Edit|
EditReeks Samenvatting:
Jezus was een wonderdoener – doden opwekken – daar kunnen we genoeg van lezen. Daar zit voor veel mensen de kern van het geloof. Je moet dan geloven dat Jezus deze wonderen echt heeft gedaan. Zou dat alles zijn, zouden ze daarom opgetekend zijn? Er was ooit een man in Judea met die bijzondere gaven – en wie het niet aannemen zijn de ongelovigen?
Maar waarom zou het Marcusevangelie dan niet zeggen: dat het de geschiedenissen zijn. Waarom het evangelie? We luisteren hier niet naar als een historie, ook al geloven we dat het historisch is. Maar we luisteren naar het evangelie.
We moeten de stap zetten naar hier, en ook van 'wandelen als bomen' naar 'alles helder en klaar' komen. Als het niet meer over de blinde gaat, maar over mijn zien en niet zien, over mijn blindheid en ogen die geopend moeten worden, dan kan ik pas zeggen, nu is het licht ook mij opgegaan. De Heere Jezus heeft het mij laten zien.
Wat is de context? Een dove komt naar Jezus. Jezus doet een wonder met een beetjes speeksel en door hem aan te raken – hij kan alles weer horen en hij kan weer spreken. In het begin van H8 hebben we weer een wonderbaarlijke spijziging. En dan hadden ze te weinig brood in de boot – hun ogen waren dicht. Je gaat malen, met gesloten ogen. Jezus waarschuwt voor de Farizeeën, Herodes – het landt niet, want ze hebben hun ogen en oren dicht. Te weinig brood – we zijn met zijn dertienen. Ze vangen wat op.
De blinde wordt dan genezen. Jullie hebben oren en je hoort er niet mee, jullie hebben ogen maar je kijkt er niet mee.
Wie is er nu eigenlijk blind – Jezus zegt het al tegen Zijn discipelen, wat zullen we dan tegen onszelf zeggen? Hoe zijn wij er zelf aan toe? Van nature horen we alleen wat de wetenschap ons te bieden heeft, de wereld te koop heeft. Ook al gaan we de Heere Jezus liefhebben, vaak gaan ze toch weer dicht en zien we het weer niet. Die ogen moeten kennelijk steeds weer opnieuw geopend worden. Ik moet genezen worden van mijn blindheid.
Zo niet dan zijn we niet verder dan het zien van mensen al bomen. We moeten alles helder en klaar gaan zien. En dan komt het stuk wat er op volgt. Jezus vraagt: wie zeggen de mensen dat Ik ben – wie zegt u dat Ik ben? Een bijzondere wonderdoener, U zegt tenminste waar het op staat – en bent voor de duvel niet bang – echt, we hebben U hoog staan, Elia. Dat is wel juist, maar het is niet wat Jezus wil horen. Welk dogma we ook beschrijven.
We zien als de blinden. Jezus als boom van een kerel, stevig in de traditie en de Schrift. Nooit zoet sappig.
Maar dat is nog kijken als naar mensen die wandelen als bomen.
Petrus staat op, namens de kerk van alle eeuwen, U bent de christus, van Godswege. Ja nu zie je alles helder en klaar. Zie je het nog steeds, Petrus? Doe je je ogen niet dicht? En verberg je je gelaat, je wilt niet zien, wanneer Hij overgeleverd wordt. Marcus roept ook ons op om het te zien. Zie de mens, klinkt het. Zie de mens. Daar staat de Gezalfde, lijdend met een doornenkroon en gegeselde rug, daar zien wij hoe groot onze zonden zijn.
Hebt u het al gezien, omdat de Heere Jezus Zijn handen op onze ogen legt – hoe het met ons gesteld is van huis uit, dat we niet anders dan de vervloekte dood hebben te verwachten. Ontzagwekkend. Dan sta je te trillen op je benen. Hoe moet dat aflopen.
Zie het Lam van God dat de zonde van de wereld wegdraagt. Mag dat ook vanmiddag bij ons binnen komen? Een echo van de eeuwigheid. Het Lam van God zien, dat is het geheim. Zodat wij mogen horen ven vergeving, van genade. Het gaat over ons vanmiddag.
En we zijn nog niet klaar- want als we Hem volgen: zie Ik ben met u, alle dagen. Niet alleen vandaag, maar ook morgen op je werk en op school,dwars door de stad naar huis, dat moet je wel zien, als ontslag boven je hoofd hangt. Als je het financieel niet meer kan redden, als er een ernstige ziekte binnen komt. Neerslachtigheid en duisternis, doods en levenloos in mijn leven. En soms ook in het leven van de kerk. Vroeger gebeurde er bijzondere dingen – tegenwoordig niet meer – alles is altijd hetzelfde. Als het dan zwaar gaat drukken, gaan we het geluk ergens anders zoeken, status, netwerken, het uiterlijk. Als we niet meer weg kunnen komen – vluchten we weg – obesitas, drank, agressie. Ook tot ons wordt gezegd, u hebt oren en u hoort niet, u hebt ogen en u ziet niet. Zie Ik ben met u.
Dat we hem mogen liefhebben boven alles , 7 dagen in de week en dat het ons rust mag geven. Dat gebeurt steeds weer opnieuw, dat Zijn handen op onze ogen gelegd moeten worden. In het begin vaag en dubbelzinnig zien. Verward en hoe meer ik dat ga zien als doel en oorsprong van mijn leven, dan gaat het ook steeds meer kleur en contour krijgen, helder en klaar. U bent het die mijn leven al in de moederschoot hebt gewild. U hebt mij daar al zien staan, zelfs al was ik voor mijn ouders ongewenst. En hebt een bedoeling met mijn leven. Wat een zegen als we dat gaan zien.
Nu zie ik het, U bent het, die mijn leven hebt gewild. Die mij recht van mijn zonden en schuld, die mij op de levensweg zet. Nu zie ik hoe vaak ik verblind ben.
U hebt mijn ogen daarvoor geopend, het was maar een beetje spuug, de manier waarop is niet spectaculair. Al zouden we graag willen, misschien zitten we daar op te wachten. Hij doet het niet zodat wij onze verhalen kunnen vertellen over onszelf, maar Hij moet eer ontvangen. Het gebeurt eenvoudig, wij gaan inzien, soms door een preek, soms door een gesprek. Een ontmoeting, een gebeurtenis, een kunstwerk een stuk muziek, waar je veel meer in hoort dan ooit. Of een moment van stilte, de lichtglans van de eeuwigheid. Het dieptepunt van je leven – en je zegt, raak Mij aan!
Je gaat je leven zien in een ander perspectief. Oog voor wat of wie is nog niet zo makkelijk – je kunt dat vaak niet uitleggen in een overzichtelijk stappenplan. Je hebt er je hele leven voor nodig. Ogen gericht op de onnavolgbare Voorganger en achter Hem aan gaan, naar het Koninkrijk van God. Voor je gevoel ga je er verder vandaan – meer zicht op je zelf. Dan weer bomen voor mensen – je moet het even laten bezinken. Een poosje over doormijmeren. Juist, zegt Jezus. Ga daarom eerst maar eens naar huis en niet het dorp in. Laat het rijpen in je eigen hart. Je vindt er ooit woorden voor, overtuigd zijnde.
Wij gaan ook naar huis, deze man maakte zich los uit de schare, hij ging ziende en wel. Prijs de Heere. Hij kijkt nog even om. Zijn ogen treffen die van Jezus nog een keer, zwaait hij? Zegt – bedankt, U bent een echte eye opener.