Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2012-12-16 10:00:00 prof. dr. W. Balke (Em. te Den Haag)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Jes 65:1 Jes 64:1-65:2

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Het is vandaag de derde adventszondag, waarin wij herdenken dat onze Heere Jezus Christus gekomen is en zal wederkomen. We luisteren naar de Messiaanse boodschap van de profeet Jesaja. Jesaja in zijn hoogtepunt in het Oude Testament. We leren dat advent en Kerst geen sprookje is om ons aan de harde realiteit te onttrekken. Het onrecht is groot, ook in het klein.. De wond van het menselijke bestaan. We hebben groot nieuws nodig dat van boven af tot ons neerkomt. Die boodschap is niet door mensen bedacht. Een ontzaglijke werkelijkheid met een onweerstandelijke kracht en een onverwachte inhoud. Een boodschap die in gaat tegen alle weerstand en die alle weerstand ook overwint.

In welk verband staat deze tekst? Het vorige hoofdstuk is een grote schreeuw: waar is onze God? We zijn allemaal als een onreine en al onze gerechtigheden als een wegwerpelijk kleed. Jesaja zegt het voor het volk, ten behoeve van het volk, het gaat over in voorbede. U Heere bent toch onze Vader en wij zijn leem, U bent onze pottenbakker.. Jesaja snikt; Heere wees toch niet zo verbolgen en gedenk niet eeuwig onze ongerechtigheid.. Aanschouw toch, wij zijn Uw volk... Uw heilige steden zijn een woestenij geworden, Jeruzalem is verwoest.. Zou U zich over deze dingen inhouden? Zou U stil zijn en ons zo zeer bedrukken?
Wat hier van het uitverkoren volk wordt gezegd moeten wij erkennen en belijden, kan van ieder mens worden gezegd. Zijn wij geen vreemde wezens geworden, los van onze oorsprong? Wij zijn ondankbaar en zelfs kwaadaardig gestemd tegen Hem van wie wij zoveel goede gaven hebben ontvangen. We liggen met Israël in een ballingschap waarvan we ons nauwelijks bewust zijn. We leven in een wereld die steeds meer wordt vervuild. Zo komt Jesaja met zijn hartstochtelijke bezwering. Zo komt God met Zijn advent naar ons toe. Jesaja is niet alleen profeet van een Bijbelse boodschap, maar ook voorbidder voor het volk. Het volk heeft zijn eigen God de rug toegekeerd. Jesaja troost de armen en gelovigen dat ze altijd zouden volharden in hun vertrouwen op Gods barmhartigheid. Maar ze voelden zich door hun zonden uitgebannen uit het land der belofte en afgesneden van het verbond met God. Ze dachten dat hun God hun ook beschouwde als een heidens volk, een vreemd volk. Ook al zouden zij God zoeken; zouden Hij zich wel door hen laten vinden?

Let op het taalgebruik van de Heilige Schrift. De woorden zoeken en vinden zijn in de Bijbel ten nauwste verbonden. Juist daarin ligt de kracht van het evangelie. Was er toen behalve Jesaja nergens iemand die God zocht? Is de messiaanse verwachting helemaal verdwenen? Ziet niemand uit naar de toekomst van onze Heere Jezus Christus? Zijn ze niet meer Zijn volk, het volk van God? Zijn ze geworden Lo-ami, niet mijn volk? Maar dan komt die heerlijke adventstekst die wij hebben gelezen.

Als een regen op uitgedroogd land, als verzachtende olie in een pijnlijke wond. De Heere God van Israël is zijn Volk achterna gegaan in het land van ballingschap. Daar zegt Hij deze heilsbelofte, zoals die in Jesaja verwoord is. Ik ben met u en ook ondersteun Ik u! Ik ben met u en Ik ben uw God. Dat herinnert ons onmiddellijk aan het opschrift boven de tien geboden. Ik heb U uit het slavenhuis gehaald. We weten dat de Naam des Heeren betekent: Ik ben met u en zal met u zijn. De Naam Jahweh is in het Hebreeuws een en al presentie van de werkelijke tegenwoordigheid van God. Gisteren, heden, morgen ben Ik met u en zal met u zijn!
In de messiaanse profetie leren wij hoe nauw het oude en nieuwe verbond met elkaar verbonden zijn. Er is één verbond. Er is wel verschil. Het oude ceremonieel, de dienst der verzoening, dat hield op met de komst van Christus. Die werd vervuld en maakt plaats voor de bediening van het nieuwe verbond en de Heilige Geest is uitgestort op alle vlees. Deze tekst staat in het kader van het verbond en daarmee van een messiaanse belofte. Dat besef had het volk Israël moeten bewaren. Dat had hen wel bewaard voor zelfgenoegzaamheid en dode rechtzinnigheid. Ze verstaan de Schrift niet en hebben die bedekt met hun eigen regels. De Heere Jezus heeft nu uitleg gegeven van de wet, maar zegt tevens dat dat niet iets nieuws is.
Hij riep samen met Johannes de doper op tot bekering. Maar de joden vroegen zich af waarom ze bekering nodig hadden. Ze keken neer op het volk dat de wet niet kende.

De wet was nodig voor het uiterlijk, maar niet voor het innerlijk, volgens hen... Ik ben de Heere uw God. En dan komt de hoofdsom naar voren: liefde tot God en liefde tot de naaste. Jeruzalem is een stad geworden, die de profeten doodde en stenigde. De schriftgeleerden dachten nota bene dat zij de wet geleerd hadden. Maar de Heere Jezus leert hen de binnenkant van de wet kennen. De liefde tot God en de naaste. We moeten er goed op letten dat Jesaja ons oproept tot zelfonderzoek. Willen wij de belofte van God op onszelf toepassen, dan is het nodig dat wij God eren en Zijn woord houden. Wij moeten die wet van God ons eigen maken. Het moet zichtbaar worden in onze handel en wandel. Dan leren wij weer dat wij ons te verootmoedigen hebben. Hoe vaak zijn wij niet afgeweken En dan mogen we ons voordeel doen met de belofte van God. Ondanks onze zwakheid en ongerechtigheid laat God niet na ons barmhartigheid te bewijzen.

God troost armen en zondaren Zelf in de verdrukking. We kunnen ons nergens anders in beroemen dan in God die ons aanneemt. Ik zei tot Mijn volk dat Mijn Naam niet aanriep: Zie hier ben Ik. Ik breidde Mijn armen uit naar een opstandig volk.
Dat volk ging door op een weg die niet goed is Dat volk heeft gedaan wat in Mijn ogen kwaad was en Mij mishaagt. Dan zien we hoe goed wet en evangelie ten nauwste verboden zijn. Ik ben de Heere uw God. In de messiaanse profetie herhaalt Hij dat. Die Heere ben ik.

Ik zal zijn, die ik zijn zal. Immanuel. God met ons. Christus is niet gekomen om de wet te ontbinden maar om die te vervullen. Zo, onze God in Christus Jezus vernedert zichzelf voor ons. Hij vernedert zich. God maakt Zich klein. Naar Gods wegen die hoger zijn dan de onze, behaagt het Hem, om neer te dalen,omlaag te komen. Uit de hemel der heerlijkheid, in onze dood en ellende. Zij zoeken Hem niet, maar Hij zoekt ze op.

God vergeet Zijn belofte nooit. Zie hier ben Ik, voor hen die naar Mij niet zochten en naar Mij niet vraagden. Gij zijt bij mij. Ik zal geen kwaad vrezen. Dat is Gods presentie. Het wonder waarop de oude vaderen hebben gehoopt, zich vast klemmend aan de belofte. Zo strekt God in Christus Zijn armen naar ons uit, Hij roept ons en zegt kom tot Mij, want Ik zoek u. Laten we dan niet zo aartsdom zijn, en laten we ons niet vast laten nemen door satan die ons leugens voorhoudt. Maar onze God breidt Zijn armen naar ons uit - hier ben Ik, kom tot mij. Zouden we dan geen moed vatten?
Laten we omkeren en naar Hem toe rennen. Zelf in zijn oordeel over onze zonden is het Hem om de vergeving der zonden begonnen. Daarom mogen we zekerheid hebben dat we mogen rusten op het woord van God. Dat we mogen weten dat Hij in Christus onze Vader is en Zijn woord altijd kracht zal doen.

Dat God zijn armen naar ons uitbreid, is wel een heel kostbare zaak geweest, die duur gekocht is. De Heere Jezus is aan het kruis voor ons gestorven. Wat een wonder dat Hij ons draagt en verdraagt in all onze zonden en schulden. Dat we Hem vrijmoedig mogen groot maken en Zijn grote naam verheerlijken. Zo gaat onze God voorop.
De liefde van God gaat voorop, schrijft Calvijn in zijn commentaar over de Galaten. Gods liefde gaat voorop, dwars door de dood neemt Hij ons op in Zijn schoot. Ze gingen getroost naar huis. Het was voor hen volstrekt nieuw dat de Schrift werd geopend.

De Heere Jezus zegt dan in zijn grote ontferming: die naar mij niet zochten en vraagden, zie hier ben Ik.
In de nieuwe hemel en op de nieuwe aarde zal gerechtigheid wonen. Er zal geen ziekte en dood meer zijn en onze God zal bij ons en met ons zijn.
Zoals Adam en Eva op de nieuwe hemel en aarde bij ons zullen zijn in het nieuwe paradijs. Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, zegt God.

En het zal geschiedden dat Ik antwoorden zal nog voor zij roepen en dat Ik zal spreken voor zij Mij roepen....
Zo wordt het advent. De nadere voetstappen van de wederkomst van God. Zijn barmhartigheid en genade gaat niet ten koste van de eer van God. Maar vormen juist de kracht ervan. De eer van God, Zijn heilige raad, Zijn heilswelbehagen.
Dat is de heerlijke boodschap, die wij vanmorgen mogen horen en elkaar meegeven. De liefde van God gaat voorop. Dat stijgt boven alle moeite en leed uit. Hij zegt vanmorgen tot ons: zie hier ben Ik, ook voor u, eeuwig vandaag amen.

Edit