Edit|
EditReeks Samenvatting:
In de reeks leerdiensten over de Nederlandse Geloofsbelijdenis. In artikel 2 – 7 ging het over Woord, 8-11 het wezen van God. Nu in 12 het werk van God. Het scheppingswerk.
Een machtig Maker.
1 God als Vader
2 God als Schepper
3 God als Levensvervuller
We hebben een CD-tje, grijs gedraaid met “In het begin schiep God de aarde, Hij sprak en toen was het er. En zo is het gegaan.” Gen 1:1 In den beginnen schiep God. Zo begint onze Bijbel. Scheppen is het eerste werkwoord. De hemel, de aarde en de zeeën. Drie grote leefgebieden, de lucht, aarde en water. In het NT (Heb 11): door het geloof verstaan wij dat de werelden door het woord zijn toebereid. Zo ook art 12. Wij geloven. De kerk spreekt, de gelovige erkent dat God aan het begin staat. Een geloofsuitspraak. En we geloven dat omdat het in de Bijbel staat. Een bekende natuurkundige A vd Beukel schreef: De dingen hebben hun geheim. Wij geloven dat God de schepper is – een motie van vertrouwen.
1
God als Vader – dat staat direct in het begin. De schepper is ook mijn hemelse Vader. Dat is het wonder, Gods kind mag zeggen, dat heeft Vader allemaal gemaakt en niemand doet Hem dat na. En hoe dan? Door te spreken. Dus door Christus, tien scheppingswoorden. Hij gebiedt en het staat er. De Heilige Geest zweefde over de wateren. Het werk van een Drieënige God.
Hoe zit het met de wetenschap? Moeilijke vraag. Een paar schetsen, hart en verstand – geloof en wetenschap – moeten we dat scheiden? Nee we dienen God met ons hele hart en hele verstand. Je kunt niet Hem als Schepper verwerpen en als Vader belijden. Gen 1 moet je in eerste aanleg lezen als een loflied, het is niet hoofdstuk 1 uit een natuurkunde boek. Hij had het eerste woord. Hij spreekt nog altijd voort. Zes coupletten met het refrein. Het slot akkoord is: het was zeer goed. Sela, rust - sabbat.
Mozes schreef dat op, 3500 jaar geleden, in die tijd geloofden de buurvolkeren in de zon en de maan als goden. Plaatselijke goden. Mozes zegt niet onze God is een zon of maan – maar Hij is de God van hele de hemel en de aarde. Zon en maan zijn pas op de vierde dag geschapen. Onze God is veel groter. Jullie ‘goden’ - het zijn maar schepselen. De Koning beveelt en het komt tevoorschijn, en Adam en Eva als onderkoning. In den beginne – dat zie je veel als er een koning aantreedt. Het is een strijdschrift, een polemiek tegen die afgoden.
David had dat goed begrepen, Psalm 8. Laat de kinderen er maar van zingen. David zit in het open veld. Hij tuurt omhoog en ziet de sterren het werk van de vingers van God, Heer onze Heer, hoe heerlijk is Uw naam, zie ik sterren aan de hemel staan. Dan: Schaapjes worden wakker. In het veld de bloemen opengaan. Diezelfde God die aard' en hemel schiep, is de God die mij eens riep. Zodat ik elke dag Hem Vader noemen mag…. De kinderen zingen nog een ander lied. Mijn God is zo groot, zo sterk en zo machtig. Als je in de hoge bergen in de Alpen ziet – gletsjers, de Grand Canyon – mijn God is zo groot. Of in een boot, in een storm, je kwam er goed uit. Och, mijn God is zo groot. Die woeste zee, U beteugelt het. U bent sterker dan de wateren.
Ik ga me er aan vertillen vanavond. Josef Hayden schreef Die Schöpfung, elke dag viel hij op zijn knieën en bad om kracht om dat werk te voltooien, zo devoot was hij. Hij schreef het als een daad van geloof. Aan elk onderdeel voegde hij “Loof de Heer” aan toe. Hij stierf in 1809. Het jaar dat Charles Darwin werd geboren. Wat Hayden wel deed, daar kwam Darwin niet aan toe. Hoewel hij gelovig opgevoed was. Getrouwd met een Wedgewood, dochtertje Anna. Op 10-jairge leeftijd is ze overleden, dat hakte er in. Hij geloofde niet meer in een goede Schepper, maar wel in de wreedheid van een schepping. Hoe word je gevormd door je verleden en omstandigheden. Electie, zei Calvijn Selectie, zei Darwin. God verkiest nu juist het zwakke, het onedele, en bij Darwin gaat het over de sterkste, de geschiktste, de knapste, die redden het.
In de Bijbel is de mens een beeld van God, in de evolutie komt de mens van onderop. Cellen en eiwitten en aminozuren en driften en hormonen, een veredeld dier. De Bijbel draagt de mens iets van de hemel in zich. God blaast in hem. Wat wijsheid zullen ze hebben. Ik zie veel goede dingen in de wetenschap, als leek. Maar als je het woord van God verwerpt... Een gigabyte geleerdheid maar geen grammetje geloof.
Kan de wetenschap je wijsheid of waarheid leren? “De wetenschap heeft aangetoond dat..” Wat is dan een absolute waarheid? Als ik er een beetje van weet: de wetenschap werkt met theorieën - het gaat over geldigheden. Een theorie is geldig tot er iemand komt die het omver gooit. Ik geef twee voorbeelden:
Je had in de oudheid Ptolomeüs. De aarde was het middelpunt van het heelal. Eeuwen als feit geleerd. De hele middeleeuwen. Iedereen geloofde dat, totdat Copernicus, een christen, kwam en zei, nee de zon is het middelpunt. Het vaststaande, absolute van de “waarheid” - de oude theorieën worden gefalsificeerd, een theorie is geldig tot er iets nieuws komt.
Een christen wetenschapper als Isaac Newton met zijn wetten. Dat was in de negentiende eeuw een vaststaand feit. Een mechanisch wereldbeeld. Dat was toch een feit, dominee? Toen kwam Einstein. En de hele theorie ging omver. Wetenschap is mooi, op zijn plek. Als je het woord van God verwerpt wat wijsheid zal je dan hebben. Het was zo jammer, in 2009 was het Darwin jaar. Ook theologen hebben zich daar mee bezig gehouden. Is de aarde geschapen in 6 etmalen of 6x 1000 jaar – i.p.v. verwondering kwam er verwarring onder de theologen. Hoe groot zijt gij, zong mijn oma bij Gen 1.
Hoe oud is de aarde? Goeie vraag. Om precies te zijn… er was een tentoonstelling in een museum over Darwin; een dominee vroeg aan een medewerker hoe oud de aarde was. 13,7 miljard jaar en drie maanden, was het antwoord. Drie maanden gelden zei mijn baas: de aarde is 13,7 miljard jaar oud. Wanneer het Hem goed dacht staat er in de belijdenis. Laten we maar een bescheiden plek innemen. De Heere kwam bij Job. Job was jij er bij toen ik de aarde grondvestte?
En niet spontaan, ook niet door de duivel of zo – “die rot wereld” zeggen jongeren. “Waarom ben ik in dit bestaan gesmeten?” Je leeft op aarde omdat God het gewild heeft, Hij heeft jou willen maken. Hij is je maker. We zijn bedoeld door Hem. Hij is de bron en ons doel. Hij schiep het heelal, Zijn naam ter eer. Straks in de hemel zullen ze daar ook van zingen. In Openbaring zingen ze rondom de troon, U bent waard alles te ontvangen, want door Uw wil zijn alle dingen geschapen.
Ik sta niet in het centrum van het heelal. Maar wel in het centrum van Gods belangstelling. Andries Knevel werd gevraagd, geloof jij dat wij God bedacht hebben? Nee, wel dat God mij bedacht heeft. Wij zijn het product van Zijn creativiteit.
Gelovigen schakelen hun verstand niet uit. Maar je kijkt anders. In de lente loopt alles weer zo heerlijk uit. De bossen en meren en zeeën in de zomer. In de herfst met zijn prachtige kleuren. Zo staat een gelovige in de schepping. Winterlandschap en maagdelijk wit… dan denk ik aan mijn Schepper. Als er een baby’tje geboren wordt. Niet: moedertje natuur heeft het mooi voor elkaar, maar God de Vader.
Wat is het verschil tussen een geboortekaartje, en een medisch handboek voor gynaecologie. De aanleiding is hetzelfde – de een beschrijft exact, bij het andere de verwondering, wetenschap en geloof horen bij elkaar. Zo spreekt Guido de Brès over schepping.
2
God de Schepper. Als je een mooi schidelrij ziet, zeg je – hé wie heeft dat geschilderd? Ik hoor dat het Bach is of Beethoven, wie is de architect van dit gebouw? Wie heeft deze schepping allemaal gemaakt? Newton – pionier van de moderne natuurkunde. Hij had een vriend op bezoek , een atheïst. Een mooie wereldbol stond op zijn bureau. Wie heeft die gemaakt Newton: niemand. Doe niet zo flauw, wie is de maker? Newton: collega, jij vind het vreemd dat ik beweer dat deze wereldbol geen maker is. Nog dwazer is het, dat jij niet wil geloven dat de wereld en alles wat leeft geen Schepper heeft.
Als je met de bril van het geloof naar de Schepping kijkt, zie je Gods handen aan het werk. Een van de dingen waar ik onder de indruk van ben: ‘de finetuning of the universe’, het heelal is zo nauwkeurig precies is afgestemd dat mensen kunnen leven op deze planeet. Daar moet wel een afstemming zijn. Of deze planeet op de mens zat te wachten.
– Als de zwaartekracht een fractie groter of kleiner zou zijn, dan zou een mens of geplet worden of te zweverig zijn. Precies afgestemd
– De lucht die ik adem. 21% zuurstof, precies goed. Een paar procent meer dan zou alles branden. En minder, dan zouden we stikken. Wie heeft dat gedaan? Fine tuning
– De aarde draait om zijn as, maar staat een beetje schuin. Precies genoeg, schuiner zou extreme temperaturen opgeleverd hebben.
Is dat toeval of duidt het op een Ontwerper? Ik kijk naar een baby in de wieg, uit twee celletjes – en ik kijk naar dat kinderhoofdje – miljoenen zenuwcellen - het groeit en leert, promoveert tot professor - het begint met twee cellen - wie heeft die informatie erin gestopt? Dat is God geweest.
Kun je dat bewijzen – ik belijd het en ik bewonder God.
Ik denk dat God lachend de wereld heeft gemaakt = de engelen zongen er bij. Het was feest. De lucht, het land, luchtdieren de landdieren, de mens. Het is als een tekening. Licht en donker land. Bomen, ingekleurd. Vierde dag, dan komen de zon maan en sterren hoe helder zij schitteren mogen. De zon en maan, waar de joodse feesten van afgelezen worden, de vogels en vissen en dan de mens, het pronkstuk, kroonjuweel, hoofd van de schepping. De mens, die God boven zich heeft, een vrouw naast zich en de hele wereld onder zich.
Veel kleuren gebruiken, kinderen. Kleuren, allemaal kleuren. De gekleurde papegaai, rijke dierenvachten, bloemenprachten, een schitterend begin. Zo moet u Gen 1 lezen. Het theater van Gods glorie zegt Calvijn. De Schepper houdt permanent expositie, als u goed kijkt.
Vader maakt weer een mooi aquarel, met een mooie zonsopgang. Hij zorgt ook voor alle dieren, daarom hoef ik niet bang zijn.
Mag je het onderzoeken – ja. Paa 111. De werken van de Heere zijn zeer groot – doorzoek ijverig en bestendig. Ik heb bewondering voor die wetenschapper die Gods woord niet hebben opgegeven – kleinheid als basishouding. Als ik bedenk dat heel dit heelal door u is voortgebracht.
Galileo, Copernicus of Pascal – ze waren klein tegenover God. Tegen het volk in ballingschap wordt gezegd: kijk eens omhoog, wie kent al die sterren bij naam, is de Heere het niet? Maar hoogmoedige mensen zeggen: God is dood en we hebben Hem begraven.
Copernicus zei dat de zon het middelpunt was – daar heb ik een les uit geleerd – een copernicaanse revolutie. Wat is het middelpunt van jouw bestaan? Ben ik dat of is God dat? We denken vaak dat wij in het middelpunt staan, ego-centrisch en dat God om ons heen draait. Dat is een vergissing. Ik heb mijn idealen en mijn manier en God moet ook om mij cirkelen….
Maar God is het middelpunt. Ik dien Hem, niet Hij mij. God is er niet voor mij. – “Hij is er altijd voor jou:” - Ja, maar ik ben geschapen voor Hem. Roep mij aan en ik zal u uitredden –en: …. gij zult Mij eren - dat moet landen in je hart. Wat zijn we gefocust, in de kerk ook, op ons zelf. *Ik* wil de kerk, waar *ik* gelukkig word. *Wij* zijn uitverkoren, God houd van *mij*, Hij heeft het beste met *mij* voor. God die *mijn* gebeden verhoort, wilt U voor *mij* dit en dat. Ook in de kerk is dat zo – kerkshoppers – *ik* wil graag in de kerk waar *ik* bediend word. ik kies mijn dominee, als dat niet meer zo is, dan zoek ik een andere kerk. En ga er van uit dat God mij meegaat.
Dan ben je nog ptolomeïsch. Je hebt een “parardigm shift” nodig, – studenten – . God is er niet meer om mijn gebeden te verhoren, maar ik ben er om Hem te dienen.
In den beginne schiep God. Eredienst – prijzen. Scheppen is bara en barach is gelukkig prijzen in Hebr. Scheppen opdat ik Hem zou prijzen.
Doeltreffer word ik weer als het woord en geest in mij gaat werken. Zijn lof word eens alom gehoord. De catechismus begint met de mens, wat is MIJN enige troost, zodat ik goed kan leven. De Engelse Westminster geloofsbelijdenis begint met God, wat is het doel van de mens – dat ik God verheerlijk en dat ik me in Hem verheug en geniet. Zelfs de Roomse catechismus begint wat dat betreft beter: waartoe zijn wij op aarde? Om God te dienen en daardoor en hier en hiernamaals gelukkig te zijn.
U die mij geschapen hebt, u wil ik aanbidden als mijn God, U wil ik danken. Heer U bent mijn doel.