Edit|
EditReeks Samenvatting:
De zegen van de onverhoorde gebeden – is de titel van een boek – God is een barmhartige en wijze Vader voor Zijn kinderen. Jacobus zegt, gij bidt en gij ontvangt niet, omdat gij kwalijk bidt. Kijk dus uit om direct de Heere de schuld te geven on. Zelfs Mozes overkwam het een keer. God zei: spreek mij niet meer over deze zaak – maar God komt het wel tegemoet. Op de berg wijst God hem alles. De rabbijnen zeggen, God kust hem rechtstreeks de eeuwige zaligheid in.
1 Kwalijk gebed van Mozes
Mozes kijkt terug op zijn leven en vertelt hoe God geholpen heeft en welke wonderen hij heeft gedaan. Zodat ze straks volledig zouden vertrouwen op Gods trouw en niet van hun eigen kracht en geloof zouden uitgaan. Al is het allemaal ook nodig. Maar geheel zouden zien op de Heere, want ons geloof en toewijding en vroomheid, daar mankeert nogal wat aan. Mozes zegt dat ook van zich zelf. Ook bij hem klopt het niet allemaal. Wat is die sfeer anders dan wat we tegenwoordig in het openbaar vaak meemaken. Facebook bijvoorbeeld. Foto's van zichzelf worden gepimpt. Ze worden mooier gemaakt dan ze echt zijn. Dat gebeurt niet in de Bijbel. Andersom. Dit is nu verkeerd van mij, zo zie ik er nu uit, niet schrikken. Zo ben ik nu echt. Zou u wat met mij kunnen, Heere?
Hij stond en staat zeer hoog aangeschreven bij de Joden. En zelfs hij zei, ik moest het van genade hebben. U kunt de beloften ontvangen, maar door van genade te leven. Ook wij kunnen het alleen daarvan hebben. Mozes ging met God als vriend om, maar moest het toch hebben van Zijn genade. Zo ook met Israël en met de Kerk uit de heidenen.
Mozes had gevraagd in een gebed, of hij toch niet het land Kanaän mocht binnen trekken – en God had hem dat kwalijk genomen. Hij was enthousiast. Om de vervulling te zien van al Uw beloften. Wij zouden denken, dat is toch geen verkeerd gebed? Het was niet brutaal, zegt niet dat hij er toch wel recht op had. Hij doet geen beroep op zichzelf. Heere wees mij genadig.
Hoe bidden wij in ons hart – ik verwacht het ook in dit gebed van Uw genade. Niet het werk door mij volbracht, Gij alleen, moe en arm en naakt kom ik tot de God die zalig maakt – dat mankeert er niet aan bij Mozes!
Waar vroeg hij dan om – wat was er verkeerd gegaan? Het volk ging door de woestijn en er was droogte – het komt niet goed, we hebben geen water. Mozes wordt er ook door aangestoken. De Heere zegt dat hij moet spreken, spreek en het is er. Spreken en geloof. Dan komt er iets van die oude natuur boven bij Mozes. En het slaat twee keer op de rots. Mozes, ga je aan het volk laten zien dat het door slaan gebeurt? Omdat U mij niet geloofd hebt, daarom zul je deze gemeente niet in het land brengen, je gaf een verkeerd beeld van God. Het gaat om geloof.
Heft God de straf niet op bij het verlenen van genade? Dat Mozes als kroon op zijn werk het land mag bezien? De Heere had dat tegen Mozes gezegd, ten aanschouwen van dat volk. Jozua zal de nieuwe leider worden. Als God iets zegt doet Hij het ook, dat geldt beloften maar ook Zijn bedreigingen. De Heere is geen 'jojo', niets veranderlijker dan een mens.
Als in het paradijs, tot de dag van vandaag gaat de straf door – wij sterven. En als we niet geloven wordt het een eeuwige dood. Als je gelooft in de Heere Jezus is dat voorbij. Hij droeg de straf. Ja, genade is gratis, maar o zo duur betaald. Een zonde is niet goedkoop. Heere ben ik ver afgedreven? Neem me weer mee, want het gaat zo niet goed, als die zonde u geen pijn meer doet.
Bij mensen die een openbare functie hadden in de Bijbel, denk aan David – hij is een kind van God. Als Nathan hem beschuldigt steelt hij de hand in eigen boezem. Uw zonde zijn u vergeven, maar het zwaard zal niet van uw huis wijken. Dat heeft David geweten.
2
Het volk was ongelovig maar ook Mozes. Heere ik heb U losgelaten. Ik viel terug in mijn oude leven. Mozes stelt zich nederig op, maar wil zijn zin toch hebben om voorop te mogen lopen ipv Jozua. Spreek me niet meer van deze zaak. Nederig opgesteld, maar ik wil wel mijn zin. Echte nederigheid geeft zich over aan wat Hij die Rechtvaardig is, zegt.
Heere het gaat me om U, niet om de hemel, laat dan die straf voor dingen die ik heb gedaan maar zijn. Dat u de Heere gelijk geeft. U doet het niet verkeerd, Heere, ik kan niet zonder U.
We kunnen lijken op kinderen in een speelgoed winkel, steeds harder drenzen en zeuren.
Ook Paulus kende dit. Hij wilde zich aan de Heere wijden. De Heere had een doorn in het vlees gegeven, - we weten niet wat, dus we kunnen met al onze zorgen bij Hem terecht. Ik heb drie maal gebeden, en Hij zei: Mijn genade is u genoeg, Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht – dan wil ik liever roemen in mijn zwakheden.
Jozua was aangewezen, Mozes had kunnen zeggen – u heeft het goed gedaan, het volk zal aankomen. Een keer nog een klein beetje eer? Ik ook voorop? Nee. Het volk moet straks lijden. Het moet weten, wat de Heere heeft gezegd dat blijft. Jozua en die blijft het. Mozes op zijn plek had er genoeg aan gehad. U hebt een ander, prima. Ik leg bij de zaak neer.
Ik word er toch bang van – afgeschreven zaak zei u. Als je jong bent, vraag je om een partner, of dat je de zorg beter aan kan – of als je er alleen voor staat, of geen werk hebt. Mag ik daar nu niet meer om bidden? Zeker wel, daar mag u zeker om bidden. Dat is niet de bedoeling van deze preek, maar u moet leren om dat wat voorop moet staan, ook echt voorop te hebben, in uw hart. Uw naam worde geheiligd, Uw koninkrijk, Uw wil, de strijd tegen de verzoeking, of is het: geef mij mijn dagelijks brood, geef mij mijn dagelijks brood, geef mij mijn dagelijks brood, maak me gelukkig in mijn huwelijk. En ja ook Uw naam, natuurlijk.
Wat zijn we hardleers als het om beproevingen gaat. Zegt iemand: dit is toch mijn probleem, ik zou de vergeving opnieuw willen onvtangen en zicht op dat koninkrijk van Hem. Dan zeg ik tegen u – bid gerust en veel en vol verwachting. Geloof die onvoorwaardelijke beloften. Hij zoekt het afgedrevene. Geef u over aan de Heere Jezus, wees gerust wat dat betreft en twijfel niet, klop en u zal worden opgedaan. Vrees niet, geloof alleen. Het zal u geworden, die rijke liefde van God in de Heere Jezus voor zondaren. Twijfel daar nu niet aan. Hij straft ons, maar naar onze zonde niet.
Geen armoede, gelukkig huwelijk, geen pijn, vult u maar in – ik kan het u niet garanderen, maar het eeuwige leven wil Hij kwijt – vertrouw slechts en het is van u. Hij voegt er geen smart bij als verrassing, als we Zijn eer weer op nr 1 hebben staan – ontvang het op de goede manier en misbruik het niet.
3 de tegemoetkoming van de Heere
God is geen strenge onverbiddelijke despotische Vader. Voelt iemand zich hulpeloos, Hij zal u horen – zijn nee blijft nee en ja blijft ja. Dat geestelijke van zijn vraag, dat krijgt Mozes wel, dat goede land Kanaän. Hij laat hem zien dat de beloften echt zijn en dat hij met een gerust hart mag sterven. Op Zijn goedheid hopend mag hij sterven. God laat hem het hele land zien, een vergezicht van geloof. Het staat er heel uitgebreid. Zo breed was die vervulling. Kijk eens, Mijn knecht en vriend, ik heb nog heel veel zegeningen voor dat volk. En de Heere wees hem het ganse land van Gilead tot Dan, Juda, tot aan de achterste zee. De Heer zei: dit is het land dat ik aan Abraham, Izak en Jakob heb gezworen. Zie ik heb het hen gegeven, wees blij. De straf gaat door, maar dit ook. Mozes zal daar vol blijdschap hebben gestaan. Voelt u de liefde van de Heere?
De Heere heeft nog niet alle beloften aan Israël of de heidenen vervuld, Hij gaat dat zeker doen. Wat een vergezicht, een panorama van Mesdag. Vanavond een panorama van Kanaän en wij komen meekijken, dat gaat een keer komen voor Israël, Micha: ze zullen een ieder zitten onder zijn wijnstok en vijgenboom en er zal niemand zijn die ze verschrikt, al staan er nu atoombommen op Israël gericht. Hij die nog machtiger legers heeft, heeft gesproken.
Hij mag zeker weten dat God het gaat geven aan Israël en zijn nageslacht. Jozua zal het straks innemen, het wordt niet makkelijk ook niet voor Jozua, dat blijft Mozes bespaard. Ik weet niet of wij de bekering van Israël gaan meemaken; dat de voeten van de Heere Jezus op de Olijfberg staan, en de hiaten van de gereformeerde theologie opgelost worden.
Velen vóór ons maken het niet mee, maar zijn afgereisd, alle moeite, pijn, alle verkeerd bidden voorbij, Mozes en Paulus wisten niet altijd te bidden hoe het hoorde, hoe moet het dan met mij …. zal ik ook wel te aards gebeden hebben. Het allerbeste komt nog. Misschien ontvalt ons al veel op dit moment. Die toekomst, en de beloften van de Heere, hij geve dat u zijn genade moge bezien en met Hem de hemel beërven, dan ga ik Hem loven en danken voor alle aardse en hemelse zegeningen.
En ik geloof dat ik Hem ook bedank voor de onverhoorde gebeden. Dank U wel dat U zo wijs was.
Dan gaan we inzien wat we niet altijd begrijpen nu. Uw voorzienigheid – al voel ik een pijnlijke doorn, straks gaat die er uit. Ja dan kan ik Hem dienen, zoals ik wil. Dan wordt die gemeenschap nooit meer onderbroken. Samen met God als kinderen.
Weet u als zeker dat u eigendom van Hem bent – zo niet zoek Hem, U zult hem zeker vinden. Maar accepteert ook als u her en der wat aards geluk ontnomen wordt. Leer die les ook opnieuw, misschien is het de doorn die u de goede kant opduwt.
Geloof dit woord en verhard u er niet tegen, vanwege de pijn die u hebt. De Heere kuste Mozes de eeuwige gelukzaligheid in, dat Hij dat ook met ons doe.