Edit|
EditReeks Samenvatting:
De vijfde dialoog tussen de Heere en Zijn volk op het tempelplein. De Heere begint met een weerwoord van het volk en een antwoord van de Heere. Ook nu weer. 1 de liefde, 2 de eer, 3 de trouw, 4 de komst van God en nu het recht van God. Hij heeft recht op alles van ons. Vers 10.
De vensters van de hemel
1 hartverwarmende bemoediging
2 hoognodige bekering
3 haarscherpe beschuldiging
4 hemelhoge beloning
1
Aan het einde van het OT, terugziende: wat een wonder dat dat volk er nog is, tot op de dag van vandaag zelfs. De Heere heeft ze toch dwars door het vuur heen gebracht. De tempel is herbouwd en nu is er onverschilligheid. En nog vaagt God ze niet weg. Dat ligt aan Hem. Ik ben niet veranderd en daarom zijn jullie niet verteerd. Kinderen van Jakob – die oude naam, bedrieger. Hij bedroog zijn vader en stal de zegen van zijn broer – daar lijken jullie ook op. Ik ben onveranderlijk.
Wat een bemoediging – God blijft dezelfde – dat staat er ook van de Heere Jezus. In een veranderende wereld. Niets zo veranderlijk als een mens. Dat is ook zo. Een overtuiging verdedig je met vuur en dan is hij afgedaan. Vriendschap opgebouwd en het sneuvelt. In een dag: wat je 's morgens beloofd kun je 's avonds al veranderen. De stemming kan in één uur omslaan.
Koning Frans I, tijd van Calvijn; Niet ongevoelig voor 'hoepelrokken'. Toute Famme varri – niets zo grillig als een vrouw – dat klinkt bitter. God verandert nooit. Geen schaduw van omkeer bij U – wat een houvast in een wereld van drijfzand. God veroudert niet, zijn kracht vermindert niet. Zijn hand kan wisselen, geven of slaan; Zijn gezicht kan veranderen, maar Zijn hart verandert niet. Liefde blijft eeuwig kloppen.
Van de Poel oud gereformeerde dominee – God kent geen wezensverandering maar wel een werkverandering. Zijn wegen kunnen veranderen, maar Zijn Raad zal bestaan. De verloren zoon – de zoon ontzoonde zich. Die broer ontbroederde zich, maar de vader bleef hetzelfde.
God had wat opgevangen – er gonsde wat: onze God is veranderd, ten nadele (van ons). Vroeger heeft God Israël verlost uit Egypte. Wolkkolom manna, melk en honing. En nu? Nu zitten we onder de plak van de Perzische overheid, misoogsten, armen, sprinkhanenplaag. Dat alles schuiven ze God in de schoenen.
2
Maar het ligt niet aan God. Het begon al vroeg, tot aan het einde van het Nieuwe Testament. Naar Mij toe, wend u naar Mij – hierheen. De ark, open deur. Profeten hebben vroeg en laat het volk opgeroepen weerom te keren. De boodschap van de Heere Jezus zelf: Bekeer u want het koninkrijk is nabij gekomen. Bekering en vergeving van zonden. Wat moeten we doen, mannen broeders, na Petrustoespraak op datzelfde tempelplein.
Vlak voor de Heere Jezus terugkomt - de oordelen uitgegoten worden; we zien er al een voorproefje van, we zitten al in het boek Openbaring. Terugkeer is het doel van de plagen. En ze kauwden hun tongen van de pijn en ze bekeerden zich niet..
Hij wil niet dat we verloren gaan, daar heeft Hij geeft lust in. Bekeren of omkomen, een derde mogelijk is er niet. Dat is niet alleen bij de heidenen, maar Hij zegt het hier op het tempelplein – dagelijks bijgestuurd worden, het blijft nodig.
Tussen Zijn komst en het openen van de boekrollen staat de oproep om je tot Hem te bekeren. Hij wil dat jij voor de rechterstoel KAN verschijnen. Heb ik je niet talloze malen opgeroepen om terug te keren? Heere u hebt gelijk. Je hebt niet gewild, ga weg gij vervloekte. Dat is wat...
De oproep: keer terug naar Mij. God begint om ons te roepen.
Al doen wij maar een stap ,dan komt Hij al naar ons toe. De vader ging de verloren zoon al tegemoet. Hij ziet zo graag dat jij de eerste pogingen doet. Keer terug tot Mij en ik zal naar je terugkeren. Ik zal het grootste gedeelte van de weg afleggen, want ik ben veel te blij je in mijn armen te sluiten.
Waarin dan? We zijn toch bekeerd? Waarom moet dat steeds herhaald worden..?
Jullie stelen!
Waarin dan, bewijs dat dat eens? In de tienden en het hefoffer.
3
God zegt het zo concreet mogelijk. God is stipt. De tienden en het hefoffer. Geen uitgebreid betoog, maar één zin – gij zijt die man. Saul, waarom vervolg je Mij?
De tienden – van hun inkomsten, hefoffer – een heffing. Dat hef je op aan God en je droeg het af – bestemd voor de Levieten. Voor de instandhouding van de eredienst. Tot onderhouding van de predikantsplaats.
Is dat de oorzaak van alle ellende? Ja – die collectezak, die vrijwillige bijdrage die we niet geven, ja. Maleachi komt op voor het recht van God.
God komt te kort. Een tiende van de inkomsten en een zevende van je week. Toepassing – diakonie, kerkvoogdij – van harte aanbevolen, dienst der offeranden – er wordt zo gebedel over het geld.
Afgelopen keer in de kerkenraadsvergadering – Paulus staat stil in 2 hoofdstukken – om geld te geven aan de arme heiligen in Jeruzalem – 2 hoofdstukken, centen hebben te maken met Christus. Dat heeft de maken met de drieënige God. Zaliger te geven dan te ontvangen, God geeft het voorbeeld. God geeft Zijn Zoon. God de Zoon, was rijk en werd arm om u rijk te maken. Gaven van de Geest. Vanmorgen dachten we aan de Heere Jezus als zoenoffer, heeft Hij dan geen recht op een dankoffer, met onze lippen en leven en handen en portemonnee? Dan lijk je op Christus. Van geven worden we nooit armer.
In het gezang 'Neem mijn zilver en mijn goud, dat ik niets daarvan behoud', nou we hebben het gezongen. Je zult het maar eens kwijt raken. Moet je 10% geven – ja. Staat in de Bijbel hoeveel moet je geven? 10% is mooi genoeg... Sint Maarten, 11-nov gaf de helft van de mantel aan een bedelaar. De Heere Jezus gaf 100%. Ik denk dat we het moeten omdraaien – hoeveel mag je voor jezelf overhouden? Je kunt Mijn discipel niet zijn als je geen afscheid neemt van je bezit, innerlijk, van alles wat Ik je als rentmeester heb toevertrouwd. Alles wat ik heb is van Hem en voor Hem. Mijn boeken – voor mij lastig, mijn auto. Mijn computer, mijn geld, mijn tijd, mijn talenten, gaven. Een echte discipel geeft het aan de Heere, mijn leven, mijn lichaam, mijn oren. Mijn ogen die zijn van U. Mijn voeten – waar ik naar toega. Zelfs waaraan je besneden wordt – is van God. Jongens – ook dat deel is van God. Als je dat de Heer onthoudt – ik doe daarmee wat ik wil, dan zegt de Heere, daar zit het mis.
Wat onthouden wij God waar Hij recht op heeft? 10% geven we aan zijn dienst. We zijn rentmeester.
Vereer de Heere met je rijkdom, zegt de Schrift. En de eersteling van je inkomsten. Je moet de eindjes aan elkaar knopen – dat heb ik nodig voor dit en dit. God was een sluitpost.
Tegenwoordig – zodra het salaris gestort wordt, dan ga ik als eerste een bepaald gedeelte geven en ik heb nog nooit te kort gehad. Beproef de Heere daar eens op, of Hij u daarin niet wil zegenen.
Stel dat de Heere een onderhoud onder vier ogen met je heeft- waar zou Hij Zijn vinger bij leggen – tienden en hefoffer, welke woorden bij jou? Eerstelingen van je tijd? U hebt er recht op, op die stille momenten, ik vind het lastig. Wat is het lang geleden dat we samen gepraat hebben. Je gaat op in je werk, en jij in het kind – we moeten een avondje prikken. Bidden, wat zie ik je weinig. Toen je pas tot geloof kwam was het anders he? Heere, U mag alles van me hebben. Heere ik geef mij volkomen.
Maar nu, welke twee woorden zou de Heere voor mij hebben –
Keer wederom zo zal Ik terugkeren, dus Hij was ook weggegaan. De Heere heeft het tegen tempelgangers - priesters die van de toonbroden aten. Zodat het weer beter wordt tussen jou en Mij.
4
Hemelhoge beloning. Als jullie tienden nu brengen, beproef Mij daarin, Ik zal de vensters openen. Er zullen weer vruchten zijn, de wijnstok zal het weer gaan doen, en zelfs de volken zullen zeggen – sjonge wat een gelukkig volk. Wat een lustig land. Een bevel en een belofte.
Probeer Mij maar eens uit. Hoort u hoe God dat zegt? Waag het er maar eens op. We mogen God uitproberen, of Hij een waarmaker is van Zijn woord.
150 jaar geleden ging een jonge man naar New York, zonder werk. De schipper vroeg – heb jij Jezus lief? Ja. Begin van wat je hebt een tiende deel in een potje te doen voor het werk van de Heere, beproef de Heere daarin. Ja maar ik heb nog maar $2,50. Doe een kwartje in het potje. Wat kan je? Ik kan zeep maken. Haal materiaal en maak zachte zeep en verkoop het. Wat hij verkocht, weer één tiende deel in het potje - en zo ging het door. Tenslotte liep het wel, hij kon er een knechtje bij nemen, twee. En het groeide maar door. Hij heette: William Colgate. Van de tandpasta. Een wereld concern geworden en nog een substantieel deel van de winst gaat nog steeds naar het zendingswerk. $2,50 – de jongeman beproefde God. En hij heeft God betrouwbaar bevonden.
Kosjer eten zei de Heere. Ja maar, met alleen groente word je mager – en Daniël gehoorzaamde – God ziet Zijn volk zo graag gelukkig. Schuren zullen boordevol zitten. Leven onder een open hemel.
Geen bonnetjes affaire – eerlijk – als je gehoorzaamt – beproef Hem er eens in.
De wijnstok – beeld van de vreugde – geen ellende, geen honger. Een naam zal van jullie uitgaan, de Heere heeft bij hen wat groots gedaan. Wat een mooi land is dat, waar Gods gunst op rust. Gods hart gaat hier helemaal open. Daar is het de Heere om te doen. God aan Zijn eer en jij komt er goed mee af.
Wat we aan de Heere geven, zijn we nooit kwijt. Vensters van de hemel, scheuren open. Wat daalt er neer – bij Noach kwam de verwoesting, toorn. Hier: zegen en overvloed.
Dat werd ook waar bij Kerst, middenin de nacht ging die hemel open. Die onuitsprekelijke gave: Heere Jezus. Met Pinksteren ging die weer open – de Heilige Geest daalde af in stromen. Om met God te vervullen, uit een geopende hemel.
Ga daar mee naar huis. Letterlijk gaat het om regen, vruchtbaarheid. Onze huizen hebben vensters, de ark ook, de nieuwe tempel. Maar de hemel ook. Als de Heere die opent, is niet te zeggen wat er allemaal naar beneden komt. De hemeldeur gaat open, met milde overvloed naar beneden.
Soms kun je de rijkdom niet op. Dan plenst het.
Test me in this and I will open the floodgates of heaven. De sluisdeuren zodat het gaat zegenen. Het is te klein om op te vangen.
Doordat jullie Mij beroven is de vloek op het land gekomen. Maar in gehoorzaamheid komt zegen. Wat een verschil.
De zegen van de Heere maakt rijk en Hij voegt er geen smart bij.