan was naar Zijn vader om verheerlijkt te worden en Hij de belofte gaf dat Hij Zijn Geest zou zenden, hebben ze er op gewacht; biddend, verlangend en roepend. De Geest is gekomen en Hij overdekte hen met stromen van zegen en kracht. Ze hebben er van getuigd met inzet van hun leven en duizenden tot God gebracht.