Edit|
EditReeks Samenvatting:
Het is een goede gewoonte om naast de Bijbel ook de krant goed te lezen – God regeert! Europese top in Brussel, de plannen die er zijn, nog verder gaande eenwording – lees Daniel 2 er eens naast, Openbaring, het beest uit de zee der volken, de tien koningen die hun macht geven uiteindelijk aan de antichrist. Het is niet 1-2-3 zo in te vullen, maar de lijnen liggen er. In deze wilde wereld waar goddeloze en demonen bezig zijn, bestuurt toch onze God de dingen, ook in het kleine mensen leven. Het gaat tot Zijn eer, ons ten goede.
De kerk mag zeggen – het gaat goed, steeds beter, want Gods plannen worden vervuld, de schepping verlost, Gods kerk komt thuis.
Gods vaderlijke zorg
1 de betekenis van de voorzienigheid
2 het geloof er in
3 de troost er uit
1
De voorzienigheid – Twee dingen: van te voren zien, God ziet al van te voren wat er gaat gebeuren, dat is passief. Voorzien betekent ook dat Hij er in voorziet, Hij zorgt ervoor, dat is actief. Het heeft te maken met Gods oog en met Zijn hand. Zijn oog ziet alles en Gods hand bestuurt alles.
Waar komt het voor: Gen 22, Abraham en Izaak, De Heere zal er in voorzien – een diep bedroefde vader, met zijn enige zoon. Heere uw bevel gaat in tegen uw belofte..? Abraham moet zijn liefde en hoop opofferen. Vader, vraagt Izak, waar is het lam? God zal er in voorzien. En dat gebeurt ook. Er is een plaatsvervangend lam. God zal een plaatsvervangend Lam geven. Toen was er geen stem uit de hemel.... Jezus bleef op het hout. Hij zorgde voor een plaatsvervanger. He's got the whole world in His hands. Als Hij dat niet deed, viel die planeet en rolt die weg. Onwankelbaar in stand.
Wie spreekt hier – een gelovige. Wij geloven. Een christusgelovige met de bril van het geloof op. Gods handen in zoveel dingen. Zonder die bril van het geloof.. Goedertieren hemelse vader, wat warm spreekt hij over zijn God. Hij waakt met een vaderlijke zorg. Hier is het geloof aan het woord en daardoor mag een kind van God weten, Hij leidt de grote wereld en ook mijn leven. He leadeth me by his owns hand, wat ik ook doe en wie ik ook ben. God zorgt, als het kwaad komt, dat Hij het ten beste kan keren. Hier spreekt iemand – dominee u kan het makkelijk zeggen, je hebt weinig meegemaakt. Maar toen was elke protestant zijn leven niet zeker. De Roomse Inquisitie ging als een beest te keer. Guido de Brès is aan de galg omgekomen, hij wist: Mijn leven ligt in Gods hand en daar ligt het veilig. Hoe er ook aan me geschud wordt.
2
Er zijn vragen, pijn en moeite, de zorg, die houdt maar niet op, knagende vragen waar ik maar geen antwoord op krijg. Die beurse plekken; meer tragedie dan triomf in mijn geloofsleven. Levensgeluk aan scherven, levensleed stroomt binnen. De zoveelste sollicitatie en je wordt weer afgewezen. Uit onderzoek blijkt - het is toch een gezwel en nog uitgezaaid ook. Je leeft langs je partner heen, ongelovig. Heer bekeer haar of hem! Twintig weken echo – het is niet helemaal goed. Heere doet u een wonder en het is niet gebeurd – o dat kromme in het levenslot. Heere, waarom laat u dat toe? Je kan er verpletterend pessimistisch van worden. Die bittere beker, wilt u er wat suiker in doen, Heere? Nu ben ik alles kwijt. Betrokken bij een ongeluk. 62, en je verheugt je op je pensioen, en je wordt invalide. Ouders: jongste zoon had een nieuw bestaan in Canada net opgebouwd en een ernstige ziekte bij zijn vrouw wordt ondekt. Een jonge vrouw – haar moeder moest veel te vroeg overlijden. Een verleden met dingen die het daglicht niet kunnen verdragen, of waarvan je slachtoffer bent geworden, – smoorverliefd en het blijkt dat ie je bedriegt. Een zesjarig meisje, groep 2, na een ernstige ziekte overleden aan kinderleukemie. Dan worstel je met God... Peter de Vries schreef een boek, Het Lam. Daarin is hij zo wanhopig en boos op God, dat hij een taart gooit in het gezicht van het kruisbeeld.
Knagende vragen.
Zijn er antwoorden op? Nee – zijn er lichtpuntjes? Littekens, en die schrijnen. Eli Wiesel, nobelprijs voor de vrede, Holocaust overlevende, getuige van de hel. En daar schreef hij over. Hij heeft voort geleefd en: voort geloofd: we don't blaime God, but we question God. Ringen mit Gott, in gevecht, maar wel met God.
Gisteren een rij rouw advertenties over dat dochtertje. Het heeft de Heere behaagd.... is dat zo? Heeft de Heere daar lust in? Is het Gods wil, dat ze zo jong sterft? God heeft in één ding behagen, niet in de dood van de zondaar, maar dat hij leeft en zich bekeert. We lezen alleen dat het Hem behaagde om Jezus te verbrijzelen, daar lezen we dat. Moeten we zeggen, “insj allah?”
Wie is er aansprakelijk voor die dingen? Guido komt er ook niet uit. God is niet de auteur van de zonde en het kwaad, het gevolg van de zonde. Als Hij nou almachtig is en goed kan Hij er toch wat aan doen? Als ik een moord zie voltrekken en ik doe niets? Waarom verhindert Hij het niet – of Hij kan het wel en doet het niet – wel liedevol en niet almachtig of andersom. Guido de Brès houdt het op allebei. Mijn verstand kan dat niet begrijpen. Moeilijk en veel te hoog, zegt Asaf. Een mysterieuze weg, vol donkere majesteit.
De verdeling van het lijden – waarom de een zo veel en de ander niet. 11-sep-2001, betrekkelijk veel christenen in de Twin Tower, waarom vallen die vliegtuigen niet op Holywood? 1953 – waarom in dat vrome Zeeland en niet het goddeloze Amsterdam? Guido de Bres zegt twee maal onbegrijpelijk.
In de Tweede wereldoorlog, Nazi Duitsland,de schilder Picasso gaf aan een Duitse officier een afdruk van een schilderij over oorlogsleed. Hebt u dat gemaakt? Nee, dat hebt ú gemaakt, zei Picasso. Zijn het niet mensen of de duivel die het doet? God bewerkt de zonde niet.
Hebt u een alternatief? Stel je voor, dat je niet meer gelooft in Gods bestuur? Wat hou je dan over? Dan is het allemaal grillig, en verder niets. Alles zinloos.
Luther: als ik niet geloof dat Gods hand mijn leven regeert, zou ik me ophangen aan de eerste de beste boom.
Ook hier: nochtans. Ons past ootmoed en eerbied. Waar het verstand niet bij kan, zegt het geloof 'en toch'. Niet: 'en dus', maar 'en toch', nochtans. Kunnen we God God laten? We zijn er tevreden mee, dat wij leerjongeren, studenten van Christus zijn, alleen wat Hij aanwijst in Zijn woord. Daar ben ik tevreden mee, ik ben maar een leerling in het klasje waar de Heere Jezus de Meester is. Een leerling weet lang niet alles, veel dingen zijn veel te moeilijk. Pas voor hoger onderwijs.
Belangrijk om een oriëntatiepunt te hebben, er is één middelpunt. God is niet van verre gebleven, maar Hij is ons nabij gekomen, in de Heere Jezus kwam God zelf ons bestaan delen. Onze dood sterven ons leed lijden. Al onze waarom-vragen mondden uit in dat vierde kruiswoord – Mijn God, Mijn God, waarom... daar mag je onder buigen. Genade als je zo door jouw persoonlijk nood wordt gericht.
Afhoudende en uitdrijvende nood – houd je van God af juist niet?
Een kaart met een wirwar van draden en de bovenkant is een kroon. Corrie ten Boom zegt: ik bezocht eens een weefschool en ik vroeg aan de leerlingen – als je nu een fout maakt, begin he dan opnieuw – nee, onze leraar is zo'n groot kunstenaar, dat hij ene fout gebruikt om het patroon nog mooier te maken. Dat doet de Heere ook met onze 'fouten' - ga er maar mee naar Hem toe. Zo'n meester-kunstenaar, dat hij het patroon van mijn leven nog mooier kan maken, ten onze besten kan keren...
Mijn leven is een weefsel tussen God en mij,
niet ik kies uit de kleuren - heel doelbewust werkt Hij.
Vaak weeft Hij er verdriet in en ik, door onverstand,
vergeet: Hij ziet de boven- en ik de onderkant.
Als ´t weefgetouw zal rusten en de spoel schiet niet meer om,
zal God het doek ontvouwen en verklaren elk `waarom` -
hoe nodig donk´re draden zijn in des Wevers hand
naast goud en zilverdraden: zo komt Zijn plan tot stand.
(Corrie ten Boom)
3
Het probleem van het kwaad, de vraagtekens van Gods voorziening, Guido de Brès kon het zeggen – hij spreekt over de troost van Gods voorzienigheid, heet geeft een ongelofelijke gerustheid. Dat is de toonhoogte van wat de Heere Jezus in de Bergrede, maak je geen zorgen over de dag van morgen.
Onbegrijpelijk en onuitsprekelijk. We begrijpen het ook niet, maar wat een troost! Wat is het rijk om een gelovige te zijn. Op die Vader mag je je verlaten. Leer me volgen zonder vragen, slechts het heden dragen, aan des Vaders trouwe hand, loop ik met gesloten ogen naar het onbekende land – vroeger dacht ik – gewoon ogen open. Maar ik vind het nu mooi: ik zie dat bij mijn kleine knulletje – er staat een enge man te bellen aan de deur, als die toch binnen komt doet hij gewoon zijn ogen dicht. Dat is nu zo'n kinderlijke reactie. Je zou je ogen willen sluiten, Heere ik kan het niet aanzien.
Hij staat er boven, Hij leidt er doorheen. Door Zijn hand je laten leiden. Die mag weten, niet snappen of zien, naar weten – alle dingen zullen medewerken ten goede, voor diegene die hem liefhebben. En: niets zal me kunnen scheiden, niemand zal me uit Zijn hand rukken.
Joh 10 – je oog moet er op vallen. De goede herder – niemand zal ze rukken uit Mijn hand. En niemand zal ze rukken uit de handen van Mijn Vader – waar lig ik in vast? Niet of of – maar in allebei! De hand van Vader komt er nog eens boven op – ik lig vast in een dubbele greep – zo vast en zo veilig is het leven van een christen. Gods zorgt voor mij, al was ik het enige kind op aarde, en alsof dat enige kind Hem nooit verdriet had aangedaan! (Augustinus).
Er was een oma overleden. Je pakt de Bijbel van moeder, en je ziet een streepje staan en dat wordt zo kostbaar, wat heeft haar toen geraakt. Een vergeeld briefje vonden ze er in. “Er is op deze aarde een hand die mijn leidt, God is in het duister en ook in het licht”. Dat is nou voorzienigheid, als je haren zijn geteld.
Want de Vader die het leven schept
Weet wat je nodig hebt
En zelfs al je haren zijn geteld
..
Wees niet bang om je kruis te dragen
Want Hij kent al je vragen
Zelfs al je haren zijn geteld
Mijn naam is bij Hem bekend, mijn tranen zijn in zijn fles. Ze zullen allemaal Persoonlijk door Hem afgedroogd worden.
Als het gaat het over onze vijanden – de Vader houdt ze in toom. Tot hier toe en niet verder. Je mag Job ziek maken, maar zijn leven niet nemen. Gods hand zegent, leidt, onderhoudt, ligt op je en houdt je vast. God heeft een horloge – tien dagen, dat worden het er geen elf. De antichrist wordt gegeven 42 maanden, 1260 dagen, geen dag langer. God bepaalt.
Een weegschaal in Zijn hand – tot op de milligram afgewogen, het lijden van deze tegenwoordige tijd weeg niet op tegen de heerlijkheid die over ons geopenbaard zal worden...
En God heeft een liniaal in Zijn hand en Hij meet de weg en geen centimeter langer, tot hier toe en niet verder, satan, goddeloze. De details van mijn leven zijn bij Hem bekend.
Gods raad – het gaat naar Zijn doel. God gaat Zijn plannen volvoeren. Het kruis is het middelpunt en Gods bedoelingen komen uit, falen niet, ondanks wat dan ook. Gods einddoel wordt gehaald. De route waarlangs kan een hele omweg zijn. De wegen van God zijn variabel – het hangt ook af van de keuzes die we maken. Gods plannen worden volvoerd. Denk aan een TomTom – je tikt de eindbestemming van te voren in, je volgt het en je neem een verkeerde afslag – dan hoor je even niets en vervolgens kom je via een andere route toch op je eindbestemming. Ook al maak je wel een verkeerde afslag.
Het 'ingetikte doel', Gods totaal plan is vast. Er zijn vele variabelen, maar Hij komt tot Zijn einddoel – nl het koninkrijk van God. En de Koning die terug komt en de schepping die terug komt. Die Eerstgeborene uit de dood. De weg er heen is een omweg, duurt langer dan we wensen.
Het kwaad is tijdelijk om tot een beter, hoger doel te komen; God is zo volmaakt wijs en goed, mijn hemelse Vader weet wat het beste voor mij is.
Wat God doet, dat is welgedaan,
zijn wil is wijs en heilig.
'k zal aan zijn hand vertrouwend gaan,
die hand geleid mij veilig.
In nood is mij,
zijn trouw nabij.
Ja Hij, de Heer der heren,
blijft eeuwig wijs regeren.
Wat God doet, dat is welgedaan,
zijn trouw blijft mij ten hoede.
Zijn liefde doet geen kwaad ontstaan,
't werkt alles mee ten goede.