Edit|
EditReeks Samenvatting:
De rijke man en de arme Lazarus
Als je naar Amsterdam gaat en je komt in de P.C.Hooft-straat, dan wandel je daar in de duurste winkelstraat van Nederland. Daar zie je de tegenstelling tussen rijk en arm. De ene rijke winkel na de andere winkel. Alle grote modemerken zijn vertegenwoordigd. Je kunt er alleen maar kopen als je een grote gouden creditcard hebt en een hoog inkomen. Met tassen vol komen ze naar buiten. Het zou kunnen dat je ook een dakloze zwerver tegen komt die zijn eten uit de afvalbak haalt.....wat een tegenstelling. De een kan zijn weelde niet op; de ander moet het hebben van wat anderen weggooien. Allebei schepselen van God.....Je vraagt je weleens af wat er achter de buitenkant zit. Zouden ze nog wel eens aan God denken?
Christus spreekt in dit hoofdstuk over het gevaar van rijkdom. Je kunt niet God dienen en de mammon. Dat raakt de de farizeeën. Zij namen het nauw met de wet van God. Een heleboel wetten en tradities, maar intussen waren ze bezig om zichzelf op allerlei manieren te verrijken. Voor de schijn hielden ze lange gebeden maar intussen aten ze de huizen van de weduwen op, zegt Jezus.
Het gaat hier over meer dan de verschillen tussen rijk en arm. 91.000 mensen op de hele wereld bezitten met elkaar een derde van alle rijkdom. En drie miljard mensen heeft 1% van alles wat op aarde is. We hebben het dan niet over verschillen tussen een en twee keer modaal.
Maar er is een diepere tegenstelling. Het heeft alles te maken met genade, maar dat waar u uw vertrouwen op stelt. Jezus vertelt die gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus. Het ging erom dat ze God lief hadden en de naaste als zichzelf. Van deze rijke man kun je dat toch niet zeggen.
Toch kan iedereen ook iets herkennen in deze man. We hebben allemaal dingen waar we van zeggen: dat moet ik hebben. En dan vraagt God aan je: hoe staat het met je hart? We hebben misschien zorgen in verband met de crisis, met ziektekosten, pensioen, etc. Maar er sterven in deze wereld elk uur 600 kinderen aan honger. En wij bezuinigen op ontwikkelingshulp....
Deze rijke man lijkt heel de wereld te winnen, maar hij lijdt schade aan zijn ziel. In psalm 49 lezen we ook over mensen die denken dat ze alles zijn, maar uiteindelijk alles los moeten laten. Bij ieder van ons komt er een moment in je leven dat je alles uit handen moet leggen en alleen voor God komt te staan. Alleen de genade redt van de dood. Dat zien we in het leven van die bedelaar.
De bedelaar. Hij ligt bij de poort van de rijke man. Als een stuk vuilnis. Toonbeeld van ellende. Geen brood, geen geld geen vrienden, geen huis, geen geld. Hopend dat hij wat van de restjes kreeg. De honden hielden hem gezelschap, want die wachten daar ook op. Ze likten zijn zweren en hij kon ze niet eens wegjagen....
Intussen dacht die rijke man niet aan wat God in Zijn woord had gezegd. Want daar lees je wat over armoede. Als één van uw broeders arm zal zijn, mag u uw hart niet voor hem sluiten.....
Jesaja zegt dat dit het vasten is dat God welgevallig: dat je de naakte kleedt en de ontheemden een thuis biedt. Dat is de wet en de profeten...Maar die rijke man was nooit echt arm voor God geworden. Hij had zich nooit schuldig gevoeld en behoefte aan genade gehad. Wij hebben het nu vaak ook over onze rechten. Maar wie heeft het nog over genade? Daar moet je bedelaar voor worden bij God. Toch is dat een rijk leven. Het is de Heere die het recht der armen en verdrukten gelden doet. Die rijke man besefte nauwelijks hoe gezegend hij was. “God moet mij wel liefhebben want zoveel rijkdom is een teken dat God je gunstig gezind is”, zei men in die tijd. En bij Lazarus was het dus andersom, dacht men.
Wat ziet God nou in zo'n hoopje ellende.....
Christus geeft die bedelaar een naam. Het is de enige keer in een gelijkenis dat Christus dat doet. Eleazar, Lazarus. “God is mijn hulp”. Je zou zeggen een spotnaam. Maar het is een erenaam. Alles draait om, hij wordt gedragen in de schoot van Lazarus....
Na een poosje was zijn plekje misschien al weer bezet. Maar toen Lazarus stierf kwam de bedelaar thuis en ging de hemel open. Wat God was zijn thuis. Toen het zover was stuurde God Zijn knechten uit om hem te halen. Dat was heel anders dan bij die rijke. Van hem gold, dat God zei: ga weg van Mij, want Ik heb u nooit gekend......
Nu komen we bij de kern. Alles gaat uiteindelijk om de verhouding met God. En dan laat God ons de werkelijkheid zien zoals Hij die ziet. God kon zijn genade aan Lazarus kwijt. Het was het enige wat die man had, want hij was verder maar een arme bedelaar. Als je in deze wereld alles vindt wat je hart begeert,wat kan God je dan nog geven?
Het gaat in deze gelijkenis om meer dan rijk en arm. Het betekent niet automatisch dat je zalig wordt, als je arm bent. Het gaat er om of je van Gods genade hebt leren leven. Heb je Christus leren kennen als je Zaligmaker? Die rijke man dacht met geld alles te kunnen regelen, maar dat lukte niet meer toen hij stierf. Hij had God niet verheerlijkt in zijn leven. Genade is nodig om het eeuwige leven in te kunnen gaan. Die rijke man genoot van alles wat zijn hart begeerde. Maar dat was dan ook alles voor hem. Hij had alleen zichzelf liefgehad. Hij had het doel gemist. Hij had gedacht dat hij er was voor zichzelf en vergaat dat hij er was voor God.
Zijn begrafenis zou nu misschien wel op tv verschenen zijn. Het glas zou ter ere van hem geheven zijn nadat hij begraven was. Ziezo. Maar er staat dat toen de rijke gestorven was, dat hij in de pijn was. In het vuur van de wroeging...
En wie lag er in het ere-plekje in de hemel? Op de schoot van Abraham? Dat was Lazarus. Alles is totaal omgekeerd.
Alles wat je bereikt hebt in het even , dat telt niet mee voor God. Het komt erop aan of je naam bekend is bij God. Of dat je Christus hebt leren kennen.
Van ons zelf hebben we allemaal dezelfde naam, allemaal verloren mensen. Maar als je Hem leert kennen door het geloof, wordt je door God aangenomen, geadopteerd. Als je dan sterft, zegt Jezus: Komt gij gezegende des Vaders, en beërf het koninkrijk dat voor u bestemd is. Ik had honger en u hebt me te eten gegeven. Ik had dorst en u gaf me te drinken.
De rijke man stierf zoals hij geboren was. Dan is je eeuwige toekomst een bevestiging van je aardse leven. Een omkering van de zaken op aarde. Als je op aarde God wel kunt missen, dan zul je straks ook buiten de eeuwige heerlijkheid van God blijven. En dan ligt de zaak vast. De zaak wordt beslist aan deze kant van het graf. Het is misschien een schrik. Maar ook een belofte. Allen die in de Heere Jezus Christus geloven worden vast en zeker zalig en God zal zijn engelen zenden om je thuis te brengen. Dwars door de donkere poort van de dood heen, op weg naar het leven. Opgenomen tot Christus zijn hoofd. Is Christus je hulp geworden? Hij roept je vandaag nog tot zich. Of zoek je het nog steeds buiten Hem om?
Die rijke man had het goede deel ontvangen in zijn leven. Hij leefde alleen voor zichzelf en vroeg niet naar meer. Hij had genoeg aan het tijdelijke leven. Dan heb je toch niets over voor het eeuwige leven? Dan heb je alles al gekregen aan deze kant van het graf, waar je schat is, daar zal je hart zijn.
Lazarus is in de eeuwige vreugde bij God. God neemt al Zijn kinderen tot zich...Hebben we Christus nodig gekregen? Daar gaat het om.
Die man denkt nog steeds: als je maar de spullen hebt, dan kom je er wel door....hij vraagt om water.
Die man denkt: ik heb nog vijf broers die net zo leven als ik....Er klinkt een verwijt: laat God mensen nou toch eens meer waarschuwen, dan was ik niet hier terecht gekomen. Als er nou een dode zou terug komen, dan zouden ze wel geloven.
Maar Abraham geeft het antwoord. Zelfs al zou de opgestane Heiland voor je staan. Ga niet wachten op een extra waarschuwing. Als je een broer bent van die rijke man, bekeer je dan. En geloof het Evangelie. En je zult zalig worden. Dan ga je God liefhebben boven alles en je naaste als je zelf. Dan kom je nooit verder dan elke dag je hand op houden. Tot op de dag dat God zegt: Kom nou maar verder. En dan kom je met Gods hulp veilig thuis.