Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2012-10-07 10:00:00
Kand. L. Solleveld ('s-Gravenzande)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Gen 16:8 Gen 16:1-16

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Ik begin deze dienst met een vraag – twee vragen. Naar uw afkomst en eindbestemming. De Engel des Heeren stelt ze aan Hagar, waar kom je vandaan en waar ga je naartoe. We zijn mobiel, elke dag kan die vraag gesteld worden. Aan Asielzoekers bijv. Waarom ben je hier heen gekomen? We kunnen wel in verlegenheid gebracht komen – een kind kan schrikken. Waar heb jij gezeten?
Elisa stelde die aan Gehazi, toen hij Naäman had voorgelogen. Zijn antwoord sprak boekdelen. O, euh, nergens. Soms schrikken we van zulk vragen, maar ook nu vraagt de Heere het. Waarom kom je vandaan en waar ga je naar toe, heb je je levensreis al op de kaart gezet, enkent u uw eindbestemming, als je dat weet heb je een welgebaande weg gekozen. Die hun hulp en kracht alleen van God verwachten hebben dat gedaan.
Welzalig is die al zijn kracht alleen van U verwacht, die kiest de welgebaande wegen. Ik zal dit hoofdstuk op de voet proberen te volgen met als kerntekst vers 8.
Gen 6 laat zich in vieren opdelen, het voorstel van Sarai (1-4), Hagars vlucht (5-6), Gods genade en trouw (7-14), de geboorte van Ismaël (15-16). De mens wikt maar God beschikt. Tegen de achtergrond van de zonde van Abram, Sarai en Hagar schittert de goedheid van God. Anno 2012 herkennen we meer in dit verhaal dan enkele decennia geleden. We horen dagelijks over vluchtelingen en asielzoekers, vrouwen die slachtoffer zijn van misbruik. In een cultuur die hen geen bescherming biedt.

1
Vers 1, Sarai wordt als eerste genoemd. Staat met nadruk voorop, het gaat over haar onvruchtbaarheid. Die de vervulling van de belofte aan Abraham in de weg staat. Zie toch, v2, laten iets zien van Sarai's ongeloof. Als God haar niet zou gebruiken voor die vervulling. De Heere heeft mijn baarmoeder gesloten. Naast het feit dat kinderloosheid een schande was, was het een zwaar kruis om niet te delen in de belofte van God. Ze heeft het opgegeven en neemt een radicale beslissing, ze neemt het heft in eigen handen: Abraham moet er maar een tweede vrouw bijnemen. Misschien zal ik nageslacht krijgen uit haar – misschien. Dat krijg je er nu van als je de Heere voor de voeten loopt, niets is meer zeker. Een ding wel: Saraï doet iets dat niet ongebruikelijk is in die tijd. Was het zo verkeerd wat ze deed? God had toch aan Abraham belooft – de zoon zou uit uit hem voortkomen, niet noodzakelijkerwijs uit Saraï.
Dat kun je denken, maar het is niet goed, je bent ongelovig, Sarai en verleidt bovendien je man tot zonde. Ga niet in op haar voorstel, Abraham, maar er is nog iets. De vervulling van Gods belofte laat wel eens op zich wachten. Het komt vaak laat, maar nooit te laat. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken, dat zo lang uitblijven ook aan hen zelf te wijten was. Tot tweemaal toe hebben Abraham, en Sara hun huwelijk verloochend. In H12 en 20 lezen we dat zij gezegd hadden tegen Farao en Abimelech broer en zus van elkaar te zijn. Hebben ze er in die tussenliggende 24 jaar ook maar een moment spijt van gehad? Waarom een huwelijk zegenen, dat zij elf niet erkennen. Naar Abimelech hebben ze het waarschijnlijk wel geleerd.

Terug naar Gen 16. Het blijkt al gauw geen goede beslissing te zijn. De verhoudingen komen snel op scherp te staan. Hagar, zwanger, voelt zich ver verheven boven Sarai, jaren later herhaalt dit zich in het gezin van Hanna en Peninnah. Sarai beklaagt zich en in snel tempo worden de zaken radicaal omgedraaid. Abram geeft toestemmen Hagar weer als slavin te behandelen. Het loopt uit de hand – Hagar houdt het niet meer uit. ..En ik kom nooit meer terug.

2 Gods liefde,
Naar Egypte? Die lange weg, dat gaat echt niet, je gaat de dood tegemoet. Ze zal dat gedacht hebben – beter om te sterven in de woestijn dan te leven onder het getreiter van haar meesteres. Het was een slap optreden van Abram, nooit had hij zijn wettige vrouw zomaar mogen laten gaan. Dagelijks gebeurt hetzelfde dezer dagen. In polygamie. Is er eigenlijk wel iets nieuws onder de zon en wie heeft oog voor deze vrouw? Niemand? De Engel des Heeren heeft gezocht. Hij “vond” haar bij een waterbron. Ze was gezocht en gevonden. Waar kom je vandaan en waar ga je naartoe? Ik ben een vreemdeling hier beneden, dacht u het ook bij het zingen van die psalm? Dwaalt u maar wat rond over deze aarde? Omdat u zich toch niet echt thuis voelt hier beneden? Een dwalend schaap is Hagar, maar de Engel heeft haar gevonden. Toe ze vertelde waarom ze was gevlucht kreeg ze te horen – ga terug en onderwerp je aan haar gezag – maar dat was nu juist de reden waarom ze was gevlucht.

Waar komen wij vandaan. En waar naartoe? Weten we iets van onze afkomst en bestemming? Het verloren paradijs ligt achter ons en het door Jezus gewonnen paradijs voor ons. En dat het maar de vraag is waarheen we op weg zijn. Volg jij het spoor van de moordenaar aan het kruis, die te horen kreeg – vandaag zult u met mij in het paradijs zijn? Een weg welgebaand door Christus. Heere waar gaat U heen, met dat dorre hout, weet u dan niet dat u daaraan vastgespijkerd zult worden? Ja, Ik draag het hout, want aan het hout is de eerste zonde begaan. Aan dit hout moet ik over hem zegevieren. Uit dit hout wil ik en zal ik een ladder maken, tot in de hemel, langs die weg zal ik alles naar Mij toetrekken.

We komen uit het verloren paradijs, maar zijn we op weg naar het herwonnen paradijs? Waar ga jij naar toe? Hagar naar Egypte, een heilloze weg. Volgen wij de weg door Christus, die behalve het leven ook de Weg is, de enige weg die tot het leven leidt. Zijn wij mensen van de weg geworden (Hand 9), de enige weg, Jezus' weg. Langs kribbe en kruis, opstanding en hemelvaart heen leidt naar het zalig oord hier boven.

Hagar mag niet naar Eygpte, maar moet terug naar haar meesteres. Ze krijgt een belofte mee. Je zult een zoon baren en je moet hem Ismaël noemen. Je zult barende zijn, je mag het als het ware nu al ervaren – een stamvader van een talrijk nageslacht. V13-15, Gen 25, alle namen van zijn zonen worden genoemd, 12 vorsten, die wonen in paleizen, het aantal is geen toeval. God zocht Hagar en vond haar en ze was ook gezien en gehoord. God heeft uw verdrukking gehoord. Daarom Ismaël – God is een horend God. “God zal horen”, luisteren naar. God heeft haar vernedering aangezien, zoals vele jaren later het geween van Zijn volk in Egypte, wat een overeenkomst weer.

God heeft ook omgezien naar haar. U bent de God die naar mij omziet, God die ziet of God die mij ziet, in het Grieks van de Septuagint is voor de laatst mogelijkheid gekozen, de God die mij ziet. Dat is ook de verklaring van de waterput, de pit van de levende, die mij aanziet.

Wat houdt de belofte aan Ismaël nu precies in? H17, 21, 25 lezen we daarover. Twaalf vorsten worden uit hem geboren. Na Gen 25 stapt Ismaël de Bijbelse vertelling uit en Izak loopt als een rode draad door de Bijbel heen. Erna horen we niets meer over Ismaël, God is hen echter niet meer vergeten - we weten niet wie het zijn. Ook al geeft de Koran aan dat Ismaël de voorvader is van de Arabische volken. Maar ik zeg, we weten het niet.
Gods beloften aan Ismaël hebben niets verloren, misschien wonen ze wel onder ons. God zal horen, toekomende tijd. En Gen 21 dan? Hagar en Ismaël door Abraham en Sara weggestuurd, na een fikse ruzie tussen Ismaël en Izak, en Paulus gebruikt dit in Galaten ter illustratie van de twee verbonden, van genade en dienstbaarheid. En of het niet genoeg is, de zoon van de dienstmaagd zal niet erven met de zoon van de vrije. Hoe moeten we dit nu toch begrijpen? Ismaël zal niet delen in dezelfde belofte als Izak. De Christus zal uit Izak geboren worden, maar Gods belofte wordt niet te niet gedaan.

Ik ga hier aan Gal 4 voorbij. In Gen 25 wordt 133e Psalm in praktijk gebracht. Hoe goed, hoe lieflijk is het... we lezen hoe ze samen hun vader Abraham hebben begraven, twee broers, na misschien wel jaren gescheiden te zijn geweest, elkaar hebben gevonden bij de geopende groeve van hun geliefde vader, misschien dat ze samen gehuild zullen hebben. Ontroerend, toch. Hagar en Ismaël heeft een heel eigen plaats, ze laat zien dat God zich ook buiten Israël openbaart. Niet alleen een God te midden van zoveel anderen, maar als de ontfermde God. Denk ook aan de geschiedenis van Ruth, de weduwe van Sarfath, Naäman.

Helaas werden in Jezus' dagen deze verhalen niet erg op prijs gesteld. Nazarath wierp Jezus de stad uit, toen Hij het had verteld.

Waar vertrouwen tussen mensen en God gevonden wordt, komt het ter sprake. Kunnen we ervaringen ter sprake brengen naar niet gelovenden of anders gelovenden – we leven in een multiculturele samenleving, de vreemdelingen wonen om de hoek van de sraat. Hebben wij niet de plicht onze ervaring te delen dat God in deze laatste dagen op beslissende wijze gesproken heeft door Zijn Zoon, Jezus Christus, daar moeten we alle vreemdelingen aan herinneren. Gen 25:11 Izak ging wonen bij Lachai Roi, om de herinnering aan zijn broer levend te houden? Best mogelijk. De bornput van de Levende, die Izam en Hagar en Ismaël aanzag, niet alleen u jou en mij, maar ook mijn onbevlogen naaste aanziet, de Levende die Ismaël aanziet. Ismaël, God zal horen. Israël, God zal strijden. Hij houdt het ook vol met Zijn eigen volk, daar mogen we op deze dag in het bijzonder bij stil staan. Israël-zondag, Ismaël-zondag.

3
De Engel des Heeren – het is de eerste plaats in de Bijbel waar Hij voorkomt. Bij een weggelopen slavin. De verlossende barmhartigheid van God drukt Hij uit. Deze engel is als het orgaan van Gods genade verschenen aan de weg naar Egyte aan Hagar en in haar ook aan Ismaël en zijn nageslacht. Lachai-Roi, de levende die mij aanziet. Zou Christus toen Hij zei onderwijs alle volken, er ook maar een mens van uitgesloten hebben? Ik kan me dat niet voorstellen.


Israël en Ismaël. Waar zou de sleutel kunnen liggen voor de oplossing van het slepende midden-oosten conflict? We weten ons allen verbonden met Israël, maar weten we dat ook met Ismaël. Ik lees in Gen 36:3,.Jakobs broer, Esau trouwde met Asnat, dochter van Ismaël, de nakomelingen van Esau's lijn zijn dus ook die van Ismaël. Maar Jakob en Esau waren geen vrienden van elkaar, en toch lezen we in Gen 33 dat ze zich verzoenden, ze hadden elkaar ruim 20 jaar niet gezien. Hoe ging dat dan? Na Jakobs gevecht met de Zoon van God, lezen we dat Jakob zich 7 keer ter aarde neerboog, tot hij bij Esau was en Esau snelde hem tegemoet en omarmde en kuste hem. Na Jakobs gevecht met de Zoon van god. Alleen in de erkenning van het Messiasschap door Israël ligt de sleutel. Kan Israël zich zevenmaal buigen voor Ismaël? Ja dan alleen valt Esau Jakob om de hals en wordt Jakob gekust, een bijzonder woord. En hij kuste hem.
Wanner Esau verandert, Ismaël verandert? Nee, wanneer Israël verandert. Wanneer. Bidt dat Israël de Messias zal erkennen. Israël, Ismaël, twee namen met toekomst perspectief. God heeft oog en oor voor hun nageslacht.
Rahab (Egypte), Filistijn, Tyrieër, Joden en Islamieten – waar komen jullie vandaan, en waar gaan jullie naar toe. Waar komt u vandaan? Waar gaat u naar toe? Hebt u uw levensreis al op de kaart gezet en kent u, ken jij je eindbestemming?

Edit