Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2012-11-04 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Heel Uw werk, door ons vertreden, klaagt ons, mensheid, aan bij U

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
NGB 14 Rom 5:12-21 Nederlandse Geloofsbelijdenis

Edit| EditReeks
Samenvatting:
De eerste 13 artikelen hebben we gehad – over de theologie, de Godsleer, in artikel 14-17 gaat het over de mensleer – wie is de mens en wat is hij geworden en hoe kan hij hersteld worden.
De geschiedenis van ons mensen in H14. Het begint met Gen 1 en 2. Dat is belangrijk. Ons mensbeeld heeft grote invloed op ons Godsbeeld. Waarom zou je God nodig hebben, als je goed bent? Of als je zwak bent – als Helper misschien, maar als je verloren bent, als Redder, dood – als Levendmaker.
Als de kwaal verkeerd wordt gesteld, worden er verkeerde medicijnen gegeven. Dat is levensgevaarlijk.

Heel uw werk, door ons vertreden, klaagt ons, mensheid aan bij U.
1. Hoe hoog was zijn staat.
2. Hoe diep zijn val
3. hoe groot zijn verdorvenheid is

1
We gaan terug naar Gen 1. We denken aan een toneelstuk, dat in première gaat, het decor wordt opgebouwd, de stukken neergezet. Zes dagen lang heeft God het 'podium' opgebouwd en versierd. Als alles klaar is, wordt de mens op het toneel gezet. Of: God gaat een koninkrijk oprichten, het wordt ingericht en op de laatste dag verschijnen de onderkoning en -koningin, het rijk van de wereld krijgen ze, koning namens God.
Of: de feestzaal wordt ingericht. Afgelopen vrijdag was hier een trouwerij receptie, de avond te voren werd het ingericht, dan komen bruid en bruidegom, alles is klaar gezet. Het eten is er, op de derde dag – de tafel is gedekt. Bij de Heere Jezus was het andersom. Hij kwam als koning, maar zijn rijk was er nog niet. Dat komt als Hij terug komt.

Naar Zijn beeld en gelijkenis geformeerd. Hij heeft iets van de aarde en van de hemel. Een soort tussenwezen, niet aards als een dier, geen engel. Een mens heeft aan het aardse niet genoeg. Broos en zwak – uit het stof gemaakt. God heeft als het ware gebukt in de aarde en boetseerde, niet Hij sprak en het was er. Het mooiste stuk van Gods werk – die man en die vrouw.

God stond een beeld voor ogen – Zijn beeld. De hele aarde moest vol zijn met beelddragertjes van God. Ze waren naakt – er moet een morgenglans op hen gelegen hebben – ze moeten hebben gestraald, een glans over Eva en Adam, net als Mozes, toen hij dicht bij God geweest was. De dieren gingen op vier poten, maar de mens met zijn hoofd en hart naar de hemel, een rechtop gaand wezen. Doelmatig, ogen boven aan, neus kan zoveel ruiken – een nier: een geweldig filter, miljoenen kleine filtertjes, niet allen nuttig, maar ook mooi. Augustinus zegt – een man heeft baard, niet voor nut maar als schoonheid, want als het bescherming was, zou een vrouw er ook een hebben. Schoonheid ligt in verhoudingen. Je kunt niet één wenkbrauw missen. Symmetrisch, mooi gemaakt. Zou Adam een navel gehad hebben, vraagt Augustinus zich af – dat weten we niet.

De Heere sprak, niet tot de dieren, maar tot de mens – Hij wilde contact en omgang met die mens. God boven zich, een vrouw naast zich en de hele schepping onder zich. Koning en koningin – een koningin heeft een regeerambt. Eva ook!

Was de schepping volmaakt? De mens KON zondigen, zolang die mogelijkheid er is, is het niet echter volmaakt. De mens was rechtvaardig en heilig zegt Guido de Brès, maar je kunt alleen rechtvaardig zijn als je kennis hebt van goed en kwaad, of heilig als je afgezonderd bent. Dat kenden ze niet. Ze waren rein, zuiver. Onschuldig – dat is wat anders dan heilig.

Adam geschapen naar het beeld van God. Adam weerspiegelde een glimp van het beeld van God. Nog niet op het hoogst en heerlijkst. Zo moest hij zich ontwikkelen. Het is het begin van de mensheid. Zoals een baby. Die lijkt wel op zijn vader - hoe ouder hoe meer hij gaat lijken op zijn vader. De bedoeling was hoe langer hij leefde (niet 'ouder ' worden) hoe meer hij op zijn Vader moest gaan lijken. De Heere Jezus echter, was het volkomen beeld van God. Dat kun je niet van Adam zeggen. Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.
De gerechtvaardigde mens gaat God gelijkvormig maken aan het beeld van de Zoon, een belangrijk verschil.

Beeld in het Hebr. lijkt op het woord voor schaduw, 'niet precies'. In het modern Hebr. heb je een ander woord dat fotokopie betekent – dat is in de Verlossing zo. Christenen die fotokopietjes worden van de Zoon.

Hoe dieper we nadenken over de uitnemende plaats, die Adam en Eva in namen, hoe hoog hun gaven waren, om te genieten en samen te leven, hoe meer we de diepte van der val inzien.

Hoe lang heeft Gen 1 en 2 geduurd? Het zou wel eens heel kort geweest kunnen zijn. Er zijn aanwijzingen voor. Tussen de formering van Eva en de zondeval gebeurt er niets. Er zijn nog geen kinderen. In H4 lezen we pas van gemeenschap tussen Adam en Eva.
Op de zesde dag zijn ze gemaakt, op de zevende was een rustdag, en vermoedelijk, mogelijk, op de zondag daarop, zijn ze in de zonde gevallen. Alles wat God in de handen van de mens legt – hij maakt het kapot:
Israël is amper verlost en het volk danst rond het gouden kalf in een orgie-dans. Net geïnstalleerd, die priesters, en vreemd vuur op het altaar... de eerste koning Saul heeft amper een jaar geregeerd en ongehoorzaam. Samuel de profeet en het ging mis bij zijn kinderen. Nieuwe Gemeente en Annanias en Saphira... de mens maakt alles kapot.

2
Maar. Een zwarte bladzijde. Historici noemen de 20e eeuw zo. Meer christelijke martelaren dan in alle eeuwen ervoor, maar de zwartste bladzijde was Gen 3. De mens luisterde naar de verkeerde stem. Hij wilde als God wezen.
Adam onder de meest ideale omstandigheden viel. De Heere Jezus onder de meest barre omstandigheden in de woestijn en Hij bleef staande. Ga weg satan, de Heere alleen zult u dienen. Hij luisterde naar het Woord van Zijn vader.
De Heere wilde vrijwillige liefde. Niet gedwongen en daarom was er een proefgebod. De Heere heeft het zo makkelijk gemaakt – niet: je mag van slechts een boom eten. Maar: Alleen van die ene niet, de kans was zo klein om ongehoorzaam te zijn.

Wie heeft er meer gezondigd - Adam of Eva – evenveel? Ik denk dat Adam meer schuld had – 1Tim2: Eva werd verleid en ze viel, dat maakt de zonde van Adam juist erger. Eva werd overgehaald maar hij volgde Eva bewust in het kwaad. Hij sprong zijn vrouw achterna. Hij brak zijn benen niet, maar zijn nek. Hij viel geestelijk dood. Afgesneden van God die het leven is. Wat wordt de schade van de zondeval breed uitgemeten:
Onderworpen aan de dood, de zonde en de vloek. Zo erg is het. Het stervensproces begon, ook al duurde het negenhonderd jaar. We moeten sterven – omdat we slijten? – nee omdat we gezondigd hebben. Die kloof is zo groot geworden. Er is een breuk gekomen – een onoverbrugbare kloof, hoe komt dat ooit bij elkaar? De band naar God en naar elkaar ook: niet meer vol verrukking: deze is vlees naar mijn vlees, poëtisch. -- dat mens dat U mij gegeven heeft....
O Adam wat heb je gedaan, zegt Mathew Henry. Al zijn wegen zijn goddeloos pervers en verdorven. Hellebroek: de gevallen mens – er is geen ongelukkiger schepsel, op de duivel na, dan een gevallen mens. God ziet of er een is, die rechtvaardig is – niemand.
Vloek- niet beklagenswaardig- zielig, maar in het beklaagdenbankje – schuldig, van zijn hoge afkomst, naar veroordeling. Ik word ooit gedagvaard, en ik ben al veroordeeld. En tussen het vonnis en terechtstelling krijgen we nog genadetijd om Hem om genade te bidden. Een mens die niet geborgen is in Christus, hoe voorspoedig je ook leeft – er hangt een zwaard boven je hoofd, en hangt aan één haar. Het kan elk moment vallen, het zwaard van Damokles. Daarom is het zo noodzakelijk om naar Christus te vluchten, omdat er geen verdoemenis is als je in Christus bent.
Als je de eerste Adam niet hebben geleerd, dan de Tweede Adam niet begeerd. Niet alleen als hulp, maar Advokaat, als Borg, als Redder.
Nog iets, waar ik het niet mee eens ben – Een klein overblijfsel daarvan heeft hij overgehouden. Wij hebben er vijf eeuwen over na kunnen denken. Restantje van het beeld van God. Hier gaat wat mis. Ik herken dat in mijn eigen leven ook. Wat is nu eigenlijk de staat van de mens?
Radicaal verloren – is er dan toch nog iets van de mens van voor de val overgebleven - nee hij is radicaal (=aan de wortel) verdorven. Maar toch is die mens wel mens gebleven, in die zin: geen restantje maar volledig – en daarin draagt hij nog volledig het beeld van God. Maar met “restant” doe je of de zondeval te kort, of de mens te kort. Hij is geen dier of duivel geworden. Het beeld van God is geen goed of kwaad, maar heeft te maken met je mensheid. Dat heeft te maken met je geschapen structuur. Hoe zit dat dan? Wie ben je als mens, en de gerichtheid van je hart. Dat is het onderscheid. Die gerichtheid is radikaal veranderd, dat is de zonde. De mens als 2 euro muntstuk. Het beeld van God staat er op. Maar het muntje is weggerold, het is in verkeerde handen terecht gekomen. Het functioneren van de mens is aangetast. Het IQ van intelligente mensen is niet kleiner dan wat Adam voor de val had - maar wel gerichtheid. Mijn wil is niet slapper geworden, maar dwars geworden. Mijn hart is boos geworden, mijn gevoel niet meer in liefde op God gericht, maar op mij zelf. Ik heb geen lust in de kennis van Uw wegen.

Augustinus – een stuurman van een zeilschip, hij beheerst de stuurmanskunst, maar hij stuurt het schip naar de rotsen toe. Mijn bekwaamheden zijn hetzelfde, maar van God afgekeerd, radicaal. Je hart afgekeerd.
Radicale verlossing – mijn hart 180 graden omgebogen, er wordt geen genade in gestort, maar ik word omgebogen. De deur gaat open, ik krijg warme gevoelens voor de Heere, ik ga willen wat God wil. Mijn verstand – mijn denken richt zich op de dingen die boven zijn.

Dat is belangrijk: Op geboortekaartjes staat vaak – een parel in Gods hand. Nou... in zonde ontvangen en geboren – a little sinner, not a little angle – dat dacht ik vroeger altijd. Is dat fout dan? Het pareltje is ook waar. De gerichtheid van het baby'tje - daar kom je vanzelf achter. Als mensje, als structuur – Heere wat een wonder. Een parel in Gods hand. Ziet u – het is allebei waar. We zijn het wel eens vergeten - de mens is prachtig, ook na de zondeval – tot schitterende dingen in staat; muzikaal, bijv. De mens is magnifiek en miserabel. Uitnemend en de ellendigste van alle schepselen.
Pascal: Wat een vat vol tegenstrijdigheden is de mens; wat een monster, een chaos, wat een wonder, rechter van de aarde. Glorie en uitschot, alle twee. De grandeur en de misère.

God heeft zijn Zoon in de bagger van deze mensheid gestuurd, om dat monster aan Zijn hart te drukken, die aardworm tot geliefde kinderen te maken, die diep gevallen mens op te trekken uit het slijk. De afgrond van de zonde kan maar door een afgrond worden overbrugd: die van de barmhartigheid van God.

3
De vrije wil, wie kan er iets goeds, of wil dat, weten, denken. – Een beetje eenzijdig; een donkere blik, niemand kan tot de Vader komen tenzij God hem trekt – maar wie tot Hem komt zal Hij geenszins uitwerpen. En er staat ook: Werkt uzelf zaligheid met vrezen beven – de Bijbel is evenwichtig.
Vrije wil? Heeft de mens die? Ja natuurlijk. Als je geen vrije wil zou hebben, dan zou je ook niet verantwoordelijk zijn voor de keuzes die je maakt – Augustinus – zoals je als mens bent heb je een vrije wil. Natuurlijk. Ik kan kiezen wat ik aantrek, ik kan kiezen om naar de kerk te gaan of niet. Daarom ben ik aansprakelijk voor de keuzes die ik maak. Dat moet je wel goed uitleggen. Alleen: Augustinus: maar ieder mens heeft geen keuze-vrijheid. Ik ben geen dier, die instinctief dingen doet, maar om het goede te kiezen: dat doe ik niet. Ik kies het kwade, niet omdat ik daartoe gedwongen ben, maar omdat ik me er in verheug. Ik kies vrijwillig om God niet te dienen. Je kiest niet om chocolademelk niet te lusten – dat is je aard. Ik kies er niet voor om God te dienen, ik moet Hem niet. De mens is vrij, maar het probleem is: die vrije wil is niet goed - die is verdorven, ik geniet van het leven los van God.
Ik verheug me op de volgende artikelen. We hebben hier Adam I gezien; de Laatste Adam komt ook. De zegenrijke gevolgen van Zijn werk voor elke gelovige, God kwam in Zijn Zoon naar gevallen mensen toe, om die mensen te redden, de Heere Jezus stierf en werd afgesneden van God, droeg de vloek. Het was goed; het werd zo slecht, maar door genade werd het nòg beter.

O wondere liefde o wijsheid Gods
Toen zonde ons het licht benam,
hebt Gij het verlossend pad gebaand
een Tweede Adam kwam.

Edit