Edit|
EditReeks Samenvatting:
Het vierde gesprek van totaal 6 die Maleachi voert namens God met het volk Israël. In het eerste zagen we de liefde van God, ik hou nog steeds van jullie. Het tweede, de eer van God. 3E: De trouw aan God en elkaar. 4e de komst van God. Zie Hij komt. De dag van Zijn komst. Latijn: advent. Vanaf de zondeval kwam Hij al in de belofte, in de evangelie in het vlees, in de gemeente komt Hij in de Geest. In openbaring komt Hij op de wolken in glorie.
Zie Hij komt. Maleachi. Laatste hoofdstuk Openbaring :zie Ik kom. Die 'donder' galmt door alle eeuwen, ik dien een Meester die terug komt. Als Hij komt, is voor de kerk en de schepping de verlossing volmaakt. Ja kom Heere Jezus zegt de bruidskerk.
Vers 2. Volgende week gaat het over brood en wijn, en nu vuur en zeep. Voordat je daar terecht komt, is het nodig bij vuur en zeep stil te staan. Kinderen weten het – iets vuils? Dan moet het gewassen worden. Hij komt er aan. In de sacramenten – de Roomsen denken letterlijk. Maar toch – gezegend Hij die komt in de Naam des Heeren. Het avondmaal is niet alleen een herinnering – Hij komt – door het geloof is Hij daar aanwezig.
Vuur en zeep
1 de voorloper komt
2 de reiniger
3 de rechter komt
1
2:17 – Waar is het God van het oordeel. De mensen zijn somber en boos eigenlijk – we zitten hier in de ellende, al zijn we terug uit de ballingschap – God doet geen recht. In de Psalmen lees ik dat - maar die worsteling wordt aan God zelf gericht. Niet op straat, maar Asaf bijv. praat met God, en niet over God op het plein.
God wordt er moe van. Dan is het einde van het gesprek nabij. Waarmee dan? zegt het volk, brutaal eigenlijk. Dan komt 3:1
Ik zend Mijn engel, mijn bode. Zie Hij komt. Een Messiaanse profetie. Ik kom wel degelijk terug. Een heraut komt eerst. Stel je voor dat God direct zou komen, bij het mopperende volk. Een vorst kwam achter zijn heraut aan – de weg werd geplaveid. Een welgebaande weg. Kuilen moeten gedicht, stenen uit de weg, opdat de koning in kan rijden. Als Hij komt, komt Hij met een bijl – elke boom, die geen vrucht draagt, hak Hij om, een wan in Zijn hand, kaf van het koren. Aan welke kant sta je nu? Je moet het in orde gaan maken als er keien zijn op de weg.
Een voorbereidingspreek om dingen weer in orde te maken, die niet in orde zijn. Misschien zijn in ons leven van die steentjes of kuiltjes ontstaan, wegversperringen, waardoor de zegen wordt tegengehouden. Niets is zal erg als een Farizeeër aan zit volgende week in het kleed van een tollenaar. Adder zou Johannes zeggen. De Heere Jezus drukt geen adders aan zijn hart. Wie heeft u aangesteld om de toekomende toorn te ontlopen, dat hakt er in. Ben je er klaar voor – volgende week en voor Kerst? Misschien moeten er dingen uitgepraat worden, beleden aan elkaar. Vergevening aan elkaar geschonken, een slechte relatie waar herstel met gaan beginnen, wat doe je anders aan die tafel? - God ziet dwars door je heen. Is het wel als Hij je onderzoekt?
Als een computer met een harde schijf – anti-virusscanner, maar toch. Hij wordt trager – soms moet er weer wat vanaf – er is zoveel aangekoekt – zouden wij dat niet nodig hebben? Je moet toch elke dag bereid zijn, dominee? Dan ben je naïef – het is wel zo, maar het werkt niet zo. Als God het zelf nodig vindt om een wegbereider te zenden, dan moet je niet eigenwijzer wezen, dan hebben wij het ook nodig. Zie Hij komt.
Aan de deur van je hart, Hij wil binnen komen, Hij staat er. Zie heel mijn hart staat voor U open, en wil tot tempel zijn. Plotseling zal Hij tot Zijn tempel komen. In ootmoed u – dan moet je wel ootmoedig worden. Ik ben bereid - dan moet je je voorbereiden.
Maleachi wijst de zonden aan. Hoe zit het met de eer van God – de ambtsdrager - de echtscheiding, de vinger bij de zere wond voor Hij komt.
Om hoeveel personen gaat het in vers 1. Ik zend Mijn engel die voor MIJ de weg zal bereiden – de HEERE. Wie komt er dan naar Zijn tempel? De Heere, kleine letters – de engel van het verbond. Apart. De Engel – de Heere Jezus, is dan eigenlijk de HEERE der legerscharen. De Heere Jezus is onderscheiden van God alsook God zelf. God in Christus. Drie personen en eigenlijk twee.
Wanneer is dat vervuld? Toen de Heere Jezus werd voorgesteld in de tempel. De oude Simeon. 12 jaar kwam Hij zelf aanlopen. De ark was er niet meer, de wok was alleen vertrokken. Hij is de Ark, de Verzoener, in Hem woont de Godheid van de Heere lichamelijk. Later leerde Hij, Hij stierf bij de tempel, het voorhangsel gescheurd en de weg was open.
Johannes zit in de gevangenis. Had dezelfde vraag – waar is de God van het recht? Bent u het nu die komen zou op grond van Maleachi of verwachten we toch nog een ander? Ik kan het me goed voorstellen. De eerste en twee komst werden niet onderscheiden. Wij kwam dichter bij en zagen dat er twee bergen waren in plaats van één. Wij zien achteraf vanuit het Nieuwe Testament dat er een Nederkomst en een Wederkomst was; als Lam kwam Hij in genade en terug komt Hij in gericht als Leeuw, dat lag in één in het Oude Testament.
Je wenst wel dat God komt, maar wie zal dan bestaan. De dag van het oordeel, als Hij verschijnt. Als Hij komt... zie je zelf al staan voor die grote witte troon, geoordeeld op grond van Zijn heilig recht? Wat onzuiver is, in je leven, in je relatie, je werk, in je huis, ogen als vlammend vuur.
Hij is als vuur en als zeep. Zo wordt de Heere Jezus' komst aangekondigd. Niet eerst lief en dan als oordeel. Ook bij zijn eerste verschijning is hij ook begonnen om te reinigen. Zijn tempel heel letterlijk. Hij zuivert, daar is Hij alle eeuwen mee bezig. Hij wil een reine bruid maken, een geheiligd volk. Zeep – loog, bleekmiddel een bijtende zeep. Het trekt er doorheen om het vuil er uit te krijgen – Kerst is het begin van het zuivere. Begin van de grote schoonmaak. Als Hij verschijnt gaat het vuil er uit, Grote Schoonmaak. Hij verzoent en zuivert. Bloed over de zonde en weg – maar Hij verzoent en zuivert. Waarom dat radicale in dat reinigen? Aller zwaarste middel, omdat de zonde zo'n hardnekkige vlek is.
Als vuur van een edelsmid. Ik ben van waarde voor Hem. Hij is mijn Goudsmid en ik ben zijn gekocht stukje goud. Hij gaat mij louteren. Hij is meester vakman. Hij heeft verstand van smelten, Hij doet het niet om me te pijnigen, maar om me te reinigen.
Een klompje gouderts, gouden spikkels maar in steen vervat, in het midden van het vuur, waar de vlammen het heetst zijn. Dat is nodig. Het goud moet vloeibaar worden. Heere maakt u mijn hart weer vloeibaar, dan ben ik hanteerbaar. Om het te vormen in een mal, een vorm die hij wil. Ring, plaat, staaf, vorm mij Heere, in de vorm zoals U mij wil hebben. De onzuivere bestanddelen komen naar boven, schuim wordt er afgeschept.
De Heilige Geest leidt in waarheid, gave van de Geest, profetie, kracht. Ja, maar Hij wordt ook genoemd: de Geest van oordeel en van uitbranding. Hij wil het volk heiligen, en daarom het beeld van de smeltoven. We moeten steeds weer naar de Schrift terug.
De Heere Jezus zorgt voor de scheiding tussen goud en schuim. Paulus werd in zo'n smeltkroes gegooid en zijn vroomheid kwam boven drijven. Petrus, allang een kind van God, in de Galaten brief – zijn hoogmoed aan de kaak gesteld en weggehaald. Gods goud zal triomferen, maar mijn schuim moet verteren.
Een goudsmid gooit niet wat in de oven en gaat een kwartier weg. Dat doen wij met een broodje in de oven. Maar een goudsmid - gaat zitten, geen haastwerk en hij loopt niet weg, zijn hand bij de knop. En hij kijkt wat er gebeurt, zijn oog is constant op dat goud, het kan beschadigen als het te lang in de oven is. Wat een les, wat een troost. Heere u gaat over de thermostaat – u houdt me toch in de gaten?
Dat vuur is maar tijdelijk en het dient een hoger doel: puur goud. Het Oude Testament heeft twee worden voor goud, gewoon en zuiver goud. Dat laatste zat in de tabernakel. Maak mij rein voor u – dan moet je wel de oven in; was mij geheel – ik wil het wel zingen... beproef mij en haal het eruit – dat doet pijn. Wil ik dat wel? Wat blijft er van mij over. Ik louter je, Ik wil dat je gaat blinken en niet dof wordt.
Wat gaat U met de pure goud doen? Straks schitteren als goud in de kroon van Koning Jezus. Als een gouden vat op de tafel in het Vaderhuis.
Wanneer is het goed genoeg? Als hij zijn eigen gelaat weerspiegeld ziet, dan kan het uit de oven. Daar werkt God op aan – Hij verzoent en zuivert. Opdat het beeld van de Heere zichtbaar zal worden in mijn leven.
En dan zeep.
Kledingsstuk en een Bleker. 95 graden, tot in de vezels van mijn leven. Een rein bruiloftskleed in hagel wit. Het tafel linnen is hagel wit, volgende week. Straks in het wit trouwen.
De Heere wrijft het er in bij de Samaritaanse vrouw. Haal je man – oei mijn relatie – laten we dat erbuiten houden. Dat kan niet, ook niet volgende week. Toen kwam het vuil naar boven – het zat niet goed en ze beleed het. Het moet wit worden, gereinigd. Hebt u Hem zo leren kennen? Krachtige werking van vuur en zeep? Hij wilde wit maken, niet alleen verzoenen. Brandoffer altaar en ook het wasvat. Kerst is het begin van de Grote schoonmaak. Golgotha, daar kan je met je vuil naar toe – de stortplaats. Daar werd Hij tot zonde genaakt, om dat zondevuil op te nemen en weg te dragen, hij viel daar in het vuur van de oven, in 3 uur gereinigd van *mijn* zonde....
En vervolgens in uw en mijn leven. Ook het teerste kind van God – er komt straks een scheiding tussen schuim en metaal. Hij kwam om vrede èn vuur op aarde te brengen, om scheiding te brengen; het begon toen al. Kaf en koren. Sommige tot opstanding andere tot val, twee aan een tafel, tussen de aanbidders en die Hem ten diepste afwijzen. Er valt een scheiding tussen jou en je zonde of tussen jou en Christus. Ieder mens maakt een scheiding mee. Nu mij en de zonde of straks mij en Christus.
De scheiding gaat dwars over het gezin heen – als je daar over nadenkt. Soms zie je de stippellijntjes lopen, schuim en edelmetaal. Laat het ons gebed zijn, de komende week – maak mij rein, was mij
Beproef m' en zie of mijn gemoed
Iets kwaads, iets onbehoorlijks voed',
En doe mij toch met vaste schreden
Den weg ter zaligheid betreden.