Edit|
EditReeks Samenvatting:
Herinnert u het zich nog het moment dat u de sleutels kreeg van uw eerste woning – wat was ik blij. Dat we na ons trouwen eindelijk de sleutels kregen van de etage in Amsterdam-Zuid. OK,voor u geen wereldstad, maar ik voelde me de koning te rijk. Jezus zegt tegen Petrus – Ik zal u de sleutels van het koninkrijk der hemelen geven – wat zal er door hem heen zijn gegaan. De sleutels van Gods koninkrijk. Geweldig toch? Het gaat niet om die sleutels zelf, bij huissleutels ook niet. Maar het gaat om het huis waar je nu eindelijk in kunt gaan wonen. Het gaat ook hier om het Koninkrijk. Wat is het geweldig om te weten dat de deur naar dat Koninkrijk open kan. En dus kan hij ook gesloten zijn! Dat is het ergste wat je als mens kan overkomen.
Wat zijn nu precies die sleutels? We gaan wat te snel als we de HC erbij pakken: dat zijn de evangelie verkondiging en de tucht. Laten we eerst onbevangen luisteren naar het Mattheus-evangelie.
Petrus had beleden: U bent de Christus, de Zoon van de levende God. Mijn vader in de hemelen heeft u dat geopenbaard. God zelf. En, zegt Jezus, u bent Petrus en hierop, op deze rots, zal ik mijn gemeente bouwen. Deze woorden hebben heel wat stof doen opwaaien. De RK kerk verdedigt het pausdom op grond van deze woorden. Petrus is de eerste paus. De Reformatoren hebben gezegd – Jezus bouwt zijn gemeente op dat belijden, daar komt het op aan. Ik kan de Hervormers goed begrijpen in hun verzet tegen het pauselijk gezag. Maar als het Jezus hier niet om Petrus als persoon zou gaan, zou de Heere dat dan niet duidelijker hebben gezegd? Er staat niet – u hebt de waarheid gesproken en daarop zal ik mijn gemeente bouwen.
Dit beeld is niet zo heel vreemd. In Jesaja horen we de Heere vergelijkbare woorden spreken over Abraham als rots. Aanschouw de rots waarin u uitgehakt bent. Ik riep hem, zegende hem en maakte hem talrijk. Zoals God Abraham roept, zo roept Jezus Simon. Beide krijgen een andere naam. Als aanduiding hoe God hen wil inschakelen in zijn heilsplan. Abraham- vader van vele volkeren, Simon – Petrus rots. Abraham tot aartsvader van Israël, Petrus als fundament waarop Jezus Zijn gemeente bouwt uit Joden en heidenen.
De Heere Jezus weet dat Zijn afscheid nadert, dat lijden spoedig zal komen. Hij stelt tijdelijk een plaatsvervanger aan die verantwoordelijkheid zal zijn voor het openen en sluiten – let op de zaken tot Mijn terugkeer. Zo simpel is het.
Kan een mens die verantwoordelijkheid aan? Om de deur naar Gods koninkrijk te openen en te sluiten? De Heer belast wel vaker een mens – Jes 22, Sepna – de sleuteldrager – weggestoten uit zijn ambt. Als hij opent, zal niemand sluiten en omgekeerd. De Heere geeft de sleutel aan Zijn geroepen knecht Eljakim. Op dezelfde manier ontvangt Petrus de sleutelmacht om de deur van Gods rijk te openen.
Hoe? Hoe kan Petrus Gods rijk openen? – door het evangelie te verkondigen, eerst aan het volk Israël op de Pinksterdag en later aan de heidenen in het huis van Cornelius.
Laat het duidelijk zijn- de sleutels zijn en blijven eigendom van Jezus als koning. Hij gebruikt ze aan het einde der tijden. Openb: die de sleutel van David heeft, die opent en niemand sluit... Maar tijdelijk geeft Hij ze in handen van Petrus. Hij mag het woord verkondigen – wat u bindt op de aarde zal in de hemel geboden zijn etc. binden en ontbinden. Dat is de sleutelmacht.
In Jezus' dagen waren binden en ontbinden technische termen over het doen van leeruitspraken. Binden – verbieden en toestaan van iets of iemand. In het uiterste ging het om de toegang tot de gemeente. Uitsluiten of aannemen. Allereerst betekent het dat hij bindende uitspraken mag doen over wat moet of wat niet meer hoeft om het koninkrijk der hemelen binnen te gaan. Later legt hij die bevoegdheid in handen van alle apostelen, we hebben het gelezen (18:18). In Han 15 zien we dat terug – waar zijn de heidenen aan gebonden en waaraan niet. Ook voor de hemel binden ze hier – het heeft de Heilige Geest en ons goed gedacht hen verder geen last op te leggen … bloed, verstikte, hoererij, afgoden. Hun onderwijs is maatgevend, is de norm. Zij hebben de weg naar het koninkrijk gewezen, na hen heeft niemand in de kerk meer zo gezaghebbend gesproken – de apostelen hebben geen opvolgers. Nergens lezen we dat. De kerk kent geen bijzondere ambtsdragers meer die met bindend gezag spreken, de hele gemeente is op het fundament van apostelen en profeten gebouwd, iedereen is gebonden aan het apostolisch onderwijs, daaraan moeten wij elkaar binden.
We leven in een tijd waar beleving, ervaring ontzettend belangrijk is, we luisteren graag maar persoonlijke levensverhalen. Maar dat van de apostelen is maatgevend, biddend. Is het niet geweldig, dat het koninkrijk openslaande deuren heeft – wagenwijd staan ze open. Laten wij ze niet te snel sluiten. Het zou verschrikkelijk zijn als Jezus ooit hetzelfde moest zeggen, als over de schriftgeleerden – wee u want u sluit het voor anderen toe.
Maar toch – er bestaat ook een vreselijke mogelijkheid. In de Bergrede: – niet ieder die tegen mij zegt Heere, Heere, zal ingaan. Maar die de wil doet van Mijn Vader die in de hemelen is. Hebben wij niet in Uw naam geprofeteerd en veel krachten gedaan? Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij – die de wetteloosheid werkt... woorden van Jezus zelf.
Het bestaat dat je het evangelie hebt gehoord, de weg naar het koninkrijk bent gewezen, maar dat je er geen gehoor aan hebt gegeven. Dan valt de deur in het slot. Wat een vreselijke mogelijkheid. Ik heb u nooit gekend.... daarom hoort bij de verkonding ook de tucht – het elkaar waarschuwen. Tucht, waarschuwen? Dat klinkt ons al snel zwaar in de oren. Maar de tucht is niet negatief. Ze is erop gericht om iemand de goede richting weer op te sturen op weg naar Gods koninkrijk. Verbodsborden om spookrijden te voorkomen. Rood met witte streep - Ga terug! Ook in het leven kun je de verkeerde kant op gaan.
Bij die tucht zijn wij allemaal betrokken. Niet alleen de politie bellen – nee waarschuw de spookrijder met lichtsignalen. Zo zijn we allemaal in de kerk betrokken bij elkaars heil om ook elkaar te waarschuwen.
Mijn vriendjes pikten vroeger snoep – ik deed het niet, maar er wat van zeggen, ho maar. Gij zult niet stelen, ik hoorde het elke week – maar mijn vrienden waarschuwen? Houden we voor de lieve vrede onze mond en willen we enkel aardig gevonden worden? Onderweg hierheen spetterde de boodschap van Sire me tegemoet. In het verkeer; op zaterdag, gebruik ik Tolerantie. Maar welke? Veel mensen denken bij tolerantie aan elkaar de ruimte geven – liberaal zijn. “Lege tolerantie” was de titel van een boek (Marcel ten Hooven, 2001) – onverschilligheid- ieder moet het zelf weten – we hebben geen boodschap aan elkaar. Is dat liefde?
In de gemeenschap van Christus worden wij geroepen elkaar aan te spreken – 'dat moet de kerkenraad maar opknappen'. Ik kreeg nog wel eens te horen – ik begrijp niet dat de kerkenraad die en die niet het avondmaal ontzegt. Hebt u de betreffende wel eens persoonlijk op aangesproken – nee dat moet de kerkenraad doen. Maar Jezus zegt: als uw broeder gezondigd heeft – wijs hem terecht tussen u en hem alleen. Pas als hij niet luistert, dan pas komt de gemeente in beeld – ga bij elkaar langs. Niet de waarheid eens flink zeggen en ongenadig te veroordelen, maar om die broeder of zuster te winnen. Dat is broederlijke vermaning – dan moet je op elkaar betrokken zijn in liefde en misschien schort dat er wel aan – we zitten allemaal op onze eigen eilandjes. We zouden meer op elkaar betrokken moeten zijn.
De mensen tegen wie Jezus zegt, ga weg van Mij – dat zijn niet per se ontrouwe kerkgangers, tollenaars en hoeren, of mensen die in de kuip zitten, het zijn mensen zoals u en ik. Denk daar aan bij het onderwerp tucht; en denk niet altijd aan anderen, kijk vooral naar jezelf. Worstel maar eens, met – wat zou de Heere Jezus tegen mij zeggen - die verborgen subtiele zonden in mijn hart waarvan ik me maar niet wil bekeren. Hij zegt – bekeer je, keer je om, anders wordt het koninkrijk der hemelen eens voor jou gesloten, ik wil niets liever dan dat je tot Mij komt. Ik heb Mijn leven niet voor niets gegeven.
De Deur van het koninkrijk staat nog open; het is nog niet te laat.