Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2012-09-23 17:00:00
ds. J.Th. Pronk (Sirjansland)
God is getrouw, Zijn plannen falen niet

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Gen 12:10,20 Gen 12:9-20

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Kent u die momenten in uw leven, dat uw hart vol is van de Heere? Vol van Zijn liefde, het overweldigt je.. dat je als het ware zit aan de voeten van het kruis en daar jouw Koning ziet hangen – Hij in mijn plaats – en je ziet de steen afgewenteld. Hij stond op uit de dood en ik in Hem. Je wilt je hele leven aan Hem wijden.
En kent u die momenten – het kan nog geen uur later zijn – en je zegt – ik heb U verloochend Heere, ik ben U vergeten. Je ziet het kruis – Hij hing daar om mijn zonden... Heere blijft dan altijd die strijd – ik wil wel maar ik kan het niet. Teken ik uw leven? Het is het leven van Abraham.

De vader van alle gelovigen, let wel. Gen 12 – op de top van zijn geloofsleven, en in Egypte ver weg van Gods woord – een leugen, vast in de banden van de wereld zit de geloofsheld. Welkom in de strijd zeiden ze vroeger. Maar in dat alles volvoert God Zijn plan – Hij niet los wat Hij begon. Dat schrijven we erboven:

God is getrouw, Zijn plannen falen niet

1 het leven
2 de mens
3 de wereld
4 God

Waar moet je anders mee eindigen?

1
We hadden heel Gen 12 moeten leven – Abraham op de toppen van het geloofsleven. Hij aanbid de maangoden in een heidens land en daar komt de Schepper van hemel en aarde en adresseert die maanaanbidder, en zegt Ga! En Abraham ging. Geen geredeneer, hij gaat. Hoe vaak heeft u Gods roepstem al gehoord? Hoe vaak hebt u hier gezeten of elders? God roept u aan en Hij zegt waar zijt gij? Komt! Bent u gegaan? Abraham gaat, Zwingli zegt – je hoort in de kerk het bevel en je gaat in gehoorzaamheid, om te ontdekken dat het Gods trekkende liefde was. Abraham komt aan en bouwt een altaar in Sichem. Daar verschijnt God hem - dit is het land – ga naar het land dat Ik jou wijzen zou. Abraham, wist de eindbestemming van te voren niet! Geen reisbeschrijving en hij moest alleen.
Het leven gaat door – Abraham, gaat voort naar Bethel en Ai. Daar bouwt hij opnieuw een altaar. Nog vol van God die hem riep. Wat zou je anders doen.
Het altaar - daar vloeit bloed - ik kan niet voor God verschijnen. Het offerdier voor hem. Je staat daar in je armoe en nederigheid. Hij vertrouwt op Gods belofte. Het leven van een gelovige is niets anders dan altijd maar weer de hand leggen op het woord. Op Zijn Zoon die het leven liet voor ons. Dan doe je niets anders dan altaars bouwen, van aanbidding naar aanbidding, woordverkondiging naar woordverkondiging.
Maar het leven gaat door. Tussen de altaren gebeurt ook wat. De boom is niet topzwaar, niet alleen bladeren. Hij trekt naar het Zuiderland. Daar bouwt hij kennelijk geen altaar! Hij trekt van kampement naar kampement. Ik ben bang dat het hier al enigszins fout gaat met de vader van alle gelovigen.
Als wij niet staan aan de voeten van het kruis en beseffen wie wij zijn – we kunnen dat niet goed genoeg beseffen.

vers 10- God grijpt in - er komt zware hongersnood. Geen romantisch beeld. Al zijn familie en vaderland achtergelaten – hij heeft het land nooit bezeten, een grafspelonk alleen. In Kanaän wonen al volken. Dit is je land – en zijn vrouw is onvruchtbaar, en dan nog honger.

Het beste komt nog. We hebben de belofte. Het komt, is niet nu al.
“Daarom trok Abraham naar Egypte”. Een zesvoudige belofte van God. Altaren gebouwd en nu – er is honger dus daarom ga je weg. Abraham gaat redeneren, dan doen we zo gauw: Je moet toch je verantwoording nemen? - we gaan maar een keer naar het kerk – moe lezen de BiJbel niet meer – je moet toch werken? je plicht doen? Abraham, keek om zich heen – zware honger om zich heen. Het gaat hier niets worden. In Kanaän wonen is in afhankelijkheid wonen. Kijk in Egypte heb je de Nijl, die stroomt altijd wel, vruchtbare akkers, daar is overvloed. Ik heb een vrouw en knechten – ik moet mijn verantwoordelijkheid nemen – ben je nou helemaal mal ? En hij bouwde geen altaar en sprak er niet met de Heere over. Hij redeneert en hij gaat. Komt het dichter bij? We redeneren wat af.

We weten hoe God een mens bekeert en je blijft zelf buiten schot want God moet het doen – en je zweept je op in emoties en eindeloos het zelfde refrein herhalen. Dat is niet het leven van een gelovige – het is allemaal ik ik ik . Daarom trok Abraham naar Egypte, naar de vleespotten om het beter te hebben.

vers 11 – er volgen een heleboel werkwoorden op elkaar – de beslissing is gevallen – geen stilte meer voor God. Iedereen heeft het druk – we hebben allemaal haast – ook om aan de voeten van het kruis te zitten? Ook haast om God te ontmoeten? En God gaat verder weg – en de godsdienst is oppervlakkiger of theologisch geredeneer of emotie. Geloven is jezelf kennen als zondaar en bouwen op God en Zijn belofte.
Daar is geen plaats meer voor.

En Abraham redeneert verder. Zijn hoofd staat vol. Hij is vogelvrij – geen burgerrechten. Zijn vrouw is 65 maar zo knap – elke Egyptenaar zal haar willen schaken. Dan sta ik in de weg – ze zullen mij doden en mijn vrouw meenemen. Maar hij heeft een plan. Sarai is ook mijn halfzuster – een leugentje om bestwil. Ze zullen mij geschenken geven – het zal me goed gaan – ik zal je wel tegen hen beschermen – tegen de tijd dat het echt moeilijk wordt, is de honger over en zijn we allang weg.
Zeg toch dat je mijn zuster bent. Het is dus al overdacht – overwegingen. Zou God zijn beloften waarmaken – nee, nee toch we gaan deze weg. Arme Abraham. Hij maakt zich afhankelijk van de zegen van de Egyptenaren – hoe kan hij nu tot een zegen zijn?

Wees een zegen – dat is ook onze opdracht, een zoutend zout en lichtend licht. Dat kunt u alleen in afhankelijk van het woord van God – van belofte op belofte. Zien op het kruis, een streep door alles van u zelf. Omhoog kijken naar het kruis – dan kun je hier tot een zegen zijn. Ik heb niets. Geef mij heden ons dagelijks brood – ik kan zelfs niet voor m'n brood zorgen – vergeef mijn zonden – in het besef dat je leven een voortdurende zonde is. Je ziet dan alles in God. Armoede en ootmoedigheid is al wat overblijft.
Had Abraham maar zo gebeden – waarom maakte hij zich zulke zorgen - Al deze dingen zoeken de heidenen – zoek het koninkrijk van God en al deze dingen zullen u toegeworpen worden. Ga nu, als een arm mens naar God en zoek alles in Hem - wees een zegen en maak je geen zorgen over de dag van morgen.

3
De wereld.
De mens overdenkt zijn weg, maar de Heere bestuurt. Kunt u mij vertellen wat er over een minuut gaat gebeuren? – waarom maakt u dan zoveel plannen en zorgen? Vertrouw dan op Hem. vers 14. De Egyptenaren zien hoe knap ze was. Maar het onverwachte gebeurt – de Farao zag haar. Hij neemt haar, het refrein van de wereld. Zien, goedvinden, nemen. De zonde van Gen 3. Mijn zonde. Wat zien we aan wat voor ogen is, wat nemen we? Abraham, was niet beter. Kerkganger van de 21e eeuw - wat ben je wereld gelijkvormig geworden – daar gaat Sarai – machteloos. vers 16 – Abraham, werd goed gedaan omwille van Sarai - dat wilde hij toch? Kleinvee, slaven etc. Steenrijk – was het een zegen? Verre van dat. Hij zat vast aan Farao. Ziet u wat er gebeurt als u zelf gaat redeneren, en zelf uw verantwoordelijkheid neemt zonder God te vragen of het koninkrijk te zoeken? – dan eindigt het in slavernij aan de wereld – de kerk in Nederland is hetzelfde als de wereld. Daarom gaat het slecht.

Abraham had een les te leren en wij ook. Voor je het weet zit je verstrikt in banden. Een meisje zei zaterdag na een lezing over stille tijd – dominee, ik zit in zo'n sleur – ik moet stille tijd houden maar kan het niet – gevangen in de banden van de wereld – Abraham, wilde het goed hebben – vast in de banden waar hij naar verlangde. Een ander zegt: dominee, ik wil wel geloven maar ik ben zo bang dat ik grijp naar Gods belofte – hij zat ook vast, in zijn theologisch geredeneer. Maar ze worstelden er tenminste mee - we hebben elkaar gewezen op Christus.
Hier is de 21e eeuw ten voeten uit. Abraham, in Egypte vast in de banden. Je leest nu niets meer van Abraham of Sarai - geen altaar meer, ze zijn God kwijt. Hij zal op zijn knieën gegaan zijn – ik zit gevangen – mijn God ik heb U verlaten. Ik kom er niet uit, die sleur, dat geredeneer, die wereld gelijkvormigheid. En dan...

4
God. Dan grijpt Hij in. Hij laat Zijn werk niet los. Niet omdat ik volhard maar omdat Hij vasthoudt. God laat Abraham niet los. Farao had gezien, goedgevonden en genomen. Dat zien wij ook, daarom zitten we steeds in het donker. Abraham, met daarin zijn eigen gedrag hebben gezien.
Farao wordt geplaagd – we weten niet wat, het zou een huidziekte kunnen zijn, uit de grondtekst – Ik zal vervloeken wie u vervloekt – daar staat de tweede keer een ander woord – Ik zal vervloeken, wie het goede van u neemt – Dat had Farao gedaan. en God grijpt in, naar Zijn belofte. We hoeven niet zo nodig voor ons zelf op te komen.
Zo wordt Abraham door God uit de banden van de wereld gerukt. Kun wij onszelf bekeren, bewaren van de zonde? Het is God die in u werkt, beide het willen en het werken. Niets anders – niets van mij – alles van Hem. Geloofsleven is bouwen op de beloften, aanroepen van de Heere.
Zijn naam – Ik ben. Niet ík ben. Voelt u de nuance? Maar Ik ben. Komt naar Mij alle gij einden der aarde en wordt behouden.
Abraham en Sarai zwijgen voor God als ze het land uitgeleid worden, door God bevrijd.

Dat leer je aan de voeten van het kruis – u zegt toch dat u christen bent - dus dat u van Christus bent, gekocht met Zijn dierbaar bloed. Duur betaald met de prijs van Zijn leven. Om al uw zonden te verzoenen, Hij bevrijdt want Hij stond op op Paasmorgen, leven bij Hem! Aan die voeten van dat kruis – altijd maar weer, zachtmoedig te worden, arm, ootmoedig, de rijkdom in God dan ontvang je alles van Hem. Dat is opwassen in het geloof, wilt u graag groeien in het geloof? Dan is hier de les wat groeien is, van altaar naar altaar, er tussen door van diepte naar diepte, jezelf leren ontdekken en God leren zien. Je eigen vloek leren zien en Gods zegen.
Abraham kwam als een ander mens uit Egypte - gegroeid in het geloof; nu wist Hij beter dan daarvoor hoe noodzakelijk het was de Naam van de Heere aan te roepen - hij kon niet zonder altaar. Geldt die les ook voor u - Heere mag mijn leven vervuld zijn met U, U bent alles voor mij.

Is de weg soms moeilijk – zit u in dat dal – onthoud – God is getrouw Zijn plannen falen nooit.

Edit