Edit|
EditReeks Samenvatting:
God voert gesprekken met Zijn volk via Maleachi. God begint en het volk geeft vaak een brutaal antwoord, en God antwoord weer geduldig. We gaan in gedachten naar de tempel. Misstanden zijn er tussen God en volk. In het huwelijksleven H2, in het maatschappelijk leven H3, in het gezin, wat is er een hoop mis.
Maar God begint met de deur in huis, niet met bestraffingen, maar een liefdesverklaring, Hij wil eerst hun harten bereiken. Dan komt de bestraffing - Hij wil het geweten van het volk eerst raken.
Ik heb u lief gehad begon het vorige week. Nu een tweede gesprek, de Heere gaat zere plekken aanraken. Onheilige offers, onverschillige tempelgangers, onwaardige priesters, iedereen krijgt een beurt. Op en onder de kansel. De laatste gemeente in Open 3 doet het aan denken. Laodicea. In geen ding gebrek maar ze wisten niet dat ze arm, blind en naakt waren. Onverschillig.
Eer uw Vader!
1 de Vadernaam genoemd
2 de Vadernaam geminacht
3 de Vadernaam grootgemaakt
God begint het tweede gesprek. Twee beelden uit het dagelijkse leven – een zoon eert zijn vader, en een slaaf zijn heer - Ja, knikt iedereen, dat is normaal. Misschien nu wat kameraadschappelijker dan vroeger, maar de regel is van alle tijden: je houdt van je vader en hebt respect voor hem. Het volle pond geven. Wat vader zegt, legt gewicht in de schaal. Let op je woorden, het is je vader, zegt mama als je uit de bocht vliegt.
Nu we spreken we over werkgevers en werknemer, maar je doet trouw je taak en hebt een beetje respect voor je baas.
Het is ook anders, maar dat is niet normaal, Cham en Absolom. Of een tryan van een vader, dat is ook niet normaal. Of dat ie zijn gezin in de steek laat, of dat ie zijn handen misbruikt, of de fles grijpt. Dan is die vadernaam een verschikking geworden. Maar normaal is het waar.
1.
Als ik een vader ben – en het volk knikt weer. Awinu, malekenu – onze vader, onze koning, beginne veel gebeden in het Jodendom ook vandaag nog. We zingen ervan in de Psalmen. Hoort u die vaderliefde? In het Nieuwe Testament staat die vadernaam nog veel duidelijker en heerlijk. De Heere Jezus heeft ons geleerd om zo te bidden: Onze vader, in de hemel. Intimiteit en afstand. Eerbied. Je houdt van de Vader en die gehoorzaam je. Daar zijn we ook in gedoopt. Sommigen in onze kringen hebben moeite met die Vadernaam. Heere. Ook in hun gebeden – “Vader... God is zo heilig, dat durf ik niet zomaar te zeggen, dominee”. Anderen, sommige jongeren zeggen heel makkelijk Vader, Abba, lieve Vader - kijk uit dat je niet te oppervlakkig wordt. Mooi lied, zoals we gezongen voor de dienst, een echte meezinger, vindt u niet? – Maar als je nooit God als rechter om genade gebeden hebt, groei je scheef.
Het gaat vanmorgen om de Vader eer, dat is de zere plek bij dat volk. Daar komt de ommekeer. Je ziet het volk verbaasd kijken. Waar is dan het respect voor Mij. Twee vragen – twee indringende vragen en God kijkt ons aan – hoe zit dat met jullie respect voor mij – niet aan het adres van de heidenen, de wereld, maar van de Maranathakerk. “Heerlijk dat u dat lied hebt opgegeven, dominee”. Waar is nu die vreeze des Heeren? Ik hoor de pijn in Gods hart: jullie belijdenis is prima, maar jullie praktijk deugt niet. Dat durft Maleachi te zeggen. Je kunt wel zeggen Vader, Vader, maar niet een ieder die zegt Heere, Heere zal ingaan, zegt de Heere Jezus, maar die doet de wil van Mijn Vader. Er zullen mensen tevergeefs aan de hemelpoort kloppen. Maar we zijn aan het Avondmaal geweest? Ga weg van mij gij huichelaars. Dat woordje “Heer”, “Jezus”, “Vader”, niet als wachtwoord tik je dat even in en de poort gaat open, het is geen mantra, geen toverformule en nu voortgaan op je weg van ongerechtigheid...
Dat had het volk niet verwacht. Tel Ik nog wel mee? Heb Ik wel waarde voor je in de praktijk? Wat een vraag aan u en mij gesteld. Hebt u de Heere wel eens gelijk moeten geven en jezelf ongelijk? Dan ben je bekeerd.
Als je door Zijn liefde, voor zijn recht bent ingewonnen. Dat je God gelijk gaat geven. Niet het zeggen van “Vader, – de Heere Jezus is ook voor mij aan het kruis gestorven” – dat is geen vrijheid om te zondigen. God is geen bejaarde grijze Vader die als een Eli ziet rond te kijken hoe zijn kinderen er een rommeltje van maken. Hij heeft handen, en die slaan hard! Dat kan elk kind van God vertellen. Een kind als David moet wel eens uitroepen – sla mij met medelijden, gelijk een Vader doet.
Je kunt met een ingebeelde hemel naar de hel. Je kunt je vreselijk vergissen. Als je belijdenis goed is, maar je daden, je mentaliteit deugt niet. Gij priesters – vers 6, verachters van Mijn Naam. Ambtsdragers, dominee, dopelingen, avondmaalgangers. Kerkgangers. Belijdende lidmaten.
Dan komt een weerwoord van het volk. Waardoor verachten wij Uw Naam? Waar hebt U het over – ik snap niet wat U bedoelt. We zijn toch in de kerk, we geven, we zingen toch? Waar hebt U het over? Als je met je zwakke plekken geconfronteerd wordt – dan ga je je verdedigen. Ja maar – je probeert je goed te praten, de schuld af te schuiven, je wilt het niet onder ogen zien. Bewijs dat dan eens - laat het eens zien.
Dat zal Ik doen. Tot H2:6 volgt een lang schuld register – God is niet vaag. De bewijzen stapelen zich op, profeten waren geen vage dominees. Ze waren niet geliefd.
De eerste plek, de tempel – de eredienst. Daar gaat het mis. U brengt onrein brood op het altaar. Beschimmeld, wat je aan de eendjes niet geeft. Waardoor dan? Ze buigen niet zomaar. We brengen toch kosjere dieren? Het is wel een schaap, maar ze zijn ziek en kreupel en lam. Dat was verboden – alleen een gaaf dier. De Tafel van de Heere. Opmerkelijk. Een blind schaap kan ik wel missen uit de kudde. Afdankertjes. Sommige maken het nog bonter v13 – wat geroofd is. Je pikten een koe van een ander en brachten dat bij de tempel – zodat het jou niets kost. Een godsdienst die je niets kost is ook niets waard. Wat voor offer breng je de Heere? V14 Je ligt in het ziekenhuis – als ik van deze ziekte genezen mag, dan zal ik voortaan mijn leven..... en dan word je door een wonder beter. Laat ik dat mismaakte schaap maar geven, want het moet toch worden afgemaakt. Bedriegers. De Heere is verontwaardigd als Zijn tafel wordt ontheiligd. Het is zo menselijk, niet abstract. Vind je dat niet erg? Dat moet je eens aan de koningin aanbieden, een verlept bosje bloemen. En je brengt het bij de Koning der koningen. Welke vader geeft zijn kinderen rommel. Een nieuwe pop of vrachtwagen, niet iets waar de banden af zijn, een afdankertje dat je niets kost.
Wat een vermoeienis zeggen priesters, het is al gauw te veel, de fut is er uit, vormendienst die zwaar is. De Heere ziet hoe je je werk doet, je ambt, je werk als leidinggevende en in welke gezindheid je het doet. Mentor-catichese. Wat een vermoeienis.
Zou het stil geworden zijn op dat tempelplein? Zouden de hun hoofd gebogen hebben? Of boos? Die Maleachi moesten ze opgesloten...
Krijgt die hemelkoning waar Hij echt op heeft? God geeft aan ons – het allerbeste aan de allerslechtste mensen, Hij gaf de hemel leeg. Zijn geliefde Zoon waar Hij zo van hield.
En wij? Hoe halen we het dichterbij – hoe gaan we om met de Heere God in ons persoonlijk leven – als ik nog wat over heb van de dag, een sluitpost op de begroting – de minuutjes van de dag als we slaperig zijn. 10% werd gevraagd – 1% is al veel. Restjes van onze tijd en ons geld. Een hoekje van ons leven, een fooitje van ons geld, daar schepen we God mee af. Mag het je een avond kosten? Doordeweeks, extra, of wil je een reductie hebben op het offertarief, mag het wat minder, Heere? Met een 6-min naar de hemel. Een minimumpakket. Dan kom je er toch ook? Nog maar net bidden. – met hoe weinig kan ik toe? Die houding keurt God zo af....
Er was vroeger voorbereiden, avondmaal, nabetrachting en doordeweeks was er een voorbereidingssamenkomst. Ik zie hier zoveel mensen aan de tafel – ik zie je niet bij de voorbereiding of bij de nabetrachting – moet toch kunnen domine? Gij veracht de tafel des Heeren – is het een geldige reden of een smoes? Kun je “Vader” zeggen en je gaat naar de kroeg en de kuip en carnaval – dat kan echt niet samen gaan, want niemand kan twee heren dienen. 's Zaterdags naar de disco en zondagavond over God praten - je veracht Zijn Naam, je verontreinigt Zijn Naam. In de kerk. Je hebt je mobieltje – tijdens de kerkdienst een kaartspelletje. Waar is de eer die je hebt voor God, hele zakkenchips op de achterste rij – repen chocola. Je leest de Donald Duck of en autoblad tijdens de kerkdienst – waar is de eer voor Hem?
“Dat is goed dat u dat nou eens zegt, dominee” – u maakt zich druk over een gezangetje voor de dienst – “dat is gelijk aan vloeken” – waar zijn we mee bezig? Is dat een kenmerk van de vreze des Heeren? Daar gaat het nou om – ik mis die gebrokenheid – dat je God gelijk geeft en jezelf ongelijk – niet een ander ongelijk, maar dat je je zelf leert afkeuren. Ik mis die verootmoediging – verootmoedigingssamenkomst – dat je voor het eerst op je knieen gaat i.p.v. al die kruistochten te organiseren.
Kleding - ik heb er zeven jaar mijn mond over gehouden. Nu niet meer. Aan de Tafel – wonderlijk eigenlijk, doordeweeks jasje-dasje, zondags – vrije tijdskleding, waarvan je baas zou zeggen dat moet volgende keer anders, maar de kerk en de dominee, die mag daar niets van zeggen. Bent u wel eens in de Sint-Pieter geweest – daar staan ze te controleren, ook in Israël bij heiligdommen – geen blote schouders, geen blote benen, want je betreedt een Godshuis, gepaste kleding. Kledingsvoorschift – in de kerk, ja. Er is een Rhoon een sportschool, als je daar naar binnen gaat: verplicht: oksel-bedekkende kleding. Als er Avondmaal is en het is een warme dag in juni, je zou bijna zo een blaadje op de tafel leggen. Ik vind het een schande als je zo bloot komt – dan ontheilig je de tafel des Heeren.
Het is jaren gelden dat mijn vrouw en ik een programma zagen. Godsdienst ruil. Een kijkje in de godsdienst van een ander, iemand uit evangelische kring ruilde voor een week met iemand van de Hare Chrisna. Oranje gewaden enz. dat werd gefilmd. Die evangelische jongen moest daar ook zijn. Om vier uur 's ochtends een mantra zeggen hare-hare-hare-chrisna. Die sekte jongeman ging mee naar een praise avond. Hij zat vooraan. Jonge meiden op het podium, swingend – daar werd God de Vader groot gemaakt... Hij zat de hele avond naar beneden te kijken. Heb je het gezien? Waarom keek je naar beneden? – ik mag van mijn geloof niet naar blote meisjes kijken... Topje met spaghetti-bandjes – daar sta je God groot te maken – waar is Mijn eer! Ben ik een Vader? Abba, vader Uw wil geschiede, zei de Heere Jezus, Heilige Vader... Maleachi als voorganger.
2
Als hier moslisma's zouden zitten en het zou een warme zomerdag zijn, zouden zij zich dan schamen voor die christelijke vorm van samenkomen, omdat het zo werelds is? Vers 10: was er maar iemand die de deuren sloot! Doe de tempel maar dicht. Ik heb er geen welgevallen aan. Die graanoffers, dat zingen, spijker ze maar dicht. Liever dicht dan dat halfslachtige gedoe. Geen tempel zangen meer. Sluit Mijn huis maar. Wegens gebrek aan toewijding. We hebben toch dit en dat? Wat een boodschap! Ben ik dan een Heer, waar is dan de eerbied, – wat wil God dat ik doen zal? We doen het allemaal op onze manier. Geen gezangetjes, geen psalmen, niets meer.
De kandelaar weg.
Je kunt je niet half toewijden. Wie doet er mee met Licht op Zuid? 60 mensen *gingen* er voor, 20 nu nog. Een pan spinazie. Ze hebben allemaal een geldige reden – en die 20 niet, denk je? We hebben iets op ons hart – hoe komt dat toch? We houden het een half jaar vol. Dan switcht het – de Heere neemt het weg of zo? Dan maar geen kerkdienst, dan zo'n kerk.
Zal dit dan een moskee gaan worden – God zorgt zelf voor Zijn eer. Vers 11 – een prachtige belofte.
Wie zou zich niet schuldig gevoeld hebben – zijn ze boos geworden op je, Maleachi? 400 jaar later kijkt de Heere Jezus naar het tempelplein en Hij weent over de mensen. Nog zegt nog veel scherper: er wordt geen steen op de andere gelaten en het is uitgekomen. Niet als doekje oor het bloeden – als ik naar de Heere Jezus kijk en mezelf leer afkeuren, Hij was het Lam dat volmaakt was, zonder smet. Niet kreupel;, niet blind, hij was het Gods lam. Een hoge priester die de naam van de Heer verheerlijkte. Hij was het geliefde Kind, Hij was de gehoorzame knecht des Heren. Het was zijn lust, niet zijn moeite of last om de wil van God te doen.
3
Ik buk en neem dat Gods lam in mijn handen en kom zo naar God. God zie mij aan en neem mij aan om Jezus wil. Doe verzoening Heere, over mijn uitwendige godsdienst, mijn oppervlakkigheid, over mijn lippen, terwijl mijn daden niet strookten met mijn woorden, ik zie het nog niet eens. Ik zag het niet, maar nu ga ik het zien. Als je zo bij het kruis mag komen, dan zie je ontzettend veel schuld. Ambtelijke, vaderschuld. Jeugdschuld, preekschuld, spreekschuld, zwijgschuld. Schrijfschuld. Gebedsschuld. En dan breekt er wat van binnen, dat is voor God aangenaam, dat offer kan Zijn heilig oog behagen. Dat breekt onder zijn eigen schuld voor God. Wat krijgt dat bloed dan waarde voor je! Op dat plekje ga je zeggen Heere nu mag U alles hebben, niet een fooitje, een restje, daar herken je de onderdanen van de koning aan; je voelt je klein voor de Heere en de Heere houdt je klein; je gaat goed spreken van die Naam.
Niet bang voor God maar kinderlijk, uit liefde; dan ga ik zingen – Vader, U bent goed. U bent heilig, U bent liefde. Vader, van deze dag af geef ik mezelf aan u, mezelf helemaal. Vader deze dag geef ik mezelf aan U, en zing met heel mijn hart, ik hou van u.